U bent hier

Enige stijging door de buien van afgelopen dagen, maar al snel weer dalende waterstanden

De Rijn daalde de afgelopen week snel en de 1.000 m3/s kwam al in zicht, wat zeer uitzonderlijk is voor deze tijd van het jaar. De Maas daalde tot circa 50 m3/s, wat ook zeer laag is voor de maand juni. De buien van de afgelopen dagen zorgen nu even voor een kleine opleving, maar niet voor lang, want over enkele dagen zet de daling weer in naar nog lagere waterstanden. Pas vanaf het volgend weekend is er opnieuw kans op neerslag. Of dat de overgang brengt naar een periode met meer water voor de rivieren is nu nog niet te zeggen. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek water inzicht gaan we op zoek naar trends in de afvoeren vanuit de Alpen en wat we daar in Nederland voroal in de zomermaanden van merken.

Water van de week

voorlopig warm en droog, maar rond de maandwissel mogelijk een ander weertype.

Een hogedrukgebied boven de Noordzee houdt grotere neerslaggebieden vanaf de Atlantische Oceaan op afstand en ondertussen bevinden we ons in zeer warme lucht. Daarin kunnen boven Frankrijk door sterk opstijgende lucht wel buien ontstaan, die dan in de avond en nacht over Nederland en het noorden van Duitsland trekken.

Deze buien brachten de afgelopen dagen op veel plaatsen in Nederland tientallen millimeters regen en daarmee is het neerslagtotaal voor de maand juni op veel plaatsen ruim boven het langjarig gemiddelde uitgekomen. Dat bedraagt zo’n 70 mm in juni en op veel plaatsen is het nu al uitgekomen tussen de 80 en 100 mm en soms nog meer. Het vochtgehalte in de bodem is daarom nog altijd redelijk op peil en ondanks de hitte zijn bermen en graslanden in ons land op de meeste plaatsen nog groen.

Zoals we ook eerder in deze maand al zagen zijn Nederland en de aangrenzende delen van Duitsland en België binnen de stroomgebieden wel een uitzondering als het gaat om de hoeveelheid neerslag. Met name in het zuiden van Duitsland en grote delen van Zwitserland is de afgelopen maand nog maar zo'n 10 tot 20 mm regen gevallen en omdat ook eerdere maanden daar droog verliepen, is de afvoer van de Rijn nu aangekomen op een voor de tijd van het jaar zeer laag niveau. Het stroomgebied van de Maas pikte de afgelopen weken nog wel zo nu en dan wat regen mee en daar staat de teller voor de neerslag nu op zo'n 40 tot 60 mm.

In de loop van de week verplaatst het hogedrukgebied zich naar het oosten en tegelijkertijd ontstaat er dan een lagedrukgebied boven de Golf van Biskaje dat langzaam naar het noorden opschuift. Vandaag, zondag, kan er boven Nederland en delen van Duitsland nog een bui ontstaan, maar de kans daarop is kleiner dan de afgelopen dagen. De rest van de week is de kans op buien nog veel kleiner en ook wordt het opnieuw zeer warm. Het land droogt dan snel uit en de rivieren hoeven voorlopig niet op extra water te rekenen.

Onder de invloed van het nabije hogedrukgebied blijft het vanaf maandag overal droog en pas vanaf komende zaterdag of zondag neemt de kans op neerslag in onze omgeving weer toe, als lagedrukgebieden dichterbij kunnen komen. Een lange natte periode lijkt het dan ook niet te gaan worden, omdat vanaf het begin van de week na het volgend weekend het Azoren hogedrukgebied opnieuw een poging doet om een uitloper te vormen tot over onze omgeving. Dat betekent opnieuw droge omstandigheden, maar op dit moment is uiteraard nog onzeker of het daarvan gaat komen en hoelang dat dan eventueel gaat duren. Een langere natte periode lijkt voorlopig echter niet in het verschiet.

Rijn stijgt iets, maar in de loop van de week weer dalend naar circa 7,1 m NAP (925 m3/s) aan eind vd maand.

Vanaf afgelopen maandag is de Rijn de hele week gedaald, met soms wel 10 cm per dag, naar een stand van 7,43 m NAP tijdens de afgelopen nacht. De afvoer bedroeg op dat moment 1.080 m3/s, net iets hoger dan de laagste waarde die eind mei werd bereikt. Vorige week was al voorzien dat de stand flink zou gaan dalen en dat ook de 1.000 m3/s binnen bereik zou komen. Het moment dat dat zou gebeuren hing er vooral van af of er buien zouden komen aan het eind van die week.

Die zijn er inderdaad gekomen en dat zorgt nu voor een lichte stijging van de waterstand en een uitstel van het bereiken van de 1.000 m3/s , maar het is niet meer dan een korte onderbreking in de verdere daling die voor de rest van de weke op de agenda staat. De stijging bedraagt namelijk niet meer dan ca. 10 cm zodat de stand op maandag weer even boven de 7,5 m NAP uit kan stijgen. Daarna volgt weer een daling van eerst circa 10 per dag, tot ca 7,35 m NAP op woensdag 24/6.

De daling wordt in het midden van de week even onderbroken door wat extra water dat uit het zuiden van het stroomgebied onderweg is, maar zet 2 dagen later weer in naar een stand van ca 7,1 m NAP op zondag 28 juni. De afvoer die morgen weer even boven de 1.100 m3/s uitstijgt zakt met gemiddeld zo'n 30 tot 40 m3/s en komt aan het eind van de week voor het eerst dit jaar onder de 1.000 m3/s uit. Een dergelijke afvoer is niet heel bijzonder (gemiddeld gebeurt het zo'n 20 dagen per jaar), maar het is wel vrijwel uniek dat het in deze tijd van het jaar gebeurt. Alleen in 1934 en 1976 is het eerder gebeurt dat de afvoer in de tweede helft van juni tot onder de 1000 m3/s zakte.

Na aanstaande vrijdag zet de daling verder door en in het begin van de week na het volgend weekend verwacht ik een stand tussen de 7,0 en 7,1 m NAP. De afvoer is dan gezakt tot tussen de 900 en 925 m3/s. Het is maar een keer eerder gebeurd dat de afvoer in deze tijd van het jaar nog lager was, dat was in 1976 toen de afvoer begin juli zelfs tot onder de 800 m3/s daalde.

Of dat dit jaar ook gaat gebeuren hangt af van de neerslag die nu voor het volgend weekend wordt verwacht. Als die inderdaad gaat vallen, dan zal de waterstand in de tweede helft van die week, dat is vanaf 1 juli, weer gaan stijgen. De kans is groot dat dit dan weer voor een afvoer zal zorgen van boven de 1.000 m3/s. Het belooft echter geen lange natte periode te worden, dus blijft de kans groot dat begin juli al snel weer een nieuwe daling zal inzetten. Maar dit is nog ver weg in de verwachting en mogelijk dat daar nog iets aan gaat veranderen; volgende week daarover meer.

Maas daalt de komende dagen weer tot onder de 100 en later 75 m3/s.

Vanwege het warme en droge weer aan het begin van de week daalde de Maas snel naar een afvoer tot net boven de 50 m3/s. Vanaf donderdag bereikten al de eerste buien het stroomgebied van de Maas en daardoor kon de afvoer weer iets stijgen. In de nacht van zaterdag op zondag volgde een veel uitgebreider neerslaggebied en dat leidde meteen tot een flinke stijging van de afvoer, tot zelfs boven de 250 m3/s bij Maastricht. Dit is een van de kenmerken van het stroomgebied van de Maas dat een paar flinke buien al snel tot een flinke stijging kunnen zorgen. Met name vanuit de sterk verstedelijkte gebieden in de Maasvallei wordt dan in korte tijd veel water naar de Maas afgevoerd. Meestal is zo een piekje ook weer snel voorbij zodra het enige tijd droog is in het stroomgebied.

Komende nacht kan er misschien nog een bui vallen, maar de kans daarop is kleiner dan de afgelopen dagen en vanaf maandag zet hoe dan ook een langere droge periode in, die tot het einde van de week gaat duren. De afvoer zakt dan weer snel tot onder de 75 m3/s en later in de week wordt waarschijnlijk de 50 m3/s weer bereikt. Vanaf dit weekend kunnen nieuwe buien het stroomgebied bereiken en volgens de huidige verwachting kan vooral op zondag en maandag aardig wat regen gaan vallen.

Dit is nog ver weg en het blijft natuurlijk even afwachten of dat ook daadwerkelijk gaat gebeuren. Het past echter wel in een patroon van de afgelopen maanden dat de droge perioden nooit heel lang duren zeker niet in het stroomgebied van de Maas. Mocht het inderdaad tot regen komen in het volgend weekend dan gaat de afvoer weer wat stijgen. Een langdurige natte periode met flink hogere afvoeren is echter niet te verwachten de komende tijd.

Water Inzicht

Wat merken we in Nederland van de door klimaatverandering veranderende waterstanden in de Bodensee.

In mijn bericht van vorige week liet ik zien hoe de waterstand van de Bodensee op dit moment historisch laag staat. Het smeltseizoen in de Alpen is nu bijna voorbij en gewoonlijk is dit het moment dat de Bodensee zijn hoogste peil bereikt. Dit jaar was dat hoogste peil echter in vergelijking met andere jaren uitzonderlijk laag. De oorzaak moeten verzoeken in het zeer droge voorjaar en de droge voorzomer die de Alpen op dit moment meemaken. Het enige water dat nu in de Bodensee aankomt vanuit de Alpen is smeltwater en bij gebrek aan regenwater is het aandeel daarvan onvoldoende voor een sterke stijging.

De komende twee weken blijft het ook droog in de Alpen en de verwachting is dat de stand van de Bodensee vanaf nu weer langzaam gaat dalen. Dat wil niet zeggen dat later In de zomer er alsnog in stijging kan komen. Met name in juli en augustus kunnen er soms periode zijn dat er veel buien vallen en ook daardoor kan de Bodensee alsnog gaan stijgen; maar voorlopig is daarvan nog geen sprake.

De meetreeks van de Bodensee is zonder onderbreking nu 200 jaar oud en daarom een interessante bron om analyses aan uit te voeren. In de reeks is er wel een onregelmatigheid en die ligt rond 1940 toen de drempel bij de uitstroom van de Bodensee deels is verlaagd. Het water kan er daardoor net wat makkelijker uit wegstromen en gegevens van voor 1940 zijn daarom niet zomaar te vergelijken met de gegevens van na die datum. Voor mijn analyse hierna baseer ik me daarom op de periode vanaf 1940.

In de grafiek hierna heb ik deze periode van circa 85 jaar opgedeeld in tweeën: de periode van voor 1980 en de periode van erna. Dat jaartal heb ik gekozen omdat dat gezien kan worden als het moment vanaf wanneer de klimaatverandering in een versnelling is gekomen. In de grafiek zien we duidelijke verschillen tussen de beide perioden: in de wintermaanden vanaf december tot en met maart is de waterstand in de laatste 40 jaar gemiddeld zo'n 10 cm hoger geweest dan voor die tijd en in de zomer is de stand juist lager. In april zijn de verschillen tussen de beide perioden klein maar vanaf mei is het gemiddelde over de recente periode duidelijk lager geworden dan in de periode daarvoor. Deze gemiddeld lagere standen houden aan tot in oktober, als de lijnen van de beide perioden weer naar elkaar toe lopen.

Scherm­afbeelding 2026-06-19 om 23.24.05.png

Vergelijking tussen de gemiddelde waterstand van de Bodensee van de periode 1940-1980 met de periode 1981-2025. Ook is de periode vanaf 2000 t/m 2025 weeergegeven.
Vergelijking tussen de gemiddelde waterstand van de Bodensee van de periode 1940-1980 met de periode 1981-2025. Ook is de periode vanaf 2000 t/m 2025 weeergegeven.

Deze verandering is een duidelijk gevolg van de hogere temperaturen die als gevolg van klimaatverandering tegenwoordig in de Alpen optreden. In de winter is het gemiddeld zo'n twee graden warmer dan vroeger en daardoor valt de regen tot op grotere hoogte dan voorheen. Meer regen in plaats van sneeuw betekent in de winter een grotere afvoer vanuit de Alpen naar de Bodensee, die daardoor gemiddeld een hogere stand aanneemt. Voor een deel kan de hogere stand ook veroorzaakt worden doordat de winters wat natter zijn geworden in de afgelopen 40 jaar.

De veranderingen vanaf mei zijn ook het gevolg van klimaatverandering. Omdat de sneeuwgrens hoger ligt is er minder smeltwater en dat zorgt voor minder smeltwater in die periode en een lagere waterstand in de Bodensee. Ook is de hoogste stand van de Bodensee enkele weken naar voren geschoven: die lag voorheen nog rond 1 juli, tegenwoordig is dat rond 20 juni. In de rest van de zomer zien we ook de gevolgen van de lagere waterstand in de Bodensee, omdat de piek tegenwoordig lager uitvalt en eerder wordt bereikt, blijft de afvoer vanuit het meer naar de Rijn de hele zomer een flink stuk lager.

Pas in oktober naderen de lijnen elkaar weer om de rest van het jaar dichtbij elkaar te blijven. In de grafiek heb ik ook het gemiddelde van de laatste 25 jaar weergegeven; de periode vanaf 2000 tot aan dit jaar. We zien in die lijn dat de neerwaartse trend zich voortzet en dat het moment dat in juni de hoogste waarde wordt bereikt nog wat verder naar voren is geschoven. Ook zijn de waterstanden in de winter verder gestegen. De trends zetten zich voort, wat ook goed te verklaren is, want het wordt steeds warmer.

In de zomermaanden is de afvoer vanuit de Bodensee naar de Rijn dus duidelijk afgenomen en in de winter is deze toegenomen. De belangrijkste oorzaak is het naar hogerop schuiven van de grens waarop zich in de winter een blijvend sneeuwdek kan vormen; wat weer het gevolg is van de hogere gemiddelde temperatuur in de winter. Daardoor wordt een minder groter deel van de gevallen neerslag niet meer eerst enkele maanden opgeslagen als sneeuw, maar stroomt dit water direct vanuit de bergen naar de rivieren, die het naar de Bodensee afvoeren.  

In de grafiek hierna heb ik weergegeven wat we in Nederland merken van deze veranderingen in de Alpen. Ik heb hiervoor  het 30-jarig gemiddelde van de afvoeren van dit moment (het jaar 2025) vergeleken met het 30-jarig gemiddelde uit het jaar 1980. Als we de grafiek van links naar rechts langslopen, dan zien we hoe van maand tot maand de gemiddelde afvoer is veranderd in deze periode voor zowel Konstanz als Lobith. In januari bijvoorbeeld is de afvoer vanuit de Bodensee met ca 30 m3/s toegenomen. In Lobith is die toename veel groter en het extra water dat vanuit de Bodensee afstroomt, draagt maar voor een klein deel (circa 5%) aan bij.

Scherm­afbeelding 2026-06-21 om 10.44.40.png

Veranderingen in de gemiddelde maandafvoeren bij Lobith en Konstanz tussen 1980 en nu.
Veranderingen in de gemiddelde maandafvoeren bij Lobith en Konstanz tussen 1980 en nu.

Ook in februari en maart is de afvoer van uit de Bodensee wat toegenomen maar ook dan is de toename bij Lobith vele malen groter. De afvoertoename van de Rijn bij Lobith in de wintermaanden moet dus een andere oorzaak hebben dan het feit dat er tegenwoordig meer regenwater vanuit de Alpen tot afstroom komt. Die oorzaak moeten we dus ergens ander in het stroomgebied zoeken, stroomafwaarts van de Bodensee. Als we de grafiek verder volgen, dan zien we dat ook in de maanden april tot en met juni de veranderingen van de afvoer vanuit de Bodenee niet van grote invloed zijn op de situatie bij Lobith. In juni is de afvoer bij Lobith gemiddeld zelfs iets toegenomen terwijl die vanuit de Alpen iets is afgenomen, maar het gaat hier om relatief kleine veranderingen.

Een veel duidelijker beeld komt naar voren in de maanden juli tot en met september. Dit zijn maanden waar we in de eerdere grafiek ook al zagen dat de afvoer vanuit de Bodensee tegenwoordig veel lager is. Gemiddeld bedraagt deze afname in juli en augustus ongeveer 85 m3/s en hiermee is een flink deel (35-50%) te verklaren van de afname die bij Lobith is opgetreden. Het water dat via de Bodensee loopt watert iets minder dan de helft van de Alpen af, die tot het stroomgebied van de Rijn behoren. We mogen ervan uit gaan dat in de andere helft de situatie vergelijkbaar zal zijn en dat betekent dat de afname van de Rijnafvoer bij Lobith in de zomermaanden voor een groot deel te verklaren is door de afname van de hoeveelheid smeltwater vanuit de Alpen.

Omdat het klimaat in de Alpen in de komende tijd naar alle waarschijnlijkheid verder zal opwarmen, zal deze trend zich zeer waarschijnlijk blijven voortzetten. Dat betekent dat in Nederland de Rijnafvoer in juli augustus en in wat mindere mate september verder zullen blijven afnemen. Dat hoeft niet meteen tot veel grotere problemen te leiden voor het watergebruik in Nederland. Gemiddeld genomen zijn de Rijnafvoeren in de zomermaanden namelijk nog relatief hoog. Zo bedraagt de juli-afvoer momenteel bij Lobith gemiddeld ca 1.900 m3/s en de augustus-afvoer ca 1.700 m3/s. Als daar de komende decennia nog eens 300 of 400 m3/s van af, dan gaat er nog steeds niet veel mis.

Maar dit is als we uitgaan van het gemiddelde en er zullen ook in de toekomst altijd jaren tussen zitten met een droge zomer of voorjaar (zoals dit jaar) en in die jaren kan de afvoer dan in de zomermaanden verder wegzakken dan we eerder in de meetreeks hebben meegemaakt. Zo zal bijvoorbeeld de 1.000 m3/s in deze maanden eerder en vaker worden onderschreden, terwijl dat vroeger een afvoer was die gewoonlijk pas in het najaar werd onderschreden. De kans dat al in de zomermaanden nog veel lagere afvoeren, van minder dan 800 of 700 m3/s, vaker zullen voorkomen, acht ik klein. Dergelijke lage standen komen vanouds alleen voor in het najaar, in oktober en november, in jaren met een heel lange droge periode.

Als we nogmaals naar de tabel hierboven kijken, dan zien we dat in oktober en november de afvoer vanuit de Bodensee in de afgelopen decennia juist is toegenomen. Hiervoor kunnen we ook de klimaatverandering aanwijzen als oorzaak. De temperaturen zijn namelijk tegenwoordig in het najaar hoger dan vroeger en het duurt daarom langer voordat er zich een sneeuwdek gaat vormen en daardoor valt in oktober en november een groter deel van de neerslag nog als regen en niet als sneeuw. De Alpen leveren in die maanden gemiddeld dus meer water aan de Rijn, wat de kans op het vaker optreden van extreem lage afvoeren in die periode verkleint.