Mogelijk veel regen door ex-orkaan Kirk en stijgende waterstanden, vooral bij de Maas
Na een paar droge dagen slaat het weer vanaf maandag om en volgt er de komende week flink wat regen. Op woensdag en donderdag is de kans groot dat de restanten van ex-orkaan Kirk voor een onstuimige dag gaan zorgen. Al met al valt er voldoende regen om de waterstanden weer verder te laten stijgen, met bij de Maas de grootste kans op een flinke toename. In het waterbericht leest u de details.
In Water Inzicht een overzicht van de maanden met de laagste afvoer gedurende het jaar en welke verschuivingen daarin zijn opgetreden de laatste decennia.
water van de week
Komen en gaan van lagedrukgebieden met soms veel regen
Ten westen van Ierland ligt een omvangrijk lagedrukgebied dat vanaf vandaag langzaam grip krijgt op het weer In Nederland en de stroomgebieden van Rijn en Maas. Dit lagedrukgebied schuift langzaam naar het oosten en komt op woensdag juist ten noorden van Nederland te liggen. Het zorgt op maandag voor 10 tot 15 mm regen in de stroomgebieden. Dinsdag wordt er wat droger de dag maar dan kan er vooral in stroomgebied van de Moezel veel regen vallen.
Op woensdag volgt in het kielzog van dit lagedrukgebied dat dan op de Noordzee ligt een ander lagedrukgebied dat nu nog op het midden van de Atlantische oceaan ligt. Het gaat om de Hurricane Kirk, die de komende dagen met grote snelheid via de golf van Biskaje op onze omgeving afstevent. De exacte koers is nog niet bekend, maar de kans is groot dat dit venijnige lagedrukgebiedje precies over België en Nederland in de richting van Denemarken trekt.
Rondom Kirk bevindt zich een stevig windveld, maar rondom Kirk bevinden zich ook gebieden met intensieve neerslag. De orkaan is ontstaan boven een deel van de Atlantische Oceaan dat relatief warm is en Kirk heeft daarom veel water op kunnen nemen. Eenmaal boven land zijn er gebieden waar veel neerslag kan vallen; met lokaal meer dan 50 mm in 24 uur. De exacte koers is nog niet precies bekend en een paar 100 km meer naar het westen of het oosten maakt al veel uit voor waar de meeste neerslag gaat vallen en de zwaarste wind zich manifesteert.
Volgens de laatste verwachting van het Europese weermodel valt de meeste regen boven Vlaanderen en het midden van Nederland en krijgt het stroomgebied van de Maas niet heel veel regen te verwerken en de Rijn nog minder. Maar andere weermodellen berekenen een wat oostelijkere koers met wel de meeste regen boven het stroomgebied van de Maas. Het stroomgebied van de Rijn lijkt de dans bij de meeste modellen te ontspringen.
Kirk beweegt op donderdag snel verder in noordoostelijke richting en dan komt onze omgeving onder de invloed van enkele zwakkere lagedrukgebieden, waardoor ook de Rijn nog met regenval te maken krijgt. Alles tezamen kan er tot volgend weekend op veel plaatsen 40 tot 50 mm regen vallen en nabij de baan van Kirk tot 80 mm of nog meer. Ook als dat boven de vlakkere delen van België en Nederland valt kan dat lokaal tot overlast zorgen.
Na zaterdag komen we onder invloed van een hogedrukgebied dat voor enkele dagen rustiger weer gaat zorgen. Net als voorgaande hogedrukgebieden lijkt ook dit exemplaar geen lang leven beschoren en in de loop van de week na het volgend weekend trekt het naar het oosten weg en komen we onder invloed van nieuwe lagedrukgebieden die vanaf de Atlantische Oceaan onze kant opkomen. Een langdurige droge periode lijkt er dit jaar niet in te zitten.
Rijn blijft voorlopig boven 9,5 m, later mogelijk stijgend naar 10 m.
De Rijn was aan het begin van de week tot boven de 9 m gestegen met daarbij een afvoer van ongeveer 2300 m3/s. Er was nog wat water onderweg dat aan het begin van de week in het zuiden van Duitsland en Zwitserland was gevallen, wij doen de stand nu nog wat verder stijgt tot iets boven de 9,5 m op maandag en dinsdag.
Voordat zich een daling kan inzetten, arriveert al het eerste water van de regen die op maandag en dinsdag in het stroomgebied gaat vallen en ik verwacht dat de stand op donderdag weer wat verder gaat stijgen tot rond de 9,75 m in het weekend. De afvoer is dan inmiddels tot boven de 2500 m3/s gestegen wat vrij hoog is voor de tijd van het jaar want het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar bedraagt ongeveer 1600 m3/s.
De ex-orkaan Kirk brengt, zoals nu naar uitziet, niet heel veel regen in het stroomgebied van de Rijn, maar dat kan natuurlijk nog veranderen als de koers meer naar het oosten komt te liggen. Aan het eind van de week wordt in het zuiden van Duitsland nog wel aardig wat regen verwacht en dat kan na het komend weekend voor een wat verdere stijging van de Rijn zorgen tot boven de 10 m rond 15/10 en daarbij een afvoer van ongeveer 2750 m3/s.
Omdat het rond het weekend een aantal dagen droog wordt in heel het stroomgebied verwacht ik, zoals het er nu naar uitziet, geen verdere stijging in het begin van de week na het komend weekend. Volgende week daarover meer.
Maasafvoer in de loop van de week naar 500 m3/s, mogelijk nog meer.
Door het droge weer van de afgelopen dagen is de Maasafvoer sinds midden afgelopen week gedaald van boven de 300 m³ per seconde naar ongeveer 200 m3/s op dit moment. Op maandag kan zo'n 10 - 15 mm regen vallen in de Ardennen waardoor de afvoer weer kan stijgen tot ongeveer 250 m3/s.
Dinsdag verloopt grotendeels droog, waardoor de afvoer stabiliseert, maar vanaf woensdag wordt opnieuw regen verwacht. Dit is de regen die samenhangt met ex-orkaan Kirk en op woensdag en donderdag kan er in totaal 40 tot 50 mm regen vallen in de Ardennen. De regen zorgt vanaf woensdag voor een verdere stijging van de afvoer tot waarschijnlijk meer dan 500 m3/s op donderdag.
De hoofdmoot van de neerslag lijkt vooral boven het westen van België te vallen, zodat de Maas nog enigszins buiten schot blijft. Mocht het gebied met de meeste neerslag toch meer naar het oosten komen te liggen, dan worden de Ardennen wel vol geraakt en kan de afvoer nog wat verder stijgen en is 750 of misschien zelfs 1000 m3/s niet uitgesloten. Maar de neerslag kan natuurlijk ook nog wat verder naar het westen vallen waardoor zelfs de 500 m3/s niet bereikt wordt.
Kirk trekt op donderdag snel naar het noorden weg en vanaf vrijdag blijft het al meteen een aantal dagen droog in het stroomgebied, zodat de kans op een verdere stijging klein is. Zoals het er nu naar uitziet gaat de afvoer dan weer flink dalen en die daling zet door tot in het begin van de week na het volgend weekend. Hoe de situatie zich verder in die week ontwikkelt is nu nog niet duidelijk. Een langere droge periode lijkt er niet in te zitten, maar intensieve neerslaggebieden zijn voorlopig ook niet in beeld.
water inzicht
Oktober is de maand met gemiddeld de laagste Rijnafvoer, september de laagste Maasafvoer.
De gemiddelde afvoer van de Rijn in september bedroeg dit jaar 1.520 m3/s. Nu het flink natter geworden is, ziet het er naar uit dat hiermee meteen ook de laagste maandafvoer van dit jaar is bereikt en dat oktober hoger zal eindigen. Het kan dat er in november of december nog een langere droge periode aanbreekt, maar het stroomgebied zal de komende tijd zoveel natter worden, dat ik de kans klein acht dat de afvoer dan nog strek zal dalen.
Als september inderdaad de maand met de laagste afvoer van het jaar wordt, dan is dit een vrij hoge waarde, want gemiddeld bedraagt deze ongeveer 1.280 m3/s. De oorzaak voor een hoge laagste maandafvoer heeft de Rijn te danken aan het natte voorseizoen met ook veel sneeuw in de Alpen. De zomerafvoer bleef daarom nog lang aan de hoge kant en in september daalde de afvoer wel even flink, maar toen werd het weer natter en ging de stand weer omhoog.
De gemiddelde septemberafvoer in de Maas bedroeg ruim 160 m3/s. Dit was hoger dan augustus toen de gemiddelde afvoer ongeveer 130 m3/s bedroeg. De kans is groot dat dat voor dit jaar de laagste maandafvoer van de Maas gaat worden en dit is ook een vrij hoge waarde want gemiddeld bedraagt de laagste maandafvoer ongeveer 80 m3/s. Ook in het stroomgebied van de Maas was de eerste helft van het jaar erg nat en vielen er later in de zomermaanden nog regelmatig buien waardoor de afvoer nooit erg ver kon dalen.
De laagste maandafvoeren treden bij de Rijn meestal in het najaar op en bij de Maas aan het eind van de zomer en dit jaar past goed in dat patroon. In de volgende grafiek heb ik voor de meetreeks van de Rijn, die loopt vanaf 1901, uitgezet hoe vaak een bepaalde maand het laagste gemiddelde had gedurende het jaar.
Schermafbeelding 2024-10-06 om 16.03.23.png

In ongeveer 1/4 van de gevallen was dat oktober gevolgd door september en november, maar er zijn ook jaren geweest dat in de winter de laagste afvoer werd bereikt. In het voorjaar en de zomer gebeurt het maar zelden dat in een van die maanden de laagste maandafvoer wordt bereikt.
Om na te gaan of er door klimaatverandering veranderingen in het afvoerpatroon op zijn getreden heb ik de meetreeks opgedeeld in het gedeelte voor en na 1980; het jaar waarna de gevolgen van klimaatveranderingen steeds meer duidelijk zijn geworden.
Schermafbeelding 2024-10-06 om 16.03.36.png

In de grafiek valt op dat er in het najaar een verschuiving is opgetreden naar eerder in het jaar. Vooral in september is de kans sterk toegenomen en dit is inmiddels de maand met de grootste kans op de laagste maandafvoer en er zijn ook meer augustusmaanden met een laagste afvoer van het jaar.
Een mogelijke oorzaak is een langer sneeuwvrij seizoen in de Alpen, waardoor er in de zomer eerder minder smeltwater beschikbaar is en in het najaar langer regenwater. In het midden van de zomer heeft de Rijn daarom minder water ter beschikking en in het najaar meer.
Wat ook opvalt is dat in de winter nog maar zelden de laagste maandafvoer optreedt. Voor 1980 gebeurde het in ca 25% van de jaren dat de laagste maandafvoer in december, januari of februari viel en na 1980 bedraagt die kans nog maar 4%. Ook dit heeft met klimaatverandering te maken, omdat de winters wisselvalliger zijn geworden met minder langdurige droge perioden en ook valt in de Middelgebergten meer neerslag als regen ipv sneeuw. Er is daarom gedurende de winter meer water beschikbaar en lage afvoeren zijn dan zeldzaam geworden
De verschuiving van de najaarspiek naar eerder in het jaar heeft als bijkomstigheid dat de laagste maandafvoer minder laag is geworden. Als we het gemiddelde bepalen van de verschillende maanden met de laagste afvoer, dan blijkt dat die bij de novembermaanden met 1.116 m3/s het laagste is (zie tabel). Van alle oktobermaanden, die de laagste afvoer hadden, was dat 1.246 m3/s en van de septembermaanden 1.405 m3/s.
Schermafbeelding 2024-10-06 om 16.04.03.png

Om in de Rijn een heel lage waarden te bereiken is een lange droge periode nodig en daarom zijn de novembergemiddelden het laagst. Sinds de maand met de laagste afvoer naar voren schuift, is die periode korter geworden en daardoor neemt de kans op een heel lage maandafvoer af. Dit blijkt ook als we het gemiddelde van alle maanden met de laagste afvoer vergelijken: voor de periode tot 1980 bedroeg die bij de Rijn 1.240 m3/s en na 1980 was die met 1.320 m3/s ca 7% hoger.
Samengevat zien we bij de Rijn dat de kans op maanden met een lage afvoer gaandeweg van het najaar naar de nazomer verschuift, maar dat daarmee de kans op langdurige zeer lage afvoeren kleiner is geworden.
Bij de Maas viel de najaarpiek voor de laagste maandafvoeren van het jaar altijd al in september en zijn er meer dan bij de Rijn ook vaker zomermaanden met de laagste maandafvoer (zie de bovenste grafiek). Nooit kwam het voor dat de laagste afvoer in de winter viel, op één decembermaand na. Als we deze jaren uitsplitsen over de periode voor en na 1980 (onderste grafiek) dan zien we dat er ook bij de Maas een verschuiving naar voren is opgetreden, met meer augustusmaanden en minder oktobermaanden met de laagste afvoer van het jaar. In de andere zomermaanden is er echter geen sprake van een toename.
Schermafbeelding 2024-10-06 om 16.04.35.png

Een duidelijke verklaring voor deze verschuiving heb ik niet meteen. De gemiddelde afvoeren in augustus en september ontlopen elkaar bij de Maas niet zoveel en deze maanden kunnen daarom makkelijk van stuivertje verwisselen. Verder zijn er vrij veel droge zomers geweest in vooral de laatste 10 jaar, waarbij augustus en september relatief vaak een lage afvoer hadden. In oktober was die droogte dan weer voorbij, waardoor de afvoer niet nog verder daalde en oktober zelden meer als maand eindigde met de laagste maandafvoer.
Deze verschuiving heeft niet, zoals bij de Rijn, tot een verandering geleid in de hoeveelheid water die in de maanden met de laagste afvoer gemiddeld door de Maas wordt afgevoerd: deze bedroeg vóór het jaar 1980 ca. 79 m3/s en erna ca. 78 m3/s.