U bent hier

Weinig neerslag in de stroomgebieden en dalende waterstanden

Het weerbeeld van de komende week lijkt veel op dat van de afgelopen week. Een groot hogedrukgebied boven Midden en Zuid Europa bepaalt het weer in de stroomgebieden en houdt neerslaggebieden op afstand. Dat was ook de verwachting van de vorige week, maar toen wist een regenzone toch nog wat verder door te dringen dan eerder verwacht, waardoor er voldoende regen viel voor een korte opleving van de waterstanden. De verwachting voor de komende week lijkt daar geen ruimte voor te geven. In dit weer- en waterbericht leest u wat dat voor de waterstanden in de Rijn en de Maas betekent. In het tweede deel van dit bericht een analyse van de waterstanden in de Waal bij Tiel. Vijf jaar geleden zijn hier langsdammen aangelegd in het zomerbed en de verwachting is dat dat invloed heeft op het verloop van de waterstanden bij verschillende afvoeren. Aan de hand van enkele grafieken laat ik zien wat daar tot nu toe van te merken is.

Hogedrukgebieden houden neerslag op afstand

Het hoge drukgebied dat zich rond de jaarwisseling boven Midden en Zuid Europa positioneerde (een zogenaamd Eurohoog) houdt ook de komende week nog stand. Lagedrukgebieden blijven op grote afstand boven de Atlantische Oceaan en de neerslagzones weten soms nog wel Nederland te bereiken, maar het lukt ze niet om veel verder het continent op door te dringen. Het hogedrukgebied schuift bij de nadering van een regenzone steeds wel wat naar het zuidoosten, maar herstelt zich na de passage van het regenfront weer.  De weersverwachting lijkt wat dit betreft veel op die van vorige week. 

Toch was er de afgelopen week een lagedrukgebied dat het lukte om een wat zuidelijkere koers te volgen. Dit zorgde op donderdag en vrijdag voor voldoende regen in de Ardennen om de Maas de dagen erna wat  te laten stijgen. Ook de heuvelgebieden in Midden Duitsland ontvingen voldoende regen om de daling van de Rijn even te onderbreken. Toen ik mijn waterbericht vorige week zondag schreef was dit nog niet voorzien; gelukkig zorgt het weer soms ook nog voor verrassingen. 

Inmiddels heeft het hogedrukgebied zijn invloed weer wat uitgebreid en als dinsdag een nieuwe regenzone nadert ziet het er nu toch echt naar uit dat die de stroomgebieden van Maas en Rijn niet bereikt. Ook de rest van de wek blijft het droog. Na vrijdag lijkt er wel wat meer verandering te komen in de luchtdrukverdeling. Het hogedrukgebied splitst zich in tweeën, waarvan er een naar het westen en de ander naar het oosten schuift.

Het is nog onduidelijk wat er daarna gebeurt. Er is een kans dat het hogedrukgebied op de Atlantische Oceaan ons weer gaat bepalen, waardoor er een noordwesten wind opsteekt die koudere lucht aanvoert. Dat levert dan mogelijk weer eens wat sneeuw op voor de Alpen. Tot medio december groeide het sneeuwdek daar flink aan, tot boven het langjarig gemiddelde, maar inmiddels is het er al 3 weken droog en slinkt het sneeuwdek weer langzaam. Een andere optie is dat de zuidwestelijke stroming aanhoudt en het weer wat wisselvalliger wordt. In geen van beide opties lijkt er een heel natte periode aan te komen met weer flink stijgende waterstanden.

Samengevat deze week dus vrijwel overal droog met dalende waterstanden. Vanaf komend weekend verandert het weerbeeld waarschijnlijk wel, maar er is voorlopig geen zicht op een veel nattere periode met weer sterker stijgende waterstanden.

Rijn stijgt t/m maandag, daarna weer dalend

De Rijn daalde de hele afgelopen week tot net onder de 9 m+NAP bij Lobith; de afvoer daarbij bedroeg 2000 m3/s. Vanaf  zaterdag kwam het water aan van de regen die op donderdag en vrijdag in Midden Duitsland was gevallen. Het gaat om een bescheiden stijging tot een stand van ca 9,4 m+NAP in de nacht van maandag op dinsdag. Daarna hervat de dalende trend zich en deze houdt waarschijnlijk aan tot na het volgend weekend.

De eerste dagen zakt de stand dan met ca 20 cm per dag, later afnemend naar 10 cm per dag. Op donderdag zakt de stand dan onder de 9 m en op zaterdag onder de 8,75 m. Waarschijnlijk wordt in het begin van de week daarna de 8,5 m onderschreden.

Als er rond het volgend weekend dan weer wat neerslag gaat vallen in het stroomgebied, dan volgt vanaf het midden van de week daarna pas weer een lichte stijging. Een sterkere stijging is voorlopig niet in zicht.

Maas daalt deze week

De regenval in de Ardennen op donderdag en vrijdag zorgde voor een kleine piek in de Maas. Op zaterdag kwam de afvoer bij Maastricht tot ongeveer 600 m3/s. Voor de winter is dat een normale, iets verhoogde afvoer. Inmiddels is de afvoer weer wat gaan dalen en die daling houdt waarschijnlijk de hele week aan. Alleen oo dinsdag wordt er wat regen verwacht in de Ardennen, maar dat zorgt hoogstens voor een vertraging van de dalende trend.

De rest van de week blijft het droog en pas rond het komend weekend kan er weer wat neerslag gaan vallen. Ook dan worden geen grote hoeveelheden verwacht en een sterkere stijging van de Maas is dan ook niet in beeld. Al met al verwacht ik de komende dagen een dalende trend, waarbij de afvoer eerst met can 75 m3 per dag daalt tot ca 400 m3/s op dinsdag. Vanwege de neerslag op dinsdag kan die afvoer een dag of 2 aanhouden, wsaarna vanaf donderdag de daling weer inzet met ca 50 m3 per dag. In het volgend weekend verwacht ik dan een afvoer van ca 300 m3/s. Pas in het begin van de week daarna is er weer een (lichte) stijging mogelijk als er inderdaad neerslag valt in het komend weekend.

Effecten van langsdammen op de waterstanden in de Waal

In het kader van het project Ruimte voor de Rivier zijn er op tientallen plaatsen in het stroomgebied van de Rijn maatregelen genomen om de waterveiligheid bij extreme hoogwaters te vergroten. Er zijn nevengeulen gegraven, uiterwaarden verlaagd, kribben verlaagd, bypasses aangelegd en hier en daar is ook de bestaande dijk versterkt. Een bijzondere maatregel, die ook deel uitmaakte van het project, was het vervangen van kribben door zogenaamde langsdammen.

Dit project vond plaats in een traject van de Waal nabij Tiel. Hier werden over een lengte van 10 kilometer de kribben op een van de oevers verwijderd en vervangen door een langsdam. Op de luchtfoto hieronder is de langsdam goed te zien op de zuidelijke oever van de Waal. Op de noordelijke oever is de situatie ongewijzigd en liggen de traditionele kribben nog.

Schermafbeelding 2020-01-12 om 14.29.51.png

Satellietfoto van de Waal nabij Tiel met een langsdam op de zuidelijke oever van het zomerbed en kribben op de noordelijke oever.
Satellietfoto van de Waal nabij Tiel met een langsdam op de zuidelijke oever van het zomerbed en kribben op de noordelijke oever.

Een langsdam is een dam die parallel aan de stroomrichting van de rivier loopt, dit in tegenstelling tot kribben die er loodrecht op staan. De langsdam spltst de rivier in een hoofdgeul en een oevergeul. Doordat de rivier meer ruimte krijgt (de kribben blokkeren een deel van de stroom) hebben ze een positief effect op de waterveiligheid (lagere waterstand bij hoge afvoeren).

Tegelijkertijd moeten de langsdammen er bij lage rivierafvoeren voor zorgen dat het waterpeil in de hoofdstroom wat hoger wordt. Dit gebeurt enerzijds doordat de langsdam wat verder van de oever af ligt dan voorheen de krib en het zomerbed dus iets smaller is, wat voor de opstuwing zorgt. Daarnaast wordt verwacht dat de bodem van de rivier wat hoger komt te liggen, wat dan ook voor een lichte stijging van de waterstanden zal zorgen. Bij hogere afvoeren verdeelt het water zich vanaf nu namelijk over een bredere bedding en daardoor neemt de stroomsnelheid wat af en wordt zand op de bodem minder snel getransporteerd, waardoor de bodem weer wat hoger kan komen te liggen.

Als het inderdaad lukt om de bodem wat te laten stijgen, dan zou dat goed nieuws zijn. Al sinds de aanleg van de kribben ca 150 jaar geleden kampen de Nederlandse rivieren met een dalende bodem. Lokaal bedraagt die daling inmiddels meer dan 2,5 meter en dat zorgt voor steeds meer problemen voor scheepvaart, natuur, waterwinning etc. Anders dan de andere Ruimte voor de Rivierprojecten had het langsdammenproject daarom als extra doelstelling om de bodemdaling een halt toe te roepen. Het project bij Tiel is een pilot waar nu ervaring wordt opgedaan.

Uit interesse voor de ontwikkelingen heb ik steeds de waterstanden bijgehouden die er bij het meetpunt Tiel zijn opgetreden. Ik heb over de periode van de afgelopen 10 jaar van alle pieken en dalen die zijn opgetreden bij dit meetpunt de waterstanden genoteerd, zodat ik ze van jaar tot jaar kan vergelijken. In de grafiek hieronder zijn al deze metingen uitgezet. Op de horizontale as staan de afvoergegevens van de Rijn bij Lobith en op de vertikale as de waterstand bij Tiel. De blauwe punten zijn de waarnemingen van de pieken en dalen die zijn opgetreden t/m 2015, de datum dat de langsdammen in werking gingen, en de rode punten zijn van daarna.

Schermafbeelding 2020-01-12 om 15.06.16.png

Verloop van de waterstanden bij Tiel bij toenemende rivierafvoer. In blauw de metingen van voor de aanleg van de langsdammen, in rood die van daarna.
Verloop van de waterstanden bij Tiel bij toenemende rivierafvoer. In blauw de metingen van voor de aanleg van de langsdammen, in rood die van daarna.

De grafiek laat zien hoe de waterstand stijgt bij toenemende afvoer. De metingen van voor 2016 liggen allemaal hoger dan de metingen vanaf 2016. Bij de lagere afvoeren gaat het om kleine verschillen (orde 5 tot 10 cm), maar bij de hogere afvoeren loopt dit op tot 20 à 25 cm. De waterstanden zijn, vooral bij de hogere afvoeren, dus flink lager geworden in de afgelopen jaren. De waterveiligheid is dus inderdaad toegenomen. (Een disclaimer hierbij is wel dat het in deze analyse nog steeds om relatief beperkte afvoeren gaat. De afvoer waarop we onze veiligheid hebben ingericht bedraagt 16.000 m3/s en het is op grond van deze gegevens niet te zeggen wat bij die afvoer het effect zal zijn; waarschijnlijk wordt het bij de hogere afvoeren weer iets kleiner.)

Uit deze metingen is niet meteen op te maken of de daling van de waterstanden het gevolg is van de langsdammen of van de bodemdaling; beide zou kunnen. In de volgende grafiek heb ik daarom de gegevens verder opgesplitst en heb ik de periode voor de aanleg in tweeën opgedeeld. De metingen uit de middelste periode, dus van net voor de aanleg, bevinden zich duidelijk tussen beide andere metingen in. Alleen in de range onder de 2000 m3/s lijkt dit minder duidelijk. 

Schermafbeelding 2020-01-12 om 15.07.30.png

Verloop van de waterstanden bij Tiel bij toenemende rivierafvoer. In blauw de metingen van 2008 t/m 2011, in oranje van 2012 t/m 2015 en in rood vanaf 2016, na de aanleg van de langsdammen,.
Verloop van de waterstanden bij Tiel bij toenemende rivierafvoer. In blauw de metingen van 2008 t/m 2011, in oranje van 2012 t/m 2015 en in rood vanaf 2016, na de aanleg van de langsdammen,.

Om dit wat beter te kunnen bekijken, heb ik voor de lagere afvoeren de grafiek uitvergroot. Dit is in de figuur hieronder weergegeven. We zien daarin dat de verschillen bij de hogere afvoeren duidelijk het grootst zijn. De daling vanaf 2016 is voor de afvoeren vanaf ca 1800 m3/s duidelijk groter dan voor de periode tussen 2012 en 2015. De langsdammen lijken de waterstanden bij deze afvoeren dus wat extra naar beneden te hebben gebracht.

Schermafbeelding 2020-01-12 om 15.07.46.png

Verloop van de waterstanden bij Tiel bij de lagere rivierafvoeren. In blauw de metingen van 2008 t/m 2011, in oranje van 2012 t/m 2015 en in rood vanaf 2016, na de aanleg van de langsdammen,.
Verloop van de waterstanden bij Tiel bij de lagere rivierafvoeren. In blauw de metingen van 2008 t/m 2011, in oranje van 2012 t/m 2015 en in rood vanaf 2016, na de aanleg van de langsdammen,.

Bij de afvoeren onder de 1500 m3/s is dit effect minder groot. De rode punten liggen nog wel onder de blauwe en de oranje, maar de verschillen zijn maar klein. Met name in de range tussen 1000 en 1300 m3/s liggen de rode punten vrijwel gelijk met de oranje punten. Daaronder liggen de rode punten weer duidelijk lager. Deze dateren echter uit najaar 2018 toen er veel Waalwater via het Amsterdam Rijnkanaal werd afgevoerd, wat de standen bij Tiel wat extra verlaagde. Er is dus geen sprake meer van een daling, maar een stijging is zeker ook niet te zien.

Om de invloed van de langsdammen nog wat beter te kunnen begrijpen heb ik dezelfde grafiek ook gemaakt voor het stroomopwaarts gelegen meetpunt, bij Dodewaard (zie hierna). Hier is geen langsdam aangelegd, maar zijn in het kader van Ruimte voor de Rivier de kribben verlaagd. Dit betekent dat de kribben er nog wel liggen, maar ca 2 meter lager zijn. Bij hogere afvoeren leidt dit dan tot een waterstandverlaging, maar bij de lagere afvoeren zou er dan geen invloed op de waterstanden mogen zijn.

Schermafbeelding 2020-01-12 om 15.08.00.png

Verloop van de waterstanden bij Dodewaard bij de lagere rivierafvoeren. In blauw de metingen van 2008 t/m 2011, in oranje van 2012 t/m 2015 en in rood vanaf 2016, na de aanleg van de langsdammen.
Verloop van de waterstanden bij Dodewaard bij de lagere rivierafvoeren. In blauw de metingen van 2008 t/m 2011, in oranje van 2012 t/m 2015 en in rood vanaf 2016, na de aanleg van de langsdammen.

Als we naar de waterstanden bij Dodewaard kijken, dan zien we dat die bij alle afvoeren in de laatste periode duidelijk onder die van de eerdere perioden liggen. We zien ook dat dit effect bij de hogere afvoeren, vooral boven de 1500 m3/s als de kribben gaan overstromen, ook groter wordt. Bij Dodewaard zien we dus dat de bodemdaling (het enige proces dat effect heeft bij de laagste afvoeren) nog steeds voor een flinke daling van de waterstanden zorgt.

De daling is er veel groter dan bij Tiel, waar de waterstanden bij de lagere afvoeren stabiel waren of maar weinig gedaald. Als we naar afvoeren tussen de 1000 en 1250 m3/s kijken, dan zijn die bij Dodewaard nu ca 10 - 15 cm lager dan in de periode tussen 2012 en 2015 en ca 20 - 30 cm lager dan in de periode van 2008 tot 2011. Bij Tiel gaat het om dalingen in de orde van ca 5 cm, dus duidelijk minder. 

De langsdammen lijken dus wel enig effect te hebben. Vooral bij de hogere afvoeren (> 2000 m3/s) zorgen ze voor de verwachte daling. Bij de lagere afvoeren is ook nog steeds sprake van een daling van de waterstanden, maar die is veel kleiner dan op andere locaties in de rivier. De bodemdaling lijkt bij Tiel gestopt, of in ieder geval veel kleiner te zijn dan stroomopwaarts in de rivier.