Weersomslag aanstaande, maar deze week nog dalende waterstanden
Het hogedrukgebied dat wekenlang het weer bepaalde, trekt zich de komende dagen terug en daarmee komt er ruimte voor neerslagzones om de stroomgebieden te bereiken. Dit gaat in twee fasen: eerst onder invloed van een lagedrukgebied boven Scandinavië, en later gaat de weg open naar lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan. Het zorgt voor voldoende neerslag om de waterstanden in de rivieren na een lange periode weer eens te laten stijgen. Of er voldoende gaat vallen om te stijgen naar een voor de tijd van het jaar gemiddeld niveau is nu nog niet te zeggen.
In de rubriek water inzicht aandacht voor het neerslagtekort dat nog nooit eerder zo groot was, maar dat is niet het gevolg van weinig neerslag alleen.
Water van de week
Nog één droge week, daarna dagelijks regen
Een sterk hogedrukgebied nabij Schotland zorgde de afgelopen week voor aanhoudend droog weer. Inmiddels is de kern van het hogedrukgebied richting IJsland geschoven en houdt het nog steeds lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan op grote afstand. Doordat het wat verder van het vasteland af ligt, kan er nu een lagedrukgebied ontstaan boven Scandinavië en dit zorgt in de tweede helft van de week voor een weersomslag.
Vanaf donderdag kunnen dan de eerste regengebieden vanuit het noorden ons bereiken Maar de hoeveelheden regen zijn waarschijnlijk nog erg klein. In een groot deel van Duitsland en ook In de Ardennen wordt waarschijnlijk helemaal geen regen verwacht maar in de Alpen kan weer wel aardig wat regen vallen op donderdag en vrijdag.
Vanaf het weekend trekt het hogedrukgebied zich terug naar de Azoren en dat maakt, voor het eerst sinds hele lange tijd, de weg vrij voor een lagedrukgebied dat vanaf de Oceaan richting Schotland trekt. Het zorgt bij ons voor een meer zuidwestelijke luchtstroming waarin ook regengebieden kunnen meekomen. Halverwege de week na het volgend weekend zou er ook een aparte kern van het lagedrukgebiedje dicht bij Nederland kunnen komen te liggen en dat kan dan voor extra veel regen zorgen. Als dat uitkomt dan zou mei op de valreep toch nog een niet al te droge maand kunnen worden.
In de dagen daarna doet het hogedrukgebied wel pogingen om opnieuw een kern in onze omgeving te vormen, maar zoals het er nu naar uitziet gaat dat niet lukken en is de kans groot dat we rond de maandwissel met een wisselvalliger weertype te maken krijgen met zo nu en dan regen.
Rijn daalt nog een week; tot circa 7,25 m (NAP), daarna weer stijgend
In het begin van de afgelopen week daalde de Rijn met circa 10 cm per dag, maar vanaf donderdag vertraagde de daling tot slechts enkele centimeters per dag. Dit was wat extra water van regen die ongeveer een week geleden in Zwitserland viel. Inmiddels is dat extra water op en de komende dagen zet de snellere daling weer in.
De stand bedraagt op dit moment ongeveer 7,75 m NAP en de afvoer daarbij iets minder dan 1.200 m3/s. Dat is maar net iets meer dan de helft van wat de Rijn normaal in deze tijd van het jaar afvoert. Omdat er de eerstkomende dagen nog geen regen wordt verwacht daalt de Rijn de komende dagen weer verder met ca 10 cm per dag tot op donderdag 22/5 de 7,35 m NAP wordt bereikt bij een afvoer van ca 1.025 m3/s.
Ook daarna gaat de daling nog verder maar wel wat langzamer, met zo'n 5 cm per dag tot op zondag een strand wordt bereikt tussen 7,2 en 7,25 m NAP. De afvoer is dan voor het eerst dit jaar tot onder de 1.000 m3/s gezakt. Dat gebeurt gemiddeld gedurende het jaar op ca 20 dagen, maar vrijwel altijd is dat in de nazomer en bijna nooit in het voorjaar.
Een zo lage waarde betekent dat het waterbeheer in Nederland in de problemen komt. Niet omdat er te weinig water is, want de werkelijke watervraag is misschien maar 20% van dit volume, maar vooral omdat we het water ook gebruiken om het peil van bijvoorbeeld het IJsselmeer hoog genoeg te houden. En dat kost veel water omdat er ook veel water verdampt. Daarnaast gebruiken we het zoete rivierwater om zout zeewater teug te duwen naar zee in zowel de Nieuwe Waterweg als bij de vele sluizen die aan zee grenzen.
Vooral daarvoor is heel veel water nodig, zelfs nog meer dan de Rijn nu aanvoert en daarom zal het zoute zeewater de komende dagen ook verder het binnenland indringen zodat enkele inlaatpunten daar geen water meer in kunnen nemen. Daadwerkelijk te weinig water hebben de binnenvaart die met minder vaardiepte rekening moet houden en de natuur, want veel nevengeulen langs de rivieren zijn nu drooggevallen en het is juist in deze tijd van het jaar dat veel vissen daar paaien en opgroeien.
Het ziet er naar uit dat er op niet al te lange termijn verlichting op komst is. Het nattere weer dat vanaf het weekend aanbreekt zal er in eerste instantie voor zorgen dat de gewassen en de natuurlijke vegetatie weer water krijgen, zodat minder water hoeft te worden aangevoerd. Een paar dagen later gaat dan zeer waarschijnlijk ook de Rijn weer stijgen als vanaf 27 of 28 mei het eerste extra water arriveert.
Het zal niet meteen een heel grote stijging opleveren, maar op grond van de laatste verwachtingen is een stijging naar rond de 8 m NAP op 1 juni niet onwaarschijnlijk. Nu nog zien dat het hogedrukgebied ook echt plaats maakt en de regen het stroomgebied kan bereiken. Volgende week weten we meer.
Maas moet het de hele komende week nog zonder regen doen
De regen die vanaf de tweede helft van de week vanuit het noorden tot onze omgeving door weet te dringen, gaat waarschijnlijk nog grotendeels voorbij aan het stroomgebied van de Maas. Het ziet er naar uit dat er dan maar een paar millimeter regen valt en dat is onvoldoende om de Maas wat extra water te bezorgen. Pas vanaf 28 mei lijken er voor het eerst meer serieuze hoeveelheden te gaan vallen.
Dat is als een klein lagedrukgebiedje precies over onze omgeving trekt. Als dat uitkomt, dan kan de Maas in een klap wel 100 of 150 m3/s stijgen. Maar dit is nog erg onzeker, want het is nog ver van tevoren. Maar het is al wel bijna zeker dat er rond die tijd meerdere natte dagen aanbreken en de kans is groot dat de Maas daar wel iets van ontvangt.
Ik verwacht daarom dat de Maasafvoer de komende week nog langzaam daalt tot ca 50 m3/s gemiddeld over de dag; nu is dat nog ca 60 m3/s, en dat is maar ca 30% van het langjarig gemiddelde. Vanaf 28/5 zou dan een stijging kunnen volgen, die de Maas misschien meteen wel meteen naar 200 m3/s kan laten stijgen. Mocht het niet zo snel gaan, dan verwacht ik rond die tijd een stijging naar 100 tot 150 m3/s.
Water in zicht
Droogte wordt niet alleen veroorzaakt door te weinig neerslag
Het is al maandenlang droog en inmiddels wordt dit ook zichtbaar in de natuur waar vooral de lagere vegetaties beginnen uit te drogen omdat zij voor hun vocht afhankelijk zijn van het bovenste deel van de bodem. Inmiddels is het neerslagtekort opgelopen tot ruim 110 millimeter en dat was rond half mei nog nooit eerder zo groot. Dit neerslagtekort is de som van de hoeveelheid neerslag die sinds 1 april is gevallen met daarvan afgetrokken de hoeveelheid verdamping. In de tabel hieronder is dit in de tweede kolom weergegeven.
Schermafbeelding 2025-05-18 om 14.18.03.png

Naast het huidige jaar zijn nog 3 andere jaren weergegeven met een zeer droog voorjaar, waaronder het legendarische jaar 1976, toen het na een droog voorjaar ook de zomer heel erg droog bleef en over het hele zomerseizoen het hoogste neerslagtekort uit de meetreeks van het KNMI werd opgetekend. In 1976 bedroeg het neerslagtekort t/m 17 mei 100 mm en dit jaar gaat daar dus overheen. Gemiddeld bedraagt het tekort tot deze datum volgens de huidige norm slechts 35 mm en het tekort is op dit moment dus 80 mm groter.
In de twee volgende kolommen is de hoeveelheid neerslag en de verdamping vanaf 1 april weer gegeven. Hieruit blijkt dat in dit jaar in vergelijking met de andere jaren nog aardig wat regen is gevallen, maar dat het vooral de verdamping is die uitzonderlijk groot was. Straks kom ik nog terug op de oorzaak van deze hoge waarde.
De getallen in de tabel zijn van het hoofdstation van het KNMI in De Bilt. Daar viel in april nog ca 35 mm regen, maar op andere plaatsen in het land werd dat bij lange na niet gehaald, zoals in delen van Noord-Holland waar in april maar ca 10 mm regen viel. Daar is het neerslagtekort dus nog ca 25 mm groter. In het oosten van het land zijn er plaatsen waar in april nog 50 of 60 mm viel en daar is het tekort dus wat kleiner, maar nog altijd net zo groot als in 1976.
Het is de standaard om het neerslagtekort pas te gaan meten vanaf 1 april, maar ook maart kan soms al een maand zijn met een flink neerslagtekort. Dat geldt zeker voor dit jaar toen er nauwelijks regen viel in maart en er meer dan 50 mm verdamping was. In de volgende tabel is weergegeven wat dit betekent als we het neerslagtekort al vanaf 1 maart berekenen.
Schermafbeelding 2025-05-18 om 14.18.12.png

We zien dat het tekort inmiddels is opgelopen tot bijna 170 mm en ruimschoots uitstijgt boven 1976, dat tot nu toe (gemeten vanaf 1 april) de recordhouder was. Ook 2011 was een jaar met een hoog neerslagtekort in het voorjaar van het jaar. Als we naar de neerslag kijken vanaf 1 maart dan was 2025 wel erg droog, maar 1996 was nog droger. Maar in dat jaar was er relatief weinig verdamping en daardoor scoorde 1996 bij het neerslagtekort weer niet zo hoog. 1976 in 2011 behaalden in maart ook al aardig wat verdamping, maar lang niet zoveel als dit jaar.
Inmiddels is er dit jaar maar liefst ruim 200 mm verdamping geweest, een uniek hoge waarde voor zo vroeg in het jaar. Als we op zoek gaan naar de oorzaak dan ligt het voor de hand om te denken aan een geringe hoeveelheid neerslag maar zoals ik hierboven al liet zien, verklaart dat niet waarom dit jaar zoveel hoger eindigt dan de andere droge jaren. Daarvoor heb ik ook de temperatuur en het aantal zonuren weergegeven in de laatste twee kolommen.
De temperatuur vanaf 1 maart bedroeg gemiddeld net iets meer dan 10 graden, ongeveer net zo hoog als in 2011, en dat is niet uitzonderlijk hoog; want de norm voor deze tijd is ongeveer 9 graden. Het is wel duidelijk hoger dan in 1976 en 1996. Een hogere voorjaarstemperatuur is het gevolg van de klimaatverandering en dit verklaart een deel van het verschil bij de verdamping; want hoe hoger de temperatuur hoe meer vocht er verdampt.
Het meest opvallende verschil van dit jaar met de andere jaren vinden we echter bij het aantal zonuren. Sinds 1 maart heeft de zon in de Bilt al meer dan 700 uur geschenen en dat is 80% meer dan gewoonlijk in deze 2,5 maand. Het is ook veel meer dan in de andere droge jaren en hier vinden we ook een belangrijke verklaring voor het hoge neerslagtekort, want op zonnige dagen is de verdamping groter. Sinds de jaren ’80 is de zon in Nederland steeds meer gaan schijnen en vooral de laatste 10 jaar is er zelfs sprake van een opvallend snelle stijging.
Het is nog onduidelijk of het grotere aantal zonuren een gevolg is van de klimaatverandering. Het heeft waarschijnlijk ook te maken met een schonere lucht want als er minder stofdeeltjes in de lucht aanwezig zijn dan kunnen er minder snel wolken ontstaan; vooral de lagere wolken zijn er dan minden. Maar de klimaatverandering heeft waarschijnlijk ook invloed op het ontstaan van hogedrukgebieden.
Want vooral in het voorjaar is de luchtcirculatie op onze breedten als gevolg van klimaatverandering minder krachtig geworden en hogedrukgebieden houden daardoor langer stand. En omdat in hogedrukgebieden de lucht daalt, lossen wolken daarin sneller op en is de kans op zonnig weer er groter. De klimaatverandering heeft dus zowel via de hogere temperatuur als via het langer aanhouden van hogedrukgebieden invloed op de droogte en het neerslagtekort. 2025 is een mooi voorbeeld hoe dat samen kan vallen.