Kans op buien maar wat dat de rivieren op gaat leveren is nog moeilijk te zeggen
Na een vrijwel droge week lijken er van maandag tot en met woensdag wel weer buien te gaan vallen in de stroomgebieden. Dat zou voor een lichte stijging van de waterstanden kunnen zorgen. Maar de verwachtingen zijn nog wat wisselend en misschien vallen de hoeveelheden tegen. Na een paar droge dagen, doet zich dan na het volgend weekend een vergelijkbare situatie voor, waarbij er wel buien komen, maar onduidelijk is hoeveel water dat de rivieren op gaat leveren. Voorlopig blijven de rivieren daarom op een erg laag peil.
In de rubriek water in zicht nogmaals een analyse van de waterstanden in de Bodensee, maar nu de trends die we daar van maand tot maand in de afgelopen decennia hebben gezien en wat die zeggen over de situatie voor de Rijn in Nederland.
Water van de week.
Eerst 3 dagen met buien daarna 4 tot 5 dagen droog.
Een lagedrukgebied dat vorige weekend in Nederland vooral langs de oostgrens stevige buien veroorzaakte is in de dagen daarna richting Polen getrokken. Het heeft daar veel regen gebracht en keert nu langzaam weer terug. Meteorologen noemen dat een retrograad lagedrukgebied en het gebeurt niet vaak dat lagedrukgebieden van oost naar west trekken boven Europa. De activiteit is inmiddels wel minder geworden maar voordat het helemaal oplost, kunnen er vandaag lokaal nog wel flinke buien ontstaan in Nederland.
Ondertussen is een ander lagedrukgebied ten westen van het Verenigd Koninkrijk aangekomen en dit systeem trekt in oostelijke richting en passeert ons op maandag en dinsdag, waardoor er steeds kans blijft op buien. Ook in de stroomgebieden van Rijn en Maas kan op deze dagen aardig wat regen vallen en omdat het lagedrukgebied naar het zuidoosten trekt, houdt de buiigheid in Zuid-Duitsland en de Alpen nog wat langer aan.
Op veel plaatsen kan wel zo’n 20 mm regen vallen en in de Middelgebergten tot 40 mm in deze periode. De Alpen doen daar nog een schepje bovenop met 60 tot 70 mm. Dit is voldoende om de Rijn van wat extra water te voorzien en een langere, nieuwe daling van de waterstanden lijkt daarmee weer even van de baan. Ook het stroomgebied van de Maas ontvangt wat regen en in de Ardennen kan ook zo’n 30 mm vallen.
Vanaf woensdag bouwt een rug van hoge druk op ten westen van ons en ook dit weersysteem trekt In de dagen daarna langzaam in oostelijke richting. Het is een weerpatroon dat we de afgelopen maanden vaak hebben gezien; dat er ten westen van ons hogedrukgebieden ontstaan die vervolgens naar het (noord)oosten opschuiven. Tussen de hogedrukgebieden in is er dan steeds een paar dagen ruimte voor lagedrukgebieden die voor een opleving van de buiigheid zorgen. Ondanks dat we vaak te maken hebben met hogedrukgebieden zorgen deze korte intermezzo’s toch voor voldoende neerslag om de grootste droogte wat te temperen. Onder het om buien gaat, zijn het vaak lokale uitspattingen waar dan veel regen valt, terwijl er ook gebieden zijn waar het aanhoudend droog blijft.
Het hogedrukgebied dat passeert brengt enkele dagen droog weer en tot in het weekend oplopende temperaturen. Na het volgend weekend ligt het hogedrukgebied weer zover van ons af dat een nieuw lagedrukgebied vanuit het westen invloed krijgt op het weer en vanaf 21 of 22/7 zien we de kans op buien weer groter worden. Volgens het Europese weermodel blijven de stroomgebieden in de laatste 10 dagen van juli meer onder invloed staan van lage druk en dat betekent een grote kans op buien en geen nieuwe lange droge periode.
Samengevat staat ons dus een afwisselende zomerweek te wachten, met in Nederland en het stroomgebied van de Maas t/m dinsdag kans op buien, in het stroomgebied van de Rijn houdt dit weertype nog wat langer aan. Vanaf halverwege de week een dag of 4 droog en oplopende temperaturen, maar na het volgend weekend weer meer kans op buien en mogelijk houdt het buiige weer daarna ook langer aan.
Rijn stijgt nog iets, tot 7,5 m NAP, daarna dalend, onduidelijk hoe ver.
De daling van de Rijn die halverwege juni begon, werd deze week even onderbroken vanwege het water van de buien die vorig weekend in Duitsland waren gevallen. Op woensdag arriveerde het water uit de noordelijke zijrivieren, waaronder de Moezel, en vanaf gisteren is het water uit Zuid-Duitsland aangekomen. Het gaat om bescheiden hoeveelheden extra water, maar het betekent in ieder geval dat de waterstand niet verder daalt.
Op maandag 7/7 daalde de stand bij Lobith tot circa 7,25 m NAP en de afvoer kwam heel even tot onder de 1000 m3/s. Een erg lage afvoer zo vroeg in het jaar, maar door de regen die nu gevallen is en komende week weer gaat vallen, zijn we zo weer twee verder voordat de 1000 m3/s opnieuw wordt bereikt. Wie weet sprokkelen we zo steeds wat water bij elkaar en overbruggen we zo de periode van het jaar met de grootste waterbehoefte in Nederland. Afgelopen donderdag kwam de waterstand weer even boven de 7,4 m NAP (bij een afvoer van 1.075 m3/s) en vandaag en morgen stijgt de stand nog wat verder tot iets boven de 7,5 NAP op dinsdag 15/7 (bij een afvoer van 1.140 m3/s).
Daarna is het extra water even op en volgt een langzame daling. Of die daling doorzet en hoe groot die is, hangt af van de regen die vanaf maandag 14 tot en met woensdag 16/7 in het stroomgebied gaat vallen. Het Europese weermodel verwacht aardig wat neerslag maar andere modellen zijn minder scheutig zoals we vaker zien als het om buiig weer gaat. Mocht er niet zoveel regen vallen dan is de kans groot dat de waterstand blijft dalen en in het volgend weekend weer rond 7,25 m NAP uitkomt. Maar mocht er inderdaad flink wat regen vallen, dan gaat de stand na een korte daling alweer stijgen naar ca 7,4 tot 7,5 m NAP in het volgend weekend.
Na dat weekend is de situatie een beetje hetzelfde en blijft het onduidelijk hoeveel regen er kan vallen. Mocht zoveel vallen als nu wordt verwacht dan zal de stand rond 7,5 m blijven schommelen, of nog wat verder stijgen. Maar als de neerslaghoeveelheden dan ook beperkt blijven, dan moeten we toch met een verdere daling rekening houden naar tussen 7 en 7,2 m rond 25 juli. Halverwege komende week zal ik een extra laagwaterberichtje maken; misschien weten we dan meer over de neerslaghoeveelheden.
Maas schommelt rond de 50 m3/s, misschien even wat hoger
De zware buien die vorig weekend de overgang markeerden van warme lucht naar iets koeler weer, brachten ook In de Ardennen flink wat regen en dat zorgde op maandag voor een flinke stijging van de afvoer tot 250 m3/s. De rest van de week verliep zo goed als droog en de afvoer ging daarna dan ook weer snel naar beneden: afgelopen woensdag tot onder de 100 m3/s en inmiddels is de afvoer bij Maastricht alweer tot ca 50 m3/s gedaald. Aanstaande maandag en dinsdag kan opnieuw aardig wat regen In de Ardennen vallen, tot tussen de 20 en 30 mm. Als dat uitkomt dan gaat de afvoer opnieuw stijgen tot boven de 100 m3/s en misschien wordt ook de 150 m3/s wel weer even bereikt.
Vanaf woensdag 16/7 wordt het weer droog en gaat de afvoer weer dalen en in het komende weekend verwacht ik dat deze weer rond de 50 m3/s zal zijn uitgekomen. Daarna kan vanaf zondag 20 of maandag 21/7 opnieuw een buiiger weertype aanbreken en als dat uitkomt dan dalen de afvoeren na dat weekend niet verder, maar is er een grote kans dat ze opnieuw wat stijgen naar 100 m3/s of meer. Een langdurige daling lijkt er in ieder geval niet in te zitten.
Vorige week schreef ik over de zeer lage afvoeren, die van 4 tot en met 6 juli in de Maas bij Maastricht waren opgetreden. De afvoer daalde er tot onder de 25 m3/s en dat is uitzonderlijk laag. Wat verder opviel was dat de afvoer ook vrij plotseling van circa 60 m3/s naar deze lage waarde was gezakt en meestal is het verloop bij dergelijke lage afvoeren nooit zo heel erg groot van dag tot dag. Via Rijkswaterstaat hoorde ik dat de lage afvoeren waren veroorzaakt door een defect bij de stuw die net stroomafwaarts van Luik ligt.
Deze stuw regelt de verdeling van water over het Albertkanaal en de Maas zelf. De stuw is zo afgesteld dat er voldoende water het kanaal in stroomt (gemiddeld ca 15 m3/s) om het kanaalpeil op een vast niveau te kunnen handhaven. Door het defect werd er op 2/7 ’s avonds extra veel water naar de Maas doorgelaten en daalde het peil bovenstrooms van de stuw en in het Albertkanaal met vele decimeters. De volgende ochtend was het defect verholpen en kon het normale stuwbeheer weer worden ingesteld.
Het kanaal was ondertussen echter veel water kwijtgeraakt en flink gezakt. Om het peil te kunnen herstellen werd de stuw en de doorvoer naar de Maas enige tijd vrijwel dichtgezet. Omdat er vanuit het stroomgebied maar weinig water werd aangevoerd, duurde dat maar liefst 48 uur en al die tijd stroomde er dus maar heel weinig water door naar Nederland. Toen op 6/7 het kanaal weer op zijn oorspronkelijke peil was, kon ook de doorvoer naar de Maas weer worden hersteld.
Water in zicht
Welke trends zijn er zichtbaar in het waterstandsverloop van de Bodensee gedurende het jaar.
Vorige week liet ik zien hoe de Bodensee een goede maatstaf is voor de hoeveelheid water die als smeltwater in het voorjaar vanuit de Alpen naar de Rijn wordt aangevoerd. Vandaag ga ik nog wat dieper in op de waterstand van de Bodensee en ga ik na welke trends er te vinden zijn in het verloop van maand tot maand. In de volgende grafiek is van alle 12 maanden van het jaar het dertigjarig gemiddelde van de waterstanden weergegeven. De periode begint bij 1970 en de waarde in de grafiek bij dat jaar laat dus de gemiddelde waterstand zien over de periode 1941 t/m 1970.
Iedere lijn staat voor een kalendermaand en loopt door tot dit jaar aan de rechterkant van de grafiek. Het laatste punt in de lijn laat dan het gemiddelde zien over de 30 jaar t/m 2025 (en voor de maanden die nog komen t/m 2024).
Bodensee Konstanz maandgemiddelden.jpg

Wat meteen opvalt is dat de range tussen de hoogste en de laagste maand in de loop der tijd is het afgenomen: de maanden die voorheen de hoogste waterstanden hadden zijn dus wat gezakt en de maanden met de laagste standen zijn juist hoger. Dit wordt vrijwel geheel veroorzaakt doordat in de Alpen in de winter meer regen is gaan vallen en er in de zomer minder smeltwater beschikbaar is. Ik zal dit van maand tot maand verder toelichten; om te beginnen bij juni.
Juni is tegenwoordig de maand dat de meeste sneeuw smelt en de waterstand in de Bodensee zijn hoogste stand bereikt. Daarin lijkt weinig veranderd te zijn want de stand in juni is in de loop van de meetperiode maar weinig gedaald. Toch is er wel wat veranderd want de sneeuw smelt tegenwoordig eerder in juni en het moment dat de hoogste stand wordt bereikt (niet te zien in de grafiek) ligt tegenwoordig 2 weken vroeger dan rond 1980. Het vroegere smelten zien we wel terug bij de maand juli.
Vroeger smolt er ook in die maand nog aardig wat sneeuw en boven op het smeltwater uit juni bereikte de Bodensee in die maand dan ook zijn hoogste peil. Tegenwoordig smelt de hoofdmoot van de sneeuw eerder en is er weinig meer over voor juli en sinds enige tijd is het gemiddelde peil van juli dan ook onder dat van juni uitgekomen. Als we de lijn van juli in de grafiek vervolgen dan zien we dat deze in de eerste helft van de meetperiode nog weinig veranderde, maar vooral sinds het jaar 2000 is gaan dalen.
In augustus smolt er in het verleden ook al vrijwel geen sneeuw meer, maar deze maand profiteerde voorheen wel van het hoge peil dat in juli was ontstaan. Nu in juli het peil lager is geworden, is dat automatisch ook voor augustus het geval. In deze maand is de waterstand dan ook het meest gezakt; van een stand iets boven de 400 op de peilschaal in Konstanz naar rond de 370. Omgerekend in afvoeren komt dat neer op ongeveer 100 m3/s, die sinds de tachtiger jaren van de vorige eeuw minder naar de Rijn stroomt vanuit de Bodensee.
Via de Bodensee watert iets minder dan de helft van het deel van de Alpen af waar de Rijn zijn water uit ontvangt. In de andere delen (waar de Reuss en de Aare ontspringen) zal het smeltseizoen tegenwoordig ook eerder verlopen en ook daar zal de afvoer in augustus kleiner zijn geworden. Een ruwe berekening laat zien dat de Rijn vanwege het vroeger bgeinnen van het smeltseizoen tegenwoordig ca 200 tot 250 m3/s minder water te verwerken krijgt in augustus. Als we dan naar het 30-jarig gemiddelde van de Rijnafvoer bij Lobith kijken, dan blijkt dat ook ongeveer de afname te zijn in die periode. Voor veranderingen in de zomerafvoer van de Rijn zijn de Alpen dus heel belangrijk.
Je zou verwachten dat deze dalende trend zich in de maand september voortzet, want minder water in augustus zou ook moeten betekenen dat er minder water in september beschikbaar is. Toch is dat nauwelijks het geval; we zien in het begin van de meetreeks wel een afname in de waterstand van de Bodensee, maar al sinds het jaar 2000 daalt het gemiddelde niet verder en de laatste tijd stijgt het zelfs wat. Datzelfde patroon zien we in oktober: daar is al helemaal geen sprake meer van een daling en is er de laatste 10 tot 15 jaar zelfs sprake van een lichte stijging.
Ook in het verleden was er in september en oktober geen smeltwater meer beschikbaar in de Bodensee en het peil werd toen, en nu nog steeds, vooral bepaald door de regen die in de nazomer en de herfst valt. Hier bovenop speelt ook nog een ander effect: dat in het najaar door de hogere temperaturen het langere duurt voordat hogerop in de Alpen de neerslag weer als sneeuw gaat vallen. Een groter deel van de neerslag in het najaar valt dus als regen en dit stroomt direct af naar de Bodensee waar de Rijn dan van profiteert. Dit fenomeen zien we nog sterker in november, waar de waterstand de laatste decennia sterk is gaan stijgen.
Een gemiddeld hogere waterstand in de Bodensee in die periode van september tot en met november betekent ook wat voor de Rijn in Nederland. In die periode van het jaar wordt namelijk altijd de laagste stand in de Rijn bij Lobith bereikt. Nu de afvoer vanuit de Alpen in het najaar aan het stijgen is, en niet aan het dalen, betekent dat ook dat de kans op lage waterstanden in de Rijn in het najaar minder groot is geworden. En dat zien we ook terug in de metingen van Lobith; want de gemiddelde afvoer in oktober is daar de laatste decennia niet gedaald en in november is deze zelfs duidelijk gestegen. Het is tegen de verwachting in, maar het lijkt erop dat de kans op extreem lage afvoeren bij de Rijn in het najaar, als gevolg van klimaatverandering, niet groter maar juist kleiner gaat worden.
Wat we in november zagen zien we ook in de rest van de wintermaanden: doordat een groter deel van de neerslag in de Alpen als regen valt, staat het peil van de Bodensee in die maanden hoger dan vroeger. In de winter is de regen uiteraard vooral afkomstig uit het lagere deel van het gebergte, want boven de 1.500 m valt de neerslag altijd nog wel als sneeuw, maar vroeger viel ook vaak op lagere hoogten sneeuw; wat nu dus nog maar zelden gebeurt.
De maanden waar weinig is veranderd zijn april en mei. Dit waren altijd de maanden waarin de sneeuw uit de lagere delen van het gebergte voor smeltwater zorgde. Dat is er nu minder, omdat daar minder sneeuw ligt, maar dit wordt nu overgenomen door smeltwater uit de hogere delen die door de klimaatverandering eerder zijn gaan smelten. Netto maakt dat voor de hoeveelheid smeltwater niet zoveel uit en ook het gemiddelde peil in de Bodensee blijft stabiel.
Als we naar de toekomst kijken dan is de kans groot dat er in het voorjaar niet zoveel zal veranderen, maar dat, met het nog vroeger smelten van de sneeuw in de toekomst, de hoeveelheid smeltwater in juni verder gaat afnemen. Dat zal dan vooral ten kostte gaan van de waterstand in juli en mogelijk ook in augustus. Voor Nederland betekent dat dat er in de hoogzomermaanden minder water vanuit de Alpen zal komen. Doorgaans zijn dat niet de maanden met de laagste afvoeren, die treden namelijk pas in september en oktober op. In die maanden zien we de laatste decennia geen daling en mogelijk is zelfs sprake van een lichte stijging, zodat in de najaarsmaanden de kans op heel lage afvoeren wat afneemt.