U bent hier

Beetje neerslag, waterstand Rijn verandert nauwelijks, Maas iets meer

De weermodellen hinten er al enige tijd op dat het natter kan worden, maar voorlopig gebeurt er niet zoveel op weergebied. De komende week dringen zo nu en dan regengebieden tot de stroomgebieden door, maar de hoeveelheden neerslag zijn klein en het is net voldoende om de waterstanden op hetzelfde peil te houden. Misschien dat de Maas even iets meer water te verwerken krijgt. In het waterbericht leest u wat dit voor de waterstanden in de rivieren betekent en of er op langere termijn wel verandering in het verschiet is.

Het decennium is bijna afgelopen en dat is een mooi moment om de afgelopen 10 jaar onder de loep te nemen en te vergelijken met eerdere decennia uit de meetreeksen van Rijn en Maas. In Water Inzicht sta ik vandaag stil bij de gemiddelde afvoeren gedurende dit decennium, de komende twee weken volgen dan de hoge en de lage afvoeren. Wat de gemiddelde afvoeren betreft waren de afgelopen 10 jaar weinig spectaculair. Dat blijkt al uit de uitschieters naar boven en naar beneden, die waren er zo weinig dat het verschil tussen de hoogste gemiddelde jaarafvoer en de laagste nog nooit zo klein was als in dit decennium. Ondanks dat we het gevoel hebben dat de extremen toenemen, is daar bij de gemiddelde jaarafvoeren dus weinig van te merken. Als we inzoomen op de afzonderlijke maanden dan zijn de verschillen wat groter en komen meer trends boven drijven.

Water van de week

Actieve regenzones trekken voorlopig om de stroomgebieden heen

Al een paar weken zit in de weersverwachting dat de kans groot is dat een week later het weer omslaat naar een natter weerbeeld. Maar telkens als de week voorbij is, blijkt dan dat dit niet uit te gaan komen en verschuift ook de verwachting voor natter weer een week vooruit. Begin december was een eerste lagedrukgebied doorgedrongen tot Europa, dit leek een voorbode voor een verandering, maar het volgende exemplaar, dat er nu achteraan komt, bereikt Europa niet eens en het blijft ten noordwesten van het Verenigd Koninkrijk liggen. 

Dit grote lagedrukgebied voert de komende dagen wel een paar regengebieden aan naar West Europa, maar deze zijn niet zo actief en tussendoor zijn er ook lange droge perioden. Wederom lijkt het er op dat het na het volgend weekend wel wat natter kan worden als een opvolger van dit lagedrukgebied wel wat verder naar het oosten door te dringen. Maar met de kennis van hoe het de vorige weken is verlopen, moeten we nog maar even afwachten of dat wel gaat gebeuren.

Het eerste regengebied behorend bij het lagedrukgebied op de Oceaan bereikt in de nacht van zondag op maandag het westen van Europa. De meeste regen lijkt in het stroomgebied van de Maas te gaan vallen, dit ligt het meest dichtbij en hier is de neerslagzone nog het meest actief. Verder naar het oosten zwakt de regenzone af en in Zuid Duitsland en de Alpen valt maar weinig regen. Wel smelt hier een deel van de sneeuw die onder de 1000 meter is gevallen, omdat ook warme lucht wordt aangevoerd.

Woensdag verloopt dan droog en op donderdag kan wel wat neerslag vallen, maar kleine hoeveelheden. Vrijdag blijft het waarschijnlijk weer droog en zaterdag volgt dan opnieuw wat regen. Ook nu zijn de hoeveelheden niet groot, alleen verder naar het zuiden, in de Alpen, wordt nu verwacht dat er wel wat meer gaat vallen. Op nog wat langere termijn wordt het onzeker hoe het verder gaat. Er is een kansje dat het wel wat natter wordt, maar erg overtuigend is het nog niet. Het ziet er daarom naar uit dat de waterstanden ook in de laatste weken van het jaar aan de lage kant blijven. De weken rond de jaarwisseling brengen vaak hoge rivierafvoeren, maar daar lijkt dit jaar geen sprake van te zijn.

Rijn schommelt rond de 7,75 m +NAP (ca 1200 - 1300 m3/s)

De waterstand van de Rijn was de afgelopen week opvallend stabiel. Na een kleine stijging aan het begin van de week van 7,5 naar 7,75 m +NAP volgde een kleine daling naar 7,65 m en die stand houdt nu al vier dagen aan. De afvoer bevindt zich net onder de 1200 m3/s; dat is ruim onder het langjarig gemiddelde dat ca 1000 m3/s hoger is (oftewel ruim 1,5 m minder water dan normaal). Ook de komende 3 dagen verandert deze stand niet of nauwelijks om dan vanaf woensdag iets te gaan stijgen. Er komt dan wat extra water aan dat op maandag in het stroomgebied van de Moezel moet gaan vallen. 

Het gaat om een bescheiden stijging, want waarschijnlijk wordt de 8 meter niet eens bereikt. De hoogste stand verwacht ik rond het komend weekend. Daarna kan de stand weer iets gaan zakken, naar 7,75 m of nog iets lager aan het eind van die week. Mocht het inderdaad natter worden vanaf het volgend weekend, dan is een wat verdere stijging daarna wel mogelijk, dat zou dan in de laatste week van december moeten gebeuren, maar voorlopig is dat nog lang niet zeker.

In het stroomgebied van de Rijn gebeurde de afgelopen week nog iets bijzonders. Tegen de zuidkant van de Alpen is de afgelopen 2 weken erg  sneeuw gevallen, lokaal meer dan 3 meter en verschillende dorpen raakten daar van de buitenwereld afgesloten. Een deel van het sneeuwgebied reikte echter ook tot net over de meest zuidelijke kam van de Alpen en daardoor kreeg ook een deel van het stroomgebied van de Rijn met flinke sneeuwval te maken.

Met name in het deelgebied van de Hinterrhein en de Vorderrhein, in het zuidoosten van Zwitserland, viel een dik pak sneeuw en de sneeuwvoorraad kwam daarmee in een keer op een niveau dat er gemiddeld pas aan het eind van de winter ligt. Nu zakt dat altijd nog wel een beetje in en soms dooit er wat weg, maar de kans is groot dat het meeste er aan het eind van de winter nog ligt. Dit sneeuwdek is een belangrijke leverancier van het water dat volgend jaar mei en juni door de Rijn naar Nederland wordt afgevoerd. We kunnen daarom nu al voorspellen dat er in die periode minstens de middelde hoeveelheid smeltwater uit de Alpen zal komen. In de komende maanden kan dat alleen maar meer worden, want het sneeuwseizoen duurt nog tot eind maart.

Maas kan morgen en overmorgen weer wat stijgen

Veel regen viel er niet in het stroomgebied en daarom daalde de Maas de hele week. De afvoer bij Maastricht bedraagt nu nog ongeveer 150 m3/s, wat laag is voor de tijd van het jaar. De komende nacht en maandag wordt er voor de Ardennen wel aardig wat regen verwacht. Een regenzone vanaf de Oceaan trekt het continent op en het beetje hoogte dat de lucht moet stijgen tegen de heuvels op zorgt dan voor wat extra regen.

Er wordt zo'n 2 tot lokaal 3 cm regen verwacht en dat kan voldoende zijn om de Maas te laten stijgen naar ca 250 - 350 m3/s. Die afvoer wordt dan op dinsdag bereikt. Het is nog zeker geen hoge stand, daarover is bij de Maas pas sprake als de afvoer boven de 1000 m3/s stijgt. Dat zit er voorlopig niet in, want na dinsdag zal de afvoer weer gaan dalen omdat het de rest van de week in de Ardenne grotendeels droog blijft. Pas op zaterdag wordt weer wat regen verwacht. Tegen die tijd zal de afvoer waarschijnlijk weer tot ca 200 m3/s zijn gezakt. 

Er is een kleine kans dat het na het volgend weekend wat natter wordt en een nieuwe stijging is dan goed mogelijk. Maar tot nu toe zijn de verwachtingen voor meer nattigheid op termijn van een week niet echt uitgekomen, dus blijft het even afwachten wat er van terecht gaat komen.

Water inzicht

Nog iets meer dan 2 weken en dan eindigt het decennium dat op 1 januari 2011 begon. Het is een mooi moment om de balans op te maken wat deze 10 jaar op het gebied van waterstanden hebben gebracht. Bij de Rijn zijn de metingen in 1901 begonnen en dat maakt het mogelijk om 12 decennia met elkaar te vergelijken, bij de Maas is dat er één minder; daar zijn de metingen in 1911 begonnen. Een periode van 10 jaar is te kort om trends aan te ontlenen, daarvoor moet minstens naar perioden van 30 jaar of langer gekeken worden, maar zo'n periode van 10 jaar kan wel het begin van een ontwikkeling aangeven, zeker als ook het voorgaande decennium al een bepaalde richting op bewoog. 

Temperatuur en neerslag in het afgelopen decennium 2011-2020

Voordat we de waterstanden op een rij zetten is het interessant om eerst even stil te staan bij de temperatuur en de neerslag van het afgelopen decennium. Het klimaat is de afgelopen 40 jaar flink aan het veranderen en aan de hand van deze twee parameters kunnen we alvast aflezen hoe die verandering in de afgelopen 10 jaar heeft doorgezet. In de grafieken hieronder is achtereenvolgens de gemiddelde temperatuur en de gemiddelde jaarneerslag van de 12 decennia sinds 1900 op een rij gezet. Het gaat om de gegevens van De Bilt en die zijn uiteraard niet geheel representatief voor de hele stroomgebieden van Rijn en Maas, maar ze geven wel een goede indruk hoe het klimaat aan het veranderen is.

Temp per decennium NL.png

Gemiddelde temperatuur voor Nederland (De Bilt) van de 12 decennia sinds 1900. Ook het jaar met de hoogste en laagste waarde van een decennium is weergegeven.
Gemiddelde temperatuur voor Nederland (De Bilt) van de 12 decennia sinds 1900. Ook het jaar met de hoogste en laagste waarde van een decennium is weergegeven.

Bij de temperatuur is de klimaatverandering overduidelijk zichtbaar. Vanaf 1980 is de gemiddelde jaartemperatuur sterk gaan stijgen, ieder decennium neemt de temperatuur sindsdien met ca 0,4 graden toe en inmiddels is de gemiddelde temperatuur in Nederland al bijna 2 graden hoger dan in 1970. De snelheid waarmee de tempertuur stijgt is opvallend stabiel. De opwarming is inmiddels al zo groot dat het koudste jaar uit de afgelopen 10 jaar ongeveer net zo warm is als de warmste jaren uit de periode van voor de klimaatverandering.  

Neerslag per decennium NL.png

Gemiddelde jaarneerslag voor Nederland (de Bilt) van de 12 decennia sinds 1900. Ook het jaar met de hoogste en laagste waarde van een decennium is weergegeven.
Gemiddelde jaarneerslag voor Nederland (de Bilt) van de 12 decennia sinds 1900. Ook het jaar met de hoogste en laagste waarde van een decennium is weergegeven.

Het is de verwachting dat de hogere temperatuur voor meer neerslag gaat zorgen en dat zien we ook wel terug in de meetreeks van de hoeveelheid neerslag die in een jaar valt. De afgelopen 30 jaar viel er gemiddeld ca 850 mm en voor 1980 was dat gemiddeld ongeveer 775 mm. Er is echter geen sprake van een duidelijke opgaande lijn zoals bij de temperatuur en het afgelopen decennium was vergelijkbaar met de twee voorgangers. Ook bij de natste maanden is geen sterk stijgende lijn te zien. In de periode 1991-2000 was er één zeer nat jaar (1998), maar de afgelopen 10 jaar heeft zo'n natte uitschieters zich niet voorgedaan en het natste jaar in het afgelopen decennium onderscheidde zich niet heel veel van andere natste jaren langer terug in de meetreeks.

Bij de droogste jaren was er in dit decennium wel een uitschieter naar beneden.  Dat was 2018, maar als we teruggaan in de meetreeks dan valt op dat dit jaar niet extremer was dan droge jaren in eerdere decennia. Al met al zien we bij de neerslaggegevens wel wat veranderingen, maar deze zijn niet zo duidelijk als de veranderingen in de temperatuur. Over een heel jaar gemeten valt er wel wat meer regen, maar een sterke trend is er zeker niet. 

Wat niet zichtbaar is in de neerslaggrafiek, is dat de verdamping vanwege de hogere temperatuur ook flink is toegenomen; ondertussen met ca 10% tov een jaar of 40 geleden. Dit zorgt ervoor dat de effectieve neerslag, dus de hoeveelheid neerslag die overblijft na verdamping, nu ook ca 10% kleiner is. De 10% dat het de afgelopen decennia natter is geworden, is dus weer teniet gedaan door de verdamping en het neerslagoverschot over een heel jaar berekend is dan ook niet groter geworden. Omdat de verdamping alleen in de zomer speelt, wordt het belangrijker om de neerslag die in de winter valt langer vast te houden om dit effect op te kunnen vangen.

Gemiddelde jaarafvoeren van Rijn en Maas waren de afgelopen 10 jaar relatief laag

De gemiddelde jaarafvoer van de Rijn bedraagt ongeveer 2200 m3/s, die van de Maas ca 270 m3/s. (Bij de Maas is dit de hoeveelheid die bij Monsin passeert, dat is het punt ca 15 km voor de Nederlandse grens, voordat de 3 kanalen beginnen waarlangs een deel van het Maaswater wordt afgevoerd). Zoals in de grafieken hieronder zichtbaar is, was de afvoer in de afgelopen 10 jaar gemiddeld wat lager dan het langjarig gemiddelde. Bij de Rijn is dit verschil nog iets groter (8%) dan bij de Maas (7%). Of dit een gevolg is van de klimaatverandering is niet te zeggen, omdat het ook een uitbijter kan zijn. Eerder in de meetreeks waren er ook decennia met nog een lagere gemiddelde afvoer. De trendlijn loopt bij zowel de Rijn als de Maas vrijwel vlak, wat ook aangeeft dat er geen grote veranderingen plaats vinden en dat de huidige wat lagere gemiddelde afvoer nog geen trend inzet.

Jaargemiddelde Rijn.png

Gemiddelde jaarafvoer van de Rijn per decennium sinds 1901. Tevens is het jaar met de hoogste en de laagste gemiddelde afvoer weergegeven en de trendlijnen van ieder van deze drie.
Gemiddelde jaarafvoer van de Rijn per decennium sinds 1901. Tevens is het jaar met de hoogste en de laagste gemiddelde afvoer weergegeven en de trendlijnen van ieder van deze drie.

Jaargemiddelde Maas.png

Gemiddelde jaarafvoer van de Maas per decennium sinds 1911. Tevens is het jaar met de hoogste en de laagste gemiddelde afvoer weergegeven en de trendlijnen van ieder van deze drie.
Gemiddelde jaarafvoer van de Maas per decennium sinds 1911. Tevens is het jaar met de hoogste en de laagste gemiddelde afvoer weergegeven en de trendlijnen van ieder van deze drie.

Als we de extremen bekijken (aangegeven met de blauwe en gele streepjes), dan valt op dat die gaandeweg wat minder extreem worden. Dit is het duidelijkst bij de Rijn, waar zowel de hoogste gemiddelde jaarafvoer van het afgelopen decennium als de laagste niet veel afwijken van het gemiddelde van de 10 jaar als geheel. De trendlijnen van beide bewegen dan ook naar elkaar toe, het duidelijkst is dat bij de laagste jaargemiddelden. Hierin zien we terug dat heel droge jaren minder voorkomen dan voorheen en dat de droge zomers van de afgelopen jaren niet voldoende zijn om het extra water, dat de nattere winters opleveren, op te heffen. Bij de Maas was het verschil in het afgelopen decennium, tussen het jaar met de hoogste en de laagste afvoer, ook kleiner dan in de andere decennia, maar omdat de vorige 3 decennia relatief veel uitschieters naar boven kenden is de trend hier minder duidelijk. 

Concluderend kunnen we over de afgelopen 10 jaar zeggen dat Rijn en Maas minder water afvoerden dan het langjarig gemiddelde, maar voorlopig wijst dit niet op een trend, want er waren decennia in het verleden met een nog lagere gemiddelde afvoer. Over de hele meetreeks gezien is er ook geen trend zichtbaar in de gemiddelde afvoeren. Opvallend is dat de extremen minder lijken te worden. Jaren waarin de rivieren over het hele jaar bekeken veel water afvoeren komen minder voor, maar ook de jaren dat de rivieren relatief weinig water afvoeren zijn zeldzamer geworden. De afgelopen 10 jaar leken de jaren onderling dus veel op elkaar, meer dan in de andere decennia. 

Afvoerveranderingen in Rijn en Maas van maand tot maand

Terwijl de jaren meer naar elkaar toe lijken te groeien zijn er in de maanden wel grotere verschillen zichtbaar, vooral aan de kant van de droge decennia. Geen enkele maand van het jaar had de afgelopen 10 jaar de hoogste gemiddelde maandafvoer uit de meetreeks, maar meerdere malen werd wel de laagste gemiddelde maandafvoer geregistreerd. Ook zijn bij sommige maanden trends duidelijker zichtbaar. Ruwweg zien we dat de afvoeren in de winter langzaam oplopen, het meest bij de Rijn, en dat de afvoeren in de zomer en (bij de Maas) vooral in het najaar afnemen.

De figuren hieronder geven voor alle maanden afzonderlijk de gemiddelde afvoeren per decennium. Eén kolom staat dus voor 10 jaar van een bepaalde maand. In de figuur linksboven bijvoorbeeld staan in de meest linkerkolom de 10 decembermaanden van 1901 t/m 1920, in de kolom daarnaast die van 1911 t/m 1920 etc. In de grafiek daarnaast hetzelfde voor de januarimaanden en daarnaast de februarimaanden etc etc. Het meest recente decennium staat steeds helemaal rechts in een grafiek. De maanden zijn geordend naar de seizoenen: in de bovenste rij van 3 grafieken de wintermaanden, daaronder staan de voorjaarsmaanden etc. Per rivier zal ik de meest in het oog springende zaken kort bespreken.

Decennia Rijn gemiddelde 2.jpg

Gemiddelde maandafvoeren van de Rijn per decennium sinds 1901. Ieder decennium is een kolom. Tevens is van iedere maand de trendlijn weergegeven en in kleuren de 2 jaren met de laagste (rood en oranje) en de hoogste (donker- en lichtblauw) gemiddelde maandafvoer.
Gemiddelde maandafvoeren van de Rijn per decennium sinds 1901. Ieder decennium is een kolom. Tevens is van iedere maand de trendlijn weergegeven en in kleuren de 2 jaren met de laagste (rood en oranje) en de hoogste (donker- en lichtblauw) gemiddelde maandafvoer.

In de wintermaanden en ook in maart neemt de Rijnafvoer langzaam toe. De afgelopen 10 jaar springen er echter niet uit als de jaren met gemiddeld de hoogste afvoer, alleen januari eindigde op de 2e plaats. Bij de andere maanden van de winter scoorde dit decennium relatief laag en zorgden deze 10 jaren ervoor dat de opgaande trend, die al wat langer gaande is, weer wat is terug gezakt. Er zijn ook weinig hoogwaters geweest de afgelopen 10 jaar en dat zorgt in de meeste wintermaanden ook voor een lager gemiddelde, maar daarover de volgende week meer als de hoge afvoeren op het programma staat.

Bij de voorjaarsmaanden valt vooral april op. Dat was de afgelopen 10 jaar een maand waarin de Rijnafvoer relatief erg laag was. Terwijl april zo'n 20 jaar geleden nog een langzaam nattere maand aan het worden was, is dat daarna opvallend snel omgeslagen. Het is de vraag of deze trend doorzet want ook de periode 1971-80 kende veel aprilmaanden met lage afvoeren, terwijl de 10 jaar daarna de aprilmaanden juist weer erg veel water aanvoerden naar de rivier. Mei was de afgelopen 10 jaar ook relatief wat te droog, maar in juni voerde de Rijn vrij veel water af. Dit is de maand dat de aanvoer van smeltwater vanuit de Alpen het grootst is en dat zien we hier waarschijnlijk in terug.

De opgaande en stabiele situatie van de eerste 6 maanden van het aar slaat om vanaf juli en de twee andere zomermaanden en ook september laten een duidelijke neergaande trend zien. De afgelopen 10 jaar leverden voor juli t/m september ook de laagste gemiddelde afvoer op en het steeds warmere weer en de toegenomen verdamping hebben hier zeker aan bijgedragen. Met name bij juli en augustus vinden we het op een na droogste decennium ook binnen de afgelopen 30 jaar en de natte decennia liggen hier ver terug en dat samen zorgt voor de dalende trendlijn.

De najaarsmaanden leverden de afgelopen 10 jaar ook een wat lagere afvoer, maar de verschillen met de normale situatie zijn minder groot dan in de zomer. De decennia met de laagste waarden liggen hier ook ver terug en de trendlijn is minder negatief dan in de periode juli t/m september.

Decennia Maas gemiddelde 2.jpg

Gemiddelde maandafvoeren van de Maas per decennium sinds 1911. Tevens is van iedere maand de trendlijn weergegeven en in kleuren de 2 jaren met de laagste (rood en oranje) en de hoogste (donker- en lichtblauw)  gemiddelde maandafvoer.
Gemiddelde maandafvoeren van de Maas per decennium sinds 1911. Tevens is van iedere maand de trendlijn weergegeven en in kleuren de 2 jaren met de laagste (rood en oranje) en de hoogste (donker- en lichtblauw) gemiddelde maandafvoer.

De maandgrafieken van de Maas laten een aantal ontwikkelingen zien die vergelijkbaar zijn met die van de Rijn, maar er zijn ook verschillen. Zo is de toename van de afvoer in de wintermaanden bij de Maas niet zo duidelijk als bij de Rijn. December leverde zelfs een wat lagere afvoer en in januari was het iets meer dan gemiddeld, maar van een trend naar steeds natter januarimaanden die de afvoer opstuwen in de maand met de grootste kans op hoogwater lijkt toch geen sprake te zijn.

In februari en maart loopt de trendlijn wel op, maar de afgelopen 10 jaar dragen daar maar weinig aan bij. Het waren hier vooral de jaren 2001-2010 die voor een hoge gemiddelde afvoer zorgden. Net zoals bij de Rijn liggen de decennia met veel laag water in de winter ver achter ons. Een deel van de oplopende trendlijn wordt dan ook niet veroorzaakt doordat het zoveel natter geworden is, maar vooral doordat droge wintermaanden met weinig afvoer minder vaak voorkomen.

In April voerde de Maas net als bij de Rijn relatief maar weinig water af. Vanwege het vrij kleine stroomgebied merkt de Maas eerder nog dan de Rijn als het lang droog is en dat was goed te zien aan het lage gemiddelde in april. Mei was ondergemiddeld, maar niet extreem. Juni valt op omdat het afgelopen decennium de op 2 na hoogste gemiddelde afvoer opleverde. Dit resultaat is wat geflatteerd, omdat het vooral wordt veroorzaakt door het jaar 2016 toen de afvoer in juni een groot deel van de maand tot boven de 750 m3/s steeg. 

In juli was de afvoer wel vrij laag de afgelopen 10 jaar, maar blijft de trendlijn nog stabiel omdat er in het verleden meer decennia zijn geweest met een lage afvoer. In augustus is de situatie anders, de periode van de afgelopen 10 jaar leverde de op twee na laagste afvoer en samen met andere droge decennia kort hiervoor is de trendlijn voor augustus duidelijk negatief. 

De grootste veranderingen lijken de Maasafvoeren door te maken in de najaarsmaanden. Voor al deze maanden is de trendlijn duidelijk negatief en de afgelopen 10 jaar droegen daar ook aan bij. Het duidelijkst was dat bij november waar de afgelopen 10 jaar de laagste gemiddelde afvoer opleverden, maar ook september kende de afgelopen 10 jaar opvallend veel lage afvoeren.

Conclusies maandafvoeren

Als we alles op een rij zetten, dan zien we dat er van maand tot maand veranderingen gaande zijn in de rivierafvoeren. In grote lijnen neemt de  afvoer in de periode december t/m juni toe of is stabiel en in de maanden juli t/m november neemt deze af. Rijn en Maas lijken daarin op elkaar, al ligt de periode met de grootste afname bij de Rijn wat eerder in het jaar (juli t/m september) en houdt deze eerder op dan bij de Maas (augustus t/m november). Het afgelopen decennium bevestigt dit beeld, maar de afvoeren in de wintermaanden waren vaak wel wat lager dan in de voorgaande decennia en omdat de afvoeren in de periode juli t/m november relatief nog wat meer zijn afgenomen komt het decennium als geheel bij beide rivieren op een afname uit.  

Van maand tot maand zien we dat in de wintermaanden het vooral februari en maart zijn waarin de gemiddelde afvoeren stijgen. De bijdrage aan de stijging was het afgelopen decennium echter niet zo groot als in de 3 voorgaande decennia. Januari is altijd al de maand met de hoogste afvoer en was dat ook in dit decennium. In de andere voorjaarsmaanden valt op dat met name april een droge uitbijter aan het worden is. Het afgelopen decennium was dat heel duidelijk zichtbaar, het blijft echter afwachten of die trend doorzet, want eerder kende april ook al eens langdurig lage afvoeren.

In de zomermaanden neemt de afvoer in juni bij zowel de Maas als de Rijn nog langzaam toe, maar in de andere maanden is er een afname, het meest in augustus en september. Het afgelopen decennium droeg daar ook aan bij. In de rest van het najaar neemt vooral de Maasafvoer sterk af en waren de afgelopen decennia ook aan de droge kant. Bij de Rijn is dat minder duidelijk het geval. De afgelopen 10 jaar leverden de najaarsmaanden relatief weinig water, maar dat zorgt voorlopig nog maar voor een licht afnemende trend.