zondag 17 juni 2018
Droge week voor de boeg en dalende waterstanden
De afgelopen week bleef het in Nederland droog op een tweetal zwakke frontjes na, en gisteren één flinke bui in Limburg. Toch zorgden de rivieren voor een kleine verrassing door stijgende waterstanden die uitmondden in een piek op woensdag in de Maas en vrijdag in de Rijn. Dit extra water was afkomstig van een regengebied dat in het begin van de week net ten zuiden van Nederland bleef hangen. Er viel in de Ardennen en de Eifel en later ook in de Alpen meer dan 5 cm regen, vaak in de vorm van zware, lang aanhoudende buien.
Inmiddels is het overal droog geworden in het stroomgebied en de waterstanden in Maas en Rijn zijn al weer gezakt. Die daling zet deze week door omdat er een vrijwel droge week aanbreekt. Het ook weer warmer, tot boven de 25 graden, maar dit maal zonder buiigheid. Het ziet er zelfs naar uit dat het droge weer wel een dag of 10 aan kan houden, wat betekent dat de waterstanden flink kunnen gaan dalen.
Rijnpiekje bijna tot 10 meter; deze week dalend naar onder de 9 m
De meeste regen afgelopen week viel in eerste instantie in het stroomgebied van de Moezel. Dat leverde daar afgelopen dinsdag de 2e zomerpiek op binnen 2 weken. Het water kwam al snel in Lobith aan en daar passeerde het piekje op vrijdag met een stand net onder de 10 m +NAP. Zeker geen hoge stand, maar het past wel in een patroon dat de waterstand begin juni vaker verhoogd is. Daarover hieronder meer.
Inmiddels is de waterstand bij Lobith al weer 30 cm gedaald, maar vandaag en morgen stagneert de daling nu toch even. Dit water is afkomstig van hetzelfde regengebied, maar dan het water dat in Zwitserland en Zuid Duitsland is gevallen. Dit doet er 3 dagen langer over dan het Moezelwater voordat het in Nederland aankomt. Vanaf dinsdag gaat de stand dan snel omlaag. De eerste dagen met zo'n 20 tot 25 cm en waarschijnlijk op vrijdag komt de stand bij Lobith dan bij 9 m +NAP aan.
Ook daarna houdt de daling aan en ik verwacht dat medio de week erna ook de 8,5 m +NAP onderschreden zal worden. Of het weer moet later deze week toch omslaan, maar voorlopig zijn alle weermodellen het er over eens dat dat niet gaat gebeuren.
De kleine piek van deze week leverde een bijzondere foto op in de Millingerwaard. Daar ligt sinds eind vorig jaar een dam in een nevengeul die de uiterwaard met de Waal verbindt en als de waterstand bij Lobith boven de 9 m stijgt, dan overstroomt de dam. Tot een waterstand van enkele decimeters boven de dam is deze voor de meer avontuurlijke wandelaars (en fietsers) nog wel over te waden en dat levert voor het publiek op de oever mooie beelden op.
23cbd1b2-e373-4359-88cf-c285b7e70ec6.JPG
Zomerpiekjes Maas voorlopig achter de rug
De Maas kreeg dinsdag en woensdag ook flink wat extra water te verwerken, dat vooral in het zuiden van de Ardennen en Noord Frankrijk was gevallen. Meestal komt neerslag in Europa uit westelijke richtingen, maar dit maal was het een regenzone die vanuit het zuidoosten tegen de Ardennen aan botste. Dat leverde daar flinke buien op en voor deze tijd van het jaar relatief hoge afvoeren in de Semois, de Chiers en de Franse Maas.
In Borgharen steeg de afvoer zelfs even tot 500 m3/s, maar dat was wel met de hulp van de onregelmatigheden in de Waalse stuwen, die voor extra sterke schommelingen zorgden. Zonder dat kwam de piekafvoer tot ca 400 m3/s. Normaal voor deze tijd is ongeveer 100 m3/s. Na woensdag daalde de afvoer in Limburg weer snel en inmiddels is deze al weer bij ca 150 m3/s aangekomen.
De hele komende week zal de daling doorzetten en aan het eind van de week wordt dan ook de 100 m3/s weer onderschreden. Daarna zal de daling waarschijnlijk nog doorzetten. Het gaat dan echter niet zo snel meer en het zal nog wel even duren voordat de 50 m3/s in zicht komt.
Rijn piekt vaker in juni
In de eerste helft van juni treden in de Rijn vaker kleine hoogwatergolven op. Dit hebben we mede te danken aan de sneeuw die in de voorafgaande winter in de Alpen gevallen is. Het smeltseizoen verloopt in de Alpen op een bijzondere manier. Vanaf eind april gaat de sneeuw gewoonlijk smelten, maar voordat alle sneeuw weg is duurt vaak wel tot begin juli. Het smeltwater komt ook niet direct naar Nederland, maar wordt eerst nog deels opgevangen in de Bodensee en andere grote meren in Zwitserland. Het peil van die meren stijgt dan flink en rond 15 juni wordt daar het hoogste peil bereikt. Dit is niet het moment dat alle sneeuw gesmolten is, maar markeert het moment dat de hoeveelheid smeltwater die de meren instroomt weer kleiner wordt dan de hoeveelheid die de meren benedenstrooms uitstroomt. De grafiek van de Bodensee hieronder laat dat vullen en leeglopen fraai zien; aan de groene lijn (de gemiddelde stand), die piekt in juni.
Dit jaar was bijzonder in de Alpen, want er was erg veel sneeuw gevallen en door warm voorjaarsweer smolt die sneeuw ook snel in april en mei. In de grafiek van de waterstand van de Bodensee is dat goed te zien. De blauwe lijn (de waterstand van dit jaar) begint vanaf april te stijgen en vooral rond begin mei komt hij ver boven de normale stand (groene lijn) uit. Ook opvallend dit jaar is dat het voorjaar erg droog verloopt in de Alpen en pas deze week viel er voor het eerst in lange tijd flink wat regen. De stijging van de Bodensee moest het dit jaar daarom vooral hebben van de sneeuwsmelt, maar ondanks dat werd toch bijna het normale hoogste peil van medio juni bereikt. Omdat in de Alpen nu ook weer een langere droge periode aanbreekt, en de sneeuw van de afgelopen winter al aardig op begint te raken, zal de stand waarschijnlijk niet meer verder stijgen.
Schermafbeelding 2018-06-17 om 17.02.12.png

Deze piek in de Bodensee zien we ook terug in de gemiddelde waterpeilen van de Rijn bij Lobith (de grafiek hieronder). Hij is niet zo duidelijk, maar als je goed kijkt naar de groene lijn (de gemiddelde afvoer door het jaar heen), dan zie je dat die na een daling vanaf maart rond begin mei weer wat begint te stijgen en dan rond medio juni een nieuw hoogste punt bereikt. Als er dan net als dit jaar flink wat regen valt rond die tijd, dan kan dat ook een kleine hoogwatregolf opleveren. Dit jaar waren er 2 kort na elkaar (de blauwe lijn is de afvoer van dit jaar); vanwege de zware buien die tot tweemaal in het stroomgebied van de Moezel vielen. Heel soms zijn er ook nog extreme waterstanden in deze tijd van het jaar. De rode lijn in de grafiek geeft de hoogste afvoer weer die op een bepaalde dag is opgetreden.
Het is interessant om na te gaan in hoeverre de klimaatverandering effect heeft op de sneeuwval en op de sneeuwsmelt in de Alpen. De verwachting is dat de Rijn gaandeweg steeds meer een regenrivier zal worden en minder een rivier die afhankelijk is van smeltende sneeuw. Teglijkertijd wordt verwacht dat de winters in de Alpen natter worden en dat er dan ook meer sneeuw kan vallen; zei het vanaf een grotere hoogte. Voor de Rijn is het dus de vraag of de rivier vooral de effecten zal ondervinden van minder sneeuw en meer regen, en daardoor een snellere afvoer van het neerslagwater, wat dan tot hogere pieken in de winter en minder water in de zomer zal leiden, of juist van meer sneeuw in de winter, wat dan tot meer afvoer in het late voorjaar en begin van de zomer zal leiden.
Als we kijken naar de gemiddelde afvoer van Lobith voor de periode vanaf 1980 - dit is ongeveer het moment dat de klimaatverandering zich voor het eerst duidelijk manifesteerde - dan valt op dat de afvoerpiek begin juni er nog altijd is. Hij is zelfs wat hoger geworden. Voor de periode 1980-2018 bedraagt de gemiddelde Rijnafvoer medio juni 2510 m3/s, terwijl deze voor de periode 1901-1980 rond 2250 m3/s lag. Nu hadden de jaren '80 van deze eeuw soms erg natte junimaanden, dus dat zou mogelijk de hogere afvoer sinds 1980 kunnen verklaren, maar ook als we die buiten beschouwing laten en alleen naar de laatste 25 jaar kijken, dan is de afvoer rond begin juni bij Lobith gemiddeld duidelijk hoger dan voorheen. De Rijn profiteert in juni dus nog steeds van de smeltende sneeuw die in de winter daarvoor gevallen is en het ziet er niet naar uit dat de klimaatverandering veel invloed heeft op de grootte van deze belangrijke bron van water in de voorzomer. Dat is gunstig voor de landbouw en de riviernatuur in Nederland voor wie water in de zomer een belangrijke voorwaarde is.
Wat verder opvalt aan de junipiek is dat die sinds 1980 wat naar voren is geschoven in de tijd. In de periode tussen 1900 en 1940 lag de piek op 21 juni, tussen 1940 en 1980 op 17 juni en sinds 1980 wordt de gemiddeld hoogste afvoer op 8 juni bereikt. Door de hogere temperaturen in de Alpen smelt de sneeuw daar eerder en dat heeft er voor gezorgd dat de datum sinds 1900 al bijna 2 weken naar voren is geschoven. Dit proces zal naar verwachting de komende decennia verder gaan, maar als dat gecombineerd gebeurt met een hogere afvoer in deze tijd van het jaar, dan is er toch voldoende water.
Afvoercurve Rijn 2018.jpg
