U bent hier

Droog weer keert later in de week terug, dalende waterstanden, op termijn mogelijk extreem laag

In Nederland hebben we een natte week achter de rug, maar het einde van de nattigheid lijkt in zicht, want vanaf woensdag breekt een droger en warmer weertype aan. In de stroomgebieden viel niet zoveel regen en de waterstand in de rivieren is slechts een klein beetje opgetild in de afgelopen weken Met het droge weer dat nu aanbreekt, mogen we ervan uitgaan dat een daling volgt naar zeer lage waterstanden voor de tijd van het jaar. In het waterbericht leest hoever de waterstanden mogelijk gaan zakken.

In Water Inzicht een uitstap naar de Bodensee. Terwijl in Nederland in mei en juni regelmatig regen viel, bleef het verder naar het zuiden toe juist vaak droog. Dat heeft ook gevolgen voor het smeltseizoen in de Alpen, dat tot nu toe veel minder water heeft oplevert dan gewoonlijk. Dit laat zich goed aflezen aan de waterstand van de Bodensee, die dit jaar waarschijnlijk een historisch laag zomermaximum gaat bereiken.

Water van de Week

Na de wisselvalligheid, deze week weer meer invloed van hogedrukgebieden.

Ook de afgelopen week was het een komen en gaan van buien en neerslagzones boven Nederland. Sinds het begin van de maand is op veel plekken al zo'n 50 tot 90 mm regen gevallen en de kans is groot dat juni, net als mei, een relatief natte maand gaat worden. Alleen in het noordwesten van Nederland viel tot nu toe nog maar weinig regen in deze maand. Na de droge maand april die in heel het land droog verliep, is het in die regio droog gebleven, terwijl het in het grootste deel van het land juist veel natter weer.

De komende week komt er een einde aan het wisselvallige weer als hogedrukgebieden meer invloed krijgen op onze omgeving. Nederland was de laatste tijd een van de nattere delen binnen de stroomgebieden van Rijn en Maas, want niet ver ten zuiden van ons land viel al veel minder regen. Alleen de Middelgebergten vingen, zoals gewoonlijk, nog wel zo’n 30 mm op, maar in het grootste deel van het stroomgebied bleef het bij 10 tot 15 mm. Ook in de Zwitserse Alpen, meestal een regio waar veel neerslag kan vallen, bleef het afgelopen 10 dagen aan de droge kant. De rivieren ontvingen daarom maar mondjesmaat wat extra water.

Zoals ik hierboven schreef gaat er de komende dagen wel wat veranderen in het weerpatroon en nemen we in de tweede helft van de komende week afscheid van de wisselvalligheid. Het wordt ook aanmerkelijk warmer met temperaturen tot boven de 30 graden en mede daardoor neemt aan het eind van de week de kans op stevige onweersbuien toe.

De afgelopen week werd het weer in de stroomgebieden bepaald door een standvastig lagedrukgebied boven Scandinavië en een rug van hoge druk die vanaf IJsland naar Midden Frankrijk liep. Boven onze omgeving leverde dat een vrij koele (noord)westelijke stroming op waarin buien en neerslagzones overtrokken. De komende dagen trekt lagedrukgebied naar het oosten en breekt de rug van hoge druk op waardoor de een nieuw lagedrukgebiedje vanuit het zuidwesten over Nederland kan trekken. Dit is vrij plotseling in de weermodellen naar voren gekomen en het warme weer dat in het vooruitzicht was gesteld laat daardoor nog wat langer op zich wachten. Op dinsdag kan er daarom in Nederland en het aangrenzende deel van Duitsland nog wat regen vallen, maar op de rivierafvoeren heeft dat weinig invloed.

In de tweede helft van de week komen we onder invloed van een uitloper van het Azoren-hogedrukgebied, wordt het al snel warmer en het blijft dan een paar dagen droog. Vanaf vrijdag neemt dan de kans op stevige buien alweer toe, als de hoge druk zich even wat terugtrekt. Als het tot buien komt, lijkt de kans daarop voorlopig het grootst in een strook van Noord Frankrijk tot over Nederland. Het stroomgebied van de Rijn zou er dan grotendeels buiten vallen, maar dat kan in de loop van de week nog veranderen.

In het volgend weekend breidt het Azoren-hogedrukgebied zich opnieuw uit naar onze omgeving en ontstaat er bij de Britse eilanden een aparte kern. Het wordt dan voor langere tijd droog in Nederland en de stroomgebieden. Hoe lang dit droge weer aanhoudt is, zover vooruit, nog moeilijk te zeggen. Een mogelijke overgang naar weer natter dient zich op de weerkaarten echter echter al wel aan. Mogelijk ontstaat er namelijk een nieuw lagedrukgebied rond het midden van de week na volgend weekend (24-25 juni), dat via de Golf van Biskaje naar Frankrijk opdringt. Dergelijke weersystemen kunnen voor veel regen zorgen hebben we in het verleden gezien. Het is nu echter nog zover vooruit dat nog onzeker is welke koers dit lagedrukgebied gaat volgen en of het überhaupt de stroomgebieden wel weet te bereiken. Volgende week hierover meer.

Rijn nog even stabiel rond 7,75 m NAP, later dalend naar 7,25 m; afvoer naar onder 1.000 m3/s.

De Rijn afvoer gaat de komende week dalen naar voor de tijd van het jaar zeer lage standen. Op dit moment van het jaar hadden in het verleden alleen de jaren 2011 en vooral 1934 een zeer lage afvoer, met respectievelijk een laagste waarde van 1.150 m3/s en 900 m3/s. Iets later in de maand ging 1976 daar nog ruim onder met een afvoer van 780 m3/s. Zover gaat het voorlopig nog niet komen want ik verwacht nu over een dag of tien een afvoer van circa 975 m3/s.

Door de regen van de afgelopen weken in het stroomgebied is de Rijn wel iets gestegen naar een hoogste waarde van circa 7,9 m NAP (en een afvoer van 1.350 m3/s) aan het begin van de afgelopen week. Vorige week had ik nog iets meer water verwacht tot een stand net boven de 8 m, Maar de buiigheid leverde in het stroomgebied minder water op dan verwacht. Dit in tegenstelling tot Nederland waar op veel plekken juist meer regen viel dan vorige week nog werd verwacht.

Op zich is dat voor het waterbeheer gunstig, want in een situatie dat het allemaal wat natter is in ons land hebben we ook minder rivierwater nodig om alle gebruikers van voldoende water te voorzien. De enige die direct nadeel ondervinden van de lage waterstanden is uiteraard de binnenvaart, die met een beperkte vaardiepte te maken krijgt en dan minder lading kan meevoeren. Ook veel recent aangelegde nevengeulen langs de Waal en IJssel vallen al snel droog als de afvoer onder de circa 1.250 m3/s zakt; wat weer ongunstig is voor vissen en andere organismen die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van deze geulen.

Op dit moment bedraagt de waterstand bij Lobith 7,75 m NAP en de afvoer 1.250 m3/s. Uit het midden en zuiden van het stroomgebied is nog een klein beetje extra water onderweg en daarom gaat de waterstand eerst tot woensdag iets stijgen naar circa 7,8 m NAP. Vanaf donderdag verwacht ik een vrij snelle daling met zo'n 10 cm per dag naar een stand van ca 7,4 m NAP op maandag 22/6. De afvoer is dan gedaald naar ca 1.050 m3/s. De dagen daarna zet de daling vertraagd door met zo'n 3 tot 5 cm per dag en dat zou betekenen dat op woensdag 24/6 de 1.000 m3/s voor het eerst dit jaar wordt onderschreden. Een dergelijke afvoer wordt vaker onderschreden, maar gewoonlijk gebeurt dat pas in augustus of september. De dagen daarna zet die daling langzaam verder door naar ca 7,25 m NAP op 25/6.

In deze verwachting ben ik ervan uitgegaan dat de buien van komende vrijdag boven onze omgeving, niet of nauwelijks tot in Duitsland en Zwitserland door zullen dringen. Mocht dat wel het geval zijn dan kan de daling vanaf het weekend wat trager verlopen. De week na het volgend weekend lijkt echter geheel droog te gaan verlopen, dus ook als de daling even vertraagd, is de kans toch groot dat het later in die week alsnog tot zeer lage waterstanden gaat komen. Wat er op nog langere termijn gebeurt hangt onder andere af van het lagedrukgebied dat over een dag of 10 verwacht wordt boven Frankrijk. Als dat doortrekt naar de stroomgebieden, dan gaan de waterstanden vrijwel zeker weer wat stijgen, maar dat is op dit moment nog uiterst onzeker.

Maas daalt tot onder 75 m3/s, na volgend weekend naar 50 m3/s.

Het stroomgebied van de Maas ligt voor in groot deel noordelijker in Europa dan dat van de Rijn en de Maas profiteerde daarom meer van de buiigheid van de afgelopen week dan de Rijn. De Maas afvoer is met ca 75 tot 100 m3/s wel laag voor de tijd van het jaar, maar niet extreem. Er zijn jaren dat de afvoer nu al tot onder de 50 m3/s was gezakt. Afgelopen vrijdag bijvoorbeeld kreeg de Maas nog wat extra water te verwerken en steeg de afvoer op zaterdag weer even tot boven de 100 m3/s.

Vandaag en morgen verlopen droog zodat de afvoer weer daalt tot circa 75 m3/s. Voor het verdere verloop is in de eerste instantie komende dinsdag belangrijk, want dan trekt een klein lagedrukgebiedje over Nederland en mogelijk levert dat in de Ardennen ook nog aardig wat regen op zodat de afvoer bij Maastricht weer even tot boven de 100 m3/s kan stijgen. Woensdag en donderdag verlopen droog met weer een wat dalende afvoer.

Vrijdag wordt dan weer interessant want dan kunnen er forse buien ontstaan boven een deel van België en als ook de Ardennen binnen het bereik van de buien vallen dan kan dat voldoende water opleveren om de Maas nog wat verder te laten stijgen tot misschien wel even tot 150 of 200 m3/s. Een paar weken terug gebeurde dat ook en toen steeg de af voor zelfs korte tijd tot boven de 400 m3/s.

Na het volgend weekend breekt een langere droge periode aan en dan gaan de afvoer zeker weer dalen naar onder de 75 en Omdat het dan ook vrij warm is is de kans groot dat later in die week ook de 50 m3/s wordt onderschreden. Net zoals we bij de Rijn zagen, is dit geen zeer uitzonderlijk lage afvoer maar wel voor deze tijd van het jaar.

Water Inzicht

Waterstand van de Bodensee als graadmeter voor verloop smeltseizoen in de Alpen

Mei en juni zijn vanouds de maanden dat de meeste sneeuw uit de voorgaande winter smelt hogerop in de Alpen; water dat een belangrijke bron is voor de Rijn in deze maanden. Maar ook de rest van de zomer profiteert de Rijn, omdat een groot deel van het smeltwater eerst in de grote Zwitserse Meren wordt opgeslagen. De Bodensee beslaat van het totale oppervlak van de meren ongeveer de helft en het peilverloop van dit meer is daardoor een goede maatstaf voor wat er bovenstrooms in de Alpen gebeurt.

Het peil in de Bodensee wordt ook niet gestuurd met stuwen of sluizen; er ligt een natuurlijke drempel in de uitmonding van het meer bij Konstanz, die het waterpeil stuurt. De meetreeks bij Konstanz loopt al vanaf 1 juli 1826 en is dus op 2 weken na 200 jaar oud. Veel reden voor een feestje is er dit jaar niet want juist nu laat de waterstand een dramatisch verloop zien. In de grafiek hieronder heb ik alle waterstanden van de afgelopen 200 jaar weergegeven.

Hele meetreeks Bodensee bij Konstanz.jpg

Het verloop van 200 jaar waterstanden van de Bodensee bij Konstanz. De verwachting voor komende week is de onderbroken lijn.
Het verloop van 200 jaar waterstanden van de Bodensee bij Konstanz. De verwachting voor komende week is de onderbroken lijn.

Het jaarverloop is vrijwel zonder uitzondering vrijwel ieder jaar hetzelfde, met lage standen in de wintermaanden - als de neerslag in de Alpen als sneeuw wordt vastgelegd -  en hoge standen in de zomermaanden, als de sneeuw smelt en de neerslag als regen valt. Het gemiddelde van al deze jaren is met een zwarte streepjes lijn weergegeven. De afvoer (aan de rechterkant van de grafiek) loopt gemiddeld van ca 220 m3/s in januari op naar ca 650 m3/s rond 1 juli. Voor Lobith betekent dit, dat in januari gemiddeld slechts 7% van het water via de Bodensee loopt en in juli ca 30%. Samen met de andere Zwitserse meren betekent dit, dat in juli ca 60% van het Rijnwater dat Nederland bereikt, via de meren loopt.

De grafiek laat ook zien dat er van jaar tot jaar flinke verschillen zijn, met pieken tot boven de 1.000 m3/s. De meeste van die jaren liggen in het verre verleden, op 1999 na, een El Niño winter, toen door een combinatie van veel sneeuw en regen de op een na hoogste stand uit de meetreeks werd opgetekend. Bij de lage winterstanden zien we ook enkele jaren uit het verre verleden en één recente (2006). Dit waren stuk voor stuk droge winters en, vooral vroeger, ook zeer koude winters, waarin de afvoer terugliep tot minder dan 150 m3/s.

Rechts in de grafiek zien we ook uitschieters naar beneden, zoals 1947 en 2003; beide jaren met een lange droge zomer. Wat opvalt is dat het meest recente zeer droge jaar 2018; ik kom daar later in het bericht op terug. Het huidige jaar is in rood weergegeven en het ziet er naar uit dat dit jaar rond 1 juli waarschijnlijk de laagste stand van het smeltseizoen ooit gaat bereiken. Toch lag er dit jaar aan het eind van het winterseizoen nog wel een redelijk sneeuwdek in de Alpen en toen dat deze sneeuw vanaf half april is gaan smelten, is de stand ook iets gaan stijgen.

Die stijging is echter veel geringer dan in andere jaren, doordat er sindsdien veel minder regen is gevallen. Het aandeel regen, dat in de voorzomer ook altijd toeneemt, ontbreekt dit jaar. Daarbij was het vaak zonnig en warm in de Alpen, waardoor ook veel sneeuw is verdampt en dus geen smeltwater is geworden. De komende weken zien er ook niet gunstig uit, want het wordt opnieuw warm en het blijft voorlopig droog. In de volgende grafiek heb ik de periode waarin we ons nu bevinden uitvergroot, zodat de jaren uit de meetreeks met een lage stand in de periode dat normaal de piek wordt bereikt, beter zichtbaar worden. Deze lijnen zijn ingekleurd en het jaartal is erbij aangegeven.

20 jaren met een lage afvoer in juni.jpg

De periode uitvergroot dat gewoonlijk de hoogste stand van het jaar wordt bereikt. DE 20 jaar met de laagste afvoer zijn ingekleeurd en het jaartal staat erbij. De verwachting voor komende week is de onderbroken lijn.
De periode uitvergroot dat gewoonlijk de hoogste stand van het jaar wordt bereikt. DE 20 jaar met de laagste afvoer zijn ingekleeurd en het jaartal staat erbij. De verwachting voor komende week is de onderbroken lijn.

In totaal zijn dat er 20, met ieder een eigen verloop en daar hoort steeds een verhaal bij, dat ik kort zal proberen te duiden. In de 19e eeuw waren er 4 jaren met een zeer lage zomerstand. Een daarvan, 1865 (de brede groene lijn), had eind juni ook een zeer lage waterstand. In dat jaar was het voorjaar en de zomer erg droog en dat leverde een bijzonder verloop op: met een nog vrij hoge stand in mei (er lag namelijk wel veel sneeuw in de Alpen) en ook weer een oplopende stand in juli, toen het weer omsloeg en het natter werd; maar net op het moment dat de stand het hoogste had moeten zijn was hij dus extreem laag. Er zijn nog een aantal jaren uit het verre verleden (1832, 1854 en 1893), maar dit waren koude jaren waarin het smeltseizoen vrij laat op gang kwam en de stand uiteindelijk later in juli nog wel veel verder op zou lopen.

Uit de eerste helft van de 20e eeuw komen we alleen het jaar 1934 tegen, dat ook een droog voorjaar had, met rond deze tijd van het jaar een zeer lage stand. Maar uiteindelijk zou ook dit jaar vanaf half juni verder gaan stijgen. Het is dus geen wet van Meden en Perzen dat de stand na 1 juli altijd gaat dalen; als er voldoende regen valt blijft een stijging mogelijk. Er is dus nog hoop voor dit jaar.

Wat opvalt is dat de droge jaren uit de ’40-er jaren van de 20e eeuw er niet tussen staan. In die jaren was er in de winter wel genoeg sneeuw en voldoende smeltwater met een niet bijzonder stand in de Bodensee rond 1 juli. Het zou in die jaren vooral in de zomer en het najaar langdurig droog zijn, met zeer lage standen aan het eind van het najaar; een beetje zoals recent het jaar 2018.

Een andere periode met vaak lage Rijnafvoeren waren de 70-er jaren van de vorige eeuw met o.a. 1972 en het roemruchte jaar 1976. 1972 volgde het patroon van 1934, met een zeer lage stand in de Bodensee begin juni en voldoende regen in juli voor een stijging tot buiten het bereik van deze grafiek. In 1976 (de brede oranje lijn) was dat anders: het voorjaar was zeer droog en ondanks een korte wat nattere periode begin juni, die samenviel met wat meer smeltwater, volgde vanaf 5 juni een lange droge periode die de Bodensee snel liet zakken naar een wekenlange periode met (tot nu toe) de laagste stand sinds het begin van de metingen. Het was in die tijd dat ook de Rijn in Nederland de tot nu toe laagste juli-afvoer bereikte van 780 m3/s.

Na de droge jaren 70 volgden de natte 80-er jaren van de vorige eeuw, met zomers die vaak erg nat waren en die zien we in deze grafiek daarom niet terug. Vanaf 1991 keren de droge voorjaren en zomers weer terug en vooral 1996 valt op als een jaar met weinig smeltwater (de winter verliep toen erg droog) en een lage stand in juni. Maar net als we eerder zagen bij 1972 viel er vanaf juli toch voldoende regen om de Bodensee alsnog te laten stijgen. 1991 en 1998 hadden ook een lage stand in het voorjaar, maar toen was er wel voldoende smeltwater en regen om de stand al vroeg in de zomer voldoende te laten stijgen.

Terugkijkend over al deze jaren zien we een soort van patroon: dat de jaren met een lage afvoer in de voorzomer maar zelden ook een lage afvoer in het najaar hebben. Tegelijkertijd hebben de jaren met een lage nazomerafvoer meestal eerder geen lage voorjaarsafvoer gehad. Tot deze laatste categorie hoorde eerder al 1949 en 1964 en vanaf het jaar 2000 zien we nog 3 jaren (2003, 2005 en 2007) die pas later in de zomer naar zeer lage waarden daalden. En ook het recente jaar 2018 past in dit rijtje (weergegeven met een streepjeslijn). In dat jaar was de voorzomer nog vrij nat verlopen en de buffer in de Bodensee aan het begin van de droge periode dus goed gevuld. Ook in de andere jaren met een lage nazomerstand had de Bodensee steeds aan het begin van die zomer nog een ongeveer gemiddelde stand.

Er zijn in de grafiek nog een paar recente jaren niet besproken, maar die volgden ook steeds een van beide scenario’s. Zoals het jaar 2011, met een lage voorjaarsafvoer en rond medio juni zelfs de laagste stand uit de meetreeks, maar ook weer geen lage najaarsafvoer. En het recente jaar 2022 dat weer tegengesteld was aan 2011, met juist een hogere voorjaarsstand en een lage nazomerstand; dus vergelijkbaar met 2018. Als we deze jaren met een lage afvoer nog eens op een rij zetten dan valt nog iets op, de laatste 20 tot 25 jaar is er een sterke toename: in de 19e eeuw waren het er 4 (ca 5% van het aantal jaren), in de 20e eeuw 8 (8%) en in de 21e eeuw tot nu toe al 9 (35%). In een volgend bericht zal ik meer aandacht besteden aan deze trend.

Het jaar 2025 (de dikke bruine lijn) lijkt aanvankelijk wat op 1976, met een zeer lage voorjaarsafvoer, een korte piek rond medio juni en daarna weer dalend. Maar die daling zou niet zo lang aanhouden als in 1976 en uiteindelijk steeg de afvoer eind juli naar buiten het bereik van de zeer lage afvoeren. De enige uitzondering tot nu toe op dit patroon van - voorzomer laag en nazomer hoog of voorzomer hoog en nazomer laag - is 1976. De grote vraag nu is wat het huidige jaar gaat doen. De droge winter leek op die van 1996, het droge voorjaar op dat van 2011, beide jaren waarin de stand later in de nazomer niet extreem laag werd.

Maar dit jaar volgt uiteraard zijn eigen koers. Het zomermaximum van smeltwater en (een beetje) regen lijken we gepasseerd te zijn en inmiddels is de daling ingezet. De afvoer bleef daardoor ruim 300 m3/s dan gemiddeld en samen met de andere helft van de Alpen zal dat minstens het dubbele geweest zijn. Omgerekend naar de waterstand bij Lobith scheelt dat bijna 1 meter water. Als de droogte nog meer dan 2 tot 3 weken aanhoudt, dan zakt de stand begin juli tot onder die van 1976 en wordt het een historische zomer. Maar het is ook niet uit te sluiten dat het weer in juli omslaat. De hoogzomer is gewoonlijk een periode met veel buien in de Alpen en zo'n weersomslag is er ook vaak gebeurt in jaren met een lage smeltwaterpiek in juni. Over een paar weken weten we waar het dit jaar op uitdraait.