Rijn en Maas stijgen sinds lange tijd naar bovengemiddelde standen
De maand september is in de stroomgebieden veel natter verlopen dan normaal en de afvoeren zijn, na de zeer lage waarden eind augustus, weer aardig opgekrabbeld. De komende week zet deze lijn zich door, want in de Rijn is al veel water onderweg uit het zuiden van het stroomgebied en daar komt nog flink wat bij verder stroomafwaarts. Van de regen vandaag profiteert ook de Maas. Op termijn gaan de afvoeren weer omlaag, maar erg lage standen zijn voorlopig niet meer in zicht. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht een terugblik op de lage standen in de rivieren en een analyse in hoeverre sprake is van een trend van vaker optredende lagere afvoeren.
water van de week
Vandaag nog regen in de stroomgebieden, rest van de week droog
In Nederland is september bijna overal erg nat verlopen. Gemiddeld valt er zo'n 80 mm, maar op veel plaatsen werd 100 tot 150 mm gemeten. Alleen in Overijssel en het oosten van Gelderland bleef het met 50 tot 70 mm iets te droog. In Zeeland was het deze maand zelfs kletsnat, met op veel meetstations meer dan 200 mm en nabij Middelburg en Terneuzen zelfs meer dan 300 mm. Voor Nederlandse begrippen zijn dat zeer hoge maandsommen, dicht bij de hoogste ooit gemeten.
Eind september stopt ook weer de registratie van het neerslagtekort dat vanaf 1 april de neerslag en verdamping van elkaar af trekt. In augustus bereikte het tekort nog even de 300 mm, maar dankzij de vele neerslag is het inmiddels weer terug op ca 225 mm. Dankzij het grote overschot in deze maand konden ook de grondwaterstanden weer wat op gaan lopen, maar er zal nog een natte herfst en winter nodig zijn om de droogste plaatsen weer op niveau te brengen.
De afgelopen week trokken er soms regengebieden en buien over en vooral in het zuiden van Duitsland en Zwitserland viel rond 28/9 voldoende regen om de Boven-Rijn flink te laten stijgen. Ook in Midden Duitsland viel deze week regen en de verschillende zijrivieren van de Rijn zijn allemaal al wat gaan stijgen. De Maas profiteerde ook van regen in het begin van de week, maar de hoeveelheden waren niet zo groot en de stijging bleef beperkt.
Vandaag ligt er een langgerekt regengebied vrijwel stil boven de Ardennen en het midden en zuiden van Duitsland. Het hangt samen met een klein lagedrukgebied dat net ten zuiden van ons land naar het oosten trekt. Tot in de komende nacht blijft het er regenen en er kan zo'n 1,5 tot 2,5 cm regen vallen. Dat is voldoende om de Rijn en Maas wat verder te laten stijgen.
Vanaf morgen al neemt een hogedrukgebied vanaf de Atlantische Oceaan het weer in onze omgeving over en het zorgt de rest van de week voor droog weer in de stroomgebieden. In de tweede helft van de week dringen dan lagedrukgebieden op vanaf het noorden van de Oceaan, maar hun invloed lijkt voorlopig nog niet zo groot.
Rond het komend weekend ziet het er nu naar uit dat het hogedrukgebied zich boven Centraal Europa heeft gestationeerd en dat regenzones vanaf de Oceaan wel zo nu en dan de stroomgebieden zouden kunnen bereiken. Het droge weer houdt dan weer op, maar hoe ver de neerslag door kan dringen in de stroomgebieden en hoeveel regen er dan gaat vallen is nu nog onduidelijk.
Rijn stijgt bij Lobith tot boven de 9 m (afvoer boven de 2000 m3/s)
Voor het eerst sinds bijna een half jaar stijgt de Rijn tot boven de 9 m (NAP). Ter vergelijking, in augustus daalde de stand nog tot onder de 6,5 (NAP) en de afvoer bedroeg toen slechts 675 m3/s. Na deze zeer lage waarden is de Rijn in september een beetje terug geveerd. De gemiddelde afvoer bedroeg deze maand ca 1.050 m3/s, wat ongeveer 65% is van het langjarig gemiddelde. In augustus was dat nog 800 m3/s en slechts 45% van het maandgemiddelde.
Meestal is de afvoer in september bij de Rijn nog wat lager dan in augustus en in oktober vervolgens ook nog wat lager dan in september, maar dit jaar lijkt dat niet op te gaan, want eerst al kende september hogere standen dan augustus en nu gaat oktober daar waarschijnlijk nog weer overheen.
De regen die op 28/9 in het zuiden van het stroomgebied is gevallen heeft daar een klein golfje opgeleverd van bijna 2000 m3/s. Onderweg naar het noorden vlakt zo'n golfje altijd langzaam uit en wordt de afvoer langzaam minder, maar dankzij de regen van vandaag in Midden Duitsland zwelt de hoeveelheid juist weer wat aan. Het is nog niet duidelijk hoeveel regen er precies gaat vallen vandaag, maar een stijging tot ca 2.250 m3/s als het water uiteindelijk bij Lobith aankomt, is mogelijk.
Daar hoort een stand bij van ca 9,3 m (NAP) en dit piekje wordt op 5/10 bereikt. Op dit moment bevindt de stand zich nog net onder de 8 m, maar zowel vandaag als morgen komt daar zo'n 50 cm bij om dan op de 5e de hoogste stand te bereiken. Daarna daalt de stand niet meteen, want vandaag valt ook in het zuiden van Duitsland nog veel regen en dat water komt achter het eerste golfje aan.
Van 6 t/m 9 oktober blijft de stand daarom verhoogd en afhankelijk van de hoeveelheid regen in Zuid Duitsland en de snelheid waarmee de zijrivieren in Midden Duitsland weer gaan dalen, kan de stand op 8/10 nog iets hoger uitkomen dan 9,3 m (NAP) en de afvoer stijgt dan mogelijk tot ca 2.300 m3/s. Vanaf 9/10 gaat de stand dan dalen en waarschijnlijk wordt rond 11/10 de 9 m (NAP) weer onderschreden.
Hoe ver de waterstand daarna nog verder daalt, hangt af van de neerslag die vanaf volgend weekend in het stroomgebied gaat vallen. Op dit moment zijn de ontwikkelingen dan echter nog onzeker, omdat zowel een groot hogedrukgebied boven Centraal Europa als lagedrukgebieden boven Noord Europa het weer tegen die tijd zouden kunnen bepalen. Volgende week daarover meer.
Maas stijgt vandaag dankzij regen in de Ardennen
Vorige week al liet de verwachting zien dat er veel regen kon gaan vallen in dit weekend in de Ardennen. Uiteindelijk zijn de hoeveelheden wat minder groot dan toen werd verwacht, maar het klopte wel dat vandaag een regenzone langdurig boven het gebied stil ligt en aanhoudend voor regen zorgt.
Al met al valt er zo'n 1,5 tot 2 cm regen en dat is voldoende om de Maas wat te laten stijgen. De 300 tot 500 m3/s waar ik vorige week over schreef zal echter niet bereikt worden. Ik houd het nu op 150 tot 200 m3/s. Dat is iets meer dan het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar, die ongeveer 100 m3/s bedraagt. De hoogste afvoer verwacht ik bij Maastricht op maandag 3/10 al.
Na het kleine golfje zal de afvoer weer snel gaan dalen, want de rest van de week verloopt zo goed als droog. Tegen het eind van de week zal de afvoer dan weer rond de 75 m3/s zijn uitgekomen. Mogelijk dat vanaf het weekend weer regengebieden de Ardennen kunnen bereiken, maar op dit moment is nog niet duidelijk of dat gebeurt en hoeveel regen er dan kan vallen.
Gemiddeld over september voerde de Maas bij Maastricht ca 53 m3/s af, dat is ca 60% van het langjarig gemiddelde. Ook de Maas is dus iets gestegen ten opzichte van augustus, want toen bedroeg de gemiddelde maandafvoer slechts 30 m3/s en slechts 35% van het gemiddelde in augustus.
De Maasafvoer is in september dus wel wat gestegen, maar al met al is het ook weer niet zoveel, zeker in verhouding tot de neerslag die er viel. In de Ardennen was het namelijk best wel nat en er viel in september 1,5 tot 2 maal de normale hoeveelheid regen. Een natte maand dus, maar het stroomgebied was na de zomer nog zo sterk uitgedroogd dat maar weinig regen tot afstroom kwam.
water inzicht
In zowel de Rijn als de Maas is de laagwaterperiode aan zijn einde gekomen. In de Rijn daalde de afvoer op 58 dagen tot onder de 1000 m3/s, waarvan 18 dagen tot onder de 800 m3/s. Gemiddeld wordt de 1000 m3/s op 18 dagen per jaar onderschreden en de 800 slechts op 3, dus het was zeker een bijzondere zomer met langdurig lage afvoeren.
Toch was het ook weer niet heel uitzonderlijk. Als het om de duur van de laagwaterperiode gaat dan waren er nog 9 jaren met een langere aaneengesloten periode van afvoeren onder de 1.000 m3/s, waaronder 1949 met 141 dagen en 1959 met 109. De meeste van deze jaren vinden we ver terug in de meetreeks, voor 1980. Op 2018 na dat nog vers in het geheugen ligt en 85 dagen aaneensluitend een lage afvoer had. Wat de 18 dagen onder de 800 m3/s betreft, was dit jaar wel iets uitzonderlijker, maar ook daar zijn er 4 jaren met een langere periode, waarbij ook 1949 de kroon spant met 69 dagen.
Bij de Maas daalde de afvoer in Monsin (de plaats voordat water naar de kanalen wordt afgetapt) 52 dagen aaneengesloten tot onder de 50 m3/s. In de meetreeks zijn daar 5 jaren te vinden met een hoger aantal, waarbij 1976 er ver boven uitspring met 155 dagen achter elkaar een zo lage afvoer. Opvallend is dat het droge jaar 2018 slechts 20 dagen achter elkaar een afvoer had onder de 50 m3/s. De laagwaterperiode duurde toen wel langer, maar er waren wat meer onderbrekingen, waardoor er tussendoor ook dagen waren met een wat hogere afvoer.
Bij de Rijn zijn er kort op elkaar twee jaren geweest met langdurig lage afvoeren en het lijkt er sterk op dat we te maken hebben met een trend van vaker lage zomer afvoeren. Dit past ook bij het beeld van zomers die steeds warmer worden, met meer verdamping en langere perioden zonder neerslag. De Rijn is echter een rivier met een bijzonder stroomgebied, waarin een deel van het water maandenlang onderweg is vanaf het moment dat het als neerslag is gevallen.
Zo kunnen de nattere winters ervoor zorgen dat er meer sneeuw valt in de Alpen, waardoor de Rijn tot ver in de zomer van het smeltwater profiteert en omdat het seizoen dat er sneeuw valt in de Alpen later begint, ontvangt de Rijn in oktober en november tegenwoordig ook meer water dan vroeger.
Aan de hand van de volgende twee grafieken heb ik geprobeerd de gevolgen van de klimaatverandering op de Rijnafvoer in beeld te brengen. In de eerste grafiek zijn 2 lijnen te zien, die de kans aangeven dat op een bepaalde dag in het jaar de 1500 m3/s is onderschreden. De blauwe lijn voor de periode van 1901 t/m 1979 en de rode voor de periode van 1980 t/m 2022. 1980 heb ik als grens genomen omdat vanaf dat jaar de gevolgen van de door mensen veroorzaakte klimaatverandering steeds sterker zichtbaar zijn geworden.
Kans <1500 voor en na 1980.jpg

De ruimte tussen de beide lijnen is in blauw aangegeven voor de periode van het jaar dat de kans op een afvoer <1500 m3/s vroeger groter was dan tegenwoordig en in rood als de kans op een zo lage afvoer tegenwoordig hoger is. 1500 m3/s is nog geen heel lage afvoer (het wordt gemiddeld ongeveer 100 dagen per jaar onderschreden), maar is wel de waarde waaronder in het Nederlandse waterbeheer de eerste knelpunten op gaan treden.
De grafiek laat een aantal opvallende veranderingen zien. In grote lijnen is de kans op een lage afvoer in de winter afgenomen en in het zomerhalfjaar toegenomen. De grootste kans op een lage afvoer is niet groter geworden, mogelijk zelfs iets kleiner en is iets naar voren geschoven. Tot 1979 lag deze rond 24 oktober, tegenwoordig bij 4 oktober. Na die datum neemt de kans op een lage afvoer een paar weken eerder af dan vroeger. Deze verschuiving is waarschijnlijk het gevolg van het feit dat in de Alpen de neerslag in het najaar langer als regen valt, waar de Rijn direct van profiteert. Vroeger viel de neerslag in het najaar eerder als sneeuw, waar de Rijn dan pas in het voorjaar profijt van had.
In de winter is de kans op een lage afvoer ongeveer gehalveerd. Dit kan een gevolg zijn van de nattere winters die tegenwoordig vaker optreden, maar waarschijnlijk is het vooral het gevolg van minder koude winters. Voor 1980 kwam zeer koud winterweer veel meer voor en het was juist in die perioden dat de Rijnafvoer flink kon dalen. Nu koude winters tot het verleden behoren is de Rijnafvoer gelijkmatiger geworden in de winter en neemt de kans op lage afvoeren af.
In april is er een opvallende toename van de kans op lage afvoeren. Hier zien we de vaker optredende droogte in het voorjaar terug. Vooral de maand april is de laatste 20 tot 30 jaar steeds droger geworden en dat is ook merkbaar in de afvoeren van de Rijn. In mei is de kans op een lage afvoer juist weer wat afgenomen. Dit is het gevolg van smeltwater van de sneeuw die in de winter is gevallen. Het smelten gebeurt tegenwoordig eerder en daarom is de kans in mei wat afgenomen.
Het feit dat de sneeuw eerder smelt zorgt ervoor dat in juni de kans op lage afvoeren tegenwoordig 5 tot 10% groter is dan vroeger. Voor 1980 viel de piek in het smelten van de sneeuw nog rond medio juni tegenwoordig is dat 2 tot 3 weken eerder. Van juli t/m september is de kans op een afvoer <1500 m3/s duidelijk groter geworden. Dit is waarschijnlijk ook het gevolg van het naar voren opschuiven van de smeltperiode van de Rijn.
Een groot deel (ca 90%) van het smeltwater wordt in Zwitserland in de voorzomer namelijk eerst in de grote meren opgeslagen die daarna langzaam leeg lopen. Dit hele proces is door het eerdere smelten ook ca 3 weken naar voren geschoven, waardoor de rode lijn eerder begint te stijgen en steeds een paar weken voorloopt op de blauwe lijn. Mogelijk speelt ook de toegenomen verdamping in het stroomgebied hierin mee, waardoor juist in de zomermaanden minder regenwater tot afstroom komt.
Over het hele jaar bezien is de kans op een afvoer onder de 1500 m3/s dus duidelijk aan het veranderen. Gedurende 7 maanden is de kans wat kleiner geworden, de andere 5 wat groter. Gemiddeld over het hele jaar lijkt de kans niet veel groter te zijn geworden en de uitschieter in het najaar is niet hoger geworden. Voor het waterbeheer in Nederland is vooral de toename in de zomer belangrijk, want dat is de periode dat we het water het meeste nodig hebben en een grotere kans op lage afvoeren betekent vaker knelpunten in het waterbeheer.
Als we vervolgens naar de kans op zeer lage afvoeren kijken (zie de grafiek hierna), dan zijn er overeenkomsten, maar ook verschillen. Een verschil dat meteen opvalt is dat de kans op een zeer lage afvoer niet toe is genomen, daarover dadelijk meer. In de grafiek is voor dezelfde twee perioden als in de andere grafiek de kans op een afvoer <1000 m3/s weergegeven. Die kans is uiteraard kleiner, want een zo lage afvoer komt gemiddeld maar op ca 18 dagen per jaar voor.
Net als bij de kans op een afvoer <1500 m3/s zien we een duidelijk seizoensverloop met een piek in de nazomer en het najaar. De grote piek rond medio november in de periode tot 1980 is sterk veranderd, nog maar ongeveer half zo groot en hij valt ook wat eerder in het najaar. Zoals we hierboven al zagen profiteert de Rijn de laatste decennia van meer afvoer in oktober en november wat de kans op een lage afvoer vooral in november sterk heeft doen afnemen.
Kans <1000 voor en na 1980.jpg

Vroeger kwam in de winter de afvoer ook nog wel eens onder de 1000 m3/s, maar bij gebrek aan koud winterweer gebeurt dat tegenwoordig niet meer. De grotere kans op een droog voorjaar, wat leidde tot vaker afvoeren onder de 1500 m3/s heeft (nog) niet geleid tot een toename van afvoeren <1000 m3/s, op een kleine kans na in mei.
In augustus zien we de enige wat langere periode waarin de kans wel is toegenomen. Ook dit is waarschijnlijk het gevolg van het eerder smelten van de sneeuw en het daarna eerder leegraken van de buffers in de grote meren. Dit jaar was daarvan een goed voorbeeld, want de sneeuw was in de Alpen al vroeg gesmolten en toen het in juli en augustus lang droog werd in de Alpen daalde oa het peil van de Bodensee snel.
De Rijn zal het in de toekomst in augustus meer en meer van neerslag moeten hebben. Gelukkig zijn de Alpen ook bekend om hun buiige weer in de zomer, wat dan veel water op kan leveren voor de Rijn, maar in een jaar zonder buien zal de kans op lage augustus-afvoeren in de toekomst naar verwachting verder toenemen.
Terugkomend op de kans op een zo lage afvoer. Het blijkt dat op augustus na over het hele jaar de kans op een afvoer <1000 m3/s tegenwoordig kleiner is dan voor 1980. Het gemiddeld aantal dagen per jaar met een dergelijke lage afvoer bedroeg sinds 1980 dan ook slechts 11,5, terwijl dat tussen 1901 en 1979 nog 21 dagen was. Ondanks het vermoeden dat lage afvoeren tegenwoordig steeds vaker voorkomen, blijkt dat dus niet uit de meetreeksen van de Rijn.
Er zijn soms jaren met een lange periode van lage afvoeren, maar voorlopig is nog geen trend zichtbaar dat zeer lage afvoeren ook vaker voorkomen dan vroeger. In de 40'er, 50'er en 70'er jaren van de vorige eeuw waren er ook vaak jaren met veel lage afvoeren en voorlopig is de huidige periode waarin zich 2 jaren hebben voorgedaan (2018 en 2022) met langdurig lage afvoeren nog niet onderscheidend. Alleen in augustus is de kans de laatste tijd toegenomen, maar in de rest van het jaar is ze afgenomen en soms gelijk gebleven.