Hogedrukgebied zorgt ook deze week nog voor droog weer
Het hogedrukgebied bij Schotland weet voorlopig van geen wijken, maar het zou wel eens de laatste week kunnen zijn dat het stand houdt. Het droge weer in de stroomgebieden houdt daarom nog minstens een week aan, alleen in de Alpen vallen buien, waar de Rijn een klein beetje profijt van heeft. Dankzij het natte voorjaar blijft de stand redelijk op peil. De afvoer van de Maas is de laatste weken 1l ver weg gezakt en blijft voorlopig op een zeer laag peil. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht aandacht voor de zeer lange droge periode die we nu meemaken in Nederland. Deze duurt nu al 22 dagen en een record is niet uitgesloten.
water van de week
Hoge druk bij Schotland bepaalt het weer in groot deel Europa
Al 3 weken ligt er een hogedrukgebied bij Schotland dat regengebieden op grote afstand houdt van de stroomgebieden. Lagedrukgebieden die gewoonlijk in een westelijke luchtstroming vanaf de Atlantische Oceaan naar het continent bewegen zijn in geen velden of wegen te bekennen. De wind waait vanuit het noordoosten en voert overal droge lucht aan.
In het Middellandse Zeegebied liggen wel enkele kleine lagedrukgebieden en die laten daar iedere middag stevige buien ontstaan, zodat in Italië en Spanje de droogte van de afgelopen maanden snel wordt gecompenseerd. In Spanje zal het niet genoeg zijn om de voorraden weer volledig aan te vullen, maar de ergste droogte is daar voorbij. Zelfs in het noorden van Afrika viel de afgelopen weken aardig wat regen.
In onze omgeving blijft het voorlopig droog. Alleen de Alpen kunnen bijna iedere dag wel op wat buien rekenen, die samenhangen met het onstabiele weer in het noorden van Italië. Als de temperatuur overdag sterk oploopt, wordt vanuit Italië vochtige lucht aangezogen waardoor ook aan de noordkant van de Alpen buien kunnen ontstaan. Lokaal valt er veel regen, maar het meeste water wordt opgevangen in de Zwitserse meren.
Het peil daarvan stijgt dan een paar centimeter en bij de uitstroom levert dat maar een bescheiden toename op van de afvoer die naar Nederland stroomt. Het goede nieuws is wel dat het water over een langere periode wordt uitgesmeerd; het gaat dus niet verloren. Op dit moment smelt er ook nog vrij veel sneeuw en ook dat zorgt voor extra aanvoer naar de Zwitserse meren.
De Rijnafvoer vanuit Zwitserland is daarom erg stabiel, net iets boven de 1000 m3/s en zal de komende week ook nog nauwelijks dalen. Verder stroomafwaarts in Duitsland zakken de zijrivieren van de Rijn wel steeds verder weg. Het heeft daar al 3 weken niet geregend en samen met de sterke verdamping door de vele zonneschijn, droogt het stroomgebied daar nu snel uit.
Er is een kleine kans dat op woensdag en donderdag in Centraal Duitsland buien tot ontwikkeling komen en mogelijk levert dat wat extra water op voor de Rijn. Veel zal het echter niet zijn en de afvoer van de grote zijrivieren zoals de Neckar, Main, Moezel en Ruhr zal de komende week daarom gestaag blijven dalen.
In de tweede helft van de week kan er mogelijk iets gaan veranderen in de luchtdrukverdeling. Een groot lagedrukgebied dat nu nabij de Azoren ligt zou dan in noordoostelijke richting van Europa kunnen gaan bewegen. Tegelijkertijd zou het grote hogedrukgebied dan wat naar het noorden kunnen schuiven zodat het lagedrukgebied ook invloed krijgt tot boven de stroomgebieden. In dat geval zou de buiigheid vanaf komend weekend boven Duitsland toe kunnen gaan nemen.
Het extra water van die buien zal via de Rijn echter niet voor 13 of 14 juni bij Nederland aankomen. Voor het stroomgebied van de Maas zijn de kansen op buien zelfs nog wat kleiner en houdt de periode met lage afvoeren nog langer aan.
Rijn daalt de komende week naar ca 8,25 m en daarmee ruim onder de 1500 m3/s
De Rijn is de hele week gestaag gedaald met zo'n 7 cm per dag, terwijl de afvoer met ca 60 m3 daalde. Inmiddels komt de 1500 m3/s in beeld en daarmee gaat de Rijn een periode in van verlaagde afvoer. Voor het waterbeheer in Nederland is dit een belangrijke grens want daaronder moeten verschillende gebruikers rekening gaan houden met oplopende tekorten. Er kan dan niet meer zoveel water ingelaten worden als men graag zou wensen.
Voor veel schepen van de binnenvaart betekent dit ook dat er minder zwaar beladen kan worden; voor de grotere schepen was dat overigens al eerder het geval. Richting een afvoer van ca 1.250 m3/s wordt de situatie gaandeweg steeds nijpender. Voorlopig is er nog geen sprake van dat dit niveau onderschreden wordt, want de komende 10-14 dagen levert met name het Zwitserse deel van het stroomgebied nog voldoende water.
Op dit moment bedraagt de waterstand bij Lobith nog ongeveer 8,6 m (NAP) en ook de komende week gaat daar ieder dag zo'n 7 cm vanaf. Pas later in de week vertraagt die daling wat. Op de 7e verwacht ik dat de 8,4 m (NAP) wordt onderschreden en op de 9e de 8,3 m (NAP). Op die dag zal de afvoer ook tot onder de 1.500 m3/s zijn gezakt. De langjarig gemiddelde afvoer voor deze tijd van het jaar bedraagt ongeveer 2.250 m3/s, zodat de Rijn nu tot op ca 65% van de gemiddelde afvoer is terug gezakt.
Op de 12e verwacht ik een waterstand tussen 8,2 en 8,25 m (NAP) en op de 15e tussen de 8,1 en 8,15 m. De afvoer bevindt zich dan tussen 1350 en 1375 m3/s. Of de waterstand daarna nog verder daalt hangt af van de buien die mogelijk vanaf het komend weekend boven Duitsland gaan ontstaan. Dit zou wat extra water kunnen opleveren, maar een grotere stijging lijkt er voorlopig niet in te zitten.
Maas daalt naar 60 m3/s; erg laag voor de tijd van het jaar
Na bijna een maand droog weer is het stroomgebied van de Maas grotendeels leeg gelopen en de afvoer is bij Maastricht nu al terug gevallen tot onder de 75 m3/s. Dat is nog maar de helft van het langjarig gemiddelde. Ondanks het natte voorjaar en de hoge afvoeren in april en zelfs nog begin mei is de Maas dus al weer ver gezakt.
De hele komende week blijft het droog in de stroomgebied en de afvoer zal daarom langzaam verder dalen naar ca 60 - 65 m3/s aan het eind van de week. Dit zijn de daggemiddelde afvoeren, want vanwege het stuwbeheer in Wallonië zijn er altijd grote schommelingen gedurende de dag.
Mogelijk dat er woensdag of donderdag een bui boven de Ardennen kan ontstaan. Het Europese weermodel geeft sinds gisteren enkele buien aan net over de grens in Duitsland. Wellicht dat zich ook een exemplaar tot over de Ardennen kan uitbreiden, maar de kans daarop is klein.
Pas na het weekend schuift het Schotse hogedrukgebied waarschijnlijk op naar het noorden en kunnen buien vanuit het zuiden dichterbij komen. Ook dat is echter nog onzeker. Het hogedrukgebied is erg standvastig en vooral het stroomgebied van de Maas lijkt voorlopig in het meest droge gebied te blijven liggen. Maar ooit zal het hogedrukgebied wel verdwijnen, alleen is nog niet duidelijk wanneer.
water inzicht
Al 22 dagen geen druppel regen; hoe bijzonder is dat
Vanaf 14 mei is er in De Bilt geen neerslag meer gemeten en dat betekent dat er nu al 22 dagen geen regen is gevallen. Daarmee is dit een van de langste droge periodes die we in Nederland sinds 1901 hebben meegemaakt en met de droge dagen die nog worden verwacht komt misschien zelfs het record van 2007 binnen bereikt.
Aan de hand van de neerslaggegevens die dagelijks in de Bilt worden opgemeten (de zgn. dagwaarden) heb ik alle perioden opgezocht dat het twee weken of langer niet heeft geregend. In totaal gebeurde dat 75 keer in 50 jaren. In sommige jaren gebeurt het dus vaker, zoals bijvoorbeeld in 2019 en 2022 toen het maar liefst 4 keer in een jaar twee weken of langer niet regende.
In maar een klein aantal jaren duurt de droge periode langer dan 20 dagen. In de tabel hieronder zijn deze jaren onder elkaar gezet. Het gaat in totaal om 12 jaren, waarbij meteen al opvalt dat de meeste jaren van na 1970 zijn. Voor die tijd is alleen in het jaar 1922 en 1959 er een langere droge periode geweest. Het valt op dat zelfs erg droge jaren met langdurig zomerweer zoals 1947 in deze reeks ontbreken.
Schermafbeelding 2023-06-04 om 17.30.30.png

Het jaar met de langste droge periode is 2007 toen het meer dan een maand in het voorjaar niet regende. Voordat 2023 dit record verbreekt zijn er na vandaag nog 10 dagen nodig en het is de vraag of we dat gaan halen. Vanaf medio volgende week neemt de kant op buien toe en er hoeft maar 0,1 mm te vallen in De Bilt en de reeks is afgebroken. Het jaar 2022 met 28 dagen en 1996 met 27 dagen ligt wel binnen het bereik van dit jaar, want de kans is groot dat het tot en met volgend weekend droog blijft.
Als we naar alle keren kijken dat het 14 dagen of droog was dan blijkt dat de kans hierop in het zomerhalfjaar het grootst is. van de 75 keer vielen er 54 in de maanden april t/m augustus. Langdurige droogte is alleen mogelijk tijdens perioden met een standvastig hogedrukgebied en de kans daarop is het grootst in het zomerhalfjaar. In de winter overheerst vaak de westelijke circulatie en zijn er zelden hogedrukgebieden die meer dan 14 dagen op hun plaats blijven liggen.
De maand met de meeste kans op langdurige droogte is mei. Maar liefst 15 keer gebeurde dat, dat is bijna 20% van alle keren. Wat dat betreft sluit dit jaar dus aan bij dit patroon. April is de maand met het op een na hoogste aantal.
Schermafbeelding 2023-06-04 om 21.21.52.png

In de tabel bovenaan zagen we al dat er sinds 1970 veel meer jaren met langdurige droogte zijn dan voor die tijd. Dat blijkt ook heel duidelijk uit de grafiek hieronder, waarin de keren dat het 14 dagen of langer droog was zijn gegroepeerd per decennium. Voor 1970 kwamen dergelijke droge perioden veel minder vaak voor; vooral de periode van 1930 t/m 1970 valt op met steeds maar 2 of 3 per 10 jaar.
Daarna is dat toegenomen tot 10 of zelfs 12 keer in de periode 1981-1990. Tussen 2001 en 2010 waren het er alleen wat minder. De laatste kolom is nog laag, maar dat gaat pas om 2,5 jaar en de kans is groot dat die nog (veel) hoger wordt; want in die korte periode waren het er al 5.
Schermafbeelding 2023-06-04 om 20.36.55.png

De kans op droog weer onder invloed van een hogedrukgebied is dus veel groter geworden sinds 1970. Dit is te verklaren als een van de gevolgen van de klimaatverandering. Door de opwarming warmt de regio rond de pool veel sterker op dan de gebieden rond de evenaar. De luchtstroming op het noordelijk halfrond, die in feite ontstaat als gevolg van het temperatuurverschil, wordt daardoor minder sterk. Ook de straalstroom, een sterke wind boven het noordelijk halfrond op ca 10-12 km hoogte, wordt daardoor zwakker in het zomerhalfjaar en bij gebrek aan stroming op grote hoogte, blijven hogedrukgebieden langer op een plek vaste plek liggen.
De toename van perioden zonder neerslag zien we bij alle categorieën, waarbij de toename het sterkst is bij de perioden van 14&15 dagen en 18&19 dagen. Ieder decennium is er nu ook een periode die langer duurt dan 20 jaar. Dit decennium hebben we er nu al 2 gehad en de kans is groot dat er voor 2030 nog wel een volgt, want vanaf 2018, dus in 5 jaar tijd, was dit zelfs al de derde
In de laatste figuur, hieronder, is van alle perioden aangegeven in welk jaargetijde ze vielen per decennium. De laatste tijd waren het vooral droge perioden in het voorjaar en de zomer. De laatste keer dat een winterse droge periode optrad was in 2003, dus al 20 jaar geleden en voor een droge periode in de herfst moeten we nog langer terug tot 1997.
Dit past ook in de trend dat de westelijke circulatie juist in de winter sterker wordt en de kans op standvastige hogedrukgebieden dan kleiner is. Tegelijkertijd neemt de kans in het zomerhalfjaar juist toe. Het opvallende is overigens dat in de zomer de gemiddelde hoeveelheid neerslag niet afneemt. Dit is niet zichtbaar in de grafiek, maar blijkt uit andere data van het KNMI. Terwijl de kans op langere droge perioden dus toeneemt, valt er buiten die perioden dus juist meer neerslag. Het is een van de kenmerken van het nieuwe klimaat.
Schermafbeelding 2023-06-04 om 17.50.18.png
