U bent hier

Droog weer in de stroomgebieden en verder dalende waterstanden

De laatste week van december zagen we al dat hogedruk meer en meer het weer ging bepalen in de stroomgebieden van Rijn en Maas en neerslaggebieden bleven sindsdien op grote afstand. Dit weerpatroon houden we ook de komende week en neerslag wordt er dan ook nauwelijks verwacht. Voor de rivieren betekent dit dat afvoeren en waterstanden verder zullen dalen en de relatief hoge standen die we in december hadden, komen voorlopig niet weer in beeld. Het weer- en waterbericht voor de komende week luidt daarom kort samengevat: hoge druk, weinig neerslag en dalende rivierstanden. Zoals vorige week al aangekondigd tot besluit van dit bericht de terugblik op de waterstanden van de Maas in 2019.

Eurohoog domineert de weerkaarten

Het hoge drukgebied dat nu het weer in een groot deel van Europa bepaalt is rond de jaarwisseling vanaf de Britse eilanden via Nederland (mist!) naar centraal Europa geschoven. Het blijkt heel standvastig te zijn, want de weermodellen voorzien dat het er over een week nog steeds ligt. Zo'n hogedrukgebied wordt ook wel een Eurohoog genoemd en uit eerdere winters is bekend dat ze langdurig op dezelfde plek blijven liggen en het weer vele weken kunnen domineren. In de weerkaart hieronder is het hogedrukgebied duidelijk te zien als een langegerekte zone van hoge druk die vanaf de Azoren via Centraal-Europa naar het oosten loopt. 

Lagedrukgebieden bevinden zich aan de linkerbovenrand van de kaart; ze schuiven tussen IJsland en Schotland door naar het noorden van Skandinavië. De bijbehorende regengebieden bereiken soms nog net Nederland, maar in de stroomgebieden van Rijn en Maas blijft het grotendeels droog. 

Schermafbeelding 2020-01-05 om 10.50.30.png

De huidige weerkaart laat goed het Eurohoog zien dat vastgenageld lijt boven midden en zuid Europa en regengebieden op grote afstand houdt. (bron: Kachelmannwetter.com)
De huidige weerkaart laat goed het Eurohoog zien dat vastgenageld lijt boven midden en zuid Europa en regengebieden op grote afstand houdt. (bron: Kachelmannwetter.com)
 

Tot en met donderdag blijft het eurohoog op zijn plaats liggen, daarna komt op vrijdag een lagedrukgebied over de Britse Eilanden wat dichterbij en dat zorgt in Nederland voor wat regen, maar dieper Europa in blijft het waarschijnlijk droog. Vanaf zaterdag herstelt het eurohoog de orde en volgen er weer een viertal droge dagen. Ook na het komend weekend lijkt er nog weinig te veranderen en de kans is groot dat het tot medio januari droog blijft in de stroomgebieden. Dat betekent ook dat de waterstanden de eerstkomende 10 tot 15 dagen zullen blijven dalen.

Rijn daalt de hele week naar ca 8,5 m+NAP

De afgelopen week viel er al geen regen meer in het stroomgebied van de Rijn en het water dat zich er in de regenrijke weken van decemer had verzameld in bodems, beken en meren, stroomt nu langzaam weg. Eerst bedroeg de daalsnelheid bij Lobith nog zo'n 30 cm per dag, maar inmiddels is dat afgenomen tot 20 cm en vanaf medio deze week neemt de snelheid nog verder af naar 10 cm en uiteindelijk 5 cm per dag.

Gisteren, zaterdag, werd de 9,5 m+NAP bij Lobith onderschreden en ik verwacht dat dinsdag de 9 m wordt gepasseerd; de afvoer bedraagt dan nog ca 2000 m3/s. Daarna gaat de daling wat langzamer en pas komende zondag of maandag verwacht ik dat de 8,5 m wordt onderschreden. De kans is groot dat de stand nog verder zakt naar 8,25 m aan het eind van die week. De afvoer zal dan teruggelopen zijn tot zelfs onder de 1500 m3/s, wat een vrij lage afvoer is voor januari. Gemiddeld bedraagt de afvoer in deze tijd van het jaar namelijk ca 2800 m3/s. Voorlopig is er geen zicht op dat deze waarde binnenkort weer wordt bereikt. 

Maas daalt de hele week naar ca 250 m3/s

Ook het stroomgebied van de Maas stroomt nu langzaam leeg. De eerste helft van de afgelopen week ging dat vrij snel, met zo'n 100 m3 per dag, maar de afgelopen paar dagen vertraagde de daling. Dit wordt veroorzaakt door water uit de Franse Maas, dat altijd lang onderweg is en de afgelopen dagen passeerde een kleine golf die op 27 en 28 december in de Bovenmaas was begonnen. Dit hield de afvoeren bij Maastricht enige dagen stabiel rond de 450 m3/s.

De aanvoer uit Frankrijk neemt de komende dagen ook sneller af en daarom zal de afvoer bij Maastricht vanaf nu ook weer verder gaan dalen. De daling verloopt de eerste paar dagen met zo'n 50 m3 per dag, maar zal later afnemen. Aan het eind van de week verwacht ik een afvoer van ca 250 m3/s. 

Op vrijdag is er kans dat het regengebied dat dan Nederland weet te bereiken, ook in de Ardennen wat regen brengt. De hoeveelheden zijn echter klein en op de Maasafvoer zal het weinig invloed hebben. Na komend weekend houdt het droge weer nog minstens enkele dagen aan en zullen ook de afvoeren verder dalen met bij Maastricht later in die week een afvoer van 200 m3/s of nog wat lager. 

Terugblik 2019 op de afvoeren van de Maas

Vorige week kon u een terugblik lezen op de waterstanden van de Rijn, deze week een vergelijkbaar verslag voor de Maas. Voordat ik u meeneem naar de resultaten sta ik eerst stil bij de herkomst van de gegevens. Voor de Rijn is dat eenvoudig want daar kunnen we uitgaan van de waarnemingen bij Lobith waar op dezelfde locatie al sinds 1900 wordt gemeten. Voor de Maas is dat echter niet zo eenvoudig, want hier is het meetstation enige tijd geleden verplaatst. Vanouds werd de Maasafvoer altijd gemeten bij Borgharen, maar die metingen vinden nu plaats bij Maastricht, iets verder stroomopwaarts. 

Een paar kilometer stroomopwaarts maakt meestal niet zoveel uit voor de meetegevens, maar het nieuwe meetpunt ligt hier net bovenstrooms van het punt waar het Julianakanaal en de Zuid-Willemsvaart beginnen. Omdat via deze kanalen ook een deel van het Maaswater wordt afgevoerd, passeert er bij Maastricht dus altijd wat meer water dan bij Borgharen. Voor een goede analyse moet daar wel rekening mee gehouden worden.

In de kaart hieronder is de situatie weergegeven rondom Maastricht, waar de kanalen beginnen; met in lichtblauw de Maas en in donkerblauw de kanalen. Bij het begin van een kanaal ligt er altijd een stuw in de rivier (resp. Monsin en Borgharen) die het verdelen van water over de kanalen en de rivier zelf mogelijk maken.

kanalen Zuid Limburg.jpg

Kaart van de Maas tussen Luik en Maastricht met daarin aangegeven de ligging van de kanalen die een deel van het Maaswater afvoeren.
Kaart van de Maas tussen Luik en Maastricht met daarin aangegeven de ligging van de kanalen die een deel van het Maaswater afvoeren.

Wat de situatie in dit deel van de Maas nog wat complexer maakt is dat de kanalen er niet altijd zijn geweest en ook niet altijd dezelfde hoeveelheid water afvoeren. Als we meetgegevens van vroeger willen vergelijken met nu moeten we dus rekening houden met het water dat dagelijks via de kanalen is afgeleid. Om het helemaal goed te doen moeten we ook nog rekening houden met de hoeveelheid water die in België via het Albertkanaal wordt afgeleid. Dit kanaal begint net ten noorden van Luik en hier verliest de Maas ook een deel van zijn water.

Voor langjarige analyses van de Maasafvoeren is daarom een meetreeks samengesteld waarin bij de afvoeren die vroeger bij Borgharen en later bij Maastricht zijn gemeten ook de afvoeren via de kanalen is opgeteld. Deze meetreeks heet de Monsin-reeks, vernoemd naar het plaatsje Monsin, waar het Albertkanaal begint en tot waar de Maas dus nog ongedeeld is. Via Rijkswaterstaat heb ik de beschikking gekregen over deze reeks en hiermee kan ik de langjarige analyses maken die u hieronder vindt.

In de eerste figuur is het verloop van de Maasafvoer bij Monsin gedurende 2019 weergegeven. In de grafiek is ook de hoogste en laagste waarde weergegeven die op een bepaalde datum zijn opgetreden sinds de metingen in 1911 zijn begonnen. Ook is het gemiddelde van een dag over de hele meetreeks weergegeven en het verloop van het vorige jaar, 2018.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 12.18.17.png

Verloop van de Maasafvoer gedurende 2019 en de vergelijking met het langjarig gemiddelde, de hoogste en de laagste dagwaarden en het jaar 2018
Verloop van de Maasafvoer gedurende 2019 en de vergelijking met het langjarig gemiddelde, de hoogste en de laagste dagwaarden en het jaar 2018

Gemiddeld over het hele jaar 2019 voerde de Maas ca 255 m3/s af (waarvan ca 240 bij Maastricht passeerde na aftrek van de afvoer die via het Albertkanaal wegstroomde). Dit komt neer op ca 95% van de normale hoeveelheid die de Maas gemiddeld in een jaar afvoert. Het lijkt dus een vrij normaal jaar te zijn geweest. Het water werd echter ongelijkmatig over het jaar verdeeld. In de figuur hierboven is dat ook te zien: in de periode januari t/m maart schommelt de afvoer rond het gemiddelde of ligt er boven, en in het najaar volgt de afvoer ook ongeveer het gemiddelde, maar in de zomer lag de afvoer er langdurig ver onder. Ook heeft de laatste maand december veel goed gemaakt, want deze maand voerde de Maas 70% meer water af dan in een normale decembermaand. 

Voor de Maas was het het derde jaar op rij met langdurig lage zomerafvoeren en als we de figuur hierna bekijken (met daarin de nadruk op de lage afvoeren) dan zien we dat de Maasafvoer dit jaar al vanaf begin april onder het langjarig gemiddelde dook. Op een enkel piekje na bleef het daar tot oktober onder. Het verloop leek veel op dat van 2018, behalve dat het in dat jaar tot begin december duurde voordat de afvoer terugveerde. In april, juni, juli en september was de afvoer dit jaar zelfs nog wat lager dan in het zeer droge jaar 2018. De gemiddelde afvoer in september bedroeg zelfs maar 44 m3/s en we moeten terug tot 1991 voor een net zo lage afvoer en tot 1976 voor een nog lagere maandafvoer.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 12.18.42.png

Verloop van de Maasafvoer gedurende 2019, maar dan ingezoomd op de lagere afvoeren
Verloop van de Maasafvoer gedurende 2019, maar dan ingezoomd op de lagere afvoeren

Er waren in 2019 geen grote hoogwaters. Januari is normaal de maand met de meeste kans op hoogwater, maar het peil bleef die maand ruim onder de 1000 m3/s. In februari was er wel een korte hoogwaterpiek, maar de hoogste afvoer werd in maart opgemeten. De afvoer kwam toen zelfs tot ca 1650 m3/s, de hoogste afvoer sinds januari 2011, toen de afvoer net boven de 2200 m3/s piekte. Een afvoer rond de 1600 m3/s komt gemiddeld eens in de 3 jaar voor. 

Opvallend aan het afvoerverloop van de Maas in vergelijking tot de Rijn is dat de Maas tijdens de hoogwaterpieken van dit jaar relatief hoger kwam dan de Rijn, maar tijdens de periode van lage afvoeren in de zomer ook veel langer laag stond en verder wegzakte. De Maas had dus met grotere uitersten te maken dan de Rijn.

Wat de lage afvoeren betreft had dat vooral te maken met de droogte in een brede zone die over Oost Frankrijk en de Ardennen naar het midden van Duitsland liep. Het was hier erg lang droog, terwijl het ten noorden daarvan en in de Alpen juist aan de natte kant was in de zomer. De Maas ontvangt al zijn water uit deze zone en had daardoor te maken met erg lage afvoeren; de Rijn ontvangt 's zomers ook veel water uit de Alpen en had er weinig last van. Nederland lag precies op de grens, met in het zuidoosten droogte en in het noordwesten veel nattigheid.

Vanaf het najaar kwam er een eind aan de droogte in het stroomgebied van de Maas en stegen de afvoeren al snel naar meer normale waarden, met in december zelfs relatief hoge afvoeren.

In de figuur hieronder heb ik de afvoergegevens van Monsin gegroepeerd in verschillende klassen van zeer laag tot zeer hoog. Voor de afvoer bij Maastricht mag er ca 15 m3/s van afgetrokken worden; de klasse van 35 tot 65 komt bij Maastricht dus overeen met een afvoer van 20 tot 50 m3/s.  In blauw is de gemiddelde verdeling weergegeven over de hele meetreeeks, in rood die van 2019. Duidelijk is te zien dat met name de beide laagste klassen tot 65 m3/s sterk vertegenwoordigd waren. Dit lijkt ten koste gegaan te zijn van de klasse tussen 65 en 100 die veel minder vaak voorkwam. Als de afvoer dit jaar laag was, was hij dus meteen ook erg laag. De klassen rond het langjarig gemiddelde (200 tot 325) komen wat vaker voor dan gemiddeld en ook dankzij maart en december komen de hogere ongeveer voor volgens het langjarig gemiddelde.  

Schermafbeelding 2020-01-05 om 13.25.11.png

Afvoergegevens van 2019 in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.
Afvoergegevens van 2019 in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.

Als we dit jaar vergelijken met 2018 dan zien we dat in dat jaar de zeer lage afvoeren nog veel vaker voorkwamen. Dit was een gevolg van het veel langer aanhouden van de droogte tot en met eind november. De allerlaagste afvoeren kwamen in dat jaar echter weer niet zoveel voor. De lage afvoeren in 2018 gingen ten koste van vrijwel alle andere klassen. Alleen bovenin de reeks waren de twee op één na hoogste klassen relatief wat meer vertegenwoordigd. In 2018 was er een langdurig hoog water in januari dat dit veroorzaakte. Heel hoog kwam de afvoer echter niet, dus bleef de klasse >1500 m3/s dat jaar leeg.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 13.25.22.png

Afvoergegevens van 2018 in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.
Afvoergegevens van 2018 in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.

Als we vervolgens de periode van de laatste 5 jaar bekijken (zie grafiek hierna), dan zien we dat de lagere afvoeren ook daar sterk vertegenwoordigd zijn. Op 2016 na kenden al deze jaren lange perioden van lage afvoer en dat komt duidelijk terug in de gemiddelde verdeling met ruim het dubbele aantal dagen met een afvoer <65 m3/s bij Monsin in vergelijking met het langjarig gemiddelde over de periode 1911-2019. De klassen tussen 100 en 250 komen duidelijk minder vaak voor, terwijl van de hogere afvoeren alleen de klasse tussen 700 en 1000 wat vaker voorkwam. Het laat zien dat de afvoer in de afgelopen 5 jaar wel regelmatig tot net onder de 1000 m3/s is gestegen, maar relatief minder vaak erboven.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 13.25.34.png

Afvoergegevens over de afgelopen 5 jaar (periode 2015-2019) in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.
Afvoergegevens over de afgelopen 5 jaar (periode 2015-2019) in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.

De periode met vrij weinig hoogwaters duurt in de Maas al wat langer. Velen zullen zich de periode herinneren rond 1995 toen er twee zeer hoge hoogwaters waren en daarnaast veel, minder bekende, lagere hoogwaters. Sinds 2003 is daar echter een omslag in gekomen en dat is ook goed zichtbaar in de verdeling van de afvoeren over de afgelopen 15 en 30 jaar (zie de figuur hierna).  

Helemaal rechts in de figuur zien we dat de hoogste afvoeren (> 1000 m3/s) in de afgelopen 15 jaar relatief weinig zijn opgetreden, terwijl dat over de periode van de afgelopen 30 jaar juist vrij veel was. In de eerste 15 jaar van deze 30-jarige periode zijn het er dus erg veel geweest en daarna veel minder.

Voor het overige zien we dat de lage afvoeren al 30 jaar lang meer voorkomen dan het langjarig gemiddelde. De laatste 15 jaar is de op een na laagste klasse zelfs nog wat verder gestegen. Afvoeren < 50 m3/s zijn bij Maastricht de laatste 15 jaar met ca 30% toegenomen van 35 dagen gemiddeld naar 46. De afvoeren rond de gemiddelde afvoer (tussen 100 en 700 m3/s) tonen een wat wisselend beeld met soms een toename en soms een afname, maar geen grote verschuivingen.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 13.25.52.png

Afvoergegevens over de afgelopen 15 jaar (periode 2005-2019) en 30 jaar (1990-2019) in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.
Afvoergegevens over de afgelopen 15 jaar (periode 2005-2019) en 30 jaar (1990-2019) in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.

De toename van het aantal dagen met lage afvoer en het minder frequent optreden van dagen met een hoge afvoer in de afgelopen 15 jaar zien we ook terug als we naar het verloop van de gemiddelde afvoer kijken over de hele meetperiode. Net zoals in de weerkunde het langjarig gemiddelde wordt gebruikt om het klimaat mee te kunnen bepalen zo heb ik hier ook gebruik gemaakt van de 15-jarige (rode lijn) en 30-jarige (blauwe lijn) gemiddelden om patronen in het afvoerverloop aan te kunnen bepalen. De Maas kent van jaar een grote variatie in de gemiddelde afvoeren en deze zien we deels ook nog terug in het verloop van het 15-jarig gemiddelde. Bij het 30-jarig gemiddelde nivelleert dit steeds verder.

In de beginperiode van de vorige eeuw zien we dat de gemiddelde afvoer vrij hoog is; tot zelfs rond de 300 m3/s in de eerste 15 jaar. Daarna treedt een gestage daling op als gevolg van veel relatief droge jaren in de veertiger jaren; de Maas verliest hier ca 20% van zijn gemiddelde afvoer. In de 60-er jaren is er dan weer een stijging op, gevolgd door een opvallende daling als gevolg van de zeer droge jaren '70. Het langjarig gemiddelde over 15 jaar van de Maas is dan gedaald tot 240 m3/s.

Wat we eerder ook al bij de Rijn zagen, is dat de '80-er jaren vervolgens zeer nat verliepen en dat de gemiddelde afvoer in korte tijd sterk stijgt naar hetzelfde niveau als in de beginjaren van de vorige eeuw. In de '90-er jaren blijft het gemiddelde nog hoog, maar vanaf het jaar 2005 volgen veel jaren met een relatief lage gemiddelde afvoer en vooraal de laatste 5 jaar leidt dat bij het 15-jarig gemiddelde tot een sterke daling naar een niveau net boven dat uit de jaren '40 en '70. Het 30-jarig gemiddelde loopt hier achteraan, wat logisch is omdat zich daar nog veel jaren in bevinden uit de natte jaren '90. 

Wat de gemiddelde afvoer betreft is de situatie vandaag de dag nog niet uitzonderlijk, want eerder was het gemiddelde ook al zo laag, maar het is wel spannend of de trend zich verder doorzet als gevolg van klimaatverandering of de komende jaren weer ombuigt.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 17.08.10.png

Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van de jaarlijkse gemiddelde afvoer. De lijn van het 15-jarig gemiddelde begint bij 1925 en dat punt staat voor de periode 1911-1925. Voor het 30-jarig gemiddelde begint de lijn bij 1940.
Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van de jaarlijkse gemiddelde afvoer. De lijn van het 15-jarig gemiddelde begint bij 1925 en dat punt staat voor de periode 1911-1925. Voor het 30-jarig gemiddelde begint de lijn bij 1940.

Bij het verloop van de hoogste afvoeren die jaarlijks optreden zien we vergelijkbare schommelingen. Er is een duidelijke relatie tussen een hoge gemiddelde afvoer en het optreden van hoge piekafvoeren. Bij het 15-jarig gemiddelde zien we duidelijke dalen rond de '40-er en het begin van de '80-er jaren als gevolg van de langere droge periodes in de perioden daarvoor. Medio '80-er jaren begint het 15-jarig gemiddelde dan sterk te stijgen als gevolg van de vele hoogwaters tussen 1985 en 2003. De gemiddelde topafvoer stijgt in die periode met ca 40% van ca 1250 naar 1750 m3/s.

Even zo snel als de lijn gestegen is, is er na 2003 ook weer sprake van een daling en het 15-jarig gemiddelde van de hoogste jaarlijkse afvoeren is nu al weer tot nabij de 1300 m3/s gezakt, bijna net zo laag als na de droge jaren '70. Het 30-jarig gemiddelde volgt vertraagt. Hierin bevinden zich nog alle hoogwaters uit de jaren '90, maar ondanks dat is de lijn nu weer gaan dalen. 

Schermafbeelding 2020-01-05 om 17.08.42.png

Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van de jaarlijkse hoogste afvoer. De lijn van het 15-jarig gemiddelde begint bij 1925 en dat punt staat voor de periode 1911-1925. Voor het 30-jarig gemiddelde begint de lijn bij 1940.
Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van de jaarlijkse hoogste afvoer. De lijn van het 15-jarig gemiddelde begint bij 1925 en dat punt staat voor de periode 1911-1925. Voor het 30-jarig gemiddelde begint de lijn bij 1940.

Piekafvoeren in de Maas duren altijd naar kort en om een idee te krijgen van de trends die optreden in de hogere afvoeren heb ik daarom ook het verloop van het aantal dagen met een hoge tot zeer hoge afvoer (>1000 m3/s) op een rij gezet (zie figuur hierna). Deze afvoer is een belangrijke indicator voor de Maas omdat vanaf die waarde een flink regengebied voldoende is voor een zeer hoge afvoer van 2000 m3/s of meer. Als we naar het verloop kijken, dan valt op dat in de eerste helft van de vorige eeuw er nauwelijks veranderingen waren. In de loop van de '60-er jaren is er dan een lichte toename gevogd door een wat duidelijkere daling als gevolg van de droge '70-er jaren. 

Zeer opvallend is daarna de stijging die in de '80-er en '90-er jaren optreedt en gemiddeld over 15 jaar is er een meer dan verdubbeling van het aantal dagen met een afvoer boven de 1000 m3/s. Maar wat we ook al bij de hoogste afvoeren zagen is dat dit aantal vanaf het begin van de jaren '00 weer ius gaan dalen en zich nu weer op een zeer laag niveau bevindt. Dagen met hoge afvoeren komen dus duidelijk minder vaak voor dan enkele decennia geleden en ook de jaarlijks hoogste afvoer is al enige tijd aan het dalen.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 17.09.52.png

Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen met een hoge tot zeer hoge afvoer (>1000 m3/s).
Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen met een hoge tot zeer hoge afvoer (>1000 m3/s).

Eerder zagen we dat er de laatste 30 jaar relatief meer dagen waren met een lage tot zeer lage afvoer. Door middel van het verloop van het 15- en 30-jarig gemiddelde kunnen we nagaan of dit een ontwikkeling is van de laatste tijd of dat er eerder ook al langere perioden met veel lage afvoeren zijn geweest (zie figuur hierna).

Het verloop van het aantal dagen met een lage afvoer  is ongeveer de tegenhanger van die van de gemiddelde afvoer. In de eerste decennia van de vorige eeuw waren er maar weinig dagen met een lage afvoer, maar dit aantal stijgt gestaag naar eerst een piek na de relatief droge '40-er en '50-er jaren. Na een korte daling is er dan een zeer sterke toenam als gevolg van de zeer droge '70-er jaren. Zoals we eerder zagen waren de '80-er jaren erg nat en het aantal dagen met een lage afvoer neemt in die periode weer sterk af.

Opvallend is dat het aantal na de sterke daling in de '80-er jaren niet opnieuw sterk stijgt. Eerder zagen we in de figuur met de afvoerklassen dat er de laatste 15 en 30 jaar wel meer dagen waren met een lage afvoer dan het langjarig gemiddelde, maar dat levert nu nog geen uitzonderlijke situatie op.

Vooral de laatste 5 jaar waren er veel dagen met een lage afvoer, maar gemiddeld over de afgelopen 15 jaar is dat toch nog niet heel bijzonder. Daar hebben we nu te maken met ruim 45 dagen met een afvoer <65 m3/s, maar na de '70-er jaren waren dat er ruim 65 en ook het 30-jarig gemiddelde ligt met ca 45 nog ruim onder de hoogste waarden van ca 55. Het is afwachten wat de komende jaren gaan brengen, of het aantal dagen met lage afvoeren blijvend hoog zal zijn, of dat er weer een teruggang volgt zoals de Maas eerder heeft laten zien.

Schermafbeelding 2020-01-05 om 17.09.43.png

Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen met een zeer lage afvoer (< 65 m3/s).
Verloop van het 15-jarig en het 30 jarig gemiddelde van het aantal dagen met een zeer lage afvoer (< 65 m3/s).