U bent hier

Langdurig droog en sterk dalende waterstanden

Na een paar natte weken is het weerpatroon omgeslagen en we hebben de komende weken weer met droge omstandigheden te maken. De hoogwatergolven die nu door de Rijn en Maas richting zee bewegen zullen we weer snel vergeten zijn want er breekt een periode aan van flink dalende waterstanden. In het water bericht leest u hoe ver de waterstanden mogelijk kunnen gaan dalen.

In de rubriek Water Inzicht laat ik zien hoe de gemiddelde afvoeren in de winter van de Rijn zijn toegenomen; wat te verwachten is, want de winters zijn natter geworden. Maar de oorzaak van deze toename blijkt toch een verrassing in petto te hebben.

Water van de week

Hogedrukgebieden nemen het stokje weer over en dat kan wel even duren.

In het begin van de afgelopen week was het nog een komen en gaan van regengebieden en er viel toen zelfs meer regen dan zondag vorige week nog was verwacht, waardoor de waterstanden nog wat hoger uitpakten dan in mijn bericht van vorige week. In dat bericht leek het er ook nog op dat het natte weer, met een wat lagere intensiteit, ook deze week en komende week nog door zou kunnen zetten maar ook dat pakte anders uit. Het hogedrukgebied dat eerder boven Zuid-Europa lag, breidt zich meer uit naar onze omgeving en dat houdt regengebieden voorlopig op grote afstand. De meeste tijd ligt de kern van hogedruk ten oosten van ons waardoor we te maken krijgen met een vrij zachte zuidelijke tot zuidwestelijke stroming, die voor lenteachtig weer zorgt.

Regen lijkt er de eerste week niet van te komen en de eerste neerslagsignalen laten de modellen pas weer zien vanaf dinsdag na het komend weekend. De dagen daarna zou er iedere dag wel wat regen kunnen vallen maar serieuze hoeveelheden worden voorlopig niet verwacht. Daarbij is het ook nog zover weg in de verwachting dat het ook nog anders uit kan pakken en misschien verloopt de tweede week ook wel grotendeels droog.

Het weerbeeld lijkt wel wat op dat van vorig voorjaar toen ook vanaf eind februari een droge periode aanbrak en er in maart zo goed als geen druppel regen viel. Zo droog als toen lijkt het nu waarschijnlijk niet te gaan worden, maar het is ook niet uitgesloten. Van alle seizoenen is het voorjaar de periode van het jaar die het minst natter is geworden. Dat geldt dan overigens wel vooral voor de maand april en minder voor maart maar goed, vorig jaar bleek dat ook maart zeer droog kan uitpakken.

Rijn daalt de komende week snel, aan het eind van week weer onder 10 m.

In de Rijn passeerde afgelopen week een hoogwatergolf. Sinds De Rijn op 13 februari was gaan stijgen, volgden er maar liefst 3 pieken, die ieder steeds iets hoger werden: de eerste tot 11,85 m, de tweede tot 12,24 m en de derde kwam tot 12,97 m NAP bij Lobith. Bij deze waterstand overstromen al flinke delen van de uiterwaarden voor zover die buiten de zomerkaden liggen en wie langs de rivier woont of met trein of auto de rivier ergens overstak zal de grote watermassa’s zijn opgevallen.

De afvoer steeg tijdens de piek op 26/2 tot 5515 m3/s, ruim 4 keer zoveel als twee weken eerder. Dat lijkt heel wat maar toch is dit nog een bescheiden hoogwatergolf die In de totale ranglijst van hoogwatergolf en sinds 1901 op de 159e plaats uitkomt. Het is daarmee een waterstand die gemiddeld iets meer dan één keer per jaar voor kan komen. Op vrijdag en zaterdag daalde de waterstand nog maar langzaam omdat er ook nog vrij veel water vanuit Zuid-Duitsland onderweg was, wat de daling nog even vertraagde.

Inmiddels is dat golfje voorbij en gaat de waterstand de komende dagen snel dalen met meer dan 50 cm per dag op maandag en dinsdag. Op dinsdag komt de waterstand alweer onder de 11 m uit. Daarna gaat de daling wat langzamer, met circa 30 cm per dag, waardoor op vrijdag waarschijnlijk de 10 m onderschreden wordt. In en na het volgend weekend vertraagt de daling nog wat meer, maar de kans is groot dat in het midden van de week na het volgend weekend, dat is tussen 10 en 12 maart, ook de 10 m weer onderschreden wordt.

Dat zou betekenen dat de waterstand in minder dan twee weken ruim 3 weken meter zal zijn gedaald en dat we dan alweer met lager dan gemiddelde waterstanden te maken hebben. Mogelijk dat er rond 10 maart weer wat regen kan komen in het stroomgebied waardoor de daling daarna verder vertraagt, of dat er weer een lichte stijging volgt. De kansen daarop lijken voorlopig echter niet zo groot; volgende week zal daarover meer duidelijkheid te geven zijn.

Maas daalt snel verder tot onder 300 m3/s.

In de Maas ontstond ook een hoogwatergolf die maandag al bij Maastricht het land binnenstroomde. De afvoer steeg tot 1.335 m3/sen net als bij de Rijn is dit een hoogwater dat gemiddeld zo eens in het jaar voorkomt. Bij de Maas overstromen de uiterwaarden doorgaans pas boven de 1500 tot 1700 m3/s, dus op veel plaatsen bleef het water in het zomerbed. Behalve in gebieden waar de uiterwaarden in de afgelopen jaren zijn verlaagd ten behoeve van de hoogwaterveiligheid, zoals langs de Grensmaas en verder stroomafwaarts bij Ooijen-Wanssem. Dat laatste gebied ligt niet ver van Venray en hier zijn hoogwatergeulen aangelegd en is een oude arm van de Maas gerevitaliseerd. Ook verder stroomafwaarts zijn er nevengeulen gegraven en uiterwaarden verlaagd die nu ook zullen zijn overstroomd.

De komende week wordt in het geheel geen regen verwacht in het stroomgebied en de afvoeren die bij Maastricht alweer tot onder de 700 m3/s zijn gezakt, zullen voorlopig blijven dalen. Op dinsdag verwacht ik dat de 500 m3/s weer wordt onderschreden, op donderdag de 400 en in het weekend kan de 300 m3/s alweer bereikt worden. Vanaf het weekend zet de daling verder door, maar dan wel veel trager, naar 250 m3/s en, mocht het ook dan nog droog blijven dan kan medio maart ook de 200 m3/s worden bereikt. Maar misschien valt er medio volgende week toch wel weer wat regen en in dat geval zal de daling worden vertraagd of omslaan in een lichte stijging. Een grotere stijging wordt voorlopig niet verwacht.

Water Inzicht.

Op zoek naar wat de toename van de hogere gemiddelde winterafvoeren veroorzaakt.

De afvoer van de Rijn in de afgelopen winter lied twee verschillende kanten zien: in december en januari was deze relatief laag in februari juist aan de hoge kant. Gemiddeld over deze 3 maanden kwam de afvoer daarmee op circa 2.200 uit, wat bijna 20% lager is dan het langjarig gemiddelde dat tegenwoordig ca 2.750 m3/s bedraagt. Deze toename sluit mooi aan bij het feit dat de winters als gevolg van klimaatverandering natter zijn geworden en omdat in de winter, bij gebrek aan verdamping, een groot deel van de neerslag tot afstroom komt, vertaalt dat zich automatisch in hogere Rijnafvoeren.

De bovenste grafiek hieronder laat de neerslagsom zien voor de winter in Duitsland en als we het langjarig gemiddelde volgen (de dunne zwarte lijn) dan blijkt dat de hele vorige eeuw gestegen te zijn, naar een ca 20% hoger niveau in deze eeuw. Met name in de winter komt een groot deel van het Rijnwater uit Duitsland en dan vooral tijdens de perioden met wat hogere afvoeren.

neerslag Du tm 2026.jpg

Neerslag in de winter in Duitsland van jaar tot jaar en het langjarig gemiddelde
Neerslag in de winter in Duitsland van jaar tot jaar en het langjarig gemiddelde

Scherm­afbeelding 2026-03-01 om 15.14.11.png

Gemiddelde winterafvoer van de Rijn bij Lobith van jaar tot jaar en de trendlijn en het 30-jarig gemiddelde.
Gemiddelde winterafvoer van de Rijn bij Lobith van jaar tot jaar en de trendlijn en het 30-jarig gemiddelde.

Als we de grafiek van de gemiddelde winter afvoeren ernaast zetten (onderste grafiek hierboven) dan zien we dat de trendlijn duidelijk oploopt. Ook het 30-jarig gemiddelde is in de grafiek aangegeven en deze is goed te vergelijken met de veranderingen in neerslag in Duitsland. Het afgelopen jaar lag duidelijk onder dit langjarig gemiddelde, maar erg laag was het ook weer niet. In het verleden waren er zelfs winters met een gemiddelde afvoer van niet veel meer dan 1.000 m3/s.

In de grafiek vakt op dat er in het verleden veel meer winters waren met een lage winterafvoer. In de volgende grafiek heb ik afname nog wat verder uitgewerkt aan de hand van het aantal dagen dat in de winter de afvoer onder de 1.200 m3/s blijft. Voor de winter is dat een situatie die niet zo vaak voorkomt, gemiddeld met ongeveer 10 dagen per jaar. De grafiek laat zien dat dit aantal sterk schommelt van jaar tot jaar, met soms meer dan 50 dagen, maar vaak komt het ook helemaal niet voor.

Om langjarige veranderingen in deze schommelingen in beeld te brengen heb ik ook het 30-jarig gemiddelde weergegeven. Daaruit blijkt dat er een opvallende afname heeft plaatsgevonden van ca. 18 dagen in het midden van de vorige eeuw naar nog maar 6 op dit moment. De afgelopen winter, die langdurig vrij lage afvoeren kende, had 13 van deze dagen met een afvoer kleiner dan 1500 m3/s. Dat is veel volgens het huidige gemiddelde, maar zou dus medio vorige eeuw juist wat aan de lage kant van het gemiddelde zijn geweest.

Scherm­afbeelding 2026-03-01 om 15.21.35.png

Aantal dagen tijdens de 3 wintermaanden met een Rijnafvoer bij Lobith kleiner dan 1200 m3/s. De rode lijn geeft het 30-jarig gemiddelde weer.
Aantal dagen tijdens de 3 wintermaanden met een Rijnafvoer bij Lobith kleiner dan 1200 m3/s. De rode lijn geeft het 30-jarig gemiddelde weer.

De trend is dus duidelijk: de winters zijn natter en lage afvoeren komen veel minder vaak voor. Tot zover verloopt alles volgens verwachting. Maar naast dat er minder lage afvoeren zijn, verwachten we ook dat er vaker hoge afvoeren zullen voorkomen als gevolg van het natter wordende klimaat in de winter. De kans op perioden met veel regen neemt namelijk toe als het natter wordt en de verwachting ligt dan voor de hand dat ook het aantal dagen met een hoge afvoer toeneemt. De volgende grafiek laat zien hoe het aantal dagen met een verhoogde afvoer is veranderd. Ik heb gekozen voor een afvoer van 5.500 m3/s, dat is een hoogwatersituatie zoals we afgelopen week hebben meegemaakt.

Scherm­afbeelding 2026-03-01 om 14.40.10.png

Aantal dagen tijdens de 3 wintermaanden met een Rijnafvoer bij Lobith groter 5500 m3/s. De rode lijn geeft het 30-jarig gemiddelde weer.
Aantal dagen tijdens de 3 wintermaanden met een Rijnafvoer bij Lobith groter 5500 m3/s. De rode lijn geeft het 30-jarig gemiddelde weer.

Gemiddeld over de hele meetreeks komt het aantal dagen >5.500 m3/s uit op ca 5 dagen per jaar, maar de laatste decennia zien we hierin geen toename. Het langjarig gemiddelde neemt zelfs duidelijk af en is na een periode eind vorige eeuw dat het 30-jarig gemiddelde bij 7 dagen lag, nu gedaald naar 4. Ook de nog hogere afvoeren (geen grafiek) blijken duidelijk minder voor te komen. Zo was het aantal dagen met een afvoer boven de 8.000 m3/s gedurende de laatste 30 jaar ook de helft minder dan het langjarig gemiddelde. Maar dit zijn altijd al vrij zeldzame gebeurtenissen, met in sommige jaren grote uitschieters, wat het vaststellen van trends lastig maakt. Daaarom heb ik me hier gebaseerd op de afvoeren van >5.500 m3/s die wat vaker voorkomen.

Zowel het aantal dagen met een lage afvoer als met een hoge afvoer neemt dus af in de afgelopen decennia. Dat kan alleen maar betekenen dat het aantal dagen met een minder extreme afvoer toeneemt en dat blijkt ook als we een grafiek maken van het aantal dagen met een afvoer rond het langjarig gemiddelde (25% boven en onder 2.750 m3/s).  Uit deze grafiek blijkt het aantal dagen dat de afvoer zich binnen deze range bevindt fors te zijn tegenomen: van minder dan 30 een jaar of 50 geleden naar 40 op dit moment. 

Scherm­afbeelding 2026-03-01 om 14.40.36.png

Aantal dagen tijdens de 3 wintermaanden met een Rijnafvoer bij Lobith tussen 2000 en 3500 m3/s. De rode lijn geeft het 30-jarig gemiddelde weer.
Aantal dagen tijdens de 3 wintermaanden met een Rijnafvoer bij Lobith tussen 2000 en 3500 m3/s. De rode lijn geeft het 30-jarig gemiddelde weer.

Uit deze analyse van het aantal dagen met een lage en hoge afvoer blijkt dus dat de Rijnafvoeren de laatste decennia minder vaak de uitersten opzoeken. Het blijkt dat de dagen met lage afvoeren veel minder vaak voor komen, maar ook de hoge afvoeren zijn zeldzamer geworden. In plaats daarvan vinden we de afvoeren in de wintermaanden steed vaker rondom het langjarig gemiddelde.

Dat het langjarig gemiddelde oploopt, zoals de eerste afvoergrafiek hierboven laat zien, is dus niet het gevolg van hogere afvoeren die vaker voorkomen, maar in de eerste plaats van de lage afvoeren die minder vaak voorkomen. De hoge afvoeren verminderen dit effect eigenlijk nog iets omdat zij minder vaak voorkomen. maar omdat de veranderingen bij de lage afvoeren nog groter zijn dan die bij de hoge afvoeren loopt de gemiddelde winterafvoer toch gestaag op.