U bent hier

Warme, droge week in de stroomgebieden; Rijn voorlopig nog vrij hoog

We mogen ons gaan voorbereiden op een langere droge periode. De weersverwachting is wat dat betreft eenvoudig. Ook de waterverwachting is niet al te complex: dalende waterstanden, alhoewel de Rijn voorlopig nog wel even bezig is het smeltwater van de afgelopen winter af te voeren. Of de droge periode die nu aanbreekt een voorbode is voor opnieuw een droge zomer zoals vorig jaar blijft afwachten. Om een en ander in perspectief te plaatsen heb ik een analyse gemaakt van de droogte in Nederland: hoe vaak het voorkomt, of de kans er op groter wordt en hoe bijzonder 2018 wel of niet was.

Voorlopig geen neerslag

Aan de wisselvalligheid van de afgelopen weken is een abrupt einde gekomen en de komende week bepalen hoge drukgebieden het weer in een groot deel van Europa. Lage drukgebieden komen er niet meer aan te pas en blijven op grote afstand op de Atlantische Oceaan. Regen hoeven we de komende week dan ook niet te verwachten.

Dat betekent dat we nu al de neerslagbalans voor juni op kunnen maken. Deze maand verliep vooral in het westen van nederland ruim aan de natte kant en in het midden en oosten gemiddeld tot iets aan de droge kant. In het oosten van Gelderland en Overijssel bleef de neerslagmeter lokaal zelfs steken op minder de helft van de normale hoeveelheid. Voor de nog altijd lage grondwaterstanden in die regio is dat geen goed nieuws.

De luchtdruk-situatie lijkt veel op die van de vorige zomer, toen dit weertype tot ver in het najaar aanhield. Op dit moment is er nog niets van te zeggen of dat dit jaar ook gaat gebeuren. Voorlopig ziet het er naar uit dat het droge weer in Nederland aanhoudt tot na het volgend weekend. Vanaf dinsdag of woensdag in die week neemt de kans op wisselvalligheid weer wat toe, maar ook dan zijn de weermodellen niet al te scheutig met de regenhoeveelheden.

Ook in het stroomgebied van de Maas blijft het voorlopig droog en zullen de waterstanden dalen. In het stroomgebied van de Rijn wordt al wat eerder neerslag verwacht. Vanaf volgend weekend neemt in Zuid Duitsland en de Alpenregio de kans op buien weer toe. Welke invloed dat zal hebben op de Rijnafvoer is nu nog niet te zeggen. 

Rijnafvoer deze week nog bovengemiddeld hoog

De Rijn heeft nog tot gisteren geprofiteerd van het wisselvallige weer. In het stroomgebied van de Neckar en de Bovenrijn vielen gisteren en eergisteren zware buien en dat levert de Rijn weer een paar honderd m3/s extra water op. Dit komt bovenop het vele smeltwater dat de Alpen nog steeds leveren. De Bodenzee bereikte afgelopen week zijn hoogste stand en daalt nu heel langzaam; wat aangeeft dat de aanvoer van smeltwater nu langzaam kleiner wordt dan de afvoer vanuit het meer.

In de Alpen is de sneeuw op 1500 m hoogte nu overal gesmolten, terwijl boven de 2000 m de helft van de sneeuwlaag nog aanwezig is. Het is de verwachting dat het smelten van de sneeuw van de afgelopen winter nog ongeveer 1 maand door zal gaan voordat het op is. De hoeveelheden worden echter wel steeds kleiner, omdat de oppervlakte waar nog steeuw ligt steeds kleiner wordt. Vanaf eind juli beginnen de gletsjers dan aan hun bijdrage aan de Rijnafvoer.

Dankzij de neerslag en het vele smeltwater schommelde de Rijnafvoer bij Lobith deze week tussen de 2300 en 2400 m3/s, wat iets boven het langjarig gemiddelde is voor deze tijd van het jaar. De waterstand was bijna stabiel tussen 9,5 en 9,6 m +NAP. De eerste 4 tot 5 dagen van de komende week blijft de afvoer nog zo hoog en daalt de waterstand niet. De afvoer stijgt zelfs nog iets vanwege het extra water dat de Neckar nu even aanlevert, maar vanaf vrijdag zal toch echt de daling in gaan zetten. 

Omdat er deze week in het geheel geen neerslag wordt verwacht, zal die daling waarschijnlijk de hele volgende week aanhouden. Ik verwacht dat de afvoer dan in het midden van die week weer onder de 2000 m3/s zakt. De waterstanbd bij Lobith daarbij bedraagt 9 m +NAP. Omdat de sneeuwsmelt nog wel even aanhoudt en de Zwitserse meren hun water maar langzaam weer afgeven, zal de daling ook daarna niet heel snel verlopen.

Voorlopig blijft de Rijnafvoer dus aan de hoge kant. Als we dit vergelijken met 2018, dan is de uitgangspositie nu een stuk gunstiger. Begin juli zakte de afvoer in 2018 al onder de 1400 m3/s om - bij gebrek aan neerslag - de hele maand verder te dalen naar ca 1000 m3/s. Gewoonlijk begint vanaf een afvoer van 1.500 m3/s een aantal sectoren in Nederland hinder te ondervinden van beperkingen die opgelegd worden en onder de 1.250 m3/s wordt de situatie steeds nijpender. Omdat de Rijn nu begin juli nog ruim 2000 m3/s afvoert, ziet het er naar uit dat eventuele hinder - als het al gebeurt - pas veel later zal optreden. 

Maasafvoer daalt de hele week

De Maasfvoer kwam de afgelopen week nog even boven de 100 m3/s. Het ging om enkele korte oplevingen vanwege de buien die in het stroomgebied vielen, maar het ziet er naar uit dat de afvoer nu toch voor langere tijd onder die waarde is gezakt. Bij Maastricht bedraagt de afvoer nu nog maar ca 75 m3/s en de komende week zet de daling langzaam door naar ca 50 m3/s. Dit zijn de daggemiddelde waarden omdat de Maas vanwege het stuwbeheer in Wallonië altijd grote uitschieters kent.

De normale afvoer voor deze tijd van het jaar bedraagt nog ongeveer 125 m3/s dus, anders dan de Rijn, is de Maasafvoer dit jaar wel duidelijk aan de lage kant. Dat is geen uitzonderlijke situatie; in ongeveer de helft van de jaren is de afvoer rond deze tijd van het jaar al naar 75 m3/s gezakt of minder. Voor meer water moet de Maas het in deze tijd van het jaar hebben van neerslagrijke perioden, waarbij de afvoer dan enkele dagen flink op kan lopen. Een aantal van deze uitschieters in de langjarige reeks zorgen er dan voor dat het gemiddelde hoger is.

In vergelijking met vorig jaar is de Maasafvoer nu hetzelfde. Ook toen schommelde de afvoer bij Maastricht nu rond de 75 m3/s en dit werd gedurende de maand langzaam minder, naar ca 35 tot 40 m3/s rond eind vjuli. Omdat een dergelijke lage afvoer veel vaker voorkomt bij de Maas zijn de gebruikers van het Maaswater er goed op ingespeeld.

Langdurige droogte in Nederland; hoe vaak komt het voor en worden de zomers droger?

De extreme droogte in de zomer en het najaar van 2018 ijlt nog steeds na. Fysiek is het nog merkbaar aan de grondwaterstanden, die onder de zandgronden in Nederland nog steeds erg laag zijn, maar daarnaast heeft de droogte van vorig jaar ook de zorgen over waar het heen gaat met het klimaat aangewakkerd. Ondanks dat het droge weer van 2018 goed past in wat de klimaatscenario's verwachten voor de komende decennia, is er in de meetreeksen van het KNMI tot nu toe geen trend zichtbaar dat het in de zomer daadwerkelijk droger wordt en dat extreme droogte ook vaker voorkomt. 

Dit betekent niet dat er geen sprake zou zijn van klimaatverandering. Voor de temperatuur is die overduidelijk en al sinds 1980 neemt het aantal te warme maanden in Nederland exponentieel toe. In een bericht van vorig jaar 16 september heb ik hier uitgebreid bij stil gestaan. De verwachting is dat de temperatuurverandering ook gevolgen zal hebben voor de neerslagverdeling in de wereld en dus ook in Nederland. Tot nu toe is daar echter niet of nauwelijks sprake van. Deze week een analyse van de frequentie waarmee droogte optreedt en volgende week zal ik stil staan bij de nattigheid.

Aan de hand van de neerslaggegevens van het KNMI voor de De Bilt (gestart in 1906) heb ik onderstaande figuur gemaakt. Van boven naar benden staan hier alle jaren tot en met 2019 en van links naar rechts de maanden van het jaar. In de rood gemarkeerde maanden viel slechts 0 tot 25% van de gemiddelde neerslag die er in die maand valt, in de oranje gemarkeerde maanden viel 26 tot 50%. Ik ben bij de berekening uitgegaan van het gemiddelde over de hele reeks van 114 jaren (voor juli t/m december 113). In de overige maanden viel meer dan 50% van de normale hoeveelheid neerslag en was er geen sprake van droogte of was het te nat. Over die laatste categorie volgende week meer.

Schermafbeelding 2019-06-21 om 15.29.18.png

Overzicht van droge en zeer droge maanden in De Bilt met respectievelijk 26 tot 50% en 0 tot 25% van de gemiddelde hoeveelheid neerslag voor die maand.
Overzicht van droge en zeer droge maanden in De Bilt met respectievelijk 26 tot 50% en 0 tot 25% van de gemiddelde hoeveelheid neerslag voor die maand.

Al in een oorgopslag is te zien dat de droge en zeer droge maanden vrij gelijkmatig over de hele meetreeks verdeeld zijn. Om dat nog wat duidelijker te maken heb ik per periode van 10 jaar het aantal maanden uitgezet in de volgende figuur. Ik ben daarbij uitgegaan van perioden die steeds op het 0-jaar beginnen en op het 9-jaar eindigen (bv van 1910 t/m 1919). De laatste periode van 10 jaar is dus nog niet helemaal afgerond, er zijn nog 6 maanden te gaan, dus de waarden in de laatste kolom kunnen daar nog wat verder oplopen. 

Schermafbeelding 2019-06-21 om 15.49.38.png

Aantal droge en zeer droge maanden per periode van 10 jaar. NB. De laatste periode is nog niet afgerond en kan nog wijzigen.
Aantal droge en zeer droge maanden per periode van 10 jaar. NB. De laatste periode is nog niet afgerond en kan nog wijzigen.

Uit de bovenstaaande grafiek blijkt dat er geen duidelijke trend zichtbaar is in het voorkomen van te droge maanden. Er zijn uitschieters naar beneden, zoals de 60-er jaren en de jaren 00 van deze eeuw, en naar boven, zoals de jaren 70. Meestal schommelt het aantal rond de 20 maanden per 10 jaar en de huidige periode past in dat beeld. Ook als we kijken naar de zeer droge maanden, dan is er geen toename zichtbar en heeft iedere periode er een stuk of 5. 

Nu is de verwachting dat vooral de zomers droger worden, maar uit de volgende figuur blijkt dat ook daar geen toename is opgetreden. In de grafiek hieronder heb ik weer per periode van 10 jaar het aantal droge en zeer droge zomermaanden (juni t/m augustus) uitgezet. Hier kan nog iets aan veranderen als juli of augustus droog uitpakt, maar zelfs dan zien we niet dat het aantal de afgelopen 10 of 20 jaar hoger was dan vroeger. De aantallen per periode varieren wat meer (de totale aantallen zijn ook kleiner), maar zowel voor het aantal droge als zeer droge maanden passen de recente decennia in de langjarige variatie.

Bij de winter (de tweede grafiek hieronder) zien we wel een verandering. De afgelopen 20 jaar waren er maar weinig droge wintermaanden (december t/m februari). Voor 1960 waren er vaker decennia met weinig droge winters, alhoewel de periode 1930 - 39 er juist weer heel veel had. Vooral in de winter verwachten we dat de invloed van de Atlamntische Oceaan groter wordt en er vaker neerslaggebieden op Europa af komen. Het lage aantal droge wintermaanden sluit daar dus bij aan.

Schermafbeelding 2019-06-21 om 15.58.02.png

Aantal droge en zeer droge zomermaanden per periode van 10 jaar. NB. De laatste periode is nog niet afgerond en kan nog wijzigen.
Aantal droge en zeer droge zomermaanden per periode van 10 jaar. NB. De laatste periode is nog niet afgerond en kan nog wijzigen.

Schermafbeelding 2019-06-23 om 13.18.38.png

Aantal droge en zeer droge wintermaanden per periode van 10 jaar. NB. De laatste periode is nog niet afgerond en kan nog wijzigen.
Aantal droge en zeer droge wintermaanden per periode van 10 jaar. NB. De laatste periode is nog niet afgerond en kan nog wijzigen.

Als we weer terug gan naar de zomerperiode, dan is er nog een andere manier om na te gaan of er een trend is in de zomer-neerslag. Om uit de lange reeksen van weermetingen het klimaat te bepalen gaan meteorologen uit van het zogenaamde 30 jarig gemiddelde. In de grafiek hieronder heb ik het verloop van dit gemiddelde uitgezet vanaf 1935 (het eerste jaar dat een 30-jarig gemiddelde kon worden berekend, nadat de metingen in 1906 waren gestart) tot en met 2018. Op de linkeras staat de hoeveelheid neerslag in millimeters. Gemiddeld valt er in de Bilt ongeveer 225 mm in de 3 zomermaanden.

De periode tot begin jaren 60 was de hoeveelheid neerslag die gemiddeld in de zomer viel stabiel, daarna steeg het wat tot rond 1970, om daarna langdurig te gaan dalen, totdat het rond het jaar 2000 gemiddeld genomen bijna 50 mm droger was geworden dan rond 1970. Rond het jaar 2000 zou je op grond van deze grafiek een sterke klimaattrend hebben kunnen opmaken. De laatste 20 jaar is deze trend echter weer omgeslagen en ondanks de droge zomers van 2003 en 2018 is de gemiddelde neerslaghoeveelheid die in de zomer valt toch weer fors gestegen. Inmiddels bevinden we ons weer in de wat nattere regionen van de grafiek. Van een steeds droger worden van de zomers is dus op grond van het langjarig gemiddelde voorlopig geen sprake.

Schermafbeelding 2019-06-19 om 17.31.02.png

Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in de zomermaanden.
Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in de zomermaanden.

Ook als we naar de individuele zomermaanden kijken, dan zien we bij geen van de maanden een dalende trend. Juni is weinig veranderd, juli is sinds het jaar 2000 duidelijk natter geworden en augustus is, na een hele lange neergaande lijn, de laatste 20 jaar weer aan het oplopen.

Vooral het verloop bij augustus is opvallend, van de natste maand van het jaar rond 1970 veranderde deze maand in een van droogste tegen het jaar 2000. Maar die trend is dus weer omgedraaid en inmiddels is augustus weer een van de nattere maanden van het jaar. 

Schermafbeelding 2019-06-23 om 14.41.46.png

Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in juni.
Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in juni.

Schermafbeelding 2019-06-23 om 14.41.35.png

Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in juli.
Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in juli.

Schermafbeelding 2019-06-23 om 14.41.25 copy.jpg

Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in augustus.
Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in augustus.

Bovenstaande analyse laten zien dat de in de klimaatscenario's verwachte drogere zomers in de meetreeksen van het KNMI nog niet te vinden zijn. De zomermaanden zijn de laatste 20 jaar eerder natter geworden dan droger en ook langdurige droogte komt niet vaker voor dan vroeger. De droogte van 2018 past dus niet in een trend, maar lijkt eerder de spreekwoordelijke uitzondering te zijn.  

Als we nog een keer terugkijken naar de eerste figuur met droge maanden dan valt op waarom vorig jaar zo uitzonderlijk was. Er volgden namelijk 2 zeer droge maanden op elkaar, iets wat in de hele meetreeks pas 5 keer eerder was gebeurd, waarvan slechts eenmaal in de zomer, namelijk in juli-augustus 1911.