U bent hier

Hoogwater nog niet voorbij, maar in loop van de week gaan de waterstanden dalen

De afgelopen week stond in het teken van kleine hoogwatergolfjes in de Rijn en de Maas. Gisteren trok nogmaals een regengebied over de stroomgebieden en dat zorgt opnieuw voor stijgende standen. De Maas stijgt nog iets hoger dan afgelopen week, de Rijn blijft wat lager. Voorlopig was het de laatste regen en na deze golfjes gaan de waterstanden flink dalen. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek water inzicht een terugblik op hoe het jaar 2021 voor de Maas van maand tot maand verliep.

water van de week

Korte terugblik op het ontstaan van het recente hoogwater

Tot drie maal toe trok er deze week een lagedrukgebiedje over het noorden van Frankrijk naar het oosten. Opvallend was dat ze alle drie ongeveer dezelfde koers volgden. Het ging steeds om relatief kleine lagedrukgebieden die afgesplitst waren van een groter lagedrukgebied op de Atlantische Oceaan. Dergelijke weersystemen staan er om bekend dat ze veel regen kunnen brengen en als ze over Midden Europa trekken, staan ze vaak aan de basis van een hoogwatergolf. 

Vorige week zondag was al duidelijk dat op dinsdag het eerste lagedrukgebied zou overtrekken. Vooral voor het stroomgebied van de Maas en de Moezel werd veel neerslag verwacht. Die verwachting kwam goed uit, want er viel ongeveer 5 cm regen en dat leverde in de Maas een klein hoogwatertje op, waarbij de afvoer steeg tot ca 1160 m3/s.

Voor de Rijn had ik de waterstanden aanvankelijk flink te laag ingeschat. Behalve het stroomgebied van de Moezel viel er namelijk ook in andere deelstroomgebieden veel regen en op zondag, toen ik het bericht schreef, was dat nog niet duidelijk en waren de verwachtingen voor de rest van hety stroomgebied van de Rijn niet zo nat.

De kaart hieronder laat de neerslaghoeveelheden zien gedurende de periode van 3 t/m 5 januari. De baan die het lagedrukgebied volgde is hier goed te zien. De roze en rode kleuren geven aan dat er 45 tot soms meer dan 60 mm regen viel. Het meeste daarvan viel uit het eerste lagedrukgebied, dat op de 4e januari overtrok. 

Voor één lagedrukgebied in de winter zijn dat grote hoeveelheden neerslag, meestal blijft het bij zo'n 2 tot 3 cm en zie je alleen tegen de kammen van het Zwarte Woud en de Vogezen hogere waarden. Opvallend was ook dat het lagedrukgebied ongeveer de koers volgde van zijn illustere voorganger die in juli de grote hoogwaters veroorzaakte. Toen viel er echter nog drie tot vier keer zoveel regen als nu.

Ook was de aanvoerrichting van de regenval nu anders dan in juli, namelijk vanuit het zuidwesten. Daardoor viel in de Ardennen en de Eiffel de meeste regen nu tegen de zuidflank en niet tegen de noordflank zoals in juli. De noordflank, waar de Ahr, Roer en Vesdre ontspringen kreeg daarom nu niet de hoofdmoot van de regen.

Neerslag stroomgebieden.jpg

Neerslag van de depressie die ten zuiden van de Ardennen naar het oosten trok en de hoogwatergolfjes veroorzaakte
Neerslag van de depressie die ten zuiden van de Ardennen naar het oosten trok en de hoogwatergolfjes veroorzaakte

Uiteindelijk viel er bij de passage van het lagedrukgebied ook verder oostelijk in het stroomgebied van de Rijn erg veel regen en naast de Moezel stegen daarom ook kleinere zijrivieren zoals de Nahe, Sieg, Lahn en Ruhr in Midden Duitsland. Daardoor steeg de waterstand bij Lobith uiteindelijk tot 12,8 m +NAP en de afvoer bedroeg bijna 5200 m3/s. Voor zowel de Rijn als de Maas waren dit hoogwatergolfjes die gemiddeld jaarlijks zo'n 2 tot 3 keer voorkomen.

Na lagedrukgebieden die veel regen brachten, neemt hogedruk het heft weer in handen

Nadat het lagedrukgebied dat de vele regen bracht naar het oosten was weggetrokken, volgden er twee drogere dagen, maar op vrijdag volgde het tweede lagedrukgebiedje. Het was minder actief, er viel maar 1 tot 1,5 cm regen, maar ook gevuld met koudere lucht, zodat er boven de ca 400 m in de Middelgebergten sneeuw viel en zich een sneeuwdek vormde tot zo'n 20 cm dik op de toppen.

Zaterdag volgde het derde lagedrukgebied. Dit weersysteem was weer iets actiever en in de Ardennen viel zo'n 2,5 tot 3 cm neerslag, waardoor de waterstanden in de zijbeken van de Maas die daar ontspringen opnieuw flink gingen stijgen. Op de hoogste toppen viel de neerslag weer als sneeuw, maar de dooigrens lag wel iets hoger zodat een deel van de eerder gevallen sneeuw tussen 400 en 500 m kon smelten.

In het stroomgebied van de Rijn viel het nu mee met de neerslag. Alleen de Moezel kreeg aardig wat water te verwerken en is nu weer gaan stijgen. Daar bleef het ook kouder, zodat verder oostelijk in Duitsland de meeste neerslag als sneeuw viel.

De komende dagen gaat het weer flink veranderen. Een groot hogedrukgebied breidt zich vanaf Spanje naar het noorden uit en bouwt ook nog een uitloper in de richting van Scandinavië. De exacte ligging van de kern van het hogedrukgebied is nog niet helemaal duidelijk, maar het is al wel zeker dat het gebied de hele week het weer blijft bepalen. Dat betekent dat lagedrukgebieden met neerslag ver weg op de Oceaan blijven en het de hele week droog blijft.

De kans is groot dat het droge week ook in het begin van de week daarna nog aanhoudt. Voor de Rijn en de Maas betekent dat dat ze na de twee hoogwatergolfjes die nu nog onderweg zijn, weer sterk zullen dalen.

Rijn daalt naar ca 12 meter, stijgt dan naar ca 12,3 m en gaat daarna langere tijd dalen

Zaterdagochtend 8/1 passeerde de piek in de Rijn bij Lobith en het water is daarna nog circa 2 dagen onderweg door het rivierengebied voordat het de zee bereikt. Inmiddels is de stand bij lobith al weer enkele decimeters gedaald en die daling zet zich door tot en met maandag 10/1. De stand zal dan ongeveer tot 12 m zijn gezakt en de afvoer weer tot ca 4250 m3/s. In de loop van dinsdag gaat de waterstand weer stijgen. 

De aanvoer van water vanuit de Moezel is nu veel geringer dan vorige week en ook stijgen de andere zijrivieren van de Rijn in Midden Duitsland maar weinig. Al met al levert de regenval van zaterdag circa 400 m3/s extra water op voor de Rijn bij Lobith en dat is voldoende voor een stijging tot ca 12,3 m op woensdag 12/1.

Omdat het vanaf vandaag langere tijd vrijwel droog blijft in het stroomgebied, zullen de waterstanden in de zijbeken van de Rijn overal vanaf zondag weer gaan dalen. Bij Lobith gaat de stand daarom vanaf donderdag weer dalen en die daling zal vrij snel verlopen. Op donderdag 13/1 wordt de 12 m weer onderschreden en in de loop van de week daarna, rond 17/1, zal ook de 11 m weer onderschreden worden. Voorlopig ziet het er naar uit dat de daling ook daarna nog doorzet; een nieuw hoogwater is voorlopig niet meer in zicht.

Maas stijgt vandaag naar ca 1400 m3/s; vanaf morgen weer dalend 

Na het hoogwatertje op woensdag, waarbij de afvoer tot ca 1160 m3/s steeg bij Maastricht, is de afvoer door de twee droge dagen weer gedaald naar ca 800 m3/s. De regenval van vrijdag had maar weinig invloed op de afvoer, maar de regen van zaterdag en wat smeltende sneeuw zorgt nu voor een flinke stijging.

Bij Maastricht is de afvoer rond het middaguur van vandaag al tot 1300 m3/s gestegen en de komende uren komt daar nog ongeveer 100 m3/s bij. In de loop van de middag zal de hoogste afvoer met ca 1400 tot 1450 m3/s al bereikt worden. De noordelijke beken uit de Ardennen zijn namelijk al weer gaan dalen.  Zij waren vooral gestegen vanwege de sneeuw die er smolt en zullen relatief snel weer zakken. De Maasafvoer wordt vandaag dus nog wat hoger dan afgelopen week en daarmee wordt een afvoer bereikt die gemiddeld eens per jaar voor komt.

Vanuit de zuidelijke Ardennen gaat de stijging van de afvoer voorlopig nog wel even door en op het punt waar de Maas Wallonië in stroomt wordt pas morgen de hoogste afvoer bereikt. Stroomafwaarts van dat punt, komen de Lesse, Sambre en Ourthe daar dan bij, maar die gaan dus vandaag in de loop van de dag al weer dalen. Deze 3 grote zijrivieren trekken al snel aan het langste eind en daarom dat zal de afvoer bij Maastricht later vandaag al weer gaat dalen.

Als vanaf morgenmiddag ook de zuidelijke aanvoer gaat dalen, dan zal de daling ook bij Maastricht weer sneller verlopen. Op dinsdag verwacht ik dat de afvoer weer onder de 1000 m3/s zal zijn gezakt en in de tweede helft van de week tot onder de 750 m3/s. Omdat het langer dan een week droog blijft, is de kans groot dat in de loop van de week na komend weekend ook de 500 m3/s nog onderschreden zal worden.

Na het hoogwater dat vandaag en morgen passeert, is er voorlopig lange tijd geen zicht op een nieuwe stijging van de waterstanden.

water inzicht

Twee weken geleden schreef ik over het verloop van de waterstanden in de Rijn in 2021; vandaag volgt de Maas. Het uitzonderlijke hoogwater dat zich daar in juli voordeed heb ik eerder al uitgebreid beschreven en vandaag komt vooral de gemiddelde situatie aan bod. 

De gemiddelde afvoer over het hele jaar bedroeg in de Maas bij Maastricht ongeveer 300 m3/s en dat is ca 20% meer dan het langjarig gemiddelde van de hele meetreeks vanaf 1911. Het is een vrij hoge waarde en we moeten 20 jaar terug voor een jaarafvoer die hoger was dan dit jaar. 

De verdeling van het water over de verschillende maanden van het jaar was ongelijkmatig verdeeld (zie figuur hieronder). Nadat er in de wintermaanden meer water werd afgevoerd dan normaal, verliep het voorjaar juist aan de droge kant. Vooral april verliep met lage afvoeren en voor het vierde jaar op rij leek de Maas een droge zomer tegemoet te gaan. Maar de zomer verliep uiteindelijk heel anders, met het uitzonderlijke hoogwater dat ook voor een zeer hoog juli-gemiddelde zorgde.

Ook augustus was nog aan de hoge kant en pas september verliep ongeveer gemiddeld. Door relatief vaak droog weer in het najaar verliep de rest van het jaar met wat lager dan gemiddelde afvoeren. In december trok dat weer wat bij, dankzij het opkomende hoogwater in de laatste week.

Schermafbeelding 2022-01-02 om 10.50.37.png

Gemiddelde maandafvoeren van de Maas in 2021 (rood) in vergelijking met het langjarig gemiddelde (blauw)
Gemiddelde maandafvoeren van de Maas in 2021 (rood) in vergelijking met het langjarig gemiddelde (blauw)

In de afgelopen jaren daalde de Maasafvoer in het najaar vaak tot erg lage waarden, maar dankzij de natte julimaand en de bufferwerking in het stroomgebied zakte de afvoer in dit najaar lang niet zo ver weg. Dit is ook goed te zien in de volgende figuur waarin de afvoergegevens van de Maas gegroepeerd zijn in verschillende klassen. 

In blauw is de gemiddelde verdeling weergegeven over de hele meetreeks, in rood die van 2021. Duidelijk is te zien dat de drie klassen tussen 100 en 250 m3/s sterk oververtegenwoordigd zijn, terwijl de laagste drie klassen helemaal niet of vrijwel niet voorgekomen zijn. Bij de hoogste klassen zien we dat de afvoer boven de 1000 m3/s duidelijk meer voor is gekomen., Hier zien we de hoogwaters in terug uit januari, februari en juli. 

Afvoeren tussen de 500 en 1000 m3/s kwamen weer iets minder voor dan gemiddeld. Het laat zien dat de afvoeren na de hoogwaters vaak weer snel terug zakten naar gemiddelde waarden rond de 250 m3/s en niet lang na-ijlden op een relatief hoog niveau.  

Schermafbeelding 2022-01-02 om 10.53.30.png

Afvoergegevens van 2021 in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.
Afvoergegevens van 2021 in vergelijking tot het langjarig gemiddelde, gegroepeerd in verschillende klassen.

In de figuur hieronder is voor de grotere deelstroomgebieden van de Maas aangegeven hoeveel afvoer zij hebben geleverd aan de Maas. De gekleurde vlakken geven de bijdrage aan. Het verschil tussen de grotere hoogwaters is duidelijk te zien. In februari groeide de afvoer in een wat langere periode aan tot de hoogste waarde begin februari, in juli kwam de piek uit het niets en steeg razendsnel tot een recordwaarde.

Ook valt op dat in de winteris  het aandeel van de Franse Maas relatief groot en ook dat van de Semois, terwijl het in juli vooral het water van de Ourthe was dat de hoogte van de piek bepaalde; de Franse Maas was toen veel minder belangrijk.

Schermafbeelding 2022-01-02 om 10.47.49.png

Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Maas aan de afvoer bij Maastricht in 2021.
Bijdrage van de verschillende deelstroomgebieden van de Maas aan de afvoer bij Maastricht in 2021.

In de rest van het jaar zien we ook dat de Franse Maas vooral de basis vormt; pieken en piekjes komen daarin vrijwel niet voor. Als er soms kleine of grote uitschieters zijn in de Maasafvoer, dan komt dat water altijd vanuit de zijrivieren die in de Ardennen ontspringen. Soms is dat vooral de Ourthe, maar het kan ook de Semois zijn. 

De bijdrage vanuit de Franse Maas aan hoogwaters is gewoonlijk niet zo groot, maar toch is het een belangrijke bron voor de gemiddelde afvoer van de rivier. In de figuur hieronder is van maand tot maand uitgezet welk aandeel de Franse Maas levert en welk deel uit de Ardennen afkomstig is. Het laat zien dat in de winter en het voorjaar de Franse Maas tussen de 40 en 50% van het water levert.

Het verschil met de Ardennen is dan ook niet zo groot. In de zomer en het najaar neemt dat aandeel af en worden de Ardennen relatief belangrijker. Het Franse deel van het stroomgebied droogt in de zomer namelijk altijd langzaam uit en de Maas moet het dan vooral hebben van regen die in de Ardennen valt.

 

Schermafbeelding 2022-01-02 om 10.21.51.png

Verloop van het aandeel Maaswater uit het Franse deel van het stroomgebied en de Ardennen gedurende het jaar
Verloop van het aandeel Maaswater uit het Franse deel van het stroomgebied en de Ardennen gedurende het jaar