U bent hier

Klein hoogwater in Maas en Rijn; later deze week weer dalend

De westelijke luchtstroming vanaf de Atlantische Oceaan richting West Europa bleef de hele week actief en er viel voldoende regen om de waterstanden in de rivieren weer te laten stijgen. Een groot hoogwater zit er echter niet in, ook al is het al wekenlang zeer nat. Daarvoor viel de neerslag te verspreid over de dagen. In dit bericht leest u tot hoe ver de waterstanden de komende dagen gaan stijgen. Februari is een zeer natte maand geworden, in Nederland zelfs de natste sinds het begin van de metingen. In het tweede deel van dit bericht vindt u een analyse van het neerslagoverschot dat deze maand flink is aangevuld en in hoeverre dat voldoende is om een eventuele droge zomer het hoofd te bieden.

Westelijke circulatie schakelt komende week een tandje terug

Het is lang geleden dat de westelijke circulatie zo lang zo actief was boven West Europa. As sinds de tweede helft van januari is het een komen een gaan van lage drukgebieden met actieve regenzones en soms veel wind. Het hele stroomgebied van Rijn en Maas had hier mee te maken en vrijwel overal viel in februari de dubbele hoeveelheid neerslag van wat er normaal in deze maand valt. 

Voor het eerst deze winter viel er deze week ook een aardig pak sneeuw in de Middelgebergten. Boven de 300 m hoogte was er sprake van een gesloten sneeuwdek, dat op vrijdag op de hogere toppen van de Ardennen aangroeide tot ca 25 cm dik. In de Eifel lag een vergelijkbare hoeveelheid en in de Vogezen en het Zwarte Woud groeide de sneeuwlaag aan tot meer dan 50 cm. Een lang leven was dit sneeuwdek niet beschoren want op zaterdag zette de dooi weer in en steeg de temperatuur al weer naar de dubbele cijfers. Inmiddels is het sneeuwdek in de Ardennen al weer geslonken tot 10 cm en vanmiddag verdwijnt het waarschijnlijk helemaal als een nieuw regengebied over trekt. 

Deze nieuwe neerslagzone trekt vanuit West Frankrijk naar het noordoosten en zal vooral aan de zuidzijde van de Ardennen en een groot deel van Midden en Zuid Duitsland neerslag brengen. De hoeveelheden blijven beperkt tot 1,5 à 2 cm en dat is voldoende om de al wat hogere afvoeren van de rivieren nog wat verder te laten stijgen. Een groot hoogwater zit er echter niet in, daarvoor zij neerslaghoeveelheden nodig van 5 cm of meer.

Het regengebied van vandaag is voorlopig de laatste grotere neerslagzone, want vanaf dinsdag wordt het droger in de stroomgebieden. Er vallen nog wel buien, maar de hoeveelheden blijven de hele week beperkt tot niet meer dan 0,5 cm regen per dag en sneeuw wordt ook niet meer verwacht. Deze hoeveelheid is onvoldoende om de huidige hoge waterstanden voldoende te blijven voeden en daarom zal de waterstand na het passeren van de piek weer gaan dalen. In de Maas is dat vanaf dinsdag in de Rijn pas aan het eind van de week.

Op nog wat langere termijn geven de weermodellen aan dat het huidige natte weertype voorlopig niet terugkeert, maar er blijft dagelijks wel wat neerslag vallen. Er breekt dan ook geen stabiele periode aan en hoge drukgebieden liggen voorlopig niet in buurt. De kans blijft daarom bestaan dat later in maart de neerslagintensiteit toch weer toeneemt.

Rijn stijgt langzaam verder, naar ca 12,75 m +NAP later deze week

Het natte weer van februari zorgde ervoor dat de Rijnafvoer de hele maand hoog was. Gemiddeld voerde de Rijn ruim 3900 m3/s aan bij Lobith, wat de helft meer is dan normaal in februari. Omadat de afvoer in januari wat lager was dan normaal en in december ongeveer normaal, voerde de Rijn in de 3 wintermaanden samen maar ca 7% meer water aan dan normaal. 

Ondanks dat de februarimaand in heel het stroomgebied zeer nat verliep, kwam het niet tot een grote hoogwatergolf. In het begin van de maand steeg de waterstand bij Lobith tot iets boven de 13,5 meter +NAP, maar dat komt gemiddeld iedere winter wel voor. De neerslag viel deze maand dan ook gespreid over de tijd en dagen met extreem veel regen, al dan niet in combinatie met smeltende sneeuw in de Middelgebergten, kwamen niet voor. 

Smeltende sneeuw was er wel de afgelopen dagen en ook vandaag zal er nog sneeuw smelten als de regenzone over Midden en Zuid Duitsland trekt. Maar dit gaat gepaard met regenzones die niet heel veel regen brengen en daarom is het effect op de waterstanden in de Rijn ook niet zo groot.

Sinds het midden van de afgelopen week is de Rijn bij Lobith langzaam aan het stijgen en die stijging zet zich nog een dag of 4 tot 5 voort. Inmiddels is de waterstand bij Lobith de 12 meter gepasserd en ik verwacht dat daar iedere dag ca 20 cm bij zal komen. De hoogte van de piek hangt af van de hoeveelheid regen die vandaag valt. Voorlopig ga ik uit van ca 12,75 m +NAP bij Lobith op vrijdag als hoogste stand, maar als er niet zoveel regen valt kan het ook wat minder worden, of als er toch wat meer valt, kan de stand nog iets hoger uitvallen. Een stand boven de 13 meter lijkt er niet in te zitten.

Vanaf komende vrijdag zet dan de daling in en zoals het er nu uit ziet zal die de hele week daarna voortduren. In het begin van die week zal de waterstand dan weer onder de 12 meter zakken en aan het eind van die week waarschijnlijk ook weer tot onder de 11 meter.

De IJssel voert nu opvallend veel water af

Terwijl de hoogste stand bij Lobith pas later in de week zal worden bereikt is de IJssel nu al opvallend hoog. Zo is de waterstand bij Lobith op dit moment nog ruim 1,5 m lager dan bij de hoogwatergolf van begin februari, maar is deze bij Zutphen al bijna net zo hoog als toen en stroomafwaarts van Deventer zelfs tot 10 cm hoger dan een maand geleden.  

De reden voor de hoge standen in de IJssel is de grote hoeveelheid water die de vele zijbeken van de IJssel aanvoeren. Vanuit het oosten van Gelderland en Overijssel voeren beken zoals de Oude IJssel, Groote Beek, Baakse Beek, Berkel en Schipbeek al dagenlang veel water aan. Een deel van de stroomgebieden van deze beken strekt zich uit tot in Duitsland en na perioden van veel regenval kunnen deze beken vele tientallen m3/s water aanvoeren. 

Stroomafwaarts van Doesburg, waar de eerste beek uitmondt, zien we dan de waterstand relatief steeds hoger worden vanwege deze extra aanvoer. Bij Olst, in de Beneden-IJssel, bedraagt de afvoer nu bijna 700 m3/s, terwijl dit op grond van hoeveelheid water die nu bij Lobith wordt aangevoerd slechts ca 400 m3/s had moeten zijn (de IJssel voert normaal ca 11% van de Rijnafvoer af). Dat betekent dat de IJssel in het stroomafwaarts deel dus voor bijna de helft beekwater uit het eigen stroomgebied afvoert.

Een hoge afvoer vanuit de zijbeken komt vaker voor en meestal vindt dat plaats in de periode vóórdat de Rijnafvoer zelfs zijn piek bereikt. Het Rijnwater is namelijk vele dagen onderweg en tegen de tijd dat de Rijnpiek de IJssel bereikt is het daar dan vaak al een dag of 5 droog en zijn de zijbeken al weer sterk gedaald. Dat zal deze week ook de sitautie zijn. Terwijl de waterstand bij Lobith nog bijna een meter stijgt, zal de stijging van de IJssel, vooral in het benedenstroomse deel de komende dagen nog maar beperkt zijn. Soms gebeurt het zelfs, als de afvoer van de zijbeken snel terug loopt, dat de piek in de Beneden-IJssel eerder optreedt dan de piek bij Lobith.

Maas stijgt later vandaag nog wat, naar ca 1250 m3/s

De Maas kende ook een maand met langdurig hoge afvoeren. Gemiddeld over de hele maand bedroeg de afvoer bij Maastricht bijna 950 m3/s en dat is de dubbele hoeveelheid van wat er normaal in februari langs stroomt. We moeten terug tot januari 2011 voor een maand met een vergelijkbare hoge gemiddelde afvoer. Omdat december bij de Maas ook al een maand was met een wat hogere afvoer, voerde de Maas gemiddeld over de 3 wintermaanden bijna de helft meer water af dan in een gewone winterperiode. Het stroomgebied van de Maas profiteerde dus nog iets meer dan dat van de Rijn van de vele regenzones die deze maand overtrokken.

De afgelopen week was dat niet anders en sinds het midden van de week viel er voldoende regen om de Maas weer te laten stijgen, bovenop het al hoge niveau dat de hele maand al werd afgevoerd. Vandaag passeert later in de middag nog een (voorlopig) laatste actieve regenzone over de Ardennen. Gecombineerd met de laatste resten sneeuw die dan smelten zal dat voor een nog wat verdere stijging zorgen.

Bovenop de huidige afvoer van ca 1100 m3/s bij Maastricht verwacht ik dat er nog zo'n 100 tot 200 m3/s bij kan komen. De exacte hoogte zal afhangen van de koers van de regenzone van vanmiddag en vanavond. De hoogste afvoer zal dan in de loop van maandag worden bereikt. Daarna duurt het zo'n twee dagen voordat de piek in de Benedenmaas aankomt.

Na maandag zal de afvoer weer gaan dalen en omdat er een dag of 5, en misschien wel langer, geen grote hoeveelheden regen worden verwacht, zal de afvoer flink omlaag gaan. Op woensdag of donderdag verwacht ik dat de 1000 m3/s weer wordt onderschreden en in het volgend weekend de 750 m3/s. Waarschijnlijk zal de daling ook in de week na volgen weekend nog doorzetten en een nieuwe periode met hoogwater is voorlopig niet in zicht.

Extreem natte februarimaand vult de Nederlandse watervoorraden aan

Normaal valt er in februari in Nederland zo'n 50 tot 65 mm neerslag. Deze maand ging daar ruim overheen met op enkele plaatsen zelfs bijna 200 mm (zie kaartje hierna). Het is daarmee de natste februarimaand sinds het begin van de neerslagmetingen in 1906 (in De Bilt) geworden. Het opvallende is verder dat het bijna in heel het land veel te nat was, alleen Zeeland en een deel van de Achterhoek bleef wat achter, maar ook daar viel nog bijna de dubbele hoeveelheid van normaal.

Ook bijzonder was dat het oosten van Brabant dit maal in de prijzen viel. Deze regio was al sinds medio 2018 erg droog en maanden met meer dan een normale hoeveelheid neerslag waren daar sindsdien maar weinig opgetreden.

Schermafbeelding 2020-03-01 om 13.13.35.png

Neerslagkaart februari (bron KNMI)
Neerslagkaart februari (bron KNMI)

Niet alleen in Oost Brabant, maar ook elders in het zuiden en oosten van het land kwam de regenval op het juiste moment. Het grondwaterniveau was hier sinds de droge zomer van 2018 nog steeds niet voldoende aangevuld en omdat ook de afgelopen januarimaand droog was verlopen, werd er gevreesd dat ook dit winterhalfjaar de buffers onvoldoende zouden worden bijgevuld. 

In een normaal jaar is er in Nederland sprake van een neerslagoverschot. Er valt namelijk meer water dan er verdampt: over een heel jaar gemeten valt er zo'n 80 cm neerslag en in het zomerhalfjaar verdampt er ongeveer 50 cm, zodat er netto 30 cm overblijft. Dit zogenaamde neerslagoverschot wordt altijd opgebouwd in de periode dat er meer regen valt dan dat er verdampt, dat is de periode vanaf september t/m maart en de hoeveelheid teert dan weer wat in gedurende het voorjaar en de zomer (van april t/m augustus).

In de figuur hieronder heb ik voor 4 meetstations het normale verloop van het overschot weergegeven gedeurende een heel jaar beginnend in september als de opbouw gewoonlijk begint.

overschot gemiddeld.jpg

Gemiddelde verloop van het neerslagoverschot gedurende een jaar beginnend in september op 4 KNMI meetstations (bron KNMI)
Gemiddelde verloop van het neerslagoverschot gedurende een jaar beginnend in september op 4 KNMI meetstations (bron KNMI)
 

In de figuur is te zien dat de opbouw op alle stations loopt tot in maart. De Bilt is een relatief nat station, met het grootste overschot in maart; Eindhoven is het droogste station met het kleinste overschot. Gedurende de zomermaanden neemt het overschot langzaam af, er verdampt dan meer water dan er als neerslag gemiddeld valt en er wordt dan wat ingeteerd op het eerder opgebouwde overschot. De verschillen tussen de stations nemen dan nog wat verder toe, want ook in de zomer is De Bilt het natste en Eindhoven het droogste station. Netto aan het eind van het jaar bedraagt het overschot bij De Bilt ca 33 cm en bij Eindhoven ca 20 cm. Twenthe en Volkel bevinden zich daar tussenin.

Van dit overschot merken we normaal niet zoveel. In een groot deel van Nederland wordt het via sloten en beken (en riolen) afgevoerd en een deel zakt in de bodem en voedt daar het grondwater. Dit grondwater stroomt dan ondergronds ook weer heel langzaam weg naar de lager gelegen beken en rivieren, of het wordt gebruikt voor beregening door de landbouw en het wordt opgepompt als drinkwater.

Het patroon van opbouw en interen, met een vrij groot overschot aan het eind van een jaar, herhaalt zich ieder jaar, maar in 2018 liep het anders. Vooral de maanden juni en juli waren toen erg droog en de verdamping was zo groot dat het uiteindelijke neerslagoverschot dat jaar veel lager uitviel (zie figuur hierna). Het was aan de natte voorafgaande winter te danken (met ca 5 tot 10 cm meer neerslag dan normaal, waardoor de lijnen in maart hoger staan dan in een normaal jaar) dat er aan het eind van het jaar nog wat neerslagoverschot over was. Met name in Oost Brabant (Eindhoven en Volkel) was de situatie extreem met slechts 5 tot 10 cm overschot, terwijl dat normaal 20 tot 25 cm is.

overschot 17 - 18.jpg

Gemiddelde verloop van het neerslagoverschot gedurende de periode september 2017 - augustus 2018 op 4 KNMI meetstations (bron KNMI)
Gemiddelde verloop van het neerslagoverschot gedurende de periode september 2017 - augustus 2018 op 4 KNMI meetstations (bron KNMI)

De winter daarna had dit tekort weer enigszins aangevuld kunen worden, maar het begon al niet goed, omdat de periode van september t/m november ook nog steeds zeer droog verliep (zie de figuur hierna). Het neerslagtekort liep in die maanden zelfs nog wat verder op en pas in december werd het natter. Aan het eind van de winter, in maart, waren de buffers wel weer wat aangevuld, maar over de hele gewoonlijk natte periode van september t/m maart viel er bijna 10 cm minder dan normaal en het enorme tekort van de zomer daarvoor was al helemaal niet ingelost.

overschot 18 - 19.jpg

Gemiddelde verloop van het neerslagoverschot gedurende de periode september 2018 - augustus 2019 op 4 KNMI meetstations (bron KNMI)
Gemiddelde verloop van het neerslagoverschot gedurende de periode september 2018 - augustus 2019 op 4 KNMI meetstations (bron KNMI)

De zomer (2019) die volgde liet twee gezichten zien. In de noordwestelijke helft van het land verliep deze vrij nat en dit is ook aan de blauwe lijn van de situatie bij De Bilt te zien, waar in de zomer maar vrij weinig werd ingeteerd. Dat de buffers in de voorgaande winter niet zover waren aangevuld, was daar dus geen probleem.  In Oost en Zuid Nederland was dat heel anders, want daar was de zomer van 2019 wederom droog en in combinatie met de geringe aanvulling van de buffer in de voorgaande winter (van 2018/19) kwam het overschot over de periode september 2018 t/m augustus 2019 dicht bij 0 cm of zelfs onder de 0 cm uit. Het meest extreem was de situatie nabij Volkel in het oosten van Brabant. De twee zo droge jaren hadden met name invloed op het grondwaterniveau dat op veel plaatsen in die regio ver onderuit zakte. In Zuid en Oost Nederland was dat ook goed te merken aan vennen en beken die droogvielen en er kwamen overal beregeningsverboden om het niveau niet nog verder te laten dalen.

Na anderhalf jaar droogte was het spannend hoe het winterhalfjaar van 2019/20 uit zou pakken. Ondanks dat we nog een maand te gaan hebben, kunnen we al wel stellen dat er sprake is van een flinke inhaalslag. Vanaf september 2019 is de aanvulling van de buffers al meteen begonnen en ondanks dat januari vrij droog verliep is de periode als geheel erg nat verlopen. In de figuur hieronder is voor het huidige seizoen het verloop t/m februari aangegeven.

Het overschot aan neerslag over deze periode bedraagt in het altijd natte De Bilt nu al bijna 50 cm, maar ook op de andere plaatsen is het nu al flink natter dan in een normaal jaar. Gewoonlijk levert maart nog een extra bijdrage van zo'n 3 tot 4 cm, voordat in april het verdampingsoverschot weer groter wordt, en het is dus nu al zeker dat er dit jaar een meer dan gemiddeld neerslagoverschot is opgebouwd. Veel groter in ieder geval dan vorig jaar, toen het overschot eind februari maar de helft zo groot was.

 

overschot 19 -20.jpg

Gemiddelde verloop van het neerslagoverschot gedurende de periode september 2019 - februari 2020 op 4 KNMI meetstations (bron KNMI)
Gemiddelde verloop van het neerslagoverschot gedurende de periode september 2019 - februari 2020 op 4 KNMI meetstations (bron KNMI)

Voor de aanvulling van het grondwater op de zandgronden in het zuiden en oosten van het land is dit goed nieuws. Toch zal de voorraad nog niet overal op het normale niveau zijn. Met name onder grote zandcomplexen zoals de Peel en de Maasduinen kan er nog steeds sprake zijn van een tekort. De figuur hierna laat zien hoe dat veroorzaakt wordt. Deze figuur laat het verloop van het neerslagoverschot voor de Bilt en Volkel zien over de hele periode sinds september 2017. Het verloop in de figuur is dus niet afgebroken na een jaar, maar loopt door.  De blauwe lijn is het normale verloop, de oranje lijn het werkelijk opgetreden verloop. 

In de figuur is duidelijk de impact van de zeer droge zomer van 2018 te zien. Het overschot wordt daardoor in die zomer veel kleiner dan normaal. In de winter van 2018/19 wordt deze maar beperkt aangevuld omdat er onvoldoende neerslag viel. In de zomer van 2019 neemt het tekort in Volkel nog verder toe omdat het dan ook erg droog is. In De Bilt valt voldoende regen om het tekort niet verder aan te laten vullen. Ondanks dat de winter van 2019/20 erg nat verloopt is het enorme tekort van 2018 nog steeds niet ingelopen. Bij Volkel bedraagt dit nog ruim 15 cm.

Op plaatsen waar altijd al veel neerslag wordt afgevoerd en er niet veel naar het grondwater stroomt (zoals bij De Bilt), zal van dit tekort niets te merken zijn en is het nu gewoon kletsnat. Maar op plaatsen waar al het regenwater via de bodem naar het grondwater zakt, zoals de grotere zandcomplexen in het zuiden van het land, zal dit langjarige tekort nog steeds merkbaar zijn aan een lagere grondwaterstand.

Verloop De Bilt en Volkel sinds sep 2017.png

Meerjarig verloop van het neerslagoverschot bij De Bilt en Volkel (bron KNMI)
Meerjarig verloop van het neerslagoverschot bij De Bilt en Volkel (bron KNMI)