U bent hier

zondag 13 mei 2018

Week met buiig weer, vooral in het stroomgebied Rijn

De afgelopen week verliep warm en er viel niet veel regen. De waterstanden in de Maas daalden daarom bij gebrek aan neerslag, de Rijn daalde ook, maar gaat komende dagen profiteren van de smeltende sneeuw in de Alpen. Ook gaan er flink wat buien vallen in met name het zuidelijk deel van het stroomgebied van de Rijn en in de Alpen zou het zelfs een zeer natte week kunnen worden. 

Het buiige weer hangt samen met de voorste begrenzing van koele lucht, die vanaf de Atlantische Oceaan het continent opdringt en die de daar aanwezige warme lucht probeert de verdrijven. Vandaag ligt die grens boven Nederland en kan lokaal in de oostelijke provincies veel regen vallen, met lokaal ondergelopen straten. Ook zullen de beken die daar stromen de komende dagen veel water te verwerken zullen krijgen met lokaal misschien overstroomde dalvlaktes naast de beek. 

De koele lucht weet Nederland echter toch niet in haar greep te krijgen en morgen stroomt de warme lucht weer terug naar ons land. Verder naar het zuiden lukt het de koele lucht wel om verder door te dingen en dat zorgt er voor dat er vanaf maandag t/m donderdag flink wat regen gaat vallen in een gebied dat over Noord Frankrijk en het zuiden van Duitsland naar de noordzijde van de Alpen loopt. Hier profioteert vooral de Rijn van.

Rijn stijgt begin deze week naar ca 9 m, later mogelijk nog wat hoger

Het extra smeltwater dat afgelopen week door warm weer in de Alpen naar de Rijn is gestroomd, komt vanaf vandaag bij Lobith aan. De waterstanden gaan er langzaam wat door stijgen. Gisteren werd een laagste stand bereikt op ca 8,55 m +NAP. De komende dagen komt daar zo'n 10 cm per dag bij en op woensdag komt dan de 9 m +NAP in zicht.

Door de buien die de komende dagen eerst in midden en later ook in zuid Duitsland gaan vallen, zal de stand later in de week nog wat verder gaan stijgen. Mogelijk dat na het volgend weekend de 9,5 m bereikt kan worden. Dit is ongeveer de gemiddelde stand voor deze tijd van het jaar. Op wat langere termijn ziet het er niet naar uit dat het buiige weer aanhoudt in de Alpenregio. De kans is groot dat het wat langer droog gaat worden. Een verdere stijging van de waterstand is daarom niet te verwachten. 

In de Bovenrijn in Zuid Duitsland is medio mei de tijd van het jaar dat daar gewoonlijk de hoogste waterstanden optreden. De combinatie van warm weer in de Alpen, waardoor er relatief veel smeltwater beschikbaar is, en buiig weer in Zuid Duitsland en Zwitserland waarvan het water over de nog grotendeels kale bodems van de akkers snel afstroomt, zorgt dan voor de hoge watestanden. De hoogste opgetreden standen in mei liggen daarom zelfs hoger dan in het winterhalfjaar. Dit jaar lijkt het niet echt tot echt hoge standen te komen, omdat de buiige periode daarvoor te kort is.

Maas stabiel tussen 75 en 100 m3/s

Vandaag valt er enige regen in het Belgische deel van het stroomgebied van de Maas. Vanaf maandag schuift deze neerslagzone wat naar het zuiden en valt de neerslag vooral in het Franse deel. Veel regen wordt er niet verwacht en op de Maas heeft het hoogstens tot gevolg dat de afvoer ongeveer rond het huidige niveau van iets onder de 100 m3/s blijft schommelen.  

Een dergelijke afvoer is relatief laag voor de Maas in deze tijd van het jaar. Gemiddeld genomen bedraagt de afvoer nu ca 175 m3/s en zakt de afvoer medio juni pas onder de 100 m3/s. Ook op wat langere termijn ziet het er niet naar uit dat de afvoer weer wat gaat stijgen, omdat het droge weer terugkeert, is het meer waarschijnlijk dat de afvoer vanaf volgend weekend langzaam nog wat verder gaat dalen.

Lage Rijnafvoer komt minder vaak voor dan vroeger

Eerder schreef ik al eens dat lage afvoeren in de Rijn tegenwoordig minder vaak optreden dan vroeger. Dit is tegen de verwachting in. Als gevolg van de klimaatverandering wordt namelijk verwacht dat perioden van droogte en lage afvoeren in de Rijn steeds vaker voor zullen komen. Ook door het afnemen van de omvang van de gletsjers in de Alpen zou de afvoer van de Rijn af moeten nemen.

Het opvallende is echter dat, ondanks dat er al zeker 35 jaar sprake is van klimaatverandering, deze verwachting tot nu toe niet is uitgekomen en dat er juist sprake is van een omgekeerde trend. Het aantal dagen met lage Rijnafvoeren neemt juist af. In de grafiek hieronder is met de blauwe kolommen het aantal dagen aangegeven dat de Rijnafvoer bij Lobith gedurende het jaar onder de 1.250 m3/s zakt. Dit is een afvoer die vrijwel ieder jaar wel een aantal dagen wordt onderschreden. Tussen de jaren zijn er grote variaties, maar de trendlijn (de zwarte lijn) loopt duidelijk omlaag, van ca 55 dagen rond 1900 naar ca 45 tegenwoordig. Ook nemen de extremen af; het hoogste aantal in de recente periode bedroeg 130 dagen in 2003, terwijl in het begin en het midden van de vorige eeuw ook regelmatig de 150 werd overschreden.

Schermafbeelding 2018-05-13 om 16.29.30.png

aantal dagen per jaar met Rijnafvoer < 1.250 m3/s
aantal dagen per jaar met Rijnafvoer < 1.250 m3/s

De afname van het aantal dagen met lage afvoer betekent overigens niet dat het aantal dagen met hoge afvoeren is toegenomen. We zien daar geen trend omhoog; eerder omlaag. De Rijnafvoer is de laatste decennia vooral meer gelijkmatig geworden, met minder uitschieters naar beneden en ook minder naar boven. 

Als we de lage afvoeren wat verder analyseren dan zien we dat de veranderingen die optreden wel te verklaren zijn aan de hand van enkele andere effecten van de klimaatverandering. Lage afvoeren komen in de Rijn namelijk niet alleen voor in de zomer, maar ook in de winter. Vooral in koude winters met veel vorst en ijs kan de rivier ook tot onder de 1.250 m3/s dalen. Nu komen koude winters tegenwoordig veel minder vaak voor en dat heeft gevolgen voor het aantal dagen dat de Rijn in de winter (dec t/m feb) onder de 1.250 m3/s daalt. Rond 1900 gebeurde dat nog gemiddeld 14 dagen per jaar en tegenwoordig nog maar 8 dagen per jaar. 

In tegenstelling tot de wintermaanden is het aantal dagen dat de Rijnafvoer in het voorjaar onder de 1.250 m3/s zakt nauwelijks veranderd. In de maanden maart t/m mei smelt in de middengebergten en de Alpen de sneeuw die in de winter ervoor is gevallen en dit is altijd de periode dat de kans op lage Rijnafvoeren klein is. Gemiddeld genomen zakt de afvoer in het voorjaar daarom ook maar 4 tot 5 dagen onder de 1.250 m3/s. Er zijn soms jaren dat er niet veel sneeuw ligt en dan kan de afvoer langer laag is, maar de kans op dat soort jaren lijkt niet groter te zijn geworden. Sinds 1900 en in het verloop van het aantal dagen is dan ook geen trend te herkennen.

In de zomermaanden (juni t/m augustus) neemt het gemiddeld aantal dagen dat de afvoer onder de 1.250 m3/s weer wat toe. Echter niet zoveel als we misschien zouden verwachten; ook in deze maanden profiteert de Rijn nog van het smelten van de sneeuw uit de voorafgaande winter, waarvan het water voor een deel in de grote meren van Zwitserland is opgeslagen. Als gevolg van klimaatverandering zouden we hier een toename van het aantal dagen met lagere afvoeren verwachten en daar is ook inderdaad sprake van, maar het effect is nog maar heel klein. Sinds 1900 is het gemiddeld aantal dagen dat de afvoer in de zomermaanden onder de 1.250 m3/s zakt toegenomen van 6 naar 7. Dit aantal zou in de toekomst dus verder kunnen gaan stijgen als de sneeuw in de Alpen eerder gaat smelten en gletsjers kleiner worden. Voorlopig is het effect echter nog heel beperkt.

De maanden in het najaar (september t/m november) zijn traditioneel de maanden met de grootste kans op lage afvoeren. De sneeuw van de voorgaande winter is op, de meren staan laag en het smelten van de gletsjers neemt in deze periode snel af. Circa de helft van het aantal dagen met een afvoer onder de 1.250 m3/s vinden we dan ook in deze periode. Als we op zoek gaan naar de langjarige trends in deze periode, dan blijkt dat het aantal dagen met een lage afvoer niet is toegenomen, maar juist is afgenomen, van gemiddeld 30 naar 26 dagen per jaar.

Voor echt lage afvoeren zijn bij de Rijn langdurige droge perioden nodig, van meerdere weken tot maanden. Droogte komt nog steeds vaak voor, maar blijkbaar duren deze periodes niet zo lang dat ze voor langdurig lage afvoeren zorgen. Er is namelijk ook een tendens in het weer dat het wisselvalliger wordt en bij de Rijn zorgt dat er voor dat de droge periodes nooit zo lang duren dat het voor langdurig lage afvoeren zorgt. Dit zien we ook terug bij de nog lagere afvoeren (van 1000 m3/s en lager); die zijn nog wat sterker afgenomen dan de afvoeren van 1.250 m3/s. Nam het aantal dagen dat de Rijnafvoer onder de 1.250 m3/s zakt af met ca 20% (van 55 naar 45); de afvoeren onder de 1.000 m3/s zijn zelfs afgenomen met 40% (van 21 dagen per jaar rond 1900 naar 13 dagen per jaar tegenwoordig.

Samengevat zien we dus bij de Rijn dat, tegen de verwachting in, het aantal dagen met lage afvoeren niet toeneemt, maar juist afneemt. Vooral in de winter en in het najaar is het gemiddeld aantal dagen dat lage afvoeren optreden duidelijk afgenomen. In de zomermaanden is er wel een lichte toename maar die weegt niet op tegen de afname in de zomermaanden.

Een volgend bericht kunt u volgend weekend verwachten.