Droogte Nederland houdt aan, Rijn stijgt wel licht, Maas daalt verder
Het voorjaar telt tot nu toe opvallend veel zonnige en droge dagen en de komende weken komen er daar nog een flink aantal bij. Hogedrukgebieden blijven het weer in onze regio domineren. Alleen in het stroomgebied van de Rijn valt de komende dagen wat neerslag en dat zorgt later in de week voor een kleine opleving van de stand. De Maas hoeft niet op extra water te rekenen en blijft langzaam dalen. In het waterbericht leest u de details en of er al een einde in zicht is aan de langdurige droge periode.
In de rubriek Water Inzicht een terugblik op het afvoerverloop van Rijn en Maas gedurende het afgelopen winterhalfjaar.
water van de week
Rijn profiteert van enkele buien, Maas blijft buiten het bereik van de neerslag
Het aantal droge en zonnige dagen dit voorjaar is opvallend groot. Vanaf eind februari scheen de zon in De Bilt al 475 uur in, terwijl dat het langjarig gemiddelde slechts 255 bedraagt. Er waren dan ook heel veel vrijwel wolkeloze dagen en het aantal dagen met neerslag is daarom ook erg gering. Van de bijna 60 dagen sinds eind februari is slechts op 11 dagen regen gevallen; waarvan op 5 minder ook nog eens slechts enkele tienden van een millimeter. In die paar dagen dat het wel regende viel echter wel een aardige hoeveelheid, zodat het met de droogte in totaal nog wel mee valt.
De komende week en waarschijnlijk zelfs twee weken hoeven wordt er weinig regen verwacht in Nederland en daarmee begint de droogte wel weer bijzondere vormen aan te nemen. Het lijkt steeds meer een karakteristiek te worden van het nieuwe klimaat, dat het voorjaar vaker langdurige droge periodes kent. Daarnaast wordt het voorjaar ook steeds zonniger. In de afgelopen 30 jaar is de zon in Nederland al bijna 250 uur meer gaan schijnen, waarvan bijna 100 uur in de voorjaarsmaanden en april is daarvan dan weer de maand die de grootste toename laat zien.
Het droge weer wordt veroorzaakt door hogedrukgebieden boven het noorden van Europa. De afgelopen dagen lag de kern ervan boven Scandinavië en dat zorgde voor een sterke oostelijke luchtstroming. De kern schuift nu op naar het noorden van de Britse Eilanden en de stroming wordt dan meer noordoostelijk. Tegelijkertijd trekt een lagedrukgebied vanaf de Atlantische Oceaan naar Zuid Europa en regengebieden die daarbij horen reiken tot Midden Europa.
In Zuid Duitsland en Zwitserland kan de komende dagen een paar centimeter regen vallen en dat is voldoende om de Rijn wat te laten stijgen. Verder naar het noorden blijft het bij een verdwaalde bui en in het stroomgebied van de Maas valt daarom onvoldoende regen voor een stijging van de afvoer.
Later in de komende week trekt de kern van het hogedrukgebied nog wat verder naar het westen, waardoor de luchtstroming boven onze omgeving noordelijk wordt. Boven Scandinavië bevindt zich tegen die tijd een nieuw lagedrukgebied dat waarschijnlijk naar het zuiden gaat trekken en daarmee zou rond 4 of 5 mei ook neerslag mogelijk zijn in de stroomgebieden. Ook dan is de kans daarop het grootste in het stroomgebied van de Rijn en omdat het ook gevoelig kouder wordt, kan er hogerop in de Alpen tegen die tijd nog een extra laag sneeuw bij vallen.
Al met al blijft het de twee weken in Nederland aan de droge kant en hoeft ook de Maas op niet veel neerslag te rekenen. De Rijn heeft iets betere papieren omdat er de komende dagen eerst vanuit het zuiden wat neerslag op het stroomgebied af komt en begin mei vanuit het noorden. Die laatste neerslag is nu echter nog onzeker, want over een week kan de weersverwachting toch nog anders uitpakken.
Rijn daalt naar iets boven 8 m, later licht stijgend
Na het kleine hoogwatergolfje rond 10 april is de Rijn weer snel gedaald en de stand is nu met ca 8,5 m bij Lobith al weer 3 m lager dan 2 weken terug. De afvoer is ook sterk gedaald van ca 4.200 m3/s tijdens het piekje naar ca 1.600 op dit moment. De stand daalt de komende dagen nog een paar decimeter en de afvoer gaat omlaag naar ca 1500 m3/s op 27 en 28/4. Ondertussen is er in het zuiden van het stroomgebied al wel weer voldoende regen gevallen voor een lichte stijging en ook de komende dagen valt er nog wat regen.
Vanaf 28/4 komt het eerste water van deze regen bij Lobith aan en de stand zal daardoor licht omhoog gaan. Zoals het er nu naar uitziet wordt de 9 m bij Lobith net niet bereikt en blijft de afvoer net onder de 2.000 m3/s. De hoogste stand verwacht ik op 1 of 2 mei.
Na de regen van de komende dagen wordt het in het hele stroomgebied weer enkele dagen droog en pas vanaf 2 mei kan er opnieuw wat neerslag gaan vallen. Voor de waterstand bij Lobith betekent dat, dat deze de eerste dagen van mei eerst weer wat daalt (naar ca 8,5 m), om vanaf 5 of 6 mei weer wat te gaan stijgen. Dit laatste is nu nog onzeker, omdat de weersverwachting zover vooruit nog kan veranderen.
De Rijn gaat de komende dagen eerst dus nog iets omlaag naar ca 8,2 m op 27/4; daarna een langzame stijging na ca 9 m op 2/5; vervolgens weer enige daling naar 8,5 m op 6 mei en daarna mogelijk weer een lichte stijging. Al met al is de stand daarmee te laag voor de tijd van het jaar, maar een langdurige daling naar nog lagere standen is op dit moment niet in beeld.
Maas daalt langzaam verder
De Maas had maar weinig geprofiteerd van de regen in de eerste week van april en de afvoer bleef daarom de hele periode onder het langjarig gemiddelde. Inmiddels is het ook al weer 2 weken droog in het stroomgebied en bevindt de afvoer bij Maastricht zich met ca 140 m3/s weer ruim onder het langjarig gemiddelde, dat nu ca 250 m3/s bedraagt.
Bij gebrek aan neerslag daalt de afvoer de komende dagen langzaam verder en in de loop van de komende week zal de afvoer onder de 125 m3/s zakken. Dit zijn de daggemiddelde waarden, want vanwege het stuwbeheer zijn er van uur tot uur altijd sterke schommelingen die soms meer dan 100 m3/s bedragen.
Omdat ook de eerste dagen van mei droog lijken te gaan verlopen zakt de afvoer nog verder weg en de kans is groot dat begin mei ook de 100 m3/s onderschreden zal worden. De laatste jaren zien we dit steeds vaker dat de Maas al zo vroeg in het jaar zo ver daalt. Meer nog dan de Rijn is de Maas gevoelig voor droog voorjaarsweer en dit jaar is daarop geen uitzondering.
water inzicht
Afvoerverloop winterhalfjaar Rijn
In de winter is de kans op hoge afvoeren in de rivieren het grootst. Dat is niet omdat dan de meeste regen valt - de winter is in vergelijking met het zomerhalfjaar namelijk juist wat droger - maar vooral omdat er dan minder water verdampt en er meer water afstroomt naar de rivieren. Daarbij valt in de winter met name in de Middelgebergten ook sneeuw en de combinatie van smeltwater en regenwater zorgt ook voor een grotere kans op hoge afvoeren.
In de grafiek hieronder is het afvoerverloop van de Rijn weergegeven rondom de winterperiode. De grafiek begint halverwege het jaar en de periode van december t/m februari staat daarom centraal in de grafiek. Van boven naar onder zien we in de grafiek verschillende lijnen. De rode lijn geeft de hoogste waarde aan die op een bepaalde datum sinds het begin van de metingen in 1901 is bereikt. De afzonderlijke hoogwaters van de afgelopen 120 jaar zijn hierin nog duidelijk terug te zien. Vanaf het najaar lopen de hoogste waarden in deze rode lijn snel op, om in januari de hoogste waarden te bereiken.
Opvallend is dat de lijn van deze extremen in februari en maart al weer daalt, de kans op extreem hoogwater is dan al weer kleiner, ook al valt er ongeveer net zoveel neerslag als in januari en is de verdamping ook nog klein. Blijkbaar zijn er andere omstandigheden die ook meetellen, zoals de kans dat er voldoende smeltwater beschikbaar is.
De groene lijn in de grafiek geeft het verloop van de gemiddelde afvoer weer. Na een dieptepunt in oktober stijgt deze naar de hoogste waarden in januari, om ook in februari en maart nog hoog te blijven. De gemiddelde afvoer volgt daarmee het neerslagoverschot (de hoeveelheid neerslag minus de verdamping). Zodra in maart de verdamping toeneemt, begint ook de gemiddelde afvoer af te nemen.
De laagste afvoer (zwarte lijn) laat maar weinig variatie zien, blijkbaar kan de afvoer ook in de winter bij de Rijn ver dalen. Rond eind mei en begin juni is de laagste waarde zelfs het hoogst en in deze tijd van het jaar is de kans op een lage afvoer bij de Rijn het kleinst. Dit heeft te maken met het smelten van de sneeuw in de Alpen uit de voorgaande winter, wat altijd in mei en juni plaats vindt.
De streepjeslijnen in de grafiek geven de zogenaamde percentielen weer, de kans dat een afvoer zich onder een bepaalde waarde bevindt. De 95% en 90% lijnen volgen duidelijk het jaarverloop en laten ook goed zien dat de kans op een hoge afvoer rond de jaarwisseling het grootste is. Zo was in 5% van de jaren de afvoer hoger dan 7.000 m3/s. De kans op hoogwater is dan dus groot.
Verloop rondom winter 21-22 Rijn .png

De blauwe lijn geeft het verloop van het afgelopen winterhalfjaar weer. Na de natte zomer van vorig jaar (blauwe lijn boven de groene lijn) verliep het najaar droog met relatief lage afvoeren, net boven de 10%-lijn. Een groot deel van de winter bevond de afvoer zich ook onder het langjarig gemiddelde.
In de wintermaanden lagen de hogedrukgebieden ook vaak nog dichtbij en neerslaggebieden trokken meestal op grote afstand langs. Begin januari werd dit patroon even onderbroken en vanwege flink wat smeltwater en een natte week kon de afvoer toen stijgen tot boven de 5.000 m3/s. Dat is nog lang geen uitzonderlijke waarde, want gemiddeld komt de afvoer iedere winter wel tot rond de 6.500 m3/s. De afvoer dit jaar kwam dan ook nooit tot aan de 10%-lijn.
De rest van januari verliep droog, maar in februari zette een actieve westelijke circulatie in en dat zorgde voor twee kleinere hoogwatergolfjes en een maand met een bovengemiddelde afvoer. Smeltwater droeg die maand nauwelijks bij aan de afvoer en dit was mede de oorzaak dat de afvoer niet hoger uitpakte. Vanaf eind februari zette een zeer droge periode in en begin april kwam de afvoer zelfs onder de 5%-lijn. Dat betekent dat de afvoer lager was dan in 5% van de jaren werd bereikt.
In april tenslotte was er een opvallend piekje. dankzij een paar dagen met zeer veel regen in Oost Frankrijk en Midden Duitsland klom de afvoer snel uit het dal, maar toen hogedrukgebieden met langdurig droog weer zich daarna herstelden, zakte de afvoer vervolgens weer razendsnel naar beneden gemiddelde waarden.
Afvoerverloop winterhalfjaar Maas
In de grafiek hieronder is het afvoerverloop van de Maas weergegeven, met daarin dezelfde lijnen als bij de figuur voor de Rijn. Beide grafieken lijken veel op elkaar, met ook bij de Maas de hoogste extremen in januari en een snelle afname daarvan vanaf februari. De gemiddelde afvoer van de Maas is in het najaar eerder dan de Rijn op het laagste niveau en loopt vanaf september al langzaam op. Begin januari bereikt het gemiddelde wel net als bij de Rijn de hoogste waarde en blijft daarna ook nog enige tijd hoog, maar gaat vanaf half februari al duidelijk dalen.
Dat is eerder dan bij de Rijn en ook zet de daling gestaag door, waarbij die bij de Rijn in april en mei nog vrij hoog blijft. Dit is het gevolg van het smeltwater vanuit de Alpen waar de Rijn van profiteert. In het stroomgebied van de Maas is de sneeuw, als die er de laatste jaren al is, vaak vanaf eind februari verdwenen en de Maas moet het vanaf dan van regenval hebben.
De blauwe lijn geeft het verloop van de afgelopen winter weer. De lijn gaat opvallend op en neer. Regenval was er deze winter aardig wat in het stroomgebied van de Maas. Zelfs wat meer dan in het stroomgebied van de Rijn en de perioden dat de Maasafvoer onder het langjarig gemiddelde daalde duurden minder lang dan bij de Rijn. In het najaar profiteerde de Maas ook nog van de extreem natte zomer in het stroomgebied (vooral de Ardennen), waardoor de afvoer vrijwel niet tot onder het gemiddelde daalde.
Verloop rondom winter 21-22 Maas .png

In alle maanden was er wel een opleving van de afvoer dankzij een natte periode. De hoogste piek werd bereikt in de eerste helft van januari. Er was toen een sneeuwlaagje aanwezig en samen met veel regen zorgde dat voor een piek van ca 1350 m3/s. Dat is zeker niet uitzonderlijk (vorig jaar zomer steeg de afvoer tot 3.240 m3/s) en kwam overeen met de waarde die gemiddeld ieder jaar eenmaal wordt bereikt.
Tussen de maandelijkse pieken in waren er net als bij de Rijn ook langere perioden dat er geen neerslag viel, zoals in de tweede helft van januari. Maart was de eerste maand met duidelijk veel minder regen dan normaal en nu daalde de afvoer wel naar zeer lage waarden en werd ook de 10%-lijn bereikt.
Terwijl de Maas in de winter relatief wat meer neerslag ontving dan de Rijn en vaker een bovengemiddelde afvoer had, lijkt dat sinds maart verandert te zijn. Het piekje in april kwam in de Maas niet eens tot aan het langjarig gemiddelde en ook de komende weken ligt het stroomgebied buiten de regio waar regen wordt verwacht. De voorjaarsafvoer van de Maas is daarom relatief lager dan bij de Rijn en het ziet er naar uit dat dat voorlopig niet verandert.