U bent hier

Begin van de week nog vrij veel regen en licht verhoogde waterstanden, daarna droger en dalende standen

De eerste dagen zo nu en dan flink wat regen in de stroomgebieden maar vanaf de tweede helft van de week neemt het drogere weer de overhand. De waterstanden blijven daardoor deze week eerst nog op een licht verhoogd niveau, maar vanaf het eind van de week gaan dalen (de Maas al eerder), omdat er onvoldoende regen valt om het verhoogde peil te kunnen handhaven. In het water bericht leest u de details. In de rubriek water inzicht een analyse van de gemiddelde waterstanden bij Lobith die vanwege de bodemdaling van het zomerbed nog steeds een dalende trend laten zien.

Water van de week.

Eindelijk een meer klassiek weerpatroon en meteen gaan de waterstanden omhoog.

Na de wekenlange patstelling in het weerpatroon, waarbij hoge en lage drukgebieden heel standvastig waren, hebben we nu te maken met een meer klassiek weerbeeld voor deze tijd van het jaar; met hoge druk boven de Middellandse Zee en lagedrukgebieden die ten noorden van ons langs van west naar oost trekken. Voor het Middellandse zeegebied betekent dit dat de periode met extreem veel regen nu achter de rug lijkt te zijn. De straalstroom met de daarbij behorende lagedrukgebieden en neerslagzones is naar het noorden opgeschoven. De neerslaghoeveelheden zijn hier echter een stuk lager dan ze eerder in het Middellandse zeegebied waren, maar wel voldoende om de waterstanden in de rivieren wat te laten stijgen.

Ook voor de sneeuw situatie in de Alpen is dit goed nieuws want met een westelijke en soms even noordwestelijke stroming is vooral hogerop in de Alpen erg veel sneeuw gevallen. Hieronder een grafiek van de ontwikkeling van het sneeuwdek tijdens deze winter van een plaats aan de noordkant van de Alpen in Zwitserland. Tot nu toe was er deze winter alleen begin december en rond 10 januari sneeuw gevallen en daar tussenin was het steeds wekenlang droog. Het sneeuwdek was tijdens deze droge perioden wat ingeklonken en begin februari lag er duidelijk veel minder dan normaal in deze tijd van het jaar (grijze lijn). Op deze oude sneeuw viel deze week in enkele dagen tijd tot meer dan 2 m verse sneeuw.

Scherm­afbeelding 2026-02-22 om 11.42.39.png

Meetgegevens van het sneeuwdek aan de noodzijde van de Alpen in Zwitserland op ca 2.200 m hoogte. Hier viel afgelopen week in korte tijd erg veel sneeuw. Hier ligt nu mooie voorraad water voor de Rijn opgeslagen voor later in het voorjaar.
Meetgegevens van het sneeuwdek aan de noodzijde van de Alpen in Zwitserland op ca 2.200 m hoogte. Hier viel afgelopen week in korte tijd erg veel sneeuw. Hier ligt nu mooie voorraad water voor de Rijn opgeslagen voor later in het voorjaar.

Het sneeuwdek is daardoor de ineens tot boven de gemiddelde waarde voor deze tijd van het jaar gestegen. De komende dagen groeit het deed nog wat aan en, als het later in de week droog wordt, zal het ook weer wat inklinken. Smelten zal het voorlopig niet doen, zeker boven de 2000 m, dat gebeurt pas in april en mei en dat is dan gunstig voor de voorjaarsstanden van de Rijn.

De komende week houden we het hierboven genoemde weerpatroon met lagedrukgebieden die vanaf de Atlantischer Oceaan ten noorden van ons langs naar het oosten trekken. Het zorgt tot en met woensdag nog voor aardig wat regen in de stroomgebieden, waarna donderdag en vrijdag droger verlopen wanneer een rug van hogedruk overtrekt. In het komend weekend wordt het dan weer wat natter, maar grote hoeveelheden regen worden niet meer verwacht.

De week na het komend weekend verloopt ook niet helemaal droog maar geen grote neerslaghoeveelheden omdat het hogedrukgebied zich dan wat meer naar het noorden uitbreidt. De westelijke stroming lijkt ook op langere termijn nog aan te houden zodat de kans groot is dat dit weertype met zo nu en dan regen voorlopig nog aanhoudt en een lange droge periode lijkt er voorlopig nog niet te komen.

Rijn stijgt nog een keer naar ca 12,5 m; daarna sterk dalend.

Dankzij het regenachtige weer van de afgelopen week is de Rijn flink gestegen. Zo'n 10 dagen geleden was de waterstand bij Lobith nog niet meer dan 8,5 m, waar 10 m normaal is voor deze tijd van het jaar. Daarna begon een stijging in twee stappen, eerst naar ongeveer 11,8 m NAP op 17 februari en daarna naar 12,25 m NAP op dit moment. Er is nog een volgende stap In de maak, waarvoor de regen vooral vandaag en morgen valt. Dit piekje wordt zeer waarschijnlijk nog net iets hoger en zal Lobith op donderdag 26/2 bereiken, bij een stand van ca 12,5 m NAP.

De afvoer die 10 dagen geleden nog maar 1.600 m3/s bedroeg, is nu bij de tweede piek opgelopen tot circa 4.700 m3/s en stijgt aan het eind van de week naar circa 5.000 m3/s. Tussendoor op maandag en dinsdag zullen waterstand en afvoer eerst nog iets dalen, tot net iets boven de 12 m NAP op dinsdag. Een afvoer van 5000 m3/s klinkt als heel wat maar is voor de Rijn zeker niet ongebruikelijk In de winter. Gemiddeld stijgt de afvoer iedere winter wel een keer naar ongeveer 6000 tot 6500 m3/s. Of dat deze winter nog gaat gebeuren is de vraag want na de stijging van de komende week volgt eerst een wat langere daling.

Vanaf de tweede helft van de week wordt het overwegend droog in het stroomgebied en dan valt er te weinig regen om deze hoge afvoer te kunnen handhaven. Iedere dag daalt de waterstand dan met zo'n 20 tot soms wel 30 cm per dag. In het komend weekend al wordt dan de 12 m weer onderschreden, 2 maart de 11,5 m en 4 of 5 maart de 11 meter. Daarna vertraagt de daling wat, maar de kans is groot dat op termijn ook de 10 m weer bereikt zal gaan worden; dat zal dan tussen 8 en 10 maart ergens gebeuren. Mogelijk dat voor die tijd alweer een wat natter weertype aanbreekt en in dat geval volgt er, voordat de 10 m wordt bereikt, eerst wel weer een stijging. Daarover is pas volgende week wat meer te zeggen.

Maas vandaag en morgen nog even naar iets boven 1.000 m3/s, maar rest van de week weer dalend.

Het stroomgebied van de Maas viel buiten de gebieden waar de meeste regen viel In de afgelopen week en daardoor steeg de afvoer soms wel, maar werd de 1000 m3/s al niet meer bereikt. Afgelopen nacht viel er In de Ardennen ook nog aardig wat regen en dat water zorgt nu opnieuw voor een stijging bij Maastricht. Later vanavond volgt nog meer regen en daardoor zal de afvoer in de loop van de nacht nog wat verder stijgen, tot net boven de 1000 m3/s en misschien wordt ook de 1.100 m3/s nog bereikt.

De rest van de week wordt het niet helemaal droog in het stroomgebied maar grote hoeveelheden regen worden ook niet verwacht en daarom verwacht ik dat de afvoer het grootste deel van de tijd zal blijven dalen met soms misschien even een korte oplevering tussendoor.  Als maandag inderdaad de 1.100 m3/s wordt bereikt, dan verwacht ik op woensdag een afvoer rond 800 en vrijdag rond 600 m3/s.

In het weekend wordt dan de 500 m3/s weer onderschreden en na het weekend ze de daling ook nog verder door omdat volgende week nog wat minder regen wordt verwacht. Als het inderdaad grotendeels droog blijft dan kan de afvoer over een week of twee weer gedaald zijn tot ca 300 m3/s. Of er daarna weer een stijging gaat volgen is nu nog niet te zeggen. Veel regen wordt in ieder geval voorlopig niet verwacht.

Water Inzicht

Rivierbodem van de Rijn blijft gestaag dalen.

In eerdere berichten heb ik al regelmatig geschreven over de bodemdaling van de Rijn. Zoals iedere rivier voert de Rijn niet alleen water af maar ook sediment: klei die weeft in het water, zand dat over de bodem stuitert en als de stroming sterk genoeg is ook fijn grind dat traag over de bodem rolt. Sinds de rivier bijna 150 jaar geleden ten behoeve van de bevaarbaarheid is vastgelegd en versmald met kribben, is de stroomsnelheid in het versmalde zomerbed sterk toegenomen. Het vermogen om zand en grind te vervoeren nam daardoor ook sterk toe.

De aanvoer van sediment vanaf bovenstrooms bleef echter ongeveer gelijk en daardoor kreeg de rivier te kampen met een zogenaamd sedimenttekort: het water voert zand en grind sneller door dan dat het wordt aangevoerd. Het gevolg is dat de rivier zijn eigen bodem is gaan aansnijden, die bestaat in Nederland tot op grote diepte namelijk uit zand. Jaar na jaar vrat de rivier zich als het ware in in de ondergrond, met een snelheid van zo’n 1 tot 2 cm per jaar. Dat lijkt niet veel, maar na meer dan een eeuw is dat inmiddels opgelopen tot ruim 2 meter.

De daling is het grootste in de Waal vanaf de grens tot halverwege Nijmegen en Tiel. Stroomafwaarts daarvan is de daling minder groot omdat dit traject profiteerde van het extra zand dat bovenstrooms was geërodeerd, zodat het tekort er minder groot was. Inmiddels leidt deze bodemdaling tot steeds grotere problemen: kabels en leidingen die onder de rivier door lopen spoelen bloot, uiterwaarden overstromen niet meer en verdrogen, waardoor natuur en landbouw eerder last hebben van droogte, het grondwater daalt (ook binnendijks) waardoor woningen verzakken en de scheepvaart ondervindt steeds meer hinder omdat stenen constructies op de rivierbodem (die niet mee zakken) op veel plaatsen een obstakel gaan vormen.

Omdat deze problemen op termijn alleen maar groter zullen worden is de rijksoverheid en programma gestart om naar oplossingen te zoeken. Dit programma loopt al enkele jaren en de verwachting is dat het nieuwe kabinet binnenkort besluiten gaat nemen over wat de beste oplossing gaat worden. Ik ga hier nu niet verder op in, maar op de website ‘Ruimte voor de Rivier 2.0’ Is hier nog veel meer over te vinden. Ik wil in dit artikelt namelijk vooral even stilstaan bij de vraag of de daling nog steeds verder gaat, of dat deze misschien wel is gestopt. Het meten van de rivierbodem is niet eenvoudig, omdat deze onregelmatig is en van maand tot maand ook in hoogte varieert als er bv zandribbels passeren.

Een van de manieren om de daling zichtbaar te maken is om de waterstand bij Lobith te vergelijken met een meetpunt stroomopwaarts, waar de bodem niet zo sterk daalt als bij Lobith. Ik heb daarvoor de meetgegevens van Keulen genomen en de jaargemiddelde waterstand van de afgelopen 20 jaar vergeleken met die van Lobith. In de volgende grafiek heb ik de gemiddelde waterstand van Lobith (in m NAP) en Keulen (in m bij de lokale peilschaal) uitgezet. Van jaar tot jaar zijn er schommelingen, maar wat vooral opvalt is dat de trendlijn bij Lobith veel sterker daalt dan bij Keulen.

Scherm­afbeelding 2026-02-22 om 12.45.41.png

Gemiddelde waterstand bij Lobith (in NAP) en Keulen (lokale meetschaal) over de afgelopen 20 jaar met trendlijnen.
Gemiddelde waterstand bij Lobith (in NAP) en Keulen (lokale meetschaal) over de afgelopen 20 jaar met trendlijnen.

De lichte daling bij Keulen is te verklaren uit het feit dat de rivierafvoer in de afgelopen 20 jaar een licht dalende trend liet zien. Dat effect is er bij Lobith ook, maar daarbovenop is er dus nog een ander effect omdat de trendlijn er sneller daalt. Om dit effect in beeld te brengen heb ik ook het hoogteverschil tussen de waterstand van Lobith en Keulen in een grafiek uitgezet. Het verschil tussen Keulen en Lobith bedraagt ongeveer 29 m, maar zoals de grafiek duidelijk laat zien is dat verschil in de afgelopen 20 jaar met zo’n 30 cm toegenomen. Over deze periode nam het verschil dus toe met gemiddeld zo’n 1,5 cm per jaar.

Scherm­afbeelding 2026-02-22 om 12.46.20.png

Hoogteverschil tussen de gemiddelde waterstand bij Keulen en Lobith van jaar tot jaar en de trendlijn.
Hoogteverschil tussen de gemiddelde waterstand bij Keulen en Lobith van jaar tot jaar en de trendlijn.

Het lijkt er niet op dat het verschil de laatste tijd minder snel groeit, want in het afgelopen jaar was dit zelfs groter dan in enig jaar tevoren. Als we wat beter naar de punten in de grafiek kijken dan vallen enkele uitschieters op. Zo ligt 2018 relatief ver boven de trendlijn en 2024 en in mindere mate 2023 lagen er duidelijk onder. Dit is te verklaren omdat 2018 een jaar was met een lage gemiddelde jaarafvoer en veel dagen met een erg lage afvoer en in die situaties is het peilverschil tussen Lobith en Keulen blijkbaar nog wat groter. De waterstand zakt dan bij Lobith namelijk nog wat verder uit. In een nat jaar met een hoge gemiddelde jaarafvoer, wat 2024 was, is het peilverschil juist wat kleiner.

Nu was 2025 ook een jaar met een relatief lage gemiddelde afvoer, dus het zou natuurlijk kunnen zijn dat in 2025, net als bij 2018, het grote verschil tussen Keulen en Lobith verklaart. Om dat in beeld te brengen heb ik, in de volgende grafiek,  de gemiddelde jaarafvoer en het verschil tussen Lobith en Keulen tegen elkaar uitgezet. De jaren met een hoge gemiddelde afvoer vinden we rechts en de jaren met een lage links. De trendlijn laat zien dat het verschil bij de hogere afvoeren inderdaad afneemt. Onder de trendlijn vinden we de jaren waar het verschil in waterstand nog kleiner was; dit zijn allemaal jaren uit de eerste helft van de meetreek en boven de trendlijn vinden we de jaren met een groot verschil.

Scherm­afbeelding 2026-02-22 om 12.48.26.png

Grafiek waarin de gemiddelde Rijnafvoer bij Lobith is uitgezet tegen het hoogteverschil in de waterstanden tussen Lobith en Keulen
Grafiek waarin de gemiddelde Rijnafvoer bij Lobith is uitgezet tegen het hoogteverschil in de waterstanden tussen Lobith en Keulen

Het grote verschil in 2025 had dus voor een deel te maken met de lage gemiddelde jaarafvoer, maar als we het vergelijken met 2022, wat een nog lagere afvoer had, dan ligt vorig jaar daar wel boven. Het hoogteverschil neemt tussen Keulen en Lobith dus nog steeds toe. Dat zien we ook goed als we vorig jaar vergelijken met de 2 andere jaren met ongeveer dezelfde gemiddelde afvoer, 2017 en 2011. Sinds 2017 is het verschil met 12 cm toegenomen en sinds 2011 met 21 cm, wat ook neerkomt op een daling van de gemiddelde waterstande bij Lobith van 1,5 cm per jaar.

De daling zet zich dus nog steeds door en dat betekent dat de urgentie om hier een oplossing voor te vinden ook steeds groter wordt. Hopelijk wordt er snel een duurzame oplossing gekozen, waardoor het zandtransport weer vertraagt en we in de Rijntakken weer langer kunnen doen met het sediment dat vanuit Duitsland wordt aangevoerd.