Koude week, weinig regen, dalende waterstanden
Het hogedrukgebied boven Rusland en Scandinavië geeft het stokje over aan een nieuw hogedrukgebied boven Groenland. De stroming vanaf de Atlantische Oceaan blijft daarom geblokkeerd en op wat kleine neerslaggebieden na blijft het droog in de stroomgebieden. Als er neerslag valt zal dat vooral sneeuw zijn. De afvoeren van Rijn en Maas dalen daarom langzaam of blijven stabiel. Voor zover nu al te overzien, houdt dit weer ook na het volgend weekend nog aan en blijven Rijn en Maas op een voor de tijd van het jaar laag niveau. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht een overzicht van de maand november. Dit jaar was de gemiddelde afvoer van Rijn en vooral Maas aan de lage kant, een situatie die we de afgelopen 10 tot 15 jaar relatief vaak hebben gezien.
water van de week
Hogedrukgebieden maken de dienst uit
We beleven een bijzonder weersituatie waarin hogedrukgebieden ten noorden van ons liggen en lagedrukgebieden ver ten zuiden. Gewoonlijk is het patroon in deze tijd van het jaar andersom en trekken de lagedrukgebieden ten noorden van ons langs en bewegen regenzones van west naar oost over de stroomgebieden.
Het weerpatroon is nu echter helemaal omgegooid en in zo'n situatie, met hogedruk ten noorden en oosten spreken we van een geblokkeerd patroon omdat de lagedrukgebieden ons niet kunnen bereiken. Het begon afgelopen week met een krachtig Russisch hogedrukgebied dat zich tot over Scandinavië uitbreidde en de wind naar het oosten liet draaien. Koude, maar droge lucht stroomde over de stroomgebieden uit.
Het hogedrukgebied trekt zich nu wat terug, maar er gaat zich nu nabij Groenland een minstens zo sterk hogedrukgebied ontwikkelen, waardoor de luchtstroming later in de week meer naar het noorden draait. Koude lucht vanaf de Noordpool zakt dan af naar het zuiden en stroomt waarschijnlijk vanaf 8/12 over onze omgeving uit.
Het is echter nog wel de vraag of die lucht ons kan bereiken, want de weermodellen wisselen nog van dag tot dag. Zacht weer wordt het in ieder geval ook niet, want de koude lucht die eerder over Europa is uitgestroomd, verdwijnt voorlopig ook niet.
In de tussentijd totdat het nieuwe hogedrukgebied bij Groenland ons weer gaat bepalen, kunnen enkele kleine lagedrukgebieden vanuit het zuiden tot Centraal Europa doordringen. Er kan dan wat sneeuw vallen in de stroomgebieden, later overgaand in regen. Het blijft bij hoeveelheden van minder dan 10 mm en het zal niet veel invloed hebben op de afvoeren.
Als op de 8e december de lucht vanuit het noorden over de stroomgebieden uitstroomt, ontwikkelt zich mogelijk boven het zuiden van Duitsland en de Alpen, op de grens van koude en warme lucht, een intensiever neerslaggebied. Dat zou dan wel voor voldoende regen kunnen zorgen om de Rijn wat op te laten veren. Maar zoals hierboven al aangegeven, is het nog de vraag hoe de uitstroom van die koudere lucht precies gaat verlopen en de daarom is ook nog onzeker of die neerslag er wel gaat komen en waar het dan valt.
Al met al staat de stroomgebieden een koude en vrijwel droge week te wachten met langzaam dalende waterstanden. Op termijn verandert er niet zoveel, alleen zou de Rijn vanaf 9/12 misschien wat extra water kunnen ontvangen dat dan vanaf 13/13 Lobith bereikt. Omdat we voorlopig met een standvastig geblokkeerd weerpatroon te maken hebben, is er geen zicht op duidelijk stijgende standen en op hoogwater al helemaal niet.
Rijn daalt tot onder 8 m (NAP), later mogelijk weer iets erboven.
De Rijn is de hele week gedaald en inmiddels met een stand van ca 8,3 m gezakt tot ongeveer 1 meter onder het langjarig gemiddelde. De afvoer bedraagt nu ongeveer 1500 m3/s, wat ongeveer 65% is van het gemiddelde voor deze tijd van het jaar. Gewoonlijk stijg de waterstand in deze tijd van het aar, maar vanwege het ontbreken van neerslag zal de waterstand de komende tijd juist nog wat verder dalen.
In deze tijd van het jaar verloopt de daling meesstal niet zo snel en ieder dagen gaat er zo'n 5 tot 10 cm van af. Op 6/12 verwacht ik dat de 8 m wordt onderschreden; bij een afvoer van 1350 m3/s. Daarna daalt de stand langzaam verder naar een laagste waarde van ca 7,8 m (NAP) rond 12 december. In het vervolg zou de stand dan weer iets kunnen stijgen, tot 8 m of iets daarboven, als er extra water arriveert dat een dag of 4 eerder in Zuid Duitsland is gevallen.
Dit water is afkomstig van neerslag die valt op de grens tussen koude en warme lucht die daar enige tijd komt te liggen. Het is echter nog erg onzeker of die grenssituatie met meer neerslag er gaat komen. Het zou ook kunnen dat de neerslag uitblijft en de waterstand langzaam verder daalt. Ook als er wel regen valt, dan ziet het er naar uit dat dit hoogstens een korte onderbreking zal zijn in de verder dalende trend van de Rijn.
Vanwege het overwegend droge en koude weertype is het waarschijnlijk dat de waterstand verder blijft dalen en uiteindelijk ook de 7,75 m (NAP) en misschien zelfs de 7,5 m wordt bereikt. De afvoer is dan tot ca 1.100 m3/s gedaald. Dat zal dan op zijn vroegst in de laatste 10 dagen van december zijn.
Maasafvoer is en blijft laag
Vanwege het ontbreken van neerslag is de Maasafvoer de hele week gedaald en bij Maastricht inmiddels weer tot ca 80 m3/s gedaald. Dat is slechts 25% van de afvoer die gewoonlijk begin december bij Maastricht passeert; die bedraagt namelijk ca 340 m3/s. Bij de Maas is zo'n lage afvoer echter niet zo heel uitzonderlijk. Zo eens in de 5 jaar blijft de afvoer nog lang in het najaar laag; als de grotere hoeveelheden regenval na de zomer uitblijven. In de winter van 2016/2017 duurde het zelfs tot eind januari voordat de afvoer voor langere tijd tot boven de 100 m3/s steeg.
De komende dagen zakt de afvoer bij Maastricht nog wat verder omdat er ook deze week niet veel regen wordt verwacht. Van maandag t/m woensdag bereikt wel wat neerslag de Ardennen, en er kan 10 tot 15 mm vallen, maar een groot deel zal als sneeuw vallen en dat levert (voorlopig) geen extra water op voor de Maas. De afvoer zal in de loop van de week daarom dalen tot tussen de 60 en 75 m3/s.
Als later in de week de koudere lucht (waarschijnlijk) arriveert kan er nog wat meer sneeuw vallen in de Ardennen en het sneeuwdek kan dan aangroeien tot meer dan 20 cm. Mocht het later in de maand gaan dooien, dan kan dit water als smeltwater de afvoer wat extra verhogen. Voorlopig is daar echter geen sprake van.
Als de koude lucht vanaf 8/12 arriveert komt het stroomgebied van de Maas daar waarschijnlijk helemaal in te liggen en de Maas zal dan niet profiteren van de regen die op de grens van warme en koude lucht gaat vallen. De kans is daarom groot dat de afvoer bij Maastricht ook in de week na het volgend weekend nog erg laag zal blijven.
water inzicht
Afvoeren in november aan de lage kant
De Rijnafvoer in november bedroeg ca 1.475 m3/s en was daarmee ca 50 m3/s lager dan oktober, terwijl de Rijn in oktober gewoonlijk 300 m3/s minder afvoert. Na de zeer lage afvoeren in de zomer en de opleving in september en oktober is de Rijn daarmee opnieuw op een laag niveau uitgekomen. November is de 9e maand op rij met een te lage afvoer en omdat ook december zeer waarschijnlijk laag gaat eindigen wordt ook 2022 als totaal een jaar met een zeer lage gemiddelde afvoer.
Waarschijnlijk eindigt dit jaar met een gemiddelde jaarafvoer onder de 1.700 m3/s en we moeten terug tot 1976 voor een jaar met een lagere gemiddelde afvoer (1.335 m3/s). Niet alleen de zomer verliep droog in het stroomgebied, maar ook het voorjaar was zeer droog en nu dus ook de herfst.
Bij de Maas was de situatie nog wat uitzonderlijker. Ter hoogte van Monsin, stroomopwaarts van Maastricht, waar de Maas nog geen water heeft afgeleid via de kanalen, bedroeg de gemiddelde afvoer in november slechts 90 m3/s af, wat slechts 33% is van de langjarig gemiddelde afvoer. Over de 3 herfstmaanden bedroeg de gemiddelde afvoer slechts 45% van het langjarig gemiddelde.
Ook de Maas gaat dit jaar, uitgaande van een droge decembermaand, uitkomen op een zeer lage gemiddelde jaarafvoer van ca 175 m3/s en we moeten terug tot 1996 voor een nog lagere jaarafvoer (170 m3/s). Ter vergelijking in 1976 bedroeg de jaarafvoer gemiddeld slechts 100 m3/s, wat aangeeft hoe uitzonderlijk dat jaar voor de Maas was.
Terug naar de maand november. Gewoonlijk is dat de maand dat de afvoeren van Rijn en Maas weer duidelijk gaan stijgen na de periode van lage afvoeren in de zomer. De Maas stijgt gewoonlijk al iets eerder dan de Rijn. In sommige jaren echter als de herfst vrij droog verloopt, zoals dit jaar, laat die stijging wat langer op zich wachten.
In de grafiek hieronder is met de zwarte streepjeslijn de gemiddelde afvoer van de Rijn bij Lobith weergegeven. Begin oktober bereikt die zijn laagste waarde, om daarna langzaam wat te stijgen, maar pas vanaf begin november zet een snellere stijging in. In twee maanden tijd stijgt de gemiddelde afvoer vervolgens met ca 1000 m3/s, om niet lang na de jaarwisseling (niet zichtbaar in deze grafiek) de hoogste waarde te bereiken.
In de loop van de metingen die in 1901 begonnen zijn is het verloop van deze jaarlijkse stijging min of meer hetzelfde gebleven. Als de meetreeks opgedeeld wordt in 4 gelijke perioden van 30 jaar (de doorgetrokken lijnen) dan zien we in 3 van de 4 perioden de stijging beginnen op de overgang van oktober naar november. Alleen tussen 1961 en 1990 begon de stijging pas wat later, maar steeg vervolgens wel snel tot het niveau van de andere perioden.
De eerste periode van 1901 t/m 1930 heeft weer een opvallend stabiele periode van 25 november tot 25 december om daarna zeer snel te stijgen. Mogelijk heeft dit te maken met de koudere jaren die er toen vaak waren, waardoor de neerslag in de middelgebergten vanaf november vaak al als sneeuw viel, maar er rond kerstmis wel vaak een dooiperiode was met snel stijgende afvoeren.
De laatste periode van 1991 t/m 2020 loopt ongeveer in de pas met de andere perioden en schommelt zonder al te grote afwijkingen rond het langjarig gemiddelde. In het begin van de herfst was de gemiddelde afvoer in deze 30 jaar iets lager dan het langjarig gemiddelde, om in de laatste 2 weken er duidelijk bovenuit te stijgen, tot ongeveer dezelfde hoogte als de periode van 1901 t/m 1930. Niet heel veel bijzonderheden dus.
Maar als we de periode van de laatste 10 jaar bekijken (de bruine streepjeslijn) dan valt op dat in die periode de afvoeren opvallend laag waren. Gedurende de hele 4 maanden van 1 september tot de eind van het jaar was de afvoer in deze 10 jaar zo'n 200 tot in november zelfs 400 m3/s lager dan het langjarig gemiddelde. Niet alleen veel zomers in deze periode waren dus aan de droge kant, maar ook de najaren. Pas helemaal aan het eind van december trekt het gemiddelde over de laatste 10 jaar wat naar het langjarig gemiddelde toe.
Schermafbeelding 2022-12-04 om 14.55.43.png

Wat opvalt is dat in de afgelopen 10 jaar de Rijnafvoeren in het najaar dus aan de lage kant waren, terwijl het gemiddelde over de periode van 1991 t/m 2020, waar deze jaren grotendeels deel van uitmaken, niet opvallend afweek. Om na te gaan hoe dit grote verschil is ontstaan in in de volgende grafiek is de afgelopen periode van 10 jaar vergeleken met de twee tienjarige perioden daarvoor.
Het blijkt dat ook de periode van 2003 t/m 2012 al een vrij lage afvoer kende, vooral in november. In december liep de afvoer toen juist vrij snel op. Terwijl de Rijn in de laatste 20 jaren sinds 2003 van september t/m november (en de laatste 10 jaar zelfs tot eind december) relatief weinig water afvoerde, was de afvoer in de 10 jaar daarvoor juist opvallend hoog. Zelfs zo hoog, vooral in november, dat het de negatieve trend van de afgelopen 20 jaar vrijwel geheel opheft.
Als we deze 3 perioden vergelijken dan lijkt er een sterk dalende trend te zijn, maar het is de vraag of daar al sprake van is. Ook eerder in de meetreeks van de Rijn zijn er 10-jarige perioden te vinden met relatief lage afvoeren in het najaar. Een 10-jarige periode zoals de huidige met veel jaren met een lage afvoer zegt daarom nog niet zoveel over een op handen zijnde trend. De Rijn heeft vaker laten zien dat na een wat langere periode, die wel 20 jaar kan duren, een trend toch weer omkeert. Voorlopig moeten we daarom nog even afwachten hoe de situatie zich in de komende jaren ontwikkelt.
Schermafbeelding 2022-12-04 om 14.56.05.png

In de grafiek hieronder ook de situatie voor de Maas. Hier beslaat de eerste periode slechts 20 jaar omdat de metingen bij Maastricht in 1911 zijn begonnen. In grote lijnen lijkt het afvoerverloop op dat van de Rijn, alleen begint de stijging van het langjarig gemiddelde al vanaf begin oktober. De verschillende perioden van 30 jaar slingeren hier om heen.
Ook hier stokt de stijging in november in de periode van 1961 t/m 1990, om daarna weer snel op te lopen en ook in de eerste periode zien we een trage stijging in december en een opvallend snelle stijging in de laatste weken van het jaar. Omdat Maas en Rijn hier hetzelfde reageren is de kans groot dat het met de neerslag in de Middelgebergten te maken heeft, zoals de Eiffel en de Ardennen. Dit type gebergten ligt zowel in het stroomgebied van de Rijn als van de Maas en met name in najaar en winter komt daar het meeste water vandaan.
De afvoer in de laatste 10 jaar is, net als bij de Rijn, opvallend laag. Het verschil net na de zomer is echter niet zo groot en het loopt pas op vanaf 10 oktober, om rond eind november ongeveer 100 m3/s lager uit te komen dan het langjarig gemiddelde. Pas in de laatste weken van december trekt de afvoer weer bij tot aan het langjarig gemiddelde.
Samengevat zien we zowel bij de Rijn als de Maas dat de afvoer in het najaar de laatste 10 tot 20 jaar aan de lage kant is en minder snel oploopt dan voorheen. Bij de Rijn is de afvoer na de zomer al lager dan het langjarig gemiddelde en het loopt daarna veel langzamer op. Bij de Maas wijkt de afvoer net na de zomer nog niet zo sterk af, maar loopt vervolgens wel veel trager op dan volgens het langjarig gemiddelde.
Pas aan het eind van de periode in de laatste paar weken van het jaar loopt de afvoer van de Rijn en de Maas wat sneller op. Het is een opvallend verloop, maar nog te vroeg om al van een trend te spreken. In het verleden hebben beide rivieren soms ook perioden gekend van 10 jaar of langer met een afwijkend afvoerverloop. We zullen dus nog even moeten afwachten hoe dit zich in de toekomst ontwikkelt.
Schermafbeelding 2022-12-04 om 17.56.35.png
