Nog één, mogelijk twee droge weken en dalende waterstanden
Een groot hogedrukgebied blijft het weer in de stroomgebieden ook deze week bepalen en waarschijnlijk ook nog in de week daarna. De waterstanden in de rivieren blijven daarom voorlopig dalen, naar waarden ruim onder het langjarig gemiddelde. In het waterbericht leest u tot hoever de waterstanden nu onderuit gaan en of er op termijn al zicht is op een stijging.
In de rubriek water inzicht een analyse van het aantal dagen met veel neerslag. We komen uit een periode met veel neerslag, hoe vaak komt dat voor en is er inderdaad sprake van dat het meer gebeurt en hoe is de kans daarop verdeeld over het jaar?
water van de week
Weinig beweging in het weerbeeld
Na de zeer natte eerste helft van januari, waarbij de westelijke ciculatie tal van lagedrukgebieden over onze omgeving stuurde, is een hogedrukgebied op de weerkaarten verschenen dat sindsdien de neerslag weg houdt boven de stroomgebieden, met sterk dalende waterstanden tot gevolg. In de eerste dagen van februari wisten nog enkele regengebieden door te dringen tot het midden van Duitsland, maar de afgelopen week lag het hogedrukgebied pal boven onze omgeving en viel er geen druppel.
De weerkaart van de actuele situatie (zie hieronder) laat goed zien hoe domimant het hogedrukgebied is boven Europa. Lagedrukgebieden die neerslag kunnen brengen zijn op de weerkaart zelfs nergens te zien.
685A9F95-2322-4B8C-90AE-2060C22B4E7E.jpeg

De komende dagen schuift het hogedrukgebied langzaam iets naar het zuidoosten en draait de luchtstroming boven onze omgeving naar het zuiden. Regen hoeven we daarvandaan nog niet te verwachten, maar nog wat later in de week is het hogedrukgebied zover opgeschoven dat er voldoende ruimte ontstaat voor een lagedrukgebied om vanaf het noorden van de Atlantische Oceaan naar Noord Europa te trekken. Enkele regengebieden kunnen dan ook onze omgeving bereiken, maar de verwachte hoeveelheden regen zijn voorlopig klein en de invloed op de waterstanden is gering.
Na het komend weekend kan weer een nieuw hogedrukgebied ontstaan ten westen van Ierland, dat in de dagen daarna ook naar het oosten beweegt en opnieuw voor dagenlang droog weer gaat zorgen boven de stroomgebieden. Op dit moment is nog onduidelijk of dit gebied lang boven Midden Europa blijft liggen of snel doortrekt. Mocht het blijven liggen dan houdt de droogte nog tot het weekend van 25/2 aan en daarmee zou februari een zeer droge maand worden.
Maar misschien trekt het nieuwe hogedrukgebied toch sneller door en kan er net voor het eind van de maand nog een wat nattere periode aanbreken. De kans daarop is voorlopig nog klein. Het is daarom al vrijwel zeker dat februari een droge maand wordt en dat is geen goed nieuws voor de sneeuw in de Zwitserse Alpen. Nadat in januari ongeveer de normale hoeveelheid sneeuw was gevallen, laat februari nu geheel verstek gaan. Het komt dan aan op maart om het sneeuwdek nog enigszins aan te laten groeien.
In maart kan nog veel sneeuw vallen, maar de kansen op een voor eind maart gemiddelde sneeuwdikte nemen vanaf nu wel snel af. Het wordt daarom spannend hoeveel smeltwater er zal zijn in mei en juni. In Oostenrijk is het sneeuwdek trouwens wel aangegroeid tot ruim het gemiddelde niveau, maar dat gebied watert af op de Donau en daar heeft de Rijn dus niets aan. Alleen het uiterste westen van Oostenrijk watert af op de Rijn, maar daar is het sneeuwdek juist weer niet zo dik.
Rijn daalt komende week tot onder 8 m bij Lobith
Na een kleine opleving tot 9,5 m (2400 m3/s) is de waterstand bij Lobith deze week snel gedaald tot onder de 9m (NAP). Omdat de hele week droog is verlopen en er ook geen smeltwater beschikbaar komt, zal de stand vrij snel blijven dalen en wordt dinsdag of woensdag aanstaande al snel de 8,5 m bereikt; de afvoer bedraagt dan 1600 m3/s. Dat is ver onder het langjarig gemiddelde dat rond deze tijd van het jaar ongeveer 2800 m3/s bedraagt.
Ook daarna zet de daling nog door, met circa 10 tot 15 cm per dag en in het volgend weekend wordt dan waarschijnlijk de 8 m onderschreden. De afvoer is dan gedaald tot ca 1.350 m3/s. Mogelijk dat er in of net na het weekend een kleine opleving is in de waterstanden, als wat water arriveert van de neerslag die vrijdag en zaterdag in Midden Duitsland valt.
Veel stijging hoeven we niet te verwachten en omdat het na volgend weekend weer een aantal dagen droog blijft, kan de waterstand in de loop van de week na dat weekend nog wat verder dalen. De daling verloopt dan echter niet meer zo snel en in het midden van die week kan dan een (voorlopig) laagste stand bereikt worden van ca 7,8 of 7,9 m; bij een afvoer van ca 1.250 m3/s. Dit zijn zeer lage, maar niet uitzonderlijk lage standen voor deze tijd van het jaar.
Hoe de waterstand zich daarna ontwikkelt is nu nog niet te zeggen. Het hangt af van de snelheid waarmee het nieuwe hogedrukgebied weer doortrekt en mogelijk dat daarna een nattere periode aanbreekt. Volgende week daarover meer.
Maas daalt naar 150 m3/s
In het stroomgebied van de Maas is al meer dan 3 weken geen neerslag van betekenis gevallen en de afvoer is al sinds 18 januari aan het dalen. Inmiddels is deze bij Maastricht onder de 200 m3/s gezakt en dat is slechts de helft van de normale waarde in deze tijd van het jaar. De daling zet ook de komende week nog door, want regen wordt er voorlopig nauwelijks verwacht. Mogelijk dat aan het eind van de week en in het komend weekend een paar millimeter valt, maar op de Maasafvoer zal dat weinig invloed hebben.
In het komend weekend verwacht ik een afvoer tussen 150 en 175 m3/s. Na het volgend weekend keert het droge weer zelfs weer terug onder invloed van het nieuwe hogedrukgebied en dan kan de afvoer in die week nog wat verder dalen tot onder de 150 m3/s. Er is zelfs een vrij grote kans dat het droge weer zo lang aanhoudt, dat aan het eind van de maand de 125 m3/s wordt bereikt. Een nattere periode is voorlopig namelijk niet in zicht.
water inzicht
Hoe vaak valt er veel regen op een dag in Nederland en neemt de kans daarop toe
In Nederland regent het veel hoor je nogal eens en we mopperen graag als het weer eens een paar dagen regenachtig is. De realiteit is echter toch wel een beetje anders, want als we bijvoorbeeld naar de neerslagduur kijken, dan regent het slechts 7% van de tijd, wat betekent dat het dus 93% van de tijd droog is. In hoeveelheid regen uitgedrukt valt er gemiddeld zo'n 80 cm regen per jaar, wat neer komt op gemiddeld ongeveer 2 mm per dag. Deze hoeveelheden zijn niet uitzonderlijk en in een groot deel van Europa valt meer regen dan wat bij ons, zelfs in het mediterrane gebied.
Dat we het idee hebben in een regenrijk land te wonen, wordt vooral veroorzaakt door het feit dat het weer nogal wisselvallig is: op veel dagen regent het wel een beetje en lagere perioden van weken met weinig neerslag komen weinig voor. Dagen met heel veel regen op een dag komen daarom ook niet zo heel veel voor. Zo regent het in Nederland op ongeveer 150 dagen van de 365, maar slechts op ca 20 dagen valt meer dan 10 mm op een dag en op slechts 3 dagen per jaar valt er 20 mm of meer op een dag.
Nog meer regen op één dag is al snel een vrij zeldzame gebeurtenis: zo valt op slechts 2 dagen per jaar meer dan 25 mm en op 1 dag per jaar 30 mm. Een hoeveelheid van 40 of 50 mm komt respectievelijk maar eens in de 4 en 10 jaar voor. Dit zijn dan de gegevens voor De Bilt, wat in het relatief natte midden van het land ligt. In het drogere zuid(oost)en van het land zijn de aantallen dagen nog iets kleiner.
De kans op dagen met veel neerslag is niet gelijkmatig over het jaar verdeeld: in de 3 zomermaanden (juni t/m augustus) is de kans het grootst en de helft van alle dagen met veel neerslag vinden we in deze 3 maanden. Dit wordt veroorzaakt doordat de lucht in deze maanden vaak extra onstabiel is (dwz warm aan het oppervlak en veel koeler op grote hoogte) waardoor zware (onweers)buien kunnen ontstaan die in korte tijd veel regen brengen. In het winter zijn er ook wel buien, maar die brengen veel minder neerslag in een keer. In het najaar en de winter zijn het vooral de langdurige regenperioden die voor veel neerslag kunnen zorgen.
Als gevolg van klimaatverandering neemt de temperatuur van de lucht toe en hoe warmer de lucht, hoe meer vocht deze kan bevatten. Als het regent kan er dan ook meer regen vallen en de kans op dagen met veel neerslag neemt daarom al enkele decennia toe. In de winter komt daar nog bij dat de luchtstroming vaker zuidwestelijk is, waarmee vochtige lucht vanaf de Atlantische Oceaan wordt aangevoerd, waardoor de kans op dagen met (veel) neerslag ook dan toeneemt.
In de figuur hieronder is voor De Bilt (links) en Eindhoven (rechts) per decennium het aantal dagen weergegeven dat er meer dan 25 mm neerslag viel. 25 dagen betekent dan dat er per jaar gemiddeld 2,5 dag was met zoveel neerslag. Deze grafieken zijn gemaakt aan de hand van de dagwaarden van de neerslag van De Bilt (bron KNMI).
1 dgs De Bilt links, Eindhoven rechts.jpg

In De Bilt is die kans langzaam toegenomen, van minder dan 2 dagen per jaar aan het begin van de vorige eeuw, naar inmiddels 2,5 dag per jaar. In Eindhoven kwamen dagen met meer dan 25 mm in het verleden gemiddeld minder dan 1,5 dag per jaar voor, maar dit aantal is nog wat sterker gestegen, vooral in de laatste 4 decennia en in de laatste 10 jaar waren het er in Eindhoven al bijna evenveel dagen als in de Bilt. De trendlijn door de grafiek in Eindhoven loopt daardoor ook sterker op dan die van de Bilt. De beide figuren zijn op dezelfde schaal afgebeeld, alleen begint de meetreeks in de Bilt 10 jaar eerder.
Als we de dagen met meer dan 25 mm verdelen over de 4 seizoenen (zie figuur hierna), dan valt op dat in De Bilt vooral in de winter de kans duidelijk toeneemt. In de eerste 4 decennia van de meetreeks was er in de winter maar 2 keer een dag met meer dan 25 mm neerslag, maar in de laatste 10 jaar gebeurde dat al 5 keer, dus eens in de 2 jaar.
Nog steeds blijft de zomer in De Bilt echter de periode met de grootste kans op veel neerslag op één dag; ongeveer 10 dagen per decennium, wat neerkomt op gemiddeld een dag per jaar. Wat opvalt is dat de kans hierop in de loop van de meetreeks nauwelijks is veranderd. In de lente is de kans klein dat op een dag veel neerslag valt en dat is ook nauwelijks veranderd gedurende de meetreeks. In de herfst is er een lichte toename.
>25 mm verdeeld over de seizoenen.png

In Eindhoven (zie grafieken hieronder) is er in de zomer wel een duidelijke toename van het aantal dagen met meer dan 25 mm neerslag. Wat daarbij vooral opvalt is dat het aantal dagen in het begin van de vorige eeuw nog laag was. Zware buien of dagen met langdurige regen kwamen in het zuiden van het land blijkbaar in de zomer toen nog weinig voor. Inmiddels is het aantal dagen ongeveer net zo groot als in de Bilt.
In de winter is in Eindhoven ook een toename te zien en het aantal en de trend zijn hier ongeveer hetzelfde als in de Bilt. In de lente (niet afgebeeld) neemt het aantal dagen in Eindhoven ook toe, wat daar vooral op het conto komt van de maand mei; zomers aandoende buien zijn in die maand namelijk niet ongewoon.
1 dgs Eindhoven verdeeld ov er winter en zomer.png

Omdat de regenmeter steeds op een vast tijdstip wordt afgelezen, gebeurt het vaak dat de regen van een regenperiode og bui zich verdeelt over twee dagen. Bij buien is die kans wat kleiner, omdat die niet zo lang duren, maar vooral langdurige regen uit fronten houdt zich niet aan de meetperiode zoals die internationaal is afgesproken. Om dit te ondervangen heb ik ook gekeken naar de neerslag die in periode van 2 dagen is gevallen. Omdat het zelden langer dan 24 uur aaneengesloten regent, vallen alle langdurige regenperioden daarbinnen.
Als we nu kijken naar de tweedaagse perioden met meer dan 35 mm dan zien we dat die bij de Bilt en Eindhoven licht toenemen. De figuren wijken niet zoveel af van de eendaagse waarden. Maar omdat de relatief zeldzame, langdurige regenperioden hier beter in tot hun recht komen en de zware buien wat minder, zijn de trends ook wat minder sterk. In de Bilt zijn er duidelijke schommelingen tussen de decennia, bij Eindhoven veel minder.
:"
2dgs De Bilt links, Eindhoven rechts.jpg

Een wisselend beeld zien we ook als we de aantallen tweedaagse perioden met meer dan 35 mm verdelen over de seizoenen. In de winter en de herfst, de seizoenen met de grootste kans op langdurige neerslag, is de trend dan positief. In de zomer echter als veel regen op een dag vooral veroorzaakt wordt door zware buien zien we echter grote schommelingen en geen duidelijke trend. Het gebeurt nu eenmaal niet zo vaak dat er op twee dagen na elkaar zware buien zijn en de kans daarop is door klimaatverandering niet zodanig verandert dat dat in de trend zichtbaar is.
>35 mm in 2dgn verdeeld over seizoenen.png

Tenslotte heb ik nog gekeken naar de langdurige natte perioden, zoals we net een van achter de rug hebben. In de eerste grafiek is het aantal perioden weergegeven met meer dan 75 mm in 7 dagen. Dat komt er op neer dat in één week de hoeveelheid neerslag valt die normaal in een maand valt. Dit gebeurt tijdens heel natte perioden, als het ene na het andere regengebied over trekt. Vooral de laatste 3 decennia zien we een toename van dit soort neerslag events. Alhoewel het de laatste 10 jaar weer relatief wat minder was dan in de 20 jaar daarvoor.
De laatste tijd waren er ongeveer 10 van dergelijke perioden per 10 jaar, wat betekent dat het ongeveer eens per jaar gemiddeld voorkomt. In het begin van de vorige eeuw gebeurde dat nog veel minder.
7 dgs met 75 mm.png

In de laatste grafiek zijn de nog langere natte perioden op een rij gezet. Nu gaat het om 170 mm in 30 dagen, dat wil zeggen dat in één maand de hoeveelheid regen valt, die normaal in twee maanden valt. In totaal zijn er van 1901 t/m 2020 in de Bilt 45 van deze zeer natte perioden geweest, wat neer komt op ongeveer één per 3 jaar. De laatste 30 jaar gebeurde het echter ongeveer eens in de 1,5 jaar. De kans erop neemt dus toe en de zeer natte periode van begin december past dus in deze trend. Toen viel er ruim 220 mm in 30 dagen, waarmee het de op 5 na natste 30-daagse periode was.
30 dgs met 170 mm.png

Samengevat zien we dat het aantal dagen met veel neerslag toeneemt en ook het aantal meerdaagse perioden met veel neerslag. Vooral de laatste 3 decennia is dit vaker voorgekomen dan in de tijd daarvoor. De kans is groot dat dit samenhangt met meer vocht in de opgewarmde lucht; in Nederland is het inmiddels namelijk 2 graden warmer dan ca 40 jaar geleden. Dit zorgt vooral in de zomer voor zwaardere buien en dit zien we vooral terug in de meetreeks van Eindhoven en in mindere mate in De Bilt.
De toename in de winter van dagen met veel neerslag zal vooral het gevolg zijn van het vaker optreden van een (zuid)westelijke luchtstroming, waarbij het langdurig kan regenen. Dit is zowel in de Bilt als Eindhoven in ongeveer gelijke mate zichtbaar in de meetreeks. Het vaker optreden van een westelijke luchtstroming zien we ook terug in de toegenomen kans op langere natte perioden. Zowel bij de 2, als 7 als 30 daagse perioden loopt de trendlijn op. Ook daar gaat het vooral om perioden in de winter en in mindere mate in de herfst. In de zomer en het voorjaar is de kans op veel regen in 2 dagen na elkaar niet verandert.