U bent hier

Eerst buiig en licht stijgende waterstanden, later langere tijd droog

Juni zal in een groot deel van Nederland een natte maand worden en het neerslagtekort dat eerder in het voorjaar snel opliep is weer wat afgenomen. Ook in de stroomgebieden van Rijn en Maas vielen talrijke buien en beide rivieren zijn licht gaan stijgen. Komende week blijft het aanvankelijk buiig met nog wat meer water voor de rivieren, maar vanaf volgend weekend kan weer een wat langere droge periode aanbreken. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek water inzicht een analyse van de waterstanden in de zomermaanden. Al gevolg van de vaak optredende droogte van de afgelopen jaren waren de waterstanden in de zomer vaak aan de lage kant. Als we naar de hele meetreeks kijkt, is er dan inderdaad sprake van een afname van de hoeveelheden.

Water van de Week

Lagedrukgebieden zorgen deze week nog voor buiig weer

Een lagedrukgebied boven de Britse Eilanden houdt een zuidwestelijke stroming in gang over West Europa. Er wordt vrij koele en vochtige lucht mee aangevoerd, die uit is gestroomd over Frankrijk, België en Nederland. Boven Oost Europa ligt warme lucht en op het grensvlak tussen beide gebieden ontstaan gemakkelijk buien. Afgelopen week viel op 23/6 veel regen in Zuid Duitsland en Zwitserland, waardoor de Boven-Rijn kon stijgen en regen die op 24/6 in het stroomgebied van de Maas viel, heeft ook de afvoer van deze rivier weer wat laten klimmen.

De eerste dagen van de komende week houdt het buiige weer nog aan en op 27 en 28/6 kan in het zuiden van Duitsland opnieuw aardig wat regen vallen. Op 30/6 en 1/7 is de kans groot dat regen valt in het oosten van Frankrijk, de Ardennen en het westen van Duitsland. Ook in Nederland (mn het oosten) wordt dan regen verwacht. Deze regenzone is echter nog niet zeker en kan uiteindelijk ook wat meer naar het oosten of westen terecht komen. 

Vanaf begin juli breidt een hogedrukgebied vanaf de Atlantische Oceaan zich tot over West Europa uit en stabiliseert het weer zich. De buiigheid sterft dan uit en zoals het er nu naar uitziet, gaat er vanaf komende zondag een vijftal dagen bijna geen regen meer vallen. Hoe lang die droge periode aanhoudt is nu nog niet te zeggen.

Rijn stijgt deze week naar ca 8,5 m+NAP

De Rijn was de afgelopen weken ver weggezakt; tot een voor de tijd van het jaar heel lage waterstand van 7,65 m+NAP en een afvoer van 1.170 m3/s. Dat is maar iets meer dan helft van het langjarig gemiddelde. Het langdurig droge weer in de periode maart t/m mei was hier de oorzaak van. Zo nu en dan viel er wel regen, maar nooit genoeg voor een wat grotere stijging.

Ook de afgelopen week viel er regen en dat zorgt in Zuid Duitsland voor een lichte stijging van de Boven Rijn. Grote zijrivieren zoals de Main en Moezel blijven echter op een laag niveau en de stijging bij Lobith zal daarom niet het langjarig gemiddelde bereiken. Toch gaat de waterstand wel bijna 1 meter omhoog. Op 28/6 wordt de 8 m weer overschreden en de dagen daarna stijgt de stand met zo'n 20 tot 25 cm per dag tot de stand op ca 8,5 m uitkomt op 1/7. Rond dat niveau blijft het peil dan een aantal dagen schommelen. De afvoer is dan gestegen tot ca 1600 m3/s.

Omdat het vanaf begin juli ook droog wordt in het stroomgebied, gaan de standen bovenstrooms dan weer dalen. Vanaf 7/7 bereikt deze daling ook Lobith en zakt de stand eerst onder de 8,5 m en rond 10/7 kan ook de 8 meter weer worden onderschreden. Of het zover komt is nu nog niet met zekerheid te zeggen omdat nog niet duidelijk is hoe lang de droge periode begin juli duurt. 

Maasafvoer tussen 75 en 100 m3/s

De Maas was de afgelopen tijd ook tot een voor de tijd erg lage waarde gezakt van slechts 50 m3/s. Dankzij de buien van de afgelopen week steeg de afvoer weer tot iets boven 100 m3/s op vrijdag. Inmiddels is de afvoer weer gezakt, tot ca 70 m3/s. De beken in de Ardennen zijn voorlopig echter nog niet terug op het lage niveau, dus zakt de Maas ook nog even niet terug naar het zeer lage niveau van vorige week.

De komende week kunnen opnieuw buien vallen, waarbij de grootste hoeveelheid neerslag wordt verwacht op 30/6 en 1/7. De Maas kan dan weer stijgen naar iets boven de 100 m3/s, misschien dat ook de 150 of 200 even wordt bereikt. De regenval is echter nog niet helemaal zeker, het regengebied kan misschien ook net buiten het stroomgebied van de Maas uitkomen. 

Na 1/7 neemt de buiigheid af en in de eerste dagen van juli zal de afvoer dan weer afnemen. Het zal dan wel even duren voordat de 50 m3/s weer wordt bereikt, maar omdat de zomer nog lang duurt is de kans groot dat dat wel een keer gebeurt.

Water inzicht

Neemt de hoeveelheid rivierwater af in de zomermaanden

De gemiddelde afvoer van de Rijn komt deze juni-maand uit op ca 1.325 m3/s en die van de Maas op 95 m3/s. In beide rivieren is dat ca 60% van het langjarig gemiddelde. Dergelijke lage afvoeren komen ieder jaar wel voor, maar dit jaar is het al de 4e maand op rij. De Rijn voerde van maart tot juni slechts 68% van de gemiddelde afvoer af in deze periode, bij de Maas, waar de afvoer eerder wegzakte, was het slechts 55%. 

De juni-afvoer van de Rijn was ook lager dan die van mei, die ook al erg laag was. Eerder liet ik al eens zien dat na een meimaand met lage afvoeren de juni-maand zelden ook laag uitvalt. Dit jaar is dat dus wel gebeurd; wat aangeeft dat het mogelijk wat lage waterstanden betreft een uitzonderlijk jaar lijkt te gaan worden. 

In de figuren hieronder is voor de Rijn (boven) en de Maas (onder) aangegeven in welke maanden de gemiddelde afvoer respectievelijk lager was dan 50% (rood), tussen 50 en 60% (oranje) en tussen 60 en 70% (geel) van het langjarig gemiddelde. De jaren beslaan de hele meetreeks vanaf 1901 (Rijn) en 1911 (Maas) tot aan 2022. De maanden lopen van boven naar beneden. De 3 zomermaanden hebben een grijze achtergrond.

In de meest rechterkolom zijn de eerste 6 maanden van dit jaar te zien met bij de Rijn voor de maand juni een oranje vakje (de afvoer lag net onder 60%) en bij de Maas een geel vakje (deze was net boven 60%).

Schermafbeelding 2022-06-26 om 14.00.53.png

Maanden in de hele meetreeks van de Rijn (1901 is links, 2022 is rechts) met lage tot zeer lage afvoeren: rood = < 50%, oranje tussen 50 en 60% en geel tussen 60 en 70% van het langjarig gemiddelde.
Maanden in de hele meetreeks van de Rijn (1901 is links, 2022 is rechts) met lage tot zeer lage afvoeren: rood = < 50%, oranje tussen 50 en 60% en geel tussen 60 en 70% van het langjarig gemiddelde.

Schermafbeelding 2022-06-26 om 14.36.38.png

Maanden in de hele meetreeks van de Maas (1911 is links, 2022 is rechts) met lage tot zeer lage afvoeren: rood = < 50%, oranje tussen 50 en 60% en geel tussen 60 en 70% van het langjarig gemiddelde.
Maanden in de hele meetreeks van de Maas (1911 is links, 2022 is rechts) met lage tot zeer lage afvoeren: rood = < 50%, oranje tussen 50 en 60% en geel tussen 60 en 70% van het langjarig gemiddelde.

De figuren laten zien dat lage en zeer lage gemiddelde afvoeren van alle tijden zijn. Bij de Rijn valt op dat zeer lage afvoeren (<50%) tussen 1980 en 2010 niet zijn voorgekomen, maar de laatste tijd weer wat vaker. Voor 1980 kwamen ze echter wel vrij veel voor. Maanden met een zeer lage zomerafvoer zijn opvallend genoeg bij de Rijn altijd al vrij zeldzaam geweest. In 2018 kwam dit in augustus voor, en voor die tijd alleen in 1976 en 1949.

Oranje en gele maanden zijn er in de zomer ook al vaker geweest en er is geen duidelijke toename zichtbaar in de laatste 10 jaar. Als we specifiek naar de juni-maanden kijken met een relatief lage afvoer, dan valt op dat deze maanden (1921, 1934, 1947, 1954 en 1976) vrijwel altijd gevolgd worden door maanden die ook laag uitvielen. Alleen 2011 is een uitzondering. Op grond van de statistiek is de kans dus groot dat ook juli vrij laag gaat uitvallen.

Bij de Maas zijn er veel meer maanden met een zeer lage afvoer (afvoer <50% van het langjarig gemiddelde), verspreid over de hele meetreeks. Er is veel overlap met de perioden die bij de Rijn ook een lage afvoer hadden. Sinds 2010 is er ook een duidelijke toename te zien, maar net als bij de Rijn is dit vooral ten opzichjt van de periode ervoor. Want in de jaren '70 en ook in de jaren '40 van de vorige eeuw waren er ook heel veel maanden die rood of oranje gemarkeerd zijn. Bij de beide rivieren is de laatste 10 jaar dus wel een toename zichtbaar, maar in het verleden hebben zich al eens vergelijkbare of extremere perioden van lage afvoeren voorgedaan.

Ik ga nu nog even wat dieper op de Maas in, want daar kunnen lage afvoeren, als ze lang aanhouden, uiteindelijk zeer laag uitvallen. Bij de Maas ter hoogte van Maastricht is sprake van zeer lage afvoeren als het debiet tot onder de ongeveer 50 m3/s zakt. In de figuur hieronder is dit aantal weergegeven. Dergelijke afvoeren komen vrijwel alleen voor in de zomermaanden en het najaar.

Voor een goede vergelijking van de verschillende jaren is uitgegaan van de afvoer bij Monsin. Dit punt ligt ca 20 km bovenstrooms van Maastricht, net bovenstrooms van de locatie waar het Albertkanaal afsplitst. Bij Monsin is de afvoer daarom gemiddeld zo'n 20 m3/s hoger. In de figuur is daarom de Monsin-afvoer van 70 m3/s afgebeeld, wat dus overeen komt met ca 50 m3/s bij Maastricht.

Schermafbeelding 2022-06-27 om 09.14.49.png

Aantal dagen per jaar met een Maasafvoer lager dan 70 m3/s bij Monsin, juist voordat rivierwater wordt afgeleid naar de verschillende kanalen.
Aantal dagen per jaar met een Maasafvoer lager dan 70 m3/s bij Monsin, juist voordat rivierwater wordt afgeleid naar de verschillende kanalen.

Schermafbeelding 2022-06-27 om 09.15.01.png

Aantal dagen per jaar met een Maasafvoer lager dan 50 m3/s bij Monsin, juist voordat rivierwater wordt afgeleid naar de verschillende kanalen.
Aantal dagen per jaar met een Maasafvoer lager dan 50 m3/s bij Monsin, juist voordat rivierwater wordt afgeleid naar de verschillende kanalen.

Als we het aantal dagen met een afvoer <70 m3/s bij Monsin (ca 50 m3/s bij Maastricht) bekijken (bovenste grafiek), dan zien we dat dat gemiddeld zo'n 45 dagen per jaar optreedt, maar dat er flinke uitschieters zijn naar boven en ook jaren met maar weinig of zelfs niets. Op 2011 na zijn er sinds 1976 geen jaren meer geweest met meer dan 150 dagen, maar wel een aantal jaren die tot tussen de 80 en 100 oplopen, zoals recent de jaren 2017 tot 2020. 

De trend van het aantal dagen loopt bij 70 m3/s ook langzaam op en is sinds het begin van de meetreeks zo'n 65% gestegen. De kans op dagen met een lage afvoer is dus groter geworden. Als we in de onderste grafiek naar de dagen kijken met een nog extremere afvoer van 50 m3/s bij Monsin (wat overeen komt met 30 m3/s bij Maastricht) dan valt op dat daar geen sprake is van een oplopende trend. Ook valt op dat er bijna geen jaren meer zijn geweest met een heel hoog aantal.

Voor 1976 waren er regelmatig jaren met meer dan 50 dagen met een afvoer van minder dan 50 m3/s, terwijl dat de afgelopen decennia niet meer is gebeurd. Zelfs niet in de zeer droge jaren 2017 t/m, 2020. Lage afvoeren rond de 50 m3/s bij Maastricht laten dus een langzaam oplopende trend zien, maar dat heeft niet geleid tot meer dagen met een nog extremere waarde van 30 m3/s.