zondag 25 februari 2018
Droge, koude week voor de boeg met verder dalende waterstanden
Boven Scandinavië heeft zich een zeer sterk hoge drukgebied gevormd dat deze week de neerslaggebieden vanaf de Atlantische Oceaan nog op afstand houdt. Vanaf vrijdag komt hier verandering is als een lage drukgebied via Engeland naar het noorden trekt en er langs de oostkant van dat lage drukgebied vochtige en warme lucht West Europa in geblazen wordt.
Veel neerslag lijkt dat nog niet op te leveren, maar het gaat dan in de Middengebergten (Ardennen, Eifel en Zwarte Woud) wel dooien en dat levert dan wat smeltwater op. Er ligt niet zoveel sneeuw, dus het blijft dan bij een beperkte stijging van de afvoeren en de kans op een hoogwatergolf is dan klein.
Maar voorlopig eerst een week zonder neerslag en dalende waterstanden.
Rijn daalt bij Lobith naar ca 9m +NAP
De afgelopen week passeerde bij Lobith een klein watergolfje waardoor de waterstand in het midden van de week steeg tot 10,5 m. Dat is ongeveer de gemiddelde stand voor deze tijd van het jaar. Inmiddels is de stand gedaald tot ca 10 meter en daar gaat de komende week iedere dag ca 10 -15 cm vanaf. In het volgend weekend zal de stand dan rond de 9,3 m uitkomen, waarmee de stand voor het eerst dit jaar ruim onder de normale stand uit komt.
De neerslag die vanaf vrijdag in het stoomgebied wordt verwacht, plus de smeltende sneeuw vanaf zaterdag, heeft pas na het volgend weekend invloed op de waterstanden. Het eerste water daarvan verwacht ik rond 5 of 6 maart. Tegen die tijd zal de stand bij Lobith waarschijnlijk nog water verder zijn gedaald tot ca 9 m +NAP. Op grond van de neerslagverwachtingen voor het komend weekend verwacht ik dan echter geen grote stijging.
Sneeuwvooraad in de Alpen is nog steeds groot
In januari schreef ik al dat er erg veel sneeuw in de Alpen was gevallen en dat er vooral boven de 2000 m soms een recordhoeveelheid sneeuw lag voor die tijd van het jaar. In februari is er weinig nieuwe sneeuw gevallen en het sneeeuwdek is daarom nog ongeveer even dik als een maand geleden. Omdat er gewoonlijk wel sneeuw bij valt is er nu bijna nergens meer sprake van recordhoeveelheden. Op veel plaatsen ligt nu zo'n 150% van de normale hoeveelheid.
De grote sneeuwvoorraad zal later in het voorjaar geen hoogwatergolf opleveren in de Rijn. Het smelten van de sneeuw in de Alpen verloopt altijd heel langzaam; het begint in de loop van april en duurt tot begin juli. Al die tijd ontvangt de Rijn daar dan zo'n 500 m3/s extra water van. En als het al eens wat sneller smelt door warm weer in mei, dan wordt de extra afvoer die dat oplevert eerst nog opgeslagen in de grote meren in Zwitserland, ie als een groot buffervat fungeren.
De watervooraad waar de Rijn uit kan putten in de komende maanden is dus erg groot en dat betekent dat, zelfs als het een droog voorjaar wordt, de Rijnafvoer dit voorjaar toch niet heel ver weg zal zakken.
Maas daalt verder naar ca 250 m3/s
De Maasafvoer is de hele afgelopen week langzaam gedaald naar ca 300 m3/s op dit moment; dat is ongeveer de normale hoeveelheid voor eind februari. Er is al enkele weken geen neerslag meer gevallen in het stroomgebied en al het water dat nu wordt afgevoerd is water dat eerder in de winter is gevallen en nu langzaam uit het stroomgebied weg stroomt.
De komende week loopt het stroomgebied langzaam verder leeg en de maasafvoer neemt iedere dag met zo'n 10 m3/s verder af. Tegen het einde van de week zal de afvoer dan rond de 250 m3/s uitkomen. Als vrijdag de dooi invalt, zal de sneeuw die in de Ardennen ligt waarschijnlijk gaan smelten en dat kan dan voor een kleine opleving van de Maasafvoer zorgen na het volgend weekend. Omdat er weinig regen bij wordt verwacht zal het maar om een beperkte stijging gaan; waarschijnlijk niet verder dan naar 500 m3/s.
Kans op hoogwater in de Maas is klein in maart
In de Maas komen hoogwatergolven vrijwel alleen voor in het winterhalfjaar. In de grafiek hieronder zijn per decade alle hoogwaters boven de 1000 m3/s weergegeven. Sinds 1911 (het begin van de officiele metingen in Borgharen) waren dit er 180. Hiervan vielen er 170 in de periode tussen 1 november en 31 maart. Dit zijn de maanden waarin gemiddeld de meeste neerslag valt. Het is ook de periode dat er weinig vegetatie is, die het water vasthoudt en ook is er weinig verdamping omdat de zonnekracht gering is. Daarom wordt een groot deel van de neerslag afgevoerd naar de rivieren en is de kans op hoogwaters in deze vijf maanden het grootst.
Opvallend is dat er grote verschillen zijn tussen de 5 maanden van het winterhalfjaar. Ook al valt in alle maanden gemiddeld ongeveer evenveel neerslag, toch springt januari er duidelijk uit. In deze maand is ruim 30% van de hoogwaters opgetreden. Terwijl in december en februari, die wat neerslag en verdamping betreft sterk lijken op januari, slechts ongeveer 20% van de hoogwatergolven is opgetreden.
In maart, een maand waarin gemiddeld net zoveel neerslag valt als in januari en de bodem het meest verzadigd zou moeten zijn na de regenrijke winter, verwacht men eigenlijk de meeste hoogwaters. Ook smelt dan de sneeuw in de Middengebergten waardoor men ook meer hoogwaters verwacht. Toch is maart relatief arm aan hoogwaters, want slechts 12% van de hoogwaters treedt in deze maand op.
Ik vermoed dat de oorzaak ligt in het feit dat hoogwatergolven niet optreden onder gemiddelde omstandigheden, maar altijd het gevolg zijn van een bijzondere weersituatie. Vaak zijn dit situaties waarbij er eerst een of twee weken lang om de 1 tot 2 dagen een regengebied overtrekt dat het stroomgebied langzaam opvult. Na verloop van tijd volgt er dan een regenzone die een extreme regenhoeveelheid brengt, wat dan een hoogwatergolf oplevert.
Ook een niet te dik sneeuwdek (van ca 20 -25 cm), dat tijdens een intensieve regenzone in een keer kan smelten, is een belangrijke voorwaarde voor een hoogwatergolf. Dit doet zich vaak voor aan het begin van de winter als het sneeuwdek overal in de Ardennen nog ongeveer even dik is en er op wat grotere hoogte niet al een dikkere laag ligt. Als dan de dooi in valt met veel regen dan is de kans op een hoogwatergolf extra groot. Dit verklaart ook de hoge frequentie van hoogwaters in de eerste decade van januari. Maar liefst 15% van alle hoogwaters valt in die 10 dagen. Rond kerstmis is het bovengemiddeld vaak zacht en regenachtig (het zgn Weinachtstauwetter noemt men dit in Duitsland) en dit levert dan in de week erna vaak een hoogwatersituatie op. Ook hoogwatergolven van >1500 m3/s treden in die periode het meeste op.
Schermafbeelding 2018-02-25 om 17.57.10.png
