Kleine hoogwatergolf in de Rijn, Maas licht verhoogd, droge week en later weer dalend
Na de zeer droge maand maart, is de eerste week van april juist erg nat verlopen, met vooral in het stroomgebied van de Rijn veel regen. Dat levert nu een kleine hoogwatergolf op die woensdag bij Lobith passeert met een stand rond 12 m +NAP. De lagere delen van niet bekade uiterwaarden overstromen dan. Wat het weer betreft staan ons nu twee vrijwel droge weken te wachten en daarom gaan de waterstanden later in de week weer snel dalen. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht een terugblik op de afgelopen wintermaanden. In de maanden december t/m maart voeren de rivieren gemiddeld het meeste water af en is de kans op hoogwater het grootst. Welke veranderingen zijn hierin zichtbaar.
water van de week
Westelijke circulatie bepaalde even het weer, maar hogedrukgebieden nu weer aan zet
Vorige week was al aangekondigd dat het droge weerpatroon dat het in maart zo lang uitgehouden had op de schop zou gaan. Er passeerden enkele lagedrukgebieden ten noorden van Nederland en zij voerden regengebieden mee die in Noordwest en Midden Europa veel regen brachten. In het noorden en midden van Nederland is nu op veel plaatsen al de hele neerslagsom bereikt die gemiddeld in april valt. De kans is echter groot dat daar niet eens meer zoveel bij komt, want er breekt nu een langere droge periode aan. Een te droge april zal het echter niet meer worden.
Een regengebied dat op woensdag in Nederland al vrij veel regen bracht, bleef op donderdag en vrijdag lang stil hangen boven het oosten van Frankrijk en het zuiden van Duitsland. Het bracht er zeer veel neerslag en in de Vogezen en het Zwarte Woud viel zelfs bijna 10 cm; wat ook voor die gebieden hoge neerslagsommen zijn.
Inmiddels is het weer opnieuw veranderd. De westelijke circulatie die de regengebieden aanvoerde is weer net zo snel verdwenen als dat hij zich aandiende en inmiddels heeft zich een hogedrukgebied ontwikkeld boven centraal Europa, met een uitloper naar IJsland, die regengebieden op grote afstand houdt. Het hogedrukgebied versterkt zich de komende dagen nog wat en als het later in de week weg trekt, zal zich meteen alweer een nieuw hogedrukgebied ontwikkelen boven de noordelijke Noordzee en Scandinavië.
Dit noordelijke hogedrukgebied lijkt het wel even uit te gaan houden en de kans is daarom groot tot het een dag of 10, misschien nog wel langer, droog blijft; op misschien een enkele bui na. De aanvoer van water naar de rivieren zal daarom al weer snel afnemen en voor het einde van de maand zullen de waterstanden weer naar de langjarig gemiddelde waarden zijn gedaald.
De door de lagedrukgebieden aangevoerde lucht was ook vrij koud en in Duitsland viel in de Middelgebergten boven de 500 m een laagje sneeuw. Inmiddels is dat al weer grotendeels gesmolten en draagt het bij aan de hoogwatergolf die via de Rijn naar Nederland stroomt. In de Alpen boven de 1500 m bleef de sneeuw wel liggen en zo kon het sneeuwdek, dat in maart al wat was geslonken, overal weer aangroeien tot de gemiddelde waarden voor de tijd van het jaar. In mei en juni gaat de Rijn daar weer van profiteren en de kans op lage afvoeren in die maanden is dit jaar daarom klein.
Rijn stijgt komende dagen snel naar een stand van ca 12 m +NAP
De Rijn was in de afgelopen week al langzaam wat gaan stijgen als gevolg van neerslag die vooral in Midden Duitsland was gevallen en daarmee kwam een einde aan de erg lage standen die eind maart bij Lobith werden gemeten. Toen zakte de stand tot ruim onder de 8 m; over enkele dagen wordt waarschijnlijk de 12 m bereikt. De afvoer die eind maart daalde tot onder de 1200 m3/s zal dan met ca 4800 m3/s bijna 4 keer zo groot zijn.
Het meeste water van de hoogwatergolf is afkomstig uit het gebieden ten zuiden van de lijn Luxemburg-Frankfurt. Daar bleef op donderdag en vrijdag een neerslagzone heel lang liggen en dit zorgde voor een snelle toevoer van water naar de Moezel, Neckar, Main en Bovenrijn. Voor de neerslag uit was de afvoer in deze rivieren aan de lage kant, er was dus veel ruimte voor extra water en het leverde er daarom nergens uitzonderlijke standen op.
In de Bovenrijn is de hoogste afvoer nu net Worms gepasseerd en in de Moezel bevindt de piek zich nog in Frankrijk. Het is nu vooral het Franse deel van de Moezel waar veel water van afkomstig is en de Duitse deelstroomgebieden dragen nu minder bij. De beide golven komen in de vroege ochtend van 11/4 ongeveer tegelijkertijd bij Koblenz aan en de piek dit dit oplevert is dan nog ruim 2 dagen onderweg naar Lobith. De noordelijke Duitse zijrivieren (Sieg, Ruhr en Lippe) zijn dan al wel weer aan het dalen en hun bijdrage zal niet zo groot meer zijn.
Al met al verwacht ik dat de afvoer oploopt tot tussen de 4500 en 4750 m3/s en dat zou betekenen dat de waterstand bij Lobith uit komt tussen de 12 en 12,25 m +NAP. De hoogste stand zal dan in de ochtend van 13/4 worden bereikt. Vanaf een stand van ca 11 m gaan de laagste delen van de uiterwaarden overstromen, voor zover ze niet door zomerkades worden afgeschermd van de rivier.
Later op de woensdag zal de waterstand weer langzaam gaan dalen en die daling zal daarna vrij snel verlopen. In de loop van de 14e wordt de 12 m weer onderschreden, op de 15e de 11,5 m en op de 16e de 11 m. Daarna zal de daling iets vertragen en duurt het tot de 20e of 21e voordat de 10 m wordt onderschreden. Ook daarna zet de daling waarschijnlijk nog door, omdat er tussen 10 en 20 april vrijwel geen regen wordt verwacht in het stroomgebied.
Hoogwater van deze omvang is niet heel bijzonder in april. Een afvoer van meer dan 4500 m3/s is in april sinds 1900 in 25 jaren opgetreden, wat betekent dat het gemiddeld eens in de 5 jaar gebeurt. Opvallend is wel dat het de laatste 20 jaar bijna niet is voorgekomen, de laatste keer was in 2006, toen de afvoer steeg tot ca 5800 m3/s. In de 20 jaar tussen 1980 en 2000 is het daarentegen maar liefst acht keer gebeurd dat de afvoer boven de 4500 m3/s steeg; er zit dus nogal wat variatie in de kans op optreden.
Dat het de laatste tijd minder vaak is voorgekomen, heeft te maken met het feit dat april de afgelopen decennia steeds droger is geworden. In Nederland is het inmiddels verreweg de droogste maand van het jaar en het is ook de enige maand van het jaar die langzaam steeds droger wordt. In de stroomgebieden zien we dat ook terug. Dit jaar lijkt daarop een uitzondering te worden, maar dat hoeft nog niet te betekenen dat de trend nu omslaat. Jaar tot jaar variaties zijn er altijd geweest en dit jaar was maart vooral erg droog, dus voorjaarsdroogte blijft een ontwikkeling om in de gaten te houden.
Maas profiteert nauwelijks van de vele regen
In het stroomgebied van de Maas viel veel minder regen. In de eerste helft van de week viel er nog wel wat regen en dat zorgde voor een lichte stijging, van ca 100 naar 200 m3/s bij Maastricht. De zone met zware regenval die op donderdag en vrijdag boven Noord Frankrijk bleef hangen, was echter vrij snel over de Ardennen getrokken en leverde daar maar weinig neerslag op. De belangrijkste zijbeken van de Maas, die allemaal in de Ardennen ontspringen, steeg de afvoer daarom maar weinig verder.
In het Franse deel van het stroomgebied van de Maas viel wel veel regen, maar dit deel van het stroomgebied is erg langgerekt en de afvoergolf is er altijd lang onderweg. Het water uit de verschillende zijbeken stroomt daarom na elkaar in de Maas uit, waardoor een hoogwatergolf die daar ontstaat zelden hoog kan worden, maar vooral langgerekt wordt.
Het eerste water uit Frankrijk is sinds gisteren de grens met België gepasseerd en de afvoer is sindsdien ook bij Maastricht langzaam gaan stijgen. Ik verwacht een stijging tot tussen de 300 en 350 m3/s en deze afvoer houdt dan aan tot op dinsdag. Een dergelijke afvoer is maar iets hoger dan het langjarig gemiddelde, dat medio april ongeveer 300 m3/s bedraagt.
Vanaf woensdag gaat de afvoer weer langzaam dalen en aan het eind van de week verwacht ik dat deze weer onder de 250 m3/s zal zakken. In de loop van de week na het komend weekend zet deze daling zich dan door omdat er de komende 10 dagen ook in het stroomgebied van de Maas nauwelijks regen wordt verwacht.
water inzicht
De winter van 2021/22 was wat hoogwaters betreft beneden gemiddeld
In de winter is de kans op hoogwater is de rivieren het grootst. Van alle hoogwaters viel bij de Rijn ca 80% in de maanden december t/m maart en bij de Maas zelfs 90%. Deze 4 manden zijn overigens niet de natste maanden van het jaar, maar omdat er maar weinig water verdampt en de vegetatie geen water nodig heeft, stroomt er in deze periode meer water af naar de rivieren.
Enerzijds zorgt dit extra water ervoor dat de gemiddelde afvoer in deze 4 maanden hoger is, dan in de andere maanden van het jaar, maar ook dat de kans op hoogwater flink groter wordt. Waarbij er wel iets opvallends aan de hand is, want terwijl de Rijn in de 4 maanden van december t/m maart ca 40% van het totale jaarvolume afvoert, zijn wel ongeveer 80% van alle hoogwaters in deze maanden opgetreden. Bij de Maas is dat respectievelijk 55% van het jaarvolume dat de rivier in deze maanden afvoert en 90% van de hoogwaters. De kans op hoogwater neemt dus relatief sneller toe naarmate de rivier meer water gaat afvoeren.
In de twee grafieken hieronder sta ik eerst stil bij de gemiddelde afvoer in de 4 wintermaanden. In de bovenste grafiek is dit van jaar tot jaar weergegeven voor de Rijn. De gemiddelde afvoer varieert sterk van jaar tot jaar, er zijn uitschieters tot boven de 4000 m3/s, maar ook jaren met slechts 1000 m3/s. Het langjarig gemiddelde (genomen over 30 jaar) laat een veel stabieler verloop zien. Hieraan zien we dat de gemiddelde afvoer nu hoger is dan in het begin van de 20e eeuw. Vooral in de 90'er jaren van de vorige eeuw is de gemiddelde afvoer toegenomen en sindsdien is ze ongeveer stabiel op dit hogere niveau.
Bij de Maas (de tweede grafiek hieronder) is de sprong aan het eind van de vorige eeuw nog wat duidelijker zichtbaar en is de afvoer daarna ook gestabiliseerd. Deze toename is te verklaren uit het feit dat de winters de afgelopen decennia gemiddeld natter zijn geworden en dit vertaalt zich in een hogere gemiddelde afvoer. Het is echter nog wel de vraag of de afvoer ook daadwerkelijk nu vaak hoger is, wat namelijk opvalt bij beide rivieren is dat er vooral een afname te zien is van jaren met een lage tot zeer lage gemiddelde afvoer. Jaren met een zeer hoge afvoer zijn er dus niet veel meer, maar wel minder jaren met een lage afvoer.
Schermafbeelding 2022-04-09 om 21.05.01.png

Schermafbeelding 2022-04-10 om 13.07.51.png

In de volgende 2 grafieken is de hoogste afvoer in de 4 wintermaanden (december t/m maart) weergegeven. Het verloop lijkt hier veel op dat van de gemiddelde afvoer: er zijn grote jaarlijkse schommelingen en het langjarig gemiddelde verloopt vrij stabiel. De hoge afvoeren in de jaren '90 hebben gezorgd voor een duidelijke sprong rond die tijd in het 30-jarig gemiddelde. Bij de Rijn is dit gemiddelde sindsdien, door het ontbreken van hoge afvoeren weer langzaam wat gedaald, bij de Maas is de daling iets minder groot.
De nattere winters hebben dus niet geleid tot een gestage toename van de hoogwaterstanden, eerder is er de laatste decennia sprake van een stabilisatie tot een lichte afname. Net als bij de gemiddelde afvoer zien we dat er tegenwoordig nog maar weinig jaren zijn met een lage of zeer lage piekafvoer en dit verklaart mede het hogere gemiddelde in de afgelopen decennia.
NB. Het gaat in deze analyse om de wintermaanden, het uitzonderlijke hoogwater van vorig jaar zomer in de Maas telt hier dus niet in mee. Het gaat in deze analyse vooral om de wintermaanden, waarvan we verwachten dat de kans op hoge afvoeren er toeneemt omdat er meer neerslag valt. In de meetgegevens is daar voorlopig nog weinig van te merken, maar misschien moeten we onze blik
Schermafbeelding 2022-04-09 om 21.05.15.png

Schermafbeelding 2022-04-10 om 13.08.03.png

In de volgende set grafieken heb ik achtereenvolgens voor de Rijn en de Maas ook gekeken naar de ontwikkelingen in de afzonderlijke maanden van de winter. Bij het 30-jarig gemiddelde over de hele winterperiode zagen we hierboven relatief kleine schommelingen, als we naar de afzonderlijke maanden kijken blijken die wat groter te zijn. Heel duidelijke trends zijn echter niet zichtbaar en de bandbreedte waarbinnen de maandgemiddelden zich bevinden is nauwelijks veranderd in de loop der tijd. Het lijkt vooral te gaan om langere perioden van toe- en afname die elkaar afwisselen.
Bij de gemiddelde afvoeren bij de Rijn valt op dat deze voor de 4 wintermaanden relatief dicht bij elkaar liggen en dat ze elkaar ook afwisselen in welke de hoogste is. Bij de Maas zijn de onderlinge verschillen relatief wat groter en is januari duidelijk de maand met de meeste afvoer, gevolgd door februari en maart. December is bij de Rijn duidelijk de maand met de kleinste afvoer.
Januari had in het begin van de meetreeks bij beide rivieren een hoog gemiddelde, daalde vervolgens sterk om rond het jaar 2000 weer op het oude niveau terug te keren. Een verklaring voor de lagere waarden in het midden van de vorige eeuw kan zijn dat januari toen relatief koud was en meer neerslag als sneeuw viel, die dan pas later tot afstroom kwam. De toename rond 2000 valt dan samen met de periode dat het warmer is geworden en weer meer neerslag direct tot afstroom komt. In Duitsland is januari ook gemiddeld wat natter geworden rond het jaar 2000.
Februari is bij beide rivieren de maand waarin de gemiddelde afvoer langzaam toeneemt. Omdat januari sterk daalde was februari lange tijd ook de maand met gemiddeld de hoogste afvoer, maar recent is januari bij beide rivieren weer de maand met de hoogste afvoer. In Nederland is februari de maand waarin de neerslaghoeveelheden het meest zijn toegenomen en ook in een deel van Duitsland is deze toename te zien.
In maart voeren de beide rivieren tegenwoordig ook gemiddeld meer water af dan in het verleden. Vooral in de tweede helft van de vorige eeuw is een toename te zien en bij de Rijn was maart zelfs enige tijd de maand met de hoogste gemiddelde afvoer. De laatste decennia neemt de gemiddelde afvoer weer wat af. Dit patroon zien we ook terug bij de neerslaghoeveelheden in maart in Nederland en in Duitsland, waar maart aanvankelijk flink natter werd, maar nu al 20 jaar weer langzaam wat opdroogt.
Schermafbeelding 2022-04-09 om 21.06.08.png

Schermafbeelding 2022-04-10 om 14.06.46.png

De piekafvoeren (weergegeven in de beide grafieken hierna) laten in grote lijnen hetzelfde beeld zien als de gemiddelde afvoeren. Er zijn geen grote veranderingen zichtbaar en de bandbreedte waarbinnen de maanden zich bevinden, blijft ongeveer hetzelfde. Alleen verwisselen de maanden soms van plaats in de rangorde.
Januari is bij beide rivieren na een flinke daling in het midden van de vorige eeuw nu weer terug is op een hoog niveau. Vooral aan het einde van de vorige eeuw was er een duidelijke toename te zien en vooral bij de Maas liep het gemiddelde korte tijd erg snel op. Januari is de laatste tijd bij beide rivieren dan ook de maand met duidelijk de hoogste piekafvoer. De sterke toename uit het eind van de vorige eeuw heeft zich echter niet doorgezet en net als bij de gemiddelde afvoer is sprake van een min of meer stabiele situatie.
In februari en maart is de piekafvoer gaandeweg toegenomen, maar de laatste 20 jaar is bij maart weer een afname te zien. Terwijl december bij de gemiddelde afvoeren vrij laag blijft, is deze maand bij de piekafvoeren bij de Maas de maand die er na januari komt.
Schermafbeelding 2022-04-09 om 21.06.22.png

Schermafbeelding 2022-04-10 om 14.07.03.png

Zowel bij de gemiddelde afvoeren als de piekafvoeren zien we dat in veel maanden er sprake is van een toename. Deze blijkt vooral te zijn opgetreden in de tweede helft van de vorige eeuw waar in veel reeksen een sprong zichtbaar is. Bij de Maas is deze nog wat duidelijker dan bij de Rijn. Sindsdien is de toename echter niet doorgezet en zowel bij de gemiddelden als de pieken zien we al enkele decennia een stabiele situatie, of een lichte afname.