Wisselvallige week, maar niet veel neerslag, waterstanden stabiel of licht dalend
De waterstanden van de Rijn bevinden zich net iets onder het langjarig gemiddelde, die van de Maas liggen er ver onder. De komende week wordt wel neerslag verwacht, maar onvoldoende voor grote veranderingen in de waterstanden: de Rijn zal iets dalen, de Maas blijft laag. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht een analyse van de laagste afvoer van Rijn en Maas. Hoe laag is de laagste waarde en wanneer wordt die gemiddeld over het jaar bereikt en zijn daar, mogelijk als gevolg van het nieuwe klimaat, veranderingen in zichtbaar.
water van de week
Lagedrukgebieden bepalen het weer, maar liggen te ver af voor veel neerslag.
De hele week lag er een groot lagedrukgebied ten (zuid)westen van Ierland. Het zorgde voor een zuidwestelijke luchtstroming, waar zeer zachte en droge lucht mee werd aangevoerd. De komende dagen beweegt dit weersysteem langzaam naar Scandinavië en daardoor draait de luchtstroming wat meer naar het westen en kunnen enkele regenzones de stroomgebieden bereiken. Het lagedrukgebied ligt echter ver van ons vandaan en de waarschijnlijk blijven de regenhoeveelheden beperkt.
Op dinsdag passeert het eerste regengebied en op donderdag een tweede, waarbij deze laatste waarschijnlijk de meeste regen gaat brengen; vooral in Centraal Europa. De verwachtingen voor deze termijn wisselen echter nogal sterk de laatste dagen, dus blijft het nog afwachten wat er precies zal gaan gebeuren.
Als het lagedrukgebied in de loop van de week over Scandinavië is weggetrokken, dient zich vanaf vrijdag al weer een volgend lagedrukgebied aan, dat ook weer enige dagen ten westen van Ierland stil lijkt te gaan liggen. Het zal dan opnieuw voor een zachte zuidwestelijke luchtstroming zorgen en in dat geval wordt ook niet veel neerslag meer verwacht.
Het is echter ook mogelijk dat het lagedrukgebied niet bij Ierland blijft liggen, maar al vrij snel verder trekt naar het oosten en in dat geval komen de stroomgebieden in een meer westelijke stroming terecht en is er meer kans op neerslag. Het blijft voorlopig nog even afwachten voor welk scenario het weer uiteindelijk gaat kiezen.
Samengevat zal er de komende week meer neerslag gaan vallen, vooral op dinsdag en donderdag. Daarna blijft het afwachten wat een volgend lagedrukgebied voor ons weer in petto heeft. Als het bij Ierland stil komt te liggen, blijft het zacht met weinig neerslag, als het snel verder trekt, is de kans groot dat er na het volgend weekend meer regen gaat vallen.
Rijn daalt weer tot onder de 8 m (NAP), later mogelijk weer er boven
De afgelopen week verliep grotendeels droog in het stroomgebied, maar er was nog aardig wat water onderweg van regen die in de weer ervoor in het stroomgebied was gevallen. Eerst passeerde re wat extra water vanuit de Moezel en later kwam ook het water uit de Boven-Rijn aan. Het zorgde ervoor dat de afvoer weer even tot boven de 1500 m3/s steeg en de waterstand bij Lobith kwam tot ca 8,35 m (NAP). Dat is iets onder het langjarig gemiddelde dat voor deze tijd van het jaar ongeveer 1700 m3/s bedraagt.
In de loop van november loopt het langjarig gemiddelde voor de Rijn vrij snel op en half november bedraagt het al ca 1950 m3/s. Zoals het er nu naar uitziet zal dat dit jaar niet gehaald gaan worden, want vanwege het droge weer van de afgelopen week gaat de afvoer, en daarmee de stand, juist langzaam omlaag.
Op dinsdag wordt wel wat regen verwacht, maar de neerslag beperkt zich dan tot het oostelijk deel van het stroomgebied en misschien dat alleen de Moezel een beetje extra water ontvangt. Voor donderdag staat een actievere regenzone op het programma, die vooral in Zuid Duitsland en de Alpen voldoende regen zou kunnen brengen om de Rijn wat te laten stijgen. Dit water zal echter niet voor 9 of 10/11 Lobith bereiken.
De waterstand bij Lobith zal daarom de komende dagen blijven dalen en vanaf 2/11 weer onder de 8 m (NAP) zakken. De afvoer bedraagt dan ca 1350 m3/s. De daling zet zich daarna langzaam voort en tussen 6 en 8/11 verwacht ik een laagste stand van ca 7,7 m (NAP) bij een afvoer van 1200 m3/s. In de dagen daarna arriveert dan het water vanuit Zuid Duitsland en kan de waterstand weer iets stijgen tot ca 8 m (NAP) of iets daarboven rond 10/11.
Deze stijging is echter nog onzeker omdat de hoeveelheid regen die op donderdag en vrijdag wordt verwacht nog wisselt in de weersverwachtingen. Het blijft daarom nog even afwachten hoe de waterstand zich rond die tijd zal ontwikkelen. Wat al wel duidelijk is, is dat de Rijn de hele komende week langzaam zal dalen.
Maasafvoer blijft laag voor de tijd van het jaar
Vanwege het droge weer daalde de Maasafvoer deze week bij Maastricht weer tot onder de 50 m3/s. In de week ervoor was er een korte opleving, maar al met al blijft de Maasafvoer ruim onder het langarig gemiddelde, dat in deze tijd van het jaar 180 m3/s bedraagt. Net als bij de Rijn stijgt dit gemiddelde in de eersste helft van november snel naar ruim 250 m3/s rond 15/11.
De Maas zal daar zeer waarschijnlijk ver onder blijven dit jaar, want er wordt onvoldoende regen verwacht voor een wat sterkere stijging. Op dinsdag kan er een beetje regen vallen in de Ardennen, maar het blijft bij ongeveer 5 mm, wat de Maas maar weinig extra water op zal leveren. Op donderdag kan er ca 10 mm vallen en dat kan wel voor een lichte stijging zorgen.
Zoals het er nu naar uitziet zal er rond en net na het volgend weekend ook niet veel regen gaan vallen, dus hoeft de Maas ook dan niet op extra water te rekenen. Deze verwachting is echter nog onzeker, omdat het afhangt van de koers die een volgend lagedrukgebied rond het volgend weekend gaat volgen. Er is daraom ook nog een kansje dat het dan wel wat natter gaat worden. Maar een sterkere stijging lijkt voorlopig niet in zicht.
Al met al blijft de afvoer de erste helft van de week bij Maastricht schommelen rond de 40 m3/s. Na donderdag is een lichte stijging mogelijk tot tussen de 75 en 100 m3/s, maar waaschijnlijk daalt de afvoer daarna weer naar ca 50 m3/s na het volgend weekend. Op langer etermijn is de kans groot dat de afvoeren aan de lage kant blijven
water inzicht
Datum laagste afvoer verandert langzaam, bij de Rijn naar voren en bij de Maas naar achteren
De gemiddelde Rijnafvoer in deze oktobermaand bedroeg 1.475 m3/s, wat ongeveer 90% is van het langjarig gemiddelde. De Rijn is daarmee goed teruggekomen na de zeer lage afvoeren in augustus. De gemiddelde afvoer over die maand bedroeg slechts 800 m3/s, wat maar 45% is van het langjarig gemiddelde. Het gebeurt niet vaak dat de Rijnafvoer in het najaar zo snel weer opveert na langdurige droogte in de zomer. Voor de waterbeheerders, de natuur en de scheepvaart was dit een welkome verrassing.
Heel anders was het bij de Maas. Deze rivier bereikte in augustus ook een zeer lage gemiddelde afvoer van slechts 41 m3/s (38% van het langjarig gemiddelde), krabbelde daarna in september iets op met een afvoer van 66 m3/s (60%), maar zakte in oktober juist weer terug naar 60 m3/s. Procentueel kwam de afvoer in de afgelopen maand daarmee met 40% vrijwel op hetzelfde niveau als in de zeer droge augustus-maand. De Maas liep in oktober net een paar regengebieden mis, die ten zuiden van het stroomgebied langs trokken, maar die de Rijn wel veel water brachten.
De laagste afvoer in de Rijn wordt gemiddeld in de eerste week van oktober bereikt. Bij de Maas is dat een maand eerder, rond begin september. Het moment dat de laagste afvoer wordt bereikt valt bij de Maas vrijwel altijd in de periode tussen 1 juli en 1 november, bij de Rijn is de variatie veel groter en kan de laagste waarde in vrijwel alle maanden van het jaar vallen. Dit heeft vooral te maken met de situatie in de winter. De Rijn kon (in het verleden) ook in extreem koude winters sterk dalen en soms werd dan in de winter een lager niveau bereikt dan in het opvolgende najaar.
Ook de hoeveelheid sneeuw in de Alpen is belangrijk voor de Rijn. In jaren met weinig sneeuw werd soms al in april of mei een laagste waarde bereikt. In die jaren nam afvoer in de zomer dan weer wat toe vanwege buiig weer in de Alpen en de afvoer kon dan zelfs zover opkrabbelen dat ze later in het najaar niet weer zover daalde als in het voorjaar. In verreweg de meeste jaren wordt de laagste waarde bij de Rijn echter, net als bij de Maads, bereikt in de nazomer of het najaar.
In de grafiek hierna is voor de hele meetreeks van de Rijn bij Lobith de datum uitgezet wanneer in de nazomer of het najaar de laagste waarde werd bereikt. Extreem lage winterwaarden zijn vervangen door de laagste waarde die later in dat jaar in het najaar optrad en ook lage voorjaarswaarden zijn vervangen, om na te kunnen gaan of er in het najaar een verschuiving op treedt. Soms gebeurt het dat de Rijnafvoer in november en december blijft dalen en de laagste waarde pas in januari wordt bereikt. Die jaren zijn wel weer meegenomen; daarom loopt de y-as van de grafiek door tot en met januari.
datum laagste afvoer Lobith.jpg

De grafiek laat zien dat de laatste decennia de datum van de laagste afvoer wat naar voren is geschoven in de tijd. Waar vroeger de laagste stand nog regelmatig in december of zelfs januari van het jaar erna optrad, is dat in der afgelopen 30 jaar niet meer gebeurd. Vaker dan vroeger treedt de laagste stand nu al in augustus op; alhoewel er ook rond 1950 een aantal jaren waren met een laagste waarde in die tijd van het jaar. Het afgelopen jaar met een laagste waarde in augustus past dus in deze trend.
Een mogelijke verklaring is dat droge perioden, die in de zomer beginnen tegenwoordig minder lang voortduren tot in het najaar. Maar ook zou een later begin van een blijvend sneeuwdek in de Alpen de verandering kunnen verklaren. De Rijn ontvangt daardoor in oktober en november nog langer water van regenval, waar dat voorheen al als sneeuw viel, dat dan pas na de winter naar de rivier zou afstromen.
In de grafiek hieronder is voor de Maas het moment weergegeven dat de laagste waarde wordt bereikt. Anders dan bij de Rijn kwam het (op een jaar na) nooit voor dat de laagste waarde in de winter of het voorjaar werd bereikt en er hoefden daarom geen waarden vanuit de winter vervangen te worden voor waarden in het najaar.
datum laagste afvoer Monsin.jpg

Bij de Maas is er een trend zichtbaar dat de laagste waarde gemiddeld later in het jaar pas wordt bereikt. Dat betekent overigens niet dat vroege data tegenwoordig niet meer voorkomen, die zijn er ook in de afgelopen 30 jaar nog vaak geweest. Het is vooral vanwege een steeds groter aantal late data dat de trendlijn oploopt. Waar voor 1950 de laagste waarde nooit na 1 oktober werd bereikt, gebeurt dat sindsdien veel vaker en ook soms zelfs pas in november.
Het later optreden van de laagste waarde zou te maken kunnen hebben met de toegenomen verdamping. Het groeiseizoen duurt tegenwoordig steeds langer en de vegetatie neemt langer water op, wat dan niet ten goede komt aan de rivier. Het duurt daarom langer voordat er een voldoende groot neerslagoverschot ontstaat dat de rivier weer voldoende kan voeden om de stand te laten stijgen. Dit jaar zou daar een goed voorbeeld van kunnen zijn, want naast dat er minder regen is gevallen, is het ook nog steeds erg warm en de verdamping houdt daarom nog aan.
Het is opvallend dat de trend anders is dan bij de Rijn. Ook het Rijnstroomgebied heeft te maken met hogere temperaturen en meer verdamping, maar waarschijnlijk is de andere trend die ik hierboven beschrijf, van het langer uitblijven van een sneeuwdek, dominant voor de Rijn.
Als we tenslotte naar de laagste afvoer kijken die jaarlijks wordt bereikt, dan valt op dat die bij de Rijn (boven) en Maas (onder) ook verschillend zijn.
laagste jaarafvoer Lobith.png

laagste jaarafvoer Monsin.png

Bij de Rijn is er geen trend te zien in de laagste waarde die jaarlijks optreedt. In de laatste 10 jaar is de afvoer in 2018 en 2022 wel heel ver gedaald, maar in het verleden kwam dat ook wel voor. En naast de soms zeer lage afvoeren zijn er ook tegenwoordig nog veel jaren dat de afvoer niet zover daalt. Ondanks de recente lage afvoeren lijkt de laagste afvoer bij Lobith dus niet bezig aan een dalende lijn. Wat niet zichtbaar is in de grafiek is dat de laagste afvoer vroeger wat vaker in de winter of het voorjaar optrad en tegenwoordig wat meer in het najaar, maar bezien over het hele jaar middelt dit effect zich uit.
Bij de Maas ziet de situatie er anders uit, want daar gaat de trendlijn wel omlaag. Als we de trendlijn volgen, dan is de gemiddeld laagste afvoer inmiddels gedaald tot iets boven de 40 m3/s, waar dat aan het begin van de reeks nog ca 55 m3/s was. Toch valt hier ook een voorbehoud te maken. Het valt namelijk op vooral de eerste 20 jaar van de meetreeks een ander verloop laten zien dan de periode daarna. Er waren toen maar 2 jaren met een lage afvoer en alle andere hadden juist een heel hoge laagste afvoer. Sinds ongeveer 1935 treden lage afvoeren veel vaker op en komen opeenvolgende jaren met een hoge laagste afvoer nog maar weinig voor. Mogelijk dat de neergaande trend daarom toch niet met een afname in de afvoeren te maken heeft.
De afvoeren uit de meetreeks van de Maas, zeker die voor Monsin, zijn pas vrij recent bepaald aan de hand van waterstand gegevens van oa Borgharen. Daarbij zijn aannames gemaakt voor de hoeveelheid water die in het verleden via de 3 kanalen werd afgevoerd die nabij Maastricht van de Maas aftakken. Omdat het knikpunt 1935 precies samen valt met de ingebruikname van het Julianakanaal is het niet uit te sluiten dat hier kleine fouten in geslopen zijn.
Als alleen de reeks vanaf 1935 t/m 2022 wordt beschouwd, dan blijkt de trend namelijk stabiel te zijn. Op grond van de beschikbare gegevens is daarom geen goede uitspraak te doen over veranderingen en trends in de laagste waarde van de Maasafvoer.