U bent hier

Weinig neerslag, eerst dalende, later stabiele waterstanden

Het is rustig weer in de stroomgebieden en dat houdt ook de komende week nog aan. De waterstanden blijven daarom dalen. Pas vanaf volgend weekend is er kans op een weersomslag en kunnen de waterstanden weer gaan stijgen. In het weer- en waterbericht leest u hier meer over. Vanaf  november start het hoogwaterseizoen en daarom in dit bericht een wat uitgebreidere analyse van de kans op hoge afvoeren in de Rijn en de Maas in het komende half jaar; en of hier trends in zichtbaar zijn die mogelijk het gevolg zijn van de huidige klimaatverandering.

Hoge druk bepaalt ook komende week het weer

De afgelopen week begon met vrij sterk stijgende afvoeren, die het gevolg waren van een intensieve regenzone die zondag over het oosten van Frankrijk en België lag. De Maas bereikte daardoor bij Maastricht een hoogste stand op maandag en de Rijn op woensdag bij Lobith. Uitzonderlijk waren de afvoeren zeker niet, maar het zijn de voorboden van een periode met een grotere kans op hoogwater; daarover later in dit bericht meer. Na de regenval op zondag breidde een hoge drukgebied zijn invloed over Europa uit en werd het overal droog waardoor de waterstanden weer konden gaan dalen.

Het hoge drukgebied dat vanaf maandag het weer in Europa in zijn greep kreeg, is inmiddels naar het oosten opgeschoven en dat maakte de weg vrij voor een zwak regengebied dat vandaag over de stroomgebieden trekt. Veel regen wordt hier niet uit verwacht en het heeft daarom geen invloed op de rivierafvoeren. Meteen na het regengebiedje zal de luchtdruk weer gaan stijgen, vanwege een nieuw groot hoge drukgebied boven het noorden van de Atlantische Oceaan dat het weer bij ons de komende week gaan beïnvloeden. Het wordt daarom een droge week en op een paar buien na in de Alpen wordt er nergens regen verwacht.

Ook dit hoge drukgebied schuift langzaam op naar het oosten en zal waarschijnlijk al vanaf vrijdag zijn greep op het weer in de stroomgebieden verliezen. Daarna is het nog wat onduidelijk wat er gaat gebeuren. Het Europese weermodel verwacht dat er dan actieve lage drukgebieden op het toneel verschijnen, die vrijdag en zaterdag flink wat regen zullen brengen in de stroomgebieden van Rijn en Maas. Als dat uitkomt gaan de afvoeren na het komend weekend weer stijgen. Andere weermodellen voorzien echter dat de lage drukgebieden noordelijker blijven en niet zo veel invloed gaan hebben op het weer in Midden Europa. In dat geval blijven de afvoeren nog wat langer stabiel rond een vrij lage waarde. Het blijft dus nog even afwachten wat er na komend weekend gaat gebeuren.

Rijn daalt de hele week naar afvoer iets onder 1500 m3/s

De Rijn bereikte op woensdag een kleine piek van iets onder de 2.200 m3/s. De waterstand bij Lobith steeg tot 9,25 m +NAP. Het was het water van twee kleine golfjes die uit de Bovenrijn en de Moezel afkomstig waren. Omdat het na de regenval van zondag droog is gebleven, is de afvoer na woensdag weer snel gaan dalen, met ca 100 m3 per dag en op dit moment bedraagt de afvoer bij Lobith ca 1800 m3/s (bij een stand van 8,75 m +NAP). De komende 2 dagen zet deze daling zich nog door, maar daarna neemt de daalsnelheid af naar ca. 50 m3. In het komend weekend zal de afvoer dan op ca 1.450 m3/s zijn uitgekomen; de waterstand bedraagt dan ca 8,2 m +NAP. 

Daarna wordt het onduidelijk wat er precies gaat gebeuren. Als de verwachting van het Europese weermodel uitkomt, zou het vanaf vrijdag in ieder geval een paar dagen flink nat kunnen worden en in dat geval zal de Rijnafvoer vanaf komende zondag weer gaan stijgen. Als de andere modellen het bij het rechte eind hebben wordt er niet zoveel regen verwacht en zullen de afvoeren vanaf komend weekend nog enige tijd stabiel blijven rond de 1500 m3/s  en de waterstand schommelt dan rond 8,25 m +NAP . Een daling naar veel lagere afvoeren zit er niet in, want het ziet er in geen van de modellen naar uit dat het hoge drukgebied langdurig zijn invloed zal houden.

Met de 2 kleine watergolfjes die in oktober  zijn gepasseerd is de Rijnafvoer deze maand vrijwel precies op het langjarig maandgemiddelde uitgekomen (ca 1.630 m3/s). Gewoonlijk is oktober de maand met de laagste afvoer, maar dit jaar was dat september, met 1.240 m3. Oktober was de eerste maand sinds maart met een gemiddelde afvoer die niet te laag was. Alle tussenliggende maanden was de afvoer (iets) lager dan normaal. De afwijking was echter zelden heel groot en een langdurig laagwaterperiode zoals in 2018 kwam dan ook niet voor.

Samengevat luidt de verwachting voor de komende tijd. De eerste dagen langzaam dalende afvoeren en waterstanden, naar ca 1.450 m3 (8,2 m +NAP) op zaterdag. Daarna weer stijgende standen mits het vanaf vrijdag inderdaad gaat regenen. Als er weinig regen volgt, blijft de afvoer nog wat langer schommelen rond de 1.500 m3/s. 

Maasafvoer weer terug op en vrij laag niveau

Aan het begin van de week had de Maas een kleine piek. De afvoer steeg op maandag tot ca 300 m3/s bij Maastricht. Dit was wat lager dan ik verwacht had, omdat het regengebied op zondag minder regen bracht in de Ardennen dan eerst werd verwacht. Vanaf maandag was het droog in het stroomgebied en de afvoer daalde daardoor weer snel naar onder de 100 m3/s op dit moment. 

De komende dagen zet die daling nog wat door. Er viel vandaag wel wat neerslag in het stroomgebied, maar te weinig voor een stijging. Vanaf vandaag volgen dan weer meerdere droge dagen en pas vanaf zaterdag wordt weer regen verwacht. Tegen die tijd zal de afvoer tot ca 75 m3/s zijn gezakt bij Maastricht.

Deze afvoer is vrij laag voor de tijd van het jaar, want de normale afvoer bedraagt nu ca 175 m3/s. Zo lijkt de lage afvoer zich voorlopig nog even door te zetten. De gemiddelde afvoer in oktober bedroeg bij Maastricht ca 95 m3/s, wat ca 65% is van de normale maandafvoer. Evenals bij de Rijn is de Maasafvoer al vanaf april te laag, maar anders dan bij de Rijn is het verschil met de normale afvoer hier veel groter. Zo heeft de Maas sinds 1 april slechts 45% van de normale hoeveelheid water afgevoerd, terwijl dat bij de Rijn over deze 7 maanden bijna 80% was. 

Vanaf november start het hoogwaterseizoen

September en oktober zijn gewoonlijk de maanden met de laagste afvoeren in de Rijn en de Maas. Vanaf november verandert dat en neemt de kans op hoge afvoeren snel toe. Niet dat er meer regen valt in de komende maanden, want in een groot deel van het stroomgebied is de winter zelfs droger dan de zomer. De oorzaak ligt vooral in het feit dat er minder water verdampt en dat de vegetatie geen water meer nodig heeft en daarom bereikt een veel groter deel van de gevallen neerslag de rivieren. 

De gemiddelde afvoer neemt in deze maanden flink toe, bij de Rijn van ca 1650 m3/s in oktober naar 2800 m3/s in januari en bij de Maas van 70 in september naar 470 m3/s in januari. Daarnaast neemt ook de kans op hoogwatergolven toe, nog sterker dan de gemiddelde afvoeren. In de grafieken hieronder heb ik voor de Rijn (boven) en de Maas de kans uitgezet dat gedurende het hoogwaterseizoen (de grafiek begint daarom op 1 november) hoge en zeer hoge afvoeren worden overschreden. Het gaat daarbij om afvoeren waarbij het zomerbed grotendeels gevuld is (bij de Rijn 4.000 m3/s en bij de Maas 750 m3/s) en dat de uiterwaarden geheel zijn overstroomd (bij de Rijn 7.000 m3/s en bij de Maas 1.500 m3/s).

In de grafiek van de Rijn is te zien dat in november de kans dat op een dag de afvoer boven de 4.000 m3/s komt (de waterstand is dan ca 12 meter) ca 5% bedraagt, in januari en februari is dat toegenomen tot ca 20%, om vanaf maart weer geleidelijk te dalen. De kans op een afvoer groter dan 7.000 m3/s (ca 14,5 m +NAP) is uiteraard veel kleiner en schommelt van december t/m maart tussen de 2 en 4% met een piek van ca 6% net na de jaarwisseling.

Bij de Maas duurt de periode met de grootste kans op hoge afvoeren korter dan bij de Rijn. Alleen in januari is er een kans van meer dan 20% op afvoeren boven de 750 m3/s. In februari is die kans al gedaald naar rond de 15% en in maart naar tussen de 5 en 10%. Een ander opvallend verschil tussen Rijn en Maas is dat de kans op hoge afvoeren bij de Rijn tot in juli door loopt, terwijl het bij de Maas rond eind april al bijna nihil is. Dit is het effect van de smeltende sneeuwvanuit de Alpen. Vooral als er in de smeltperiode veel neerslag valt is er dan kans op hoogwater.  

Bij beide rivieren is er een opvallende periode rond de laatste week van januari en de eerste van februari met een lagere kans op hoge afvoeren dan in de weken ervoor en erna. Ik heb geen duidelijke verklaring voor deze dip.

Het zomerhalfjaar is de periode waarin de kans op hoogwater veel kleiner is. Zo bedraagt bij de Rijn de kans dat in het hoogwaterseizoen (tussen 1/11 en 30/4) de afvoer op een dag boven de 4.000 m3/s uit stijgt ca 12,5%, terwijl dat in de periode tussen 1/5 en 31/10 slechts 2% is. Bij de Maas zijn de verschillen nog groter, met een kans van ca 11% op een afvoer boven de 750 m3/s in het hoogwaterseizoen en slechts 0,3% in de periode daarbuiten

Kans op hoge Rijnafvoeren vanaf 1 nov.jpg

Kans op een hoge of zeer hoge Rijnafvoer gedurende het jaar (beginnend bij de start van het hoogwaterseizoen)
Kans op een hoge of zeer hoge Rijnafvoer gedurende het jaar (beginnend bij de start van het hoogwaterseizoen)

Kans op hoge `maasafvoeren copy.jpg

Kans op een hoge of zeer hoge Maasafvoer gedurende het jaar (beginnend bij de start van het hoogwaterseizoen)
Kans op een hoge of zeer hoge Maasafvoer gedurende het jaar (beginnend bij de start van het hoogwaterseizoen)

De gegevens hierboven zijn de gemiddelden over de hele meetreeks van de rivieren sinds de metingen begonnen zijn. Het is interessant om na te gaan of er ook verschuivingen in zijn opgetreden in de loop der jaren als gevolg van de klimaatverandering. Sinds de klimaatverandering duidelijk zichtbaar is geworden, is de temperatuur in de stroomgebieden van Rijn en Maas met ca 1,5 graad gestegen en de verwachting is dat ook de neerslaghoeveelheden toe zullen nemen; wat dan ook weer effect zal hebben op de rivierafvoeren.

Om na te gaan of er trends zichtbaar zijn, heb ik voor iedere decade van de meetreeks (dit is een periode van 10 jaar) de kans op hoogwater berekend in het hoogwaterseizoen, dus in de periode tussen 1 november en 30 april. Hieronder staat eerst voor de Rijn en daarna voor de Maas in 3 grafieken onder elkaar de kans op een hoge of een zeer hoge afvoer per decade uitgezet. Als derde grafiek staat ook nog de gemiddelde afvoer in deze periode uitgezet.

Frequentie hoge afvoeren Lobith.png

De kans dat op een dag in het hoogwaterseizoen een hoge (> 4.000 m3/s) of zeer hoge (>7.000 m3/s) afvoer optreedt in de Rijn per decade vanaf 1901
De kans dat op een dag in het hoogwaterseizoen een hoge (> 4.000 m3/s) of zeer hoge (>7.000 m3/s) afvoer optreedt in de Rijn per decade vanaf 1901

Bij de Rijnafvoeren zien we geen duidelijke trend dat de kans op hoge of zeer hoge afvoeren is toegenomen. De kans op hoge afvoeren schommelt sterk met gedurende de hele meetreeks perioden met meer en perioden met minder. Na 2 decennia met een vrij grote kans (1981- 1990 en 1991 - 2000) is de kans de laatste 2 decennia weer veel kleiner. Dit is vooral het gevaal bij de zeer hoge afvoeren. De gemiddelde afvoer in het hoogwaterseizoen schommelt ook, maar minder. Er is wel een verband tussen de gemiddelde afvoer en het optreden van hoge afvoeren maar minder met de hoge afvoeren. Zo lag de periode met de grootste kans op zeer hoge afvoeren lag tussen 1941 en 1950, maar was de gemiddelde afvoer toen niet zo hoog. De zeer hoge afvoeren zijn vrij zeldzaam en hoeven niet persé samen te vallen met een periode van winters met een hoge gemiddelde afvoer.

Frequentie hoge afvoeren Borgharen.png

De kans dat op een dag in het hoogwaterseizoen een hoge (> 750 m3/s) of zeer hoge (>1.500 m3/s) afvoer optreedt in de Maas per decade vanaf 1911
De kans dat op een dag in het hoogwaterseizoen een hoge (> 750 m3/s) of zeer hoge (>1.500 m3/s) afvoer optreedt in de Maas per decade vanaf 1911

Bij de Maasafvoeren is ook geen duidelijke trend waarneembaar dat de kans op hoge of zeer hoge afvoeren de laatste decennia is toegenomen. Ook hier schommelt de kans op hoge afvoeren sterk met gedurende de hele meetreeks perioden met meer en perioden met minder. Wel valt hier de periode 1991 - 2000 op met een grote kans op hoogwater. Deze periode met veel hoogwaters was onder andere de aanleiding voor veel hoogwaterbeschermingsmaatregelen. Na 2000 is de kans op hoogwater echter weer sterk afgenomen en ongeveer weer op het niveau van voor 1991 uitgekomen. De gemiddelde afvoer in het hoogwaterseizoen schommelt ook en net als bij de Rijn is er een duidelijk verband tussen de gemiddelde afvoer en de hoge afvoeren (>750 m3/s), maar veel minder duidelijk met de zeer hoge afvoeren boven de 1500 m3/s.