U bent hier

Huidig weerbeeld houdt aan, waterstanden blijven laag

De komende week lijkt veel op de afgelopen week. Hogedrukgebieden blijven het weer bepalen en neerslag blijft op grote afstand. In de stroomgebieden blijft het nog zeker een week droog en de kans is groot dat het nog wel wat langer duurt. De waterstanden dalen langzaam verder, maar bereiken nog geen extreem lage waarden. In het waterbericht leest u de details voor de situatie in de Rijn en de Maas.

In de rubriek Water Inzicht deze week een overzicht van lage afvoeren in de Maas. Wanneer treden ze vooral op en zijn er trends zichtbaar.

water van de week

Hogedrukgebieden weten van geen wijken

In de loop van het najaar neemt de kans toe dat een westelijke luchtstroming met regen en wind het weer bij ons gaat bepalen. Boven de noordpool wordt het namelijk steeds kouder en het grotere temperatuurverschil tussen pool en evenaar drijft de straalstroom aan, die lagedrukgebieden met regen vanaf de Atlantische Oceaan naar onze omgeving stuurt. Tot nu toe is daar dit jaar weinig van te merken en zijn het vooral de hogedrukgebieden die de weerkaarten domineren.

Op dit moment ligt er een sterk hogedrukgebied boven Scandinavië, met een uitloper over onze omgeving naar de Atlantische Oceaan. Het houdt regengebieden op afstand en op wat motregen na blijft het droog. De komende dagen zakt het hogedrukgebied naar het zuidoosten weg, maar in de uitloper die naar de Oceaan liep vormt zich een nieuw hogedrukgebied, dat ten zuiden van ons naar centraal Europa trekt. Tot en met komend weekend zorgt dit voor rustig weer.

Als ook dit hogedrukgebied naar het oosten is weggetrokken zou volgende week zondag een lagedrukgebied even wat dichterbij kunnen komen en van 21 tot 23 november wat regen in de stroomgebieden kunnen brengen, maar de weermodellen zien tegelijk ook al weer een nieuw krachtig hogedrukgebied boven de Atlantische Oceaan ontstaan. Van een overgang naar een natter weertype met voldoende regen in de stroomgebieden voor stijgende waterstanden is voorlopig dan ook geen sprake.

Het is nog onduidelijk hoe lang dit weertype aan blijft houden. In de meeste winters breekt er altijd wel een natte periode aan met veel neerslag en stijgende waterstanden, maar er zijn ook uitzonderingen. De laatste keer gebeurde dat in 2017; de winter verliep toen erg droog en op een klein golfje in maart na bleven de waterstanden ook aan de lage kant. Eerdere jaren met weinig neerslag in de winter waren 1996 en 1976, dus het blijft een zeldzaamheid. 

Rijn daalt naar net boven de 1000 m3/s

De Rijn werkte de afgelopen week een heel klein golfje weg met water dat vooral vanuit het stroomgebied van de Moezel afkomstig was. Op maandag werd bij Lobith de hoogste stand bereikt, net iets onder de 8 meter +NAP en de afvoer steeg tot ca 1300 m3/s. Inmiddels is de stand alweer 50 cm lager en de afvoer uitgekomen op 1125 m3/s. 

De komende dagen dalen afvoer en stand verder, maar het gaat erg langzaam, zoals gebruikelijk is in deze tijd van het jaar. Dagelijks daalt de stand met hoogstens een paar centimeter en in het volgend weekend zal deze zijn uitgekomen rond de 7,35 m +NAP. De afvoer bedraagt dan ca 1050 m3/s. Na het komend weekend daalt de stand nog wat verder, maar de 7,25 m +NAP, wat overeen komt met 1000 m3/s, zal waarschijnlijk ook dan niet onderschreden worden. .

Na het komend weekend wordt er namelijk wat regen verwacht in het stroomgebied en daarom kan de afvoer vanaf 24 of 25 november weer iets gaan stijgen. Zoals het er nu naar uitziet gaat het hoogstens om een beperkte stijging en is de kans groot dat de waterstand een paar dagen later al weer gaat dalen. Van een duidelijke stijging naar hogere waterstanden is voorlopig geen sprake

Maas daalt langzaam verder

Ook de Maas daalde de afgelopen week vanaf een klein golfje van boven de 350 m3/s, dat net voor het vorig weekend was gepasseerd. Gisteren,  op 13/11, kwam de afvoer bij Maastricht weer onder de 150 m3/s uit. Inmiddels is de daling even onderbroken, want er viel gisteren ook wat regen in de Ardennen en dat levert vandaag een lichte stijging op tot ca 200 m3/s.  

Omdat het nu weer een aantal dagen droog blijft in het stroomgebied, zal de afvoer na vandaag weer gaan dalen. De daling verloopt maar langzaam en aan het eind van de week verwacht ik dat de 150 m3/s onderschreden zal worden. Na het volgend weekend profiteert de Maas waarschijnlijk weer van wat neerslag die dan in het stroomgebied kan vallen een langdurige daling tot afvoeren onder de 100 m3/s is daarom niet te verwachten.

Veel regen wordt na het komend weekend echter ook niet verwacht, dus een sterkere stijging is voorlopig ook niet te verwachten. 

water inzicht

Lage afvoeren in de Maas; wanneer treden ze op en komen ze tegenwoordig vaker voor.

Meer nog dan de Rijn is de Maas een regenrivier. Alleen in de wintermaanden draagt smeltwater van sneeuw in de Ardennen bij aan de afvoer, maar als de sneeuw in maart gesmolten is, moet de Maas het alleen nog hebben van de regenval. De buffers in het stroomgebied zijn ook niet zo groot en na een paar droge weken daalt de afvoer daarom al snel naar lage waarden. Vooral in de zomer als er ook veel verdamping is, kan de afvoer ver weg zakken.

Vorige week liet ik voor de Rijn zien wanneer in de hele meetreeks (vanaf 1901) de afvoer tot onder de respectievelijk 1100 en 900 m3/s was gedaald. Dat blijkt in alle maanden van het jaar voor te kunnen komen, maar verreweg de meeste kans is er in de periode september t/m november. De Maasafvoer laat een ongeveer vergelijkbaar verloop zien, maar de kans op lage waarden ligt wel wat eerder in het jaar.

In de figuur hieronder is voor de hele meetreeks aangegeven welke dagen de Maasafvoer lager is geweest dan 60 m3/s (oranje) of kleiner dan 40 m3/s (rood). Deze waarden zijn zo gekozen dat ze vergelijkbaar zijn met de waarden die ik vorige week voor de Rijn heb gebruikt. 60 m3/s wordt net als 1100 m3/s ongeveer 30 dagen (8% van de tijd) per jaar onderschreden en 40 m3/s respectievelijk 900 m3/s ca 9 dagen (2,5% van de tijd). 

De jaren lopen in deze figuur van boven naar beneden; linksboven is 1 januari 1911 (bij de Maas is de meetreeks 10 jaar korter dan bij de Rijn) en rechtsboven 1 januari 2021. Het gaat hier om de afvoer bij Monsin, dat is een Waalse plaats, net bovenstrooms van Maastricht, waar er nog geen water is afgeleid naar een van de kanalen die daar beginnen. 

Laagwaterperioden Maas.jpg

Dagen in de gehele meetreeks (vanaf 1911) waarop de afvoer bij Monsin kleiner was dan 60 m3/s (oranje) en kleiner dan 40 m3/s (rood).
Dagen in de gehele meetreeks (vanaf 1911) waarop de afvoer bij Monsin kleiner was dan 60 m3/s (oranje) en kleiner dan 40 m3/s (rood).

Net als bij de Rijn is de kans op lage afvoeren het grootst in de nazomer en de herfst, maar de piek ligt ruim een maand eerder. Terwijl bij de Rijn de 1100 m3/s meestal pas vanaf half augustus wordt onderschreden, is dat bij de Maas al ongeveer 1,5 maand eerder. En terwijl de kans op lage afvoeren in de Rijn in november nog groot is, is de kans bij de Maas in die maand al veel kleiner.

Dit verschil tussen de Maas en de Rijn is ook duidelijk zichtbaar als per maand het gemiddeld aantal dagen wordt weergeven (zie de grafiek hierna) waarbij de afvoer onder respectievelijk 1100 en 60 m3/s is gezakt. Bij de Maas is de kans het grootst in september en bij de Rijn in oktober en november. Wat verder opvalt is dat deze lage afvoeren bij de Maas in de winter niet optreden, terwijl dat bij de Rijn nog wel gebeurt. Bij de Rijn is juni de maand met de laagste kans, terwijl bij de Maas de kans al vanaf mei weer toeneemt na de laagste kans in de winter.

Kans op lage afvoeren Maas en Rijn.jpg

Gemiddeld aantal dagen per maand met een lage afvoer in de Maas (< 60 m3/s) en de Rijn (<1100 m3/s). Dit zijn de afvoeren die gemiddeld 30 dagen per jaar (8% van de tijd) worden onderschreden.
Gemiddeld aantal dagen per maand met een lage afvoer in de Maas (< 60 m3/s) en de Rijn (<1100 m3/s). Dit zijn de afvoeren die gemiddeld 30 dagen per jaar (8% van de tijd) worden onderschreden.
 

Het overall beeld van de meetreeks vanaf 1911 tot en met 2021 is dat er geen duidelijke toename zichtbaar is van dagen met een afvoer lager dan 60 of 40 m3/s bij Monsin. De laatste jaren waren er wel veel dagen met een lage afvoer en in de jaren 2017 t/m 2020 geheel rechts in de eerste figuur laten dit ook zien. Maar uitzonderlijk zijn deze jaren niet, want eerder in de meetreeks zijn er ook clusters van meerdere jaren na elkaar met veel dagen met een lage of zeer lage afvoer. Vooral de periode van 1971 t/m 1976 valt op door zijn hoge frequentie van lage afvoeren. 

Het beeld lijkt veel op dat van de Rijn, waar vooral het jaar 2018 opviel door zijn grote aantal dagen met een lage afvoer. Ook dat bleek echter niet uniek te zijn, want eerder in de reeks waren er ook bij de Rijn meerdere jaren met een langdurige lage afvoer. Het was vooral bijzonder dat er zo lange tijd geen jaren met veel laagwater waren opgetreden en dat zien we bij de Maas ook terug. Na 1976 komen langere perioden van laagwater nog wel voor, maar het is wel minder extreem geworden. 

Een voorbehoud is bij de Maas trouwens nog wel op zijn plaats. De jaren '70 waren erg droog, maar in die tijd was het Maasafvoerverdrag met België ook nog niet in werking. Hiermee is rond 1980 de afvoerverdeling bij lage afvoeren over de Maas en de kanalen beter vastgelegd en sindsdien worden de afvoeren ook beter geregistreerd. Mogelijk dat een deel van de verschillen tussen vóór en na 1980 hiermee te maken heeft. 

In de grafiek met de kolommen is met een zwart lijntje in iedere kolom ook aangegeven wat de frequentie van lage afvoeren sinds 1980 is geweest. Vanaf 1980 is de temperatuur op aarde sterk gaan stijgen en de verwachting is dat dit ook invloed op de neerslag zal hebben en daarom ook op de rivierafvoeren. De warmere en drogere zomers zouden dan moeten leiden tot het vaker optreden van lage afvoeren. 

De afgelopen 40 jaar was daar bij zowel de Rijn als de Maas echter nog geen sprake van. In alle maanden van het jaar is de frequentie waarmee lage afvoeren sinds 1980 zijn optreden namelijk gelijk gebleven, of lager dan in de gehele meetreeks. Bij de Rijn is de frequentie in alle maanden kleiner, alleen in augustus is deze ongeveer even groot. Bij de Maas is de frequentie in de twee zomermaanden (juli en augustus) gelijk gebleven, maar is de frequentie in de herfstmaanden wat afgenomen. In de winter was de kans altijd al bijna nul en dat is nog steeds zo. 

Net als ik vorige week bij de Rijn al liet zien is in de hele meetreeks van de Maas nog niet te zien dat de kans op lage afvoeren toe neemt als gevolg van klimaatverandering. Daarvoor is de recente cluster van jaren met een lage afvoer niet uitzonderlijk genoeg. De toekomst zal leren of dit een toevallige cluster was, of dat het de eerste jaren waren van een trend naar vaker lage afvoeren.