U bent hier

Droog weer en dalende waterstanden houden voorlopig aan

Na enkele weken met meer neerslag in de stroomgebieden is het nu al weer een hele week droog en ook de komende week blijft dat zo. Hogedrukgebieden maken die dienst uit en regengebieden blijven op grote afstand. Een verandering in dit weerbeeld is nog niet in zicht. De Rijn zal daarom de hele week blijven dalen en de Maas blijft op het huidige erg lage niveau.

Gewoonlijk gaat het over wisselende waterstanden in dit bericht, maar niet alleen het water in Nederland is beweeglijk, de bodem blijkt dat ook te zijn. Dat is nu in beeld gebracht in de bodemdalingskaart van Nederland. In het tweede deel van dit bericht een uitstapje naar de verschijnselen die de kaart laat zien en die vaak ook met het waterbeheer te maken blijken te hebben. 

Volgend weekend pas weer kans op enige neerslag

De tweede helft van augustus en de eerste paar dagen van september verliepen met wisselvallig weer: er passeerden regelmatig regengebieden of er vielen buien. Dat weertype heeft nu plaats gemaakt voor langdurig droog weer. Afgelopen week vestigde een hogedrukgebied zich boven Europa en regenzones vanaf de Atlantische Oceean moesten sindsdien een noordelijke koers gaan volgen, waarbij ze soms nog net het noorden van Nederland schampten. 

Het hogedrukgebied ligt er nog steeds, maar trekt de komende dagen verder naar Oost-Europa. Daardoor draait de wind bij ons naar het zuidoosten en wordt het eerst een paar dagen flink warmer. Na woensdag neemt een nieuw hogedrukgebied op de Atlantische Oceaan het stokje over van zijn voorganger. Dit hoog trekt via het Verenigd Koninkrijk naar het Europese continent. De wind daar vooruit draait boven onze omgeving naar het noord(oost)en, waardoor het weer wat koeler wordt, maar het droge weer houdt aan. Alleen in de Alpenregio kunnen op woensdag en donderdag enkele buien ontstaan, maar dit heeft weinig tot geen invloed op de Rijnafvoer.

Pas volgend weekend is de verwachting dat een lagedrukgebied kan ontstaan boven de Golf van Biskaje wat voor meer onstabiliteit gaat zorgen in de stroomgebieden. Zondag of maandag lijkt er dan voorlopig een einde te komen aan het droge weer. De regenhoeveelheden die verwacht worden zijn echter niet zo groot, dus zal de invloed op de rivierafvoeren beperkt blijven.

Of dit onstabiele weer de overgang inluidt naar een meer wisselvallig weertype is echter nog onduidelijk. De luchtdruk op de Noordelijke Atlantische Oceaan blijft ook na het weekend nog hoog en het ziet er niet naar uit dat daarvandaan regengebieden zijn te verwachten. De kans op een terugkeer van het droge weer is daarom groot, maar wellicht heeft het weer een verrassing in petto. Volgende week is hier meer over te zeggen.

Rijn daalt deze week naar 1000 m3/s (7,2 m +NAP bij Lobith)

Na de kleine golf Alpenwater die vorig weekend passeerde, daalde de Rijn hele week en inmiddels is de waterstand bij Lobith al 1 meter gezakt (van 8,7 naar 7,7 m +NAP) en de afvoer ruim 500 m3/s lager (van 1750 naar 1200 m3/s). De komende week zet de daling door, maar wel minder snel. Tot donderdag gaat de afvoer per dag met ca 40 - 50 m3/s omlaag en zakt de waterstand met zo'n 10 cm per dag. Daarna vertraagt de daling verder en komend weekend wordt dan de 1000 m3/s onderschreden en zakt de stand onder de 7,2 m bij Lobith.

Ook daarna zakt de afvoer nog water verder en anders dan 2 weken geleden zal de 1000 m3/s nu wel wat verder onderschreden worden. Ik ga er nu vanuit dat in de week na komend weekend de afvoer tot 950 m3/s kan dalen of nog wat lager. De waterstand komt dan uit op 7 m+NAP of nog iets lager. Of de afvoer zover zakt hangt wel af van de regenval die vanaf zondag in het stroomgebied kan gaan vallen. Mogelijk dat dit in het begin van de week na komend weekend al wel voor een kleine opleving kan zorgen, wat de dalende lijn dan zal vertragen. 

Maas blijft onverminderd laag

Terwijl begin september in het noorden van Nederland en ook in de Alpen nog aardig wat regen viel, bleef het in een brede zone over België, Noord Frankrijk en Midden Duitsland geheel droog. De Maas ontvangt zijn water uit het Waalse en Franse deel van dit gebied en vanwege de droogte is de afvoer daarom onverminderd laag. Bij Maastricht daalde de gemiddelde dag-afvoer de afgelopen week van net iets boven de 30 m3/s, naar net iets er onder.

Inmiddels is de afvoer bij Maastricht deze zomer al ca 70 dagen onder de 50 m3/s gebleven en bijna 20 dagen onder de 30 m3/s. Dit zijn zeer lage afvoeren omdat de gemiddelde zomerafvoer normaal zo'n 100 m3/s bedraagt. Ook de 3 voorgaande jaren was de zomerafvoer erg laag en de Maas is dus aan een bijzondere reeks van droge zomers bezig. 

Voorlopig zijn dit echter nog geen recordlange perioden van lage afvoeren. In het verleden is het al zo'n 10 keer eerder voorgekomen dat de Maasafvoer langdurig erg laag was. Zoals het legendarische jaar 1976 met 200 dagen onder de 50 m3/s en 150 dagen onder de 30 m3/s. Maar ook minder uitzonderlijke jaren zoals 1934, 1947, 1964 en 1971 hadden bijna 150 dagen met een afvoer onder de 50 m3/s. Ter vergelijking het voor ons bekende droogtejaar 2018 had er 'slechts' 125. 

Het kan dus nog veel extremer bij de Maas dan we dit jaar meemaken. Nu liepen de perioden met lage afvoeren in deze eerdere jaren vaak nog wel lang door, tot in oktober of zelfs november. Dit jaar kan dus nog dichterbij komen. De komende week tot 2 weken wordt daar ook hard aan gewerkt. De droogte in het stroomgebied houdt namelijk nog tot in het volgend weekend aan en ook daarna wordt niet veel regen verwacht. Voorlopig blijft de Maasafvoer bij Maastricht daarom nog schommelen tussen de 25 en 30 m3/s.

Nederland daalt, op enkele uitzonderingen na

De afgelopen week werd de bodemdalingskaart van Nederland gepresenteerd. Dankzij nieuwe aparatuur, waarmee satellieten zijn uitgerust, is het mogelijk om tot op minder dan een millimeter nauwkeurig de hoogte van Nederland te bepalen. En omdat deze satlliet iedere paar dagen opnieuw over Nederland vliegt, kan een langere tijdreeks opgemaakt worden en kan nagegaan worden of een locatie daalt of stijgt. De figuur hieronder toont de bodemdalingskaart van Nederland, met in geel en rood de locaties die langzaam tot snel dalen en in blauw waar het land stijgt.

Bodemdaling NL.jpg

Bodemdalingskaart van Nederland. De gemarkeerde locaties worden verderop in de tekst genoemd. (bron: https://bodemdalingskaart.portal.skygeo.com/portal/bodemdalingskaart/u1/viewers/basic/)
Bodemdalingskaart van Nederland. De gemarkeerde locaties worden verderop in de tekst genoemd. (bron: https://bodemdalingskaart.portal.skygeo.com/portal/bodemdalingskaart/u1/...)

We zijn er aan gewend dat de waterstanden in Nederland dalen en stijgen, maar wat misschien veel minder mensen zich realiseren is dat ook de bodem niet stil ligt. Zo spelen er processen diep in de aarde die ons land op sommige plekken een beetje optillen en op andere juist laten dalen. Deze processen hebben we zelf hier en daar wat versneld door gas en zout te winnen, waardoor op die plaatsen de diepe ondergrond sneller en verder inzakt.

Maar ook dichter aan het aardoppervlak gebeurt er van alles in de bodem. Een bodem die uit veen bestaat, kan namelijk langzaam oplossen als hij aan zuurstof wordt blootgesteld. Dit gebeurt op veel plaatsen in West en Noord-Nederland waar de bovenste meters van de bodem uit veen zijn opgebouwd. Maar ook als zand- of kleibodems opdrogen zakken ze wat in en daalt het oppervlak. Dit proces kan echter weer omkeren als de bodem later weer natter wordt; bij veen gebeurt dat niet, dat is voor altijd verdwenen.

Tenslotte daalt de bodem in Nederland ook op plaatsen waar we hem in het verleden hebben opgehoogd. Ten behoeve van woningbouw, havenactiviteiten, maar ook wegen en spoorlijnen hogen we de bodem meestal eerst op met een laag zand van enkele meters dik. Vanwege de druk van het gewicht wordt de ondergrond, die meestal uit klein en veen bestaat, wat ingedrukt, zodat er een dalende beweging ontstaat.

Tegenover al die dalende bewegingen staan maar heel weinig stijgende. Alleen aan de randen van ons land, waar de zee kwelders en zandplaten kan overspoelen voert het water klei en zand aan waardoor het land er wat kan ophogen. Op een klein oppervlak vinden hier nog de processen plaats die vroeger in heel het aan de zee grenzende deel van Nederland actief waren. Zij bouwden toen Nederland beetje bij beetje op zodat het uiteindelijk tot boven de zeespiegel uitsteeg. Sinds we onze kustlijn hebben bedijkt is daar een einde aan gekomen en is het land bijna overal gaan dalen.

Hieronder een paar details uit de kaart, die de hierboven beschreven processen nader toelichten .

Schermafbeelding 2020-09-13 om 11.36.10.png

Bodembewegingen langs breuken in Zuid Limburg
Bodembewegingen langs breuken in Zuid Limburg

In het zuiden van Limburg ligt een opvallende blauwe strook. Hier stijgt de bodem met enkele mm's tot een halve cm per jaar. Van noordwest naar zuidoost lopen hier enkele breuken die tot kilometers diep doorgaan in de ondergrond. Enorme bodemmassa's worden aan de ene kant van de breuk opgetild, wat de blauwe kleur verklaart, terwijl aan de andere kant van de lijn de bodem licht daalt. Iets verder naar het noorden ligt nog een tweede breuk, waarachter de bodem nog wat sneller daalt met enkele millimeters per jaar. 

Het verschil tussen het blauwe en oranje deel bedraagt bijna 1 cm. Dat lijkt niet veel, maar dat betekent wel dat over één eeuw het hoogteverschil met 1 meter is opgelopen.

Schermafbeelding 2020-09-13 om 11.34.45.png

Bodemdaling in Noord Nederland.
Bodemdaling in Noord Nederland.

Aan de andere kant van Nederland daalt het land lokaal nog sneller. Als gevolg van gas- en zoutwinning ontstaan er ruimtes in de ondergrond die zich vervolgens opvullen doordat de bodem daalt. Het Groninger gasveld springt het meest in het oog, maar verder naar het westen liggen ook nog enkele gasvelden en vindt ook zoutwinning plaats.

De bodemdaling bedraagt hier lokaal meer dan 1 cm per jaar. Behalve de aardbevingen die voor schade zorgen wordt het ook lastiger om het gebied droog te houden, want het afschot in sloten kan veranderen als een gebied harder daalt dan een ander. En het kost meer energie om het overtollige water uit te malen naar het buitenwater.

Schermafbeelding 2020-09-13 om 11.42.46.png

De Peelrandbreuk doorsnijdt Brabant en uitdrogende natuurgebieden
De Peelrandbreuk doorsnijdt Brabant en uitdrogende natuurgebieden

De figuur hierboven loopt door het oosten van Brabant, ter hoogte van Helmond. Op de kaart valt een lijn op die van zuid naar noord loopt. Dit is de Peelrandbreuk, die net als de breuken in Limburg zorgt voor grootschalige aardbewegingen. Het oostelijke blok ligt ongeveer stil, terwijl het westelijke blok een paar mm per jaar daalt. Het is een proces dat al miljoenen jaren actief is en ongeveer opd e plaats van de breuk vinden we in het landschap daarom ook een terreinsprong ven enkele meters. Ieder jaar komt daar een klein beetje bij. 

Op de kaart zijn ook enkele opvallende rode vlekken te zien. Dit zijn grote natuurgebieden zoals de Groote Peel. Door uitdroging van de bodem in de afgelopen droge jaren is het maaiveld hier de afgelopen jaren gemiddeld gezakt. Het is de varag of het gebied weer wat terugveert als het de komende jaren weer natter zal zijn, of dat het blijvend is omdat door de droogte ook organisch materiaal in de bodem versneld is verteerd. 

Schermafbeelding 2020-09-13 om 11.49.21.png

Bodemdaling in veenbodems in Zuid Holland.
Bodemdaling in veenbodems in Zuid Holland.

De bodemdalingskaart laat vooral de locaties zien waar bebouwing en wegen liggen. De eerste kaart hierboven is daarom niet zo representatief voor Nederland, omdat die gebieden zich altijd wat anders gedragen dan de niet bebouwde omgeving. Soms is er op de kaart echter ook een stukje gebied buiten de woningen zichtbaar, zoals hierboven te zien is. Het ligt het meetpunt in een weiland dat een venige bodem heeft. De grafiek, met de tientallen metingen die er sinds 2015 door de satelliet op deze plaats zijn verricht, laat goed zien dat de bodem er vrij snel daalt, met gemiddeld ca 1,7 cm per jaar.  

Het is een van problemen waar vooral het westen en noorden van Nederland mee kampt, in gebieden waar de bodem op veel plaatsen uit veen bestaat. Om hier landbouw te kunnen bedrijven, moet het land ontwaterd worden en daardoor verteert het veen en blijft er uiteindelijk niets van over. Dit proces speelt al sinds het jaar 1000 toen het veen voor het eerst werd ontgonnen. Toen lag het gebied naar schatting nog 3 tot 5 meter boven de zeespiegel, inmiddels ligt het er 2 meter onder. Zolang het gebied ontwaterd blijft worden, zal de bodemdaling zich nog blijven doorzetten. Of het veen moet opraken, maar dat zijn we nog weer zo'n 3 tot 5 meter verder.

Schermafbeelding 2020-09-13 om 11.52.58.png

Een stenen oeverbescherming zakt langzaam in de ondergrond weg.
Een stenen oeverbescherming zakt langzaam in de ondergrond weg.

De foto hierboven toont het eilandje de Kreupel dat in het IJsselmeer ligt. Het is ooit opgeworpen als broedgebied voor vogels. Om afslag van het zandige eiland te voorkomen is een stenen rand rondom gelegd die tot net boven water uitsteekt en zo de golven breekt. Door het grote gewicht van de stenen zakt de dam heel langzaam weg in de ondergrond, die hier grotendeels uit zand en klei bestaat. De zaksnelheid bedraagt hier zo'n 7 mm per jaar. Dat betekent dat de dam over 25 jaar zo'n 20 cm is gezakt en dat het dan nodig zal zijn om hem een keer aan te vullen, anders lopen de golven er voortaan overheen.

Het is vooral vanwege dit soort verschijnselen dat de bodemdalingskaart in eerste instantie is gemaakt. Het biedt de beheerders van ons land houvast bij waar ze wel en niet moeten ingrijpen. Wie de kaart wat beter bekijkt zal zien dat alle infrastructurele werken en bouwlocaties in Nederland langzaam zakken; net als de rand door het eiland de Kreupel. Het gaat niet heel snel, met zo'n 5 tot 7 mm per jaar, bij nieuwe projecten vaak nog iets sneller. 

Schermafbeelding 2020-09-13 om 14.02.17.png

De Kwaade Hoek, een buitendijks gebied op de Kop van Goerree, waar het land langzaam stijgt.
De Kwaade Hoek, een buitendijks gebied op de Kop van Goerree, waar het land langzaam stijgt.

Het is even zoeken om op de bodemdalingskaart gebieden te vinden die stijgen ipv dalen. Ze liggen, op het stijgende gebied in Zuid-Limburg na, alleen op plaatsen waar de zee tijdens een hoge vloed een kwelder of zandplaat kan overstromen. Het stromende water voert tijdens opkomend water zand en klei mee de kwelder op en laat daar een deel van achter als het getij weer terugtrekt. De figuur hierboven laat een stukje zien van de oostpunt van de Kwaade Hoek, met dalende gebieden langs de zeereep en stijgend in het rustige gebied daarachter..

Langs de zeereep liggen hier lage duintjes die de laatste 5 jaar wat lager zijn geworden, waarschijnlijk doordat er zand is weggewaaid. Achter de duinenrij liggen kwelders en daar stijgt de bodem van jaar tot jaar een beetje. Het gaat niet heel snel, tot zo'n 5 mm per jaar, maar dat is voldoende om de zeespiegelstijging bij te houden. Die bedraagt op dit moment op wereldschaal zo'n 3 tot 4 mm per jaar; in Nederland is het wat minder, dus voorlopig is het nog genoeg.