U bent hier

Het blijft droog in de stroomgebieden; dalende waterstanden

Het hogedrukgebied weet van geen wijken; de komende 10 dagen blijft het het weer in de stroomgebieden bepalen en na een droge februarimaand gaat ook maart erg droog van start. De waterstanden in Rijn en Maas blijven daarom dalen en omdat ook op langere termijn geen nattere periode aan lijkt te breken, is voorlopig het einde van de daling nog niet in zicht. In het waterbericht leest u de verwachting voor de waterstanden in de komende 2 weken.

In de rubriek water inzicht een analyse of de huidige droogte on al iets zegt over de Rijnafvoeren in de komende maanden. Is de kans daardoor groter dat de afvoeren in het voorjaar en de zomer ook lager zijn.

water van de week

De komende week wordt geen neerslag verwacht

Een groot hogedrukgebied ten noordwesten van Schotland houdt de Atlantische Oceaan op slot en neerslaggebieden kunnen West en Centraal Europa daardoor niet bereiken. De afgelopen dagen had het hogedrukgebied zich iets terug getrokken en konden met een noordelijke stroming enkele zwakke neerslaggebieden over onze omgeving trekken, maar de hoeveelheden bleven beperkt tot enkele millimeters, in de Middelgebergten lokaal 1 tot 1,5 cm.  

De Alpen ontvingen dankzij de noordenwind ook weer wat sneeuw, maar lang niet voldoende om het grote sneeuwtekort aan te vullen. De meeste sneeuw viel ook in Oostenrijk, buiten het stroomgebied van de Rijn. Het sneeuwtekort in de Zwitserse Alpen is inmiddels historisch groot en er moet gevreesd worden dat het niet veel meer zal aangroeien. Gewoonlijk groeit het sneeuwdek in de Alpen boven de 1500 tot 2000 m nog aan tot eind maart/begin april, maar omdat het huidige droge weer nog wel even lijkt aan te houden, slinkt de kans snel dat het nog wat wordt met de sneeuwdikte.

Het hogedrukgebied bij Schotland neemt de komende dagen in kracht toe. Vorige week was de verwachting nog dat het hogedrukgebied zich naar Scandinavië zou verplaatsen, maar dat lijkt niet te gaan gebeuren. Wel vormt het in de loop van de week een uitloper naar het oosten, waardoor de wind bij ons naar het noordoosten draait. De kans op neerslag is dan nihil.

Rond het volgend weekend is de verwachting dat het hogedrukgebied wat in kracht afneemt en naar het zuiden afzakt. Het houdt echter een uitloper in oostelijke richting, tot over de stroomgebieden. Vanaf zondag 5/3 kunnen neerslaggebieden vanaf het noorden weer wat dichterbij komen, maar het ziet er niet naar uit dat ze ver door kunnen dringen in de stroomgebieden.

Het Europese weermodel laat tot woensdag 8/3 maar enkele millimeters regen vallen en de weersituatie die dan wordt verwacht, is ook niet dat het daarna ineens natter gaat worden. Het Amerikaanse weermodel bevestigt dat; dit kijkt nog een week verder vooruit en verwacht dan ook nog vrijwel geen neerslag. De kans is dus groot dat de eerste helft van maart droog gaat verlopen en dat betekent dat de waterstanden voorlopig zullen blijven dalen.

Nu al erg droog in het stroomgebied van de Rijn

De afgelopen 30 dagen is er bijna geen neerslag gevallen in het stroomgebied en dat is bijzonder, want gewoonlijk valt er in februari zo'n 50 tot 75 mm in het laagland en 100 tot 150 mm in de Middelgebergten. Alleen in het uiterste oosten van het stroomgebied van de Ruhr en de Main viel de afgelopen weken wel soms wat regen en dat leverde de Rijn nog wat extra water op.

Het zuiden van Duitsland en Zwitserland blijft vrijwel droog in februari en hier was in januari ook slechts de helft van de normale hoeveelheid regen gevallen. De oorzaak van het zeer geringe sneeuwdek in de Alpen is dan ook niet zozeer de hoge temperaturen van het begin van de winter, maar vooral het uitblijven van neerslag. De kaarten hieronder laten het neerslagtekort van dit moment goed zien. Ze laten Duitsland zien, maar in het aangrenzende deel van Zwitserland is het vergelijkbaar.

neerslagtekort stroomgebied.jpg

Neerslagafwijking in februari (links) en sinds het begin van het jaar (rechts) in Duitsland.
Neerslagafwijking in februari (links) en sinds het begin van het jaar (rechts) in Duitsland.

De kaarten laten de afwijking zien in % van de normale hoeveelheid neerslag. Er loopt een duidelijke grens vanaf Essen naar Nürnberg waar aan de zuidwestkant zeer weinig regen is gevallen. De wat nattere delen ten oosten van Dortmund, waar de Ruhr ontspringt en ten oosten van Nürnberg waar de Main ontspringt zijn hier goed te zien.

De afvoer vanuit de Bovenrijn is echter zeer laag op dit moment; met ca 725 m3/s (bij Worms) is ze maar de helft van de normale hoeveelheid in deze tijd van het jaar en ook ongeveer de laagste waarde die hier in de afgelopen 50 jaar is gemeten. De komende 10 dagen daalt de afvoer hier verder naar ca 675 m3/s en omdat de andere zijrivieren ook langzaam verder dalen, zal de Rijn ook in Nederland de komende dagen langzaam blijven dalen.

De afgelopen week bleef de waterstand in de Rijn bij Lobith ongeveer stabiel rond de 8,3 m (NAP), bij een afvoer van ca 1.500 m3/s. De komende dagen gaat daar dagelijks ongeveer 5 cm vanaf. Als aan het eind van de week de 8,1 m is bereikt, bij een afvoer van ca 1.400 m3/s, stabiliseert het enkele dagen als er een klein beetje extra water uit Zuid Duitsland arriveert. 

Vanaf het weekend gaat de daling dan weer verder en rond 8/3 zal dan de 8 m onderschreden worden, bij een afvoer van ca 1.340 m3/s. Omdat in ieder geval in het begin van de week na het volgend weekend nog vrijwel geen neerslag wordt verwacht, is de kans groot dat de waterstand nog tot het weekend van 11 en 12/3 maart blijft dalen. Tegen die tijd zal de stand rond 7,8 m zijn uitgekomen en de afvoer rond 1.250 m3/s.

Dat zou dan slechts de helft van het langjarig gemiddelde zijn. Een zo lage afvoer is echter wel vaker voorgekomen, meestal tijdens koude winters als het lang vroor en er weinig water tot afstroom kwam. De laatste keer dat de afvoer begin maart zo laag kwam was in 1996, wat ook de laatste koude winter was in Nederland met een gemiddelde temperatuur 3 graden onder het langjarig gemiddelde.

Het bijzondere is dat de lage afvoeren nu optreden tijdens een relatief warme winter. Stonden vroeger hogedrukgebieden in de winter garant voor koud weer met veel vorst, in het huidige klimaat kan het dus ook samengaan met relatief warm weer. 

Maasafvoer blijft langzaam dalen

Voor de Maas is er de afgelopen week weinig veranderd. De weinige neerslag die vanuit het noorden over Midden Europa trok, ging namelijk grotendeels aan het stroomgebied van de Maas voorbij. De afvoer bleef daarom langzaam dalen en zal dat ook de komende weken blijven doen.

Het water dat nu passeert is nog steeds afkomstig van de natte periode die in het begin van het jaar veel water bracht in het stroomgebied. Sinds het half januari droog is geworden is de afvoer heel langzaam terug gelopen. Neerslag viel er nauwelijks in die tijd en de oplevingen waren daarom heel gering.

Inmiddels is de afvoer bij Maastricht uitgekomen op ca 130 m3/s en de komende week gaat daar dagelijks een paar m3 vanaf. Aan het eind van de week verwacht ik dat de afvoer rond de 110 m3/s en in de week daarna zal ook de 100 m3/s in zicht komen, want het blijft voorlopig droog in het stroomgebied. 

Een afvoer van ongeveer 100 m3/s bij Maastricht in deze tijd van het jaar is zeer uitzonderlijk. Er zijn wel jaren dat het tot onder de 125 daalde, zoals ook in 1996 en ook in 1998, maar 100 of lager in deze tijd van het jaar nog niet. Eind maart is het al wel eens gebeurd, zoals recent nog in 2011. Nu kan de Maas ook in maart en april nog wel flink stijgen, maar dan moet er wel regen gaan vallen en voorlopig is dat nog niet aan de orde.

water inzicht

Wat zeggen de huidige lage afvoeren over de situatie later in het voorjaar en de zomer

In mijn vorige bericht schreef ik dat lage waterstanden in februari nog niet zoveel zeggen over het verloop later in het voorjaar en de zomer. Het water dat nu valt is tegen die tijd namelijk al lang weer afgevoerd en voor de waterstanden later in het jaar is het vooral van belang hoeveel regen er dan valt. Maar ik was daarmee iets te voorbarig, want er is waarschijnlijk wel invloed en ik zal dat laten zien aan de hand van een analyse van de Rijnafvoer in de maanden volgend op een droge februari-maand. . 

De belangrijkste relatie tussen een droge februari en de Rijnafvoer in de maanden daarna heeft vooral met de sneeuw in de Alpen te maken. De sneeuw die nu valt, draagt namelijk pas over enkele maanden bij aan de afvoer en is dus een factor die tot later in het seizoen doorwerkt. Weinig sneeuw in de winter zorgt voor weinig smeltwater in mei en juni en dus lagere standen in de Rijn in die periode. En omdat een groot deel van het smeltwater in eerste instantie in de Zwitserse meren wordt opgeslagen, werkt dit ook nog door tot in augustus en zelfs september.

Het smeltwater dat in de periode dat de meeste sneeuw smelt beschikbaar komt, bedraagt gemiddeld zo'n 500 m3/s bij aan de Rijnafvoer. Dat is in juni en daarmee draagt het ca 20% bij aan de afvoer in die tijd van het jaar. Later in de zomer neemt dat af tot ca 200 à 250 m3/s in augustus (dan nog ca 10 - 15%).  Het is dus zeker niet de hoofdmoot en als er voldoende regen valt, dan kan de neerslag dit makkelijk aanvullen.

Een andere factor die nog mee kan spelen is dat droge perioden vaak lang aanhouden. We hebben dat in de afgelopen jaren gezien (oa 2018 en 2022), dan droogte vaak maandenlang aanhield vanwege hardnekkige hogedrukgebieden. De ene droge maand wordt dan gevolgd door de andere en de Rijnafvoer blijft dan maandenlang relatief laag; zelfs in jaren met een gemiddeld sneeuwdek.

De afgelopen maand bedroeg de gemiddelde afvoer bij Lobith iets minder dan 1.800 m3/s en dat is ca 65% van het langjarig gemiddelde. Dit is geen uitzonderlijke waarde, sinds het begin van de metingen in 1900 waren er nog ca 20 febraurimaanden met een lagere afvoer. De laatste was in 2017, toen de gemiddelde afvoer nog iets lager was, verder zijn alle jaren van meer dan 25 jaar geleden.

Als we alle jaren nemen dat de afvoer in februari minder was dan 70% van het langjarig gemiddelde bedroeg, dan zijn dat er 33. Van de maart-maanden die op deze 33 jaren volgden, had 45% ook een afvoer lager dan 70% van de gemiddelde afvoer, terwijl dat bij een random verdeling van de maartmaanden maar 25% was geweest. Na een februari-maand met een lage afvoer volgt dus bijna 2 keer zo vaak ook een maart-maand met een lage afvoer.

Als we verder kijken in het seizoen dan neemt die kans langzaam af, maar blijft wel steeds groter dan wat je zou verwachten als er geen verband was. In de tabel hieronder is de kans weergegeven met in de bovenste rij als de maanden random verdeeld zouden zijn en in de middelste rij na een februari met minder dan 70% van de langjarige gemiddelde afvoer.

Schermafbeelding 2023-02-26 om 14.30.52.png

Kans op een maandafvoer <70% van het langjarig gemiddelde bij random verdeling en na februarimaand met <70% van de gemiddelde afvoer
Kans op een maandafvoer <70% van het langjarig gemiddelde bij random verdeling en na februarimaand met <70% van de gemiddelde afvoer

Het hele zomerseizoen en ook nog in het najaar is de kans op een maandafvoer lager dan 70% van het langjarig gemiddelde groter. In het najaar zelfs nog wat groter dan in de zomer. Vanaf november verandert dit en is de kans niet meer groter.

In de volgende tabel is dezelfde analyse ook uitgevoerd voor de situatie dat februari en maart samen een zo lage afvoer hebben. Iets waar dit jaar een grote kans op is omdat het hogedrukgebied langs stand lijkt te gaan houden. De tabel laat zien dat als de afvoer in zowel februari als maart is, de kans op een lage afvoeren in het voorjaar sterk toeneemt, maar in de zomer niet veel verandert. In het najaar is de kans weer iets groter.

Schermafbeelding 2023-02-26 om 14.38.28.png

Kans op een maandafvoer <70% van het langjarig gemiddelde bij random verdeling en na februari&maartmaand met <70% van de gemiddelde afvoer
Kans op een maandafvoer <70% van het langjarig gemiddelde bij random verdeling en na februari&maartmaand met <70% van de gemiddelde afvoer

We zien dus dat in jaren met een lage afvoer in februari en maart de kans op lage afvoeren in de maanden daarna hoger is dan op grond van een random verdeling verwacht zou mogen worden. En dit zijn dan de maanden met een erg lage afvoer, namelijk slechts 70% van het langjarig gemiddelde. Als ook gekeken wordt naar de maanden met een afvoer tussen 70 en 90% van het langjarig gemiddelde, dan is de kans daarop ook zo'n 10 tot 15% hoger is dan bij een random verdeling.

Al met al zorgt dit ervoor dat de kans dat in het voorjaar of de zomer de afvoer boven het langjarig gemiddelde uitkomt nog maar erg klein is. Zo bedraagt de kans op een afvoer van >110% van het langjarig gemiddelde in de maanden mei t/m juli maar zo'n 10%, terwijl dat bij een random verdeling op 35 tot 40% uit zou komen. De kan sop een lage afvoer in de voorzomer is dit jaar dus klein, zeker als ook maart een lage gemiddelde afvoer heeft

In de laatste figuur hieronder is voor de maanden april, juni, augustus en oktober voor alle jaren de afwijking van de afvoer tov het langjarig gemiddelde afgezet tegen de afwijking in de periode februari&maart. Als we linksboven beginnen dan zien we dat in april veel jaren in het kwadrant linksonder staan. Dit zijn de jaren met een lage afvoer in februari en maart en ook een lage afvoer in april. De meest linker stip bijvoorbeeld staat voor een jaar met ruim 65% minder water in februari&maart en ca 30% minder afvoer in april.

In deze grafiek is ook zichtbaar dat er maar weinig jaren zijn met een bovengemiddeld hoge afvoer in april; de kwadrant linksboven bevat namelijk maar weinig punten. Toch zijn ze er wel, zo was er zelfs een jaar met een 70% hogere afvoer in april dan het langjarig gemiddelde. Dat het dit jaar tot nu toe erg droog is, hoeft du nog niet te betekenen dat het later in het jaar niet alsnog verandert. Er zijn voorbeelden, maar de kans is klein.

Als we naar de trendlijn kijken in de grafiek linksboven dan laat deze een duidelijke relatie zien tussen de afvoeren in februari&maart en in april. Als ze laag zijn, dan is er vaker een lage afvoer in april en idem dit als ze hoog zijn in februari en maart, dan is de kans groter op een hoge afvoer in april. Volgens de trendlijn mogen we bij een 40% lagere afvoer in februari&maart gemiddeld genomen een ca 30% lagere afvoer in april verwachten. 

Schermafbeelding 2023-02-26 om 14.55.36.png

In elk van de grafieken is de afwijking in de maandafavoer tov het langjarig gemiddelde van ieder jaar sinds 1901 van resp april, juni, augustus en oktober (op de vertikale as) uitgezet tegen de afwijking in de  maanden februari & maart (horizontale as).
In elk van de grafieken is de afwijking in de maandafavoer tov het langjarig gemiddelde van ieder jaar sinds 1901 van resp april, juni, augustus en oktober (op de vertikale as) uitgezet tegen de afwijking in de maanden februari & maart (horizontale as).

Later in het seizoen (de andere 3 grafieken) lijkt de situatie op de eerste grafiek, maar gaandeweg verschijnen er meer jaren in het kwadrant linksboven. De invloed van weinig afvoer in het begin van het jaar wordt gaandeweg kleiner en er zijn steeds meer maanden met een hoge afvoer, ook als de afvoer eerder in het jaar laag was. In juni is de volgens de trendlijn de gemiddelde afvoer nog ca 17% lager als de afvoer in februari en maart ca 40% lager is, in augustus is dat nog ongeveer 10% en in oktober nog 5%. 

Al met al is de kans op een lage afvoer in de komende maanden dus groter dan wanneer de februari-afvoer hoog was geweest. Vooral in de maanden april t/m juni werkt een lage afvoer nog door en ook in juli en augustus is de kans nog verhoogd. Dat kan gemiddeld wel 10 tot 20% schelen van de afvoer die gemiddeld in deze maanden mag worden verwacht. Het blijft afwachten wat er precies gaat gebeuren, want mocht het een natte zomer worden, dan wordt dit effect al snel weer teniet gedaan.