U bent hier

Droog en zeer warm, Rijn daalt, Maas blijvend laag

De komende week verloopt zeer warm en regen wordt niet eerder verwacht dan in het volgend weekend. De waterstand in de Rijn daalt daarom gestaag verder. De Rijnafvoer is deze week onder de 1500 m3/s gezakt. Dat betekent dat de verzilting vanuit zee merkbaar wordt in het Benedenrivierengebied en het IJsselmeer en er steeds meer problemen zullen ontstaan bij de inname van zoetwater.  De Maas hoeft voorlopig niet te rekenen op extra water en blijft zeer laag voor de tijd van het jaar. 

Hoge druk bepaalt het weer in Noordwest Europa

Gisteren zorgde een lage drukgebied voor een aantal buien in Nederland en op veel plaatsen viel 1 tot 2 cm regen. Dit was een eenmalige actie van de Atlantische Oceaan, want vanaf vandaag herstellen hoge drukgebieden hun greep op ons weer. Het blijft dan ook de hele week droog en omdat de hoge druk ten oosten van ons ligt, waait de wind uit het zuidoosten en wordt het zeer warm. In de stroomgebieden van Rijn en Maas vielen gisteren ook enkele buien, maar dat leverde maar weinig extra water op en de waterstanden zullen daarom blijven dalen. 

Aan het eind van de week wordt de warmte verdreven, maar voor zover dat nu al duidelijk is, lijkt dat met maar weinig neerslag gepaard te gaan. In de Alpen worden dan wel wat meer buien verwacht, maar ook dat levert waarschijnlijk maar weinig water op voor de Rijn. De kans is daarom groot dat de Rijn de komende 2 weken blijft dalen. 

De regen van gisteren in Nederland zorgt er voor dat juli geen erg droge maand wordt. De grafiek hieronder van het neerslagtekort (bron KNMI) laat ook zien dat 2019 lang niet zo extreem verloopt als 2018. Maar er zijn ook gebieden die steeds net buiten de boot vallen als de buien over trekken en daar is wel sprake van een extreme situatie. Dit is vooral in het oosten en zuidoosten het geval en dit zijn juist de gebieden met een zandige bodem, waar het water snel weg zakt en planten eerder last hebben van de droogte. Ook Zeeland valt op door het grote tekort, maar daar is gisteren aardig wat regen gevallen en is het tekort weer iets kleiner geworden.

Schermafbeelding 2019-07-21 om 10.54.04.jpg

Verloop neerslagtekort 2019 (zwarte lijn in de grafiek) en ruimtelijke verdeling van het tekort
Verloop neerslagtekort 2019 (zwarte lijn in de grafiek) en ruimtelijke verdeling van het tekort

Buiten Zeeland is er in het westen van het land geen sprake van droogte en ligt het neerslagtekort om en nabij dat van een normaal jaar. Het toeval wil dat dit ook net het deel van Nederland is waar men het water eenvoudig aan kan voeren en droogte doorgaans niet snel voor problemen zorgt. Via tal van innamepunten kan rivierwater uit het hoofdwatersysteem worden ingelaten en dat wordt dan via kanalen en sloten door het hele gebied gevoerd. Tot nu toe is de waterbehoefte nog niet zo groot omdat er regelmatig regen is gevallen. De komende week zal dat wel veranderen als de verdamping door het zeer warme weer sterk toeneemt. 

Rijn daalt deze week naar 1200 m3/s

De afvoer bij Lobith is afgelopen vrijdag onder de 1500 m3/s gedaald en waarschijnlijk gaat het wel even duren voordat hij daar weer boven uit stijgt. Normaal voor deze tijd van het jaar is een afvoer van iets boven de 2000 m3/s en het is dus duidelijk te merken dat het al enige weken erg droog is in het stroomgebied. Dankzij de vele sneeuw die in juni gesmolten is, bleef de Rijnafvoer nog lang op een aardig hoog niveau, maar die bron is nu opgedroogd en als er dan weinig regen valt, dan zakt ook de Rijn steeds verder.

Gemiddeld zal de afvoer met zo'n 50 m3/s per dag dalen en in het volgend weekend verwacht ik dan een afvoer van ca 1200 m3/s. De waterstand bedraagt op dit moment 8,25 m +NAP en zakt iedere dag met zo'n 5 tot 7 cm. In het midden van de week wordt dan de 8 m onderschreden en in het weekend verwacht ik een stand van 7,75 m +NAP. De verwachting is dat er volgend weekend wel wat regen zal vallen in de Alpen. Als dat uiit komt, dan zal dat wat extra water opleveren voor de Rijn, zodat een verdere daling even wordt uitgesteld. In de rest van het stroomgebied wordt niet veel regen verwacht, dus zal de daling zich later waarschijnlijk weer voort zetten.

Ter vergelijking vorig jaar rond deze tijd was de afvoer nog ca 300 m3/s lager en de stand was toen ook bijna 75 cm lager. Gaandeweg nadert de Rijn dus de afvoer en waterstand van 2018.

De gemiddeld laagste afvoer die de Rijn in een jaar bereikt, bedraagt 1035 m3/s. Daar bevinden we ons nu nog ruim boven, maar het laagwaterseizoen duurt nog lang en als de droogte in het stroomgebied nog enkele weken aanhoudt, is de kans groot dat dit niveau ook dit jaar bereikt wordt. Misschien tegen de verwachting in is dit jaarlijkse minimum de afgelopen decennia niet lager geworden. Sinds het klimaat sterk is gaan veranderen (vanaf 1980) is de laagste afvoer die jaarlijks bereikt wordt zelfs iets gestegen. Over de  periode van de laatste 40 jaar bedraagt deze 1075 m3/s. Naast een aantal jaren met zeer lage laagste afvoeren zoals 2018 (toen in oktober de 730 m3/s werd bereikt) staan dus ook veel jaren met relatief hoge laagste afvoeren. 

Samengevat verwacht ik dat de Rijn de hele week zal dalen en dat de stand in het volgend weekend rond 7,75 m +NAP uit komt. De afvoer bedraagt dan ca 1200 m3/s. Daarna blijven stand en afvoer enige tijd stabiel, maar de kans is groot dat de dalende trend zich later voortzet.

Maasafvoer blijft zeer laag

Voor de Maasafvoer kan de verwachting kort zijn: de afvoer is zeer laag voor de tijd van het jaar en daar komt deze week geen verandering in. Bij Maastricht bedraagt de afvoer nu ca 30 - 35 m3/s en dat zal de komende dagen zo blijven.

Zout water dringt op in het Benedenrivierengebied

Als de Rijnafvoer in deze tijd van het jaar onder de 1500 m3/s zakt, dan dienen zich de eerste problemen aan in de zoetwatervoorziening van het westen en noorden van Nederland. Zoals ik eerder in dit bericht al beschreef kunnen deze gebieden vanuit het hoofdwatersysteem van water worden voorzien en er zijn tientallen plaatsen in het Benedenrivierengebied en langs het IJsselmeer en Markermeer waar water ingelaaten wordt. 

Een belangrijke voorwaarde is wel dat het zoutgehalte in het aangevoerde water niet te ver oploopt. Als de Rijnafvoer terug loopt zal zeewater eerder naar binnen dringen omdat de tegendruk dan wegvalt die het rivierwater vormt tegen het opdringende zeewater. Dat speelt vooral rondom de Nieuwe Waterweg, waar een open verbinding is met zee en het zoute water tijdens iedere vloed naar binnen dringt.

Maar ook bij kanalen en meren die aan zee grenzen via sluizen (zoals het Noordzeekanaal en het IJsselmeer) zal zout water tijdens het schutten van schepen en door het lekken van de sluizen naar binnen dringen. Bij deze sluizen gaat het om relatief kleine hoeveelheden zout water, maar omdat een kanaal doorgaans stilstaand water bevat, kan het zout zich door menging wel tot ver in het binnenland verspreiden. Om dat te voorkomen wordt er door RWS en de waterschappen via de kanalen ook altijd wat rivierwater doorgevoerd om tegendruk te bieden tegen het zout. 

Het terugdringen van het zout bij de Nieuwe Waterweg en de kanalen en meren die aan zee grenzen is verreweg de grootste waterverbruiker van ons land. Al met al is er minimaal 1000 m3/s voor nodig en zelfs dat is nog niet voldoende want vanaf een Rijnafvoer van 1500 m3/s zijn een aantal innamepunten in het Benedenrivierengebied al niet meer bruikbaar. Ter vergelijking, de totale drinkwaterbehoefte van consumenten en bedrijven bedraagt slechts 30 - 35 m3/s. 

Door een aantal ingrepen zoals het verdiepen van de Nieuwe Waterweg en het vergroten van zeesluizen zullen de problemen met verzilting steeds verder toenemen en ook door de zeespiegelstijging zal het zoute water steeds makkelijker het land binnendringen. Dat het zout verder binnen dringt was de afgelopen week merkbaar in het Benedenrivierengebied. In de grafieken hieronder heb ik voor het meetpunt Kinderdijk (bij de monding van de Lek in de Noord en de Nieuwe Maas) het zoutgehalte uitgezet tegen de Rijnafvoer bij Lobith voor dit jaar (boven) en 2016 (onder). 

Zoutindringing Kinderdijk juli 2019.jpg

Zoutgehalte Kinderdijk (rode lijn) en Rijnafvoer bij Lobith (blauwe lijn) in  de afgelopen week (bron waterinfo.nl)
Zoutgehalte Kinderdijk (rode lijn) en Rijnafvoer bij Lobith (blauwe lijn) in de afgelopen week (bron waterinfo.nl)

Zoutindringing Kinderdijk augustus 2016.jpg

Zoutgehalte Kinderdijk (rode lijn) en Rijnafvoer bij Lobith (blauwe lijn) in de zomer van 2016 (bron waterinfo.nl)
Zoutgehalte Kinderdijk (rode lijn) en Rijnafvoer bij Lobith (blauwe lijn) in de zomer van 2016 (bron waterinfo.nl)

In de afgelopen week (bovenste grafiek) steeg het zoutgehalte bij Kinderdijkgestaag. De achtergrondwaarde van het rivierwaarde (als het bij Lobith het land binnen komt) bedraagt op dit moment ongeveer 70 mg/l en het zoutgehalte bij Kinderdijk schommelde op 13 juli ook rond die waarde. Terwijl de Rijnafvoer langzaam afneemt, neemt het zoutgehalte langzaam toe. Als we dat vergelijken met de situatie van 3 jaar terug (onderste grafiek), dan zien we dat bij een ongeveer vergelijkbare daling van de Rijnafvoer er toen nog geen sprake was van een oplopend zoutgehalte. 

Ook bij andere meetpunten in het Benedenrivierengebied is het zoutgehalte nu hoger dan bij vergelijkbare Rijnafvoeren in het verleden. Zo laat de grafiek hieronder de situatie bij de Brienenoordbrug zien. Dit punt ligt wat verder naar het westen en dus dichter bij zee, waardoor het zeewater er eerder aan komt. In het verleden drong het zeewater hier pas door als de Rijnafvoer tot onder de 1500 m3/s daalde maar dit jaar was er vanaf een afvoer van ca 2000 m3/s al sprake van hoge zoutgehalten. Dit is dan vooral tijdens vloed als het zeewater ver binnen dringt. Bij eb duwt het rivierwater het zoute water weer enige uren terug.

Zoutindringing Brienenoord 28 d juli 2019.jpg

zoutgehalte Brienoord (rode lijn) en Rijnafvoer bij Lobith (blauwe lijn) in de afgelopen maand (bron waterinfo.nl)
zoutgehalte Brienoord (rode lijn) en Rijnafvoer bij Lobith (blauwe lijn) in de afgelopen maand (bron waterinfo.nl)

De hogere zoutgehalten zijn waarschijnlijk het gevolg van het uitdiepen van de Nieuwe Waterweg. Deze is de afgelopen 2 jaar circa 3 meter dieper uitgebaggerd om grotere schepen toegang te geven tot de Rotterdamse haven. Het zoute zeewater maakt gebruik van deze extra diepte om sneller en verder door te dringen tot in het achterland. 

Het betekent dat innamepunten voor zoetwater in deze regio eerder moeten overschakelen op alternatieve aanvoerroutes. Die zijn er wel, maar vragen meer inzet van de hoogheemraadschappen en hebben vaak een kleinere capaciteit. Met de lange droge periode die ons nu te wachten staat betekent dit dat het watersysteem ook in West Nederland weer even op de proef gesteld zal worden.