Droog weer houdt aan, beetje regen in stroomgebied Rijn, niets in dat van de Maas
De komende week blijft het droog in Nederland en de kans is groot dat ook de week daarna droog verloopt. Daarmee lijkt ook dit voorjaar wat de droogte betreft bijzonder te worden. In het stroomgebied van de Rijn wordt nog wel wat regen verwacht, maar de hoeveelheden zijn klein en het peil daalt daarom vooral. De Maas hoeft de komende week helemaal geen neerslag te verwachten en zakt langzaam verder. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht een analyse van de processen in de Voordelta, een deel van de kustzone tussen Maasvlakte, Voorne en Goeree. Onder invloed van wind en getij wandelen hier zandbanken vanuit zee naar de kust en aan de hand van satellietbeelden is hun beweging goed te te volgen.
water van de week
Regengebieden blijven op grote afstand
Het weer in West Europa wordt al sinds eind februari bepaald door hogedrukgebieden en ook de komende week tot 10 dagen komt daar weinig verandering in. Het voor ons belangrijkste hogedrukgebied pendelt de komende week tussen Scandinavië, de Britse eilanden en het noorden van de Atlantische Oceaan. Boven Nederland en de stroomgebieden komt de wind steeds uit het noorden of noordoosten en vanaf daar hoeven we geen neerslaggebieden te verwachten.
De neerslagkaart voor de komende 10 dagen laat dan ook voor onze omgeving een groot vrijwel droog gebied zien. Regengebieden trekken wel ten westen van het hogedrukgebied langs over de Atlantische Oceaan en ten zuiden via de Middellandse Zee. De Alpen en het uiterste zuiden van Duitsland kunnen nog wel wat regen verwachten, vooral van 4 t/m 6 mei, en dat betekent dat in het stroomgebied van de Rijn wel wat regen kan vallen. In het stroomgebied van de Maas blijft het zo goed als droog.
Schermafbeelding 2022-05-01 om 13.42.10.png

Ook na de komende week lijkt er nog weinig aan het weerbeeld te gaan veranderen. Hogedrukgebieden blijven dominant en lagedrukgebieden komen er voor onze omgeving voorlopig niet aan te pas. De kans is groot dat het stroomgebied van de Rijn ook dan de meeste regen.
Rijn steeg tot 9 m, maar daalt nu weer snel naar iets boven 8 m, daarna stabiel
Dankzij regen in Zuid en Midden Duitsland steeg de Rijn afgelopen week bij Lobith van ca 8,5 m+NAP in het begin van de week naar 9 m op zaterdag. De afvoer steeg van ca 1.600 naar 2.000 m3/s. Voor de tijd van het jaar is dit aan de lage kant, normaal bedraagt de afvoer nu ongeveer 2.250 m3/s, maar gezien de lange doge periode valt dit eigenlijk nog wel mee.
Het is nu al weer enige dagen vrijwel droog in het stroomgebied en de waterstand zal daarom de komende dagen snel gaan dalen. Eerst gaat er zo'n 10 tot 15 cm per dag van af, later afnemend naar ca 10 cm. Volgend weekend zal de stand dan op ca 8,2 m+NAP zijn uitgekomen en de afvoer iets onder de 1.500 m3/s.
Vanaf 4 mei komen er in het zuiden van Duitsland en Zwitserland weer buien tot ontwikkeling en dat levert wat extra water op voor de Rijn. Dit water arriveert na het volgend weekend in Nederland en het zorgt er voor dat de waterstand nog maar licht daalt of stabiliseert net boven de 8 m. De afvoer bedraagt dan ongeveer 1.400 m3/s. Ook op langere termijn wordt niet veel regen verwacht in het stroomgebied. Een wat grotere stijging is daarom voorlopig niet te verwachten.
Door het wat koelere weer van de afgelopen weken is de sneeuwvoorraad in de Alpen nog maar weinig geslonken en boven de 2000 m ligt op dit moment nog ongeveer de gemiddelde hoeveelheid. Gewoonlijk smelt de sneeuw in mei en juni. De komende weken kan de Rijn hier dus nog wel wat extra water van verwachten. Een zeer lage stand en afvoer is daarom voorlopig niet te verwachten.
Maas daalt langzaam verder
Bij Maastricht is de Maasafvoer nu gedaald tot ongeveer 125 m3/s. De regen die de afgelopen week in Midden Europa viel ging aan het stroomgebied van de Maas voorbij en ook de regen die vanaf 4 mei wordt verwacht levert weinig op voor de Maas. De Maas daalt daarom ook de komende week langzaam verder.
In deze tijd van het jaar verloopt de daling altijd erg langzaam, omdat er in het stroomgebied nog water in de bodem ligt opgeslagen dat in de afgelopen winter is gevallen. De daggemiddelde afvoer bij Maastricht daalt daardoor met slechts zo'n 3 à 4 m3 per dag. Tegen het eind van de week zal de afvoer dan de 100 m3/s bereiken. Dat is aan de lage kant, want 225 m3/s is het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar.
Ook na het volgend weekend zet de daling langzaam door en de kans is groot dat de daling voortduurt tot halverwege mei. Tot die tijd wordt namelijk nauwelijks neerslag verwacht.
water inzicht
De Voordelta, gebied van wandelende zandbanken
Twee jaar geleden heb ik al eens aandacht besteed aan de bijzondere processen die zich in de Voordelta afspelen (zie: het waterbericht van 10-05-20). De Voordelta is de ondiepe kustzone (tot ca 15 m diep) voor de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden. Sinds de Haringvliet en Grevelingen zijn afgesloten door de Deltawerken is dit gebied sterk in verandering. Voorheen stroomden er namelijk onder invloed van het getij grote hoeveelheden zeewater deze zeearmen in en uit en dat zorgde voor sterke in- en uitgaande stromingen.
Tegelijkertijd is er langs de Nederlandse kust altijd al zand in beweging. Onder invloed van golven en stroming beweegt het zand alle kanten op, maar omdat de wind meestal uit het zuidwesten waait, is er netto een stroming in noordoostelijke richting. Vanwege de sterke in- en uitgaande stroming bij de grote zeegaten wordt het zand dat langs de kust onderweg is ook ver de zee in geduwd en daarom liggen er voor de zeegaten altijd grote zandbanken in zee. De gebied wordt wel de buitendelta genoemd en iedere zeearm heeft een eigen buitendelta.
Vanaf het moment dat Haringvliet en Grevelingen werden afgesloten stopte de in- en uitgaande stroming abrupt en het zand dat in de zandbanken ver voor de kust lag opgeslagen, werd vervolgens door de resterende stroming langs de kust opgepakt en langzaam terug geduwd naar de kustlijn. Dit levert een interessant schouwspel op van zandbanken die langzaam naar de duinvoet bewegen en de diepere delen worden daar langzaam steeds ondieper.
Sindsdien zijn we dit bijzondere gebied de Voordelta gaan noemen en het is samen met de Waddenzee een deel van de Noordzee met veel ondieptes en geulen en daarom een grote variatie aan onderwatermilieus. Tal van vissoorten leven in dit bijzondere gebied, maar ook zeehonden en veel vogels verblijven er en het is daarom aangewezen als N2000-gebied.
Hieronder zijn twee satellietbeelden naast elkaar afgebeeld met 5 jaar tussentijd. Het zijn zogenaamde infraroodbeelden. Deze laten de zandbanken voor de kust het beste zien. Het begroeide land is rood op deze foto, zand is wit en de zandbanken zijn grijsbruin. De ondieptes die een beetje rood kleuren bestaan vooral uit slib. Op de foto zien we een grote slibrijke vlakte in het noordoosten tussen de Maasvlakte en Voorne en ook een ten oosten van de grote zandbank midden in de lagune. In deze gebieden is het water vrij rustig en daarom bezinkt daar meer slib.
Schermafbeelding 2022-05-01 om 12.27.34.png

Op het eerste gezicht lijken de beelden op elkaar, maar wie inzoomt op een bepaald deel van de foto zal al snel zien dat er wel veranderingen zijn in de afgelopen 5 jaar. De grote zandbank in het midden (de Hinderplaat genaamd) heeft in 202 de vorm gekregen van een boemerang, terwijl deze in 2017 nog meer de vorm van een Z.
In het noorden is er een doorbraak geweest en het bovenste deel van de Z is daarmee losgeraakt. Aan de zuidkant in de Hinderplaat juist sterk uitgegroeid in zuidoostelijke richting en een diepere geul die daar in 2017 nog lag is nu afgesloten. Ook in het midden van de Hinderplaat is er recent een doorbraak geweest. Middenin de boemerang is een klein geultje zichtbaar en er is zand afgezet op de plaat ten oosten.
In de volgende afbeelding is de contour van de belangrijkste zandbanken uit 2017 met een gele lijn afgebeeld op de foto van 2022 (dit is dezelfde foto als hierboven links). De nummers duiden enkele bijzondere locaties aan.
Schermafbeelding 2022-05-01 om 12.28.37.png

Het cijfer 1 staat bij de zuidpunt van de Maasvlakte. Hier is de afgelopen 5 jaar een langgerekte zandbank ontstaan. Zo'n zandbank wordt ook wel een strandhaak genoemd omdat hij aan het strand vast zit. Het bijzondere is dat deze haak een vrij diepe geul heeft afgesloten waarlangs vroeger veel water in en uit kon stromen. Dit water moet nu met een grote omweg onder de strandhaak door.
Bij 2 zijn een aantal kleinere zandbanken te zien die vrij snel in oostelijke richting bewegen. Het gaat om afstanden van 300 tot 400 m in 5 jaar. Bij 3 is ook een zandbank zichtbaar die langzaam de baai tussen de Maasvlakte en Voorne verder insluit. Hierdoor zal het gebied ten oosten van deze bank langzaam steeds rustiger worden, waardoor er nog meer slib zal bezinken. Ooit (voor de aanleg van de Nieuwe Waterweg) was dit de monding van de Maas en toen nog ca 10 m diep. Nu ligt het rond NAP.
Het cijfer 4 staat bij de Hinderplaat. Het is goed te zien dat deze plaat langzaam naar de kust beweegt. Minder snel dan de kleine zandbanken in het noorden, maar de beweging gaat gestaag door en het water ten oosten van de Hinderplaat wordt steeds smaller. Nummer 5 is de oostrand van de Kwade Hoek. Dit uitgestrekte gebied is na de afsluiting van de Haringvliet in 1970 zeer snel aangegroeid en inmiddels liggen er enkele duinen en slufters. Aan de oostkant verandert er nu niet zoveel meer. Er wordt langs de kust nog wel zand getransporteerd door de golven, maar dit laat de Kwade Hoek niet verder in oostwaartse richting aangroeien.
Geheel rechtsonder is namelijk de dam te zien en dit is nog altijd de monding van een deel van het Rijn- en Maaswater. Het getij kan het Haringvliet niet meer in, maar rivierwater stroomt er nog wel uit, vooral als de rivieren veel water afvoeren. Dit uitstromende water slaat de kustlijn van de Kwade Hoek dan ook weer wat af en het zand wat daarbij afslaat komt vervolgens verderop in de lagune terecht en voedt dan de Hinderplaat of een andere zandbank.
Ook vanuit zee wordt nog steeds zand aangevoerd naar de Hinderplaat. Bij cijfer 6 is te zien hoe er nieuwe zandbankjes zijn ontstaan die naar de zuidpunt van de Hinderplaat bewegen. Die zuidpunt is in de afgelopen 5 jaar ook een flink stuk naar de kust bewogen en het zeegat, tevens vaarroute, dat daar ligt is daardoor een flink stuk smaller geworden.
In vergelijking met 2 jaar geleden is er weer veel veranderd, maar de grote lijn aan processen blijft hetzelfde. De zandbanken bewegen nog steeds langzaam in oostelijke richting en de lagune die ze omsluiten wordt langzaam kleiner. Het is de vraag of de Hinderplaat ooit de kust zal bereiken, of dat er een kleine baai achter aanwezig blijft. Hoe dan ook zal het altijd een bijzonder gebied blijven, want er zal altijd zand aangevoerd blijven worden en samen met de getijdenstromen die er in de baai zijn zullen er ook altijd wandelende zandbanken blijven.