U bent hier

zondag 22 april 2018

Koeler weer, nog steeds vrij droog en langzaam dalende waterstanden

Door het zeer warme weer van de afgelopen week heeft de natuur de achterstand, die het in maart was opgelopen, weer ruimschoots ingehaald. De vegetatie is overal snel gaan groeien en daarom is de verdamping van het vocht dat in de bodem aanwezig is na de winter ook op gang gekomen. Als het nu gaat regenen dringt er relatief veel minder water in de bodem door en beken en rivieren ontvangen daarom een veel kleiner deel van de regen die er valt. Dit is de belangrijkste doorzaak dat de rivieren in de zomer in onze klimaatzone een lagere afvoer hebben dan in de winter. Aan de hoeveelheid neerslag zal het niet liggen, want die is in de zomer ongeveer net zo groot als in de winter. 

Vandaag is de laatste warme, droge dag en vanaf maandag slaat het weer om in de stroomgebieden van Rijn en Maas. De wind gaat uit het westen waaien en daarmee wordt vanaf de Atlantische Oceaan veel koelere lucht aangevoerd. Ook komen er enkele regenzone mee. Een hoge drukgebied bij de Azoren heeft een uitloper naar Midden Europa en dat zorgt er voor dat de neerslaggebieden die erg actief zijn. 

Er valt deze week daarom niet voldoende neerslag om de rivieren te laten stijgen, hoogstens vertraagt de dalende trend wat. Op wat langere termijn is het onduidelijk waar het naar toe gaat. De meeste kans lijkt er voorlopig te zijn op een wat natter weertype na volgend weekend. Als dat uitkomt, dan zullen de waterstanden in de eerste week van mei waarchijnlijk wel weer wat gaan stijgen. Maar er zijn ook, enkele modeluitkomsten die opteren voor een terugkeer van het warme en droge weer. 

Rijn daalt langzaam verder

De Rijn daalde medio deze week nog met zo'n 15 - 20 cm per dag, maar die daling is nu minder geworden en zal de komende dagen nog wat verder vertragen, naar zo'n 5 cm per dag. Door het warme weer is het aandeel smeltwater uit de Alpen deze week steeds groter geworden en dat heft de daling van de afvoer uit de rest van het stroomgebied steeds meer op. Zo steeg de afvoer bij Bazel, waar de Rijn Zwitserland verlaat, deze week van ca 950 m3/s naar 1100 m3/s, terwijl je vanwege het droge weer eerder een daling zou verwachten. Vanuit de andere grote zijrivieren van de Rijn (Main, Neckar en Moezel) nam de afvoer wel langzaam af.

De komende dagen gaat het smelten nog wel even door. De koude lucht die Nederland vanaf morgen bereikt, dringt namelijk niet zo heel diep naar het zuiden door en in de Alpen blijft het eerste deel van de week nog vrij warm. 

Door de toename van het smeltwater en de neerslag die verwacht wordt, verwacht ik dat de Rijn de komende dagen langzaam verder zakt van de huidige 9 m +NAP naar ca 8,75 m aan het eind van de week.

Maas daalt rustig verder

De afgelopen week is de Maas vanwege het droge weer langzaam verder gedaald naar iets onder de 150 m3/s bij Borgharen op dit moment. Twee weken geleden bevond de afvoer zich nog rond het langjarig gemiddelde maar inmiddels bevindt het zich er ruim onder. Gemiddelde bedraagt de Maasafvoer medio april namelijk ca 250 m3/s. 

De komende week verwacht ik dat de afvoer verder daalt met gemiddeld zo'n 10 m3/s per dag, zodat de Maasafvoer volgend weekend in de buurt van de 100 m3/s uit komt. Zo lijkt april, ondanks de nog vrij hoge afvoeren in het begin van de maand, toch weer een maand te worden met een gemiddeld te lage afvoer. De Maasafvoer is de laatste jaren in april vaak aan de lage kant geweest en we moeten tot 2008 terug voor een maand met een hoger dan gemiddelde afvoer. Van de 10 jaren sinds 2008 waren er 5 rond of net onder het gemiddelde en 5 jaren hadden een veel lagere afvoer dan het gemiddelde. April was de afgelopen jaren ook vaak aan de warme kant en al heel wat temperatuurrecords werden de afgelopen 10 jaar verbroken; het lijkt er op dat de klimaatverandering vooral in april erg snel gaat.

Rond het volgend weekend is er een wat grotere kans op natter weer en mogelijk dat de Maas dan aan het eind van de Maand weer wat extra water te verwerken krijgt. Voorlopig is dat nog ver weg en dalen de afvoeren nog langzaam verder.

Herkomst Rijnwater in de loop van het jaar

Medio april is bij de Rijn altijd een bijzonder moment omdat rond die tijd de invloed van de neerslag op de rivierafvoer langzaam afneemt en de invloed van de smeltende sneeuw vanuit de Alpen langzaam groter wordt. Ook dit jaar komt dat weer heel mooi uit. In de onderstaande grafiek is de herkomst van het Rijnwater door de loop van het jaar heen weergegeven. 

Regenval is het hele jaar door de belangrijkste bron van het rivierwater. In de winter is dat aandeel het grootst omdat dan maar weinig water in het stroomgebied wordt vastgehouden en er weinig verdampt. Gedurende de winter is er ook een wisselend aandeel aan smeltwater vanuit de Middengebergten; dit zijn de heuvelgebieden zoals de Eifel, Sauerland, Hunsruck, Vogezen, Zwarte Woud en Jura. De hele winter door valt hier sneeuw, maar er zijn altijd wel warmere perioden waarin een deel smelt, zodat er gemiddeld enige bijdrage is. In de sneeuwsmelt zijn er twee pieken: een rond de jaarwisseling als er vaak nog maar een dunne laag ligt, die wel in een keer kan smelten tijdens warm weer en dan een hoge afvoer in dec rivier oplevert, en een tweede, hogere piek, in maart als het hele sneeuwdek in de Middengebergten in enkele weken smelt.

Herkomst Rijnwater.jpg

Herkomst van het Rijnwater gedurende het jaar
Herkomst van het Rijnwater gedurende het jaar

 

Vanaf begin april begint dan de sneeuw te smelten in de Alpen boven de ca 1500 m. Gaandeweg schuift de sneeuwgrens omhoog en neemt de sneeuwsmelt toe. Rond begin juni is het aandeel aan smeltwater vanuit de Alpen het grootst, om daarna weer langzaam af te nemen. Een groot deel van het smeltwater wordt in eerste instantie in de grote Zwitserse meren opgeslagen en vanuit daar wordt het dan doorgeleverd aan de rest van de Rijn. Vanwege dit bufferende effect duurt het tot ver in augustus voordat al het smeltwater van de voorbije winter daadwerkelijk is afgevoerd. 

Pas als de sneeuw in de Alpen is gesmolten neemt het aandeel aan gletsjerwater langzaam toe. In juli en augustus is dit aandeel het grootst, om vanaf eind augustus, als de temperaturen weer gaan dalen in het hooggebergte, langzaam af te nemen. Oktober is dan de maand dat de Rijn het vrijwel uitsluitend van regenwater moet hebben en dit is ook de maand dat de afvoeren doorgaans het laagst zijn omdat er dan ook nog steeds wel enige verdamping is en dus niet al het regenwater in de rivier terecht komt. 

Volgend weekend kunt u een nieuw bericht verwachten