Komende week aardig wat regen en Rijn en Maas licht stijgend
De komende week blijft het wisselvallig met zo nu en dan regen. Het levert de rivieren voldoende water op voor een kleine stijging, maar niet voldoende voor een hoogwater. Vooral de Rijn profiteert even van extra water uit Zuid Duitsland. We nemen ook afscheid van het wat koudere weer en het dunne sneeuwdek dat nu in de middelgebergten ligt, zal de komende tijd gaan smelten, en dat levert de Rijn ook nog wat extra water op. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek water inzicht een analyse van hoe het Rijnwater zich over de 3 rijntakken verdeeld, waarbij er vooral de laatste 20 jaar flinke veranderingen zijn opgetreden, die nu vragen om een structurele oplossing.
Water van de week
De eerste week nog invloed van lagedrukgebieden en aardig wat regen, daarna hoge druk en droger
De afgelopen week passeerden er zo nu en dan regengebieden en in de stroomgebieden viel zo'n 15 tot 25 mm regen, hogerop in het middelgebergten nog wat meer. Daar viel ook wat sneeuw en boven de ca 500 m ligt een sneeuwdekje van ongeveer 10 tot 20 cm. De regen was net voldoende om de rivieren wat te laten stijgen. Op maandag trekt een lagedrukgebied van west naar zuidoost over Nederland en dit zorgt in de stroomgebieden opnieuw voor neerslag.
Vooral in het zuiden van Duitsland en Zwitserland kan flink wat regen vallen en dat levert de Rijn wat extra water op. Ook smelt de sneeuw vanuit de Middelgebergten en dat zorgt voor wat extra water. Elders blijft het bij zo’n 10 tot 20 mm en dat is onvoldoende om de Maas en de noordelijke zijrivieren van de Rijn veel te laten stijgen. Op woensdag en donderdag staat het weer onder invloed van een rug van hogedruk en blijft het overwegend droog in de stroomgebieden. Ondertussen is ook de koude lucht verdreven en hoeven we voorlopig even niet meer op vorst te rekenen; ook smelt dan de meeste sneeuw In de middelgebergten.
Vanaf donderdag 27/11 tot en met het weekend passeren weer enkele regengebieden die horen bij een groot lagedrukgebied dat van IJsland naar Scandinavië trekt. Er valt opnieuw zo'n 10 tot lokaal 20 mm in de stroomgebieden en ook dit voldoende zijn om de rivieren een klein beetje te laten stijgen maar het levert zeker geen uitschieters op. Na het weekend ontwikkelt zich in de eerste dagen van december een hogedrukgebied boven centraal Europa.
Ten noorden van ons passeren dan nieuwe lagedrukgebieden, maar het ziet er naar uit dat de invloed van het hogedrukgebied zo groot is, dat het de neerslagzones die bij lagedrukgebieden horen op afstand houden. De week van 1 tot 7 december zou daardoor wel eens grotendeels droog kunnen verlopen. Er is ook nog een kansje dat de invloed van het hogedrukgebieden niet zo groot is en er wel regen gaat vallen. Voorlopig lijken dat echter geen grote hoeveelheden te worden en een structurele stijging van de rivieren is daarom nog niet in beeld.
Rijn daalt eerst naar ca 8 m en stijgt in de tweede helft van de week naar ca 9 tot 9,3 m in het weekend.
Na het passeren van het kleine hoogwater golfje op 1 november is de waterstand in de Rijn ruim 2 m gedaald tot iets boven de 8 m op 20 november. De afvoer daalde tot ongeveer 1400 m3/s en dat is ca 500 m3/s onder het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar. Inmiddels is de stand iets gestegen door het water van de regen van de afgelopen dagen, maar het blijft bij een stijging van hoogstens 20 cm en de afvoer blijft net onder de 1500 m3/s.
Vanaf vandaag is het stand alweer iets gaan dalen en deze daling zet door vanaf woensdag net onder de 8 m te zakken, bij een afvoer van ca 1.350 m3/s. De stand blijft dan vrijwel onveranderd tot op vrijdag; waarna er een stijging volgt van ongeveer 1 m tot waarschijnlijk iets boven de 9 m (tot maximaal 9,3 m). Dit is het water van de regen die de komende 2 dagen in het zuiden van het stroomgebied valt. De hoogste stand verwacht ik op maandag 1 december en de afvoer bedraagt dan ongeveer 2.100 m3/s. Die regen moet nog vallen en omdat er ook wat sneeuw smelt kan de stijging nog wel iets hoger uitvallen, tot ca 9,3 m.
Vanaf 1 december gaat de stand dan waarschijnlijk weer dalen omdat er een wat langere droge periode aanbreekt maar de eerste dagen verloopt de daling niet zo snel omdat er er ondertussen ook wat regen in Midden-Duitsland is gevallen. Mocht inderdaad de hele week droog verlopen dan zou de stand in het weekend van 6 en 7 december weer tot onder de 8,5 m kunnen zijn gezakt en de afvoer rond 1.600 m3/s.
Maasafvoer schommelt tussen 150 en 250 m3/s.
De Maas profiteerde van wat regen die in de tweede helft van de week viel en de afvoer bij Maastricht steeg van circa 125 naar 175 m3/s. Vandaag, zondag, en morgen kan er ook aardig wat regen vallen en dan zou de afvoer op maandag kunnen stijgen naar circa 200 tot 250 m3/s. Dinsdag en woensdag verlopen dan weer droog waardoor de afvoer weer wat daalt tot onder de 200 m3/s, om vanaf donderdag weer wat te gaan stijgen.
Op die dag valt er mogelijk aardig wat regen (ca 10-15 mm) en ook op vrijdag en zondag kan er zo’n 10 mm vallen. Het zijn geen grote hoeveelheden maar de afvoer kan daardoor in het weekend en net daarna weer stijgen tot 250 m3/s en mocht het nog wat natter worden dan nu verwacht dan is er ook 300 tot 350 m3/s nog wel mogelijk. Na het komend weekend breekt een wat langere droge periode aan en dat betekent dat de afvoer vanaf maandag 1 december weer gaat dalen, om in de loop van die week weer tot onder de 200 m3/s te zakken.
Mocht er minder regen zijn vallen dan nu wordt verwacht, dan kan de afvoer ook dalen tot circa 150 m3/s. December is gewoonlijk de maand dat de kans op hoogwatergolven snel toeneemt, maar voorlopig hoeven we daar nog geen rekening mee te houden. Want ook op wat langere termijn zien we voorlopig geen grote regenhoeveelheden in de weersverwachtingen die voor een stijging van de afvoer kunnen zorgen.
Water inzicht.
De afvoerverdeling over de 3 Rijntakken verschuift steeds verder en dat is een probleem.
Direct nadat de Rijn Nederland binnenstroomt splitst deze rivier in twee takken, de Waal en de Neder-Rijn en iets verder, net voor Arnhem, takt ook de IJssel af van de Neder-Rijn. De verdeling van het water over de 3 rijntakken is altijd al een belangrijk onderdeel geweest van het Nederlandse watermanagement, omdat via deze 3 hoofdwaterwegen een groot deel van het westen, midden en noorden van het land van water kan worden voorzien.
Om die verdeling te kunnen sturen is In de Neder-Rijn bij Driel, net voorbij Arnhem, een stuw aangelegd die bij lagere Rijnafvoeren stapsgewijs gesloten wordt, waarmee het water dat anders via de Neder-Rijn zou stromen, herverdeeld kan worden over de andere twee Rijntakken. Gezien de ligging van de stuw zou je denken dat de IJssel het meest profiteert, maar dat is niet zo. Deze rivier is relatief smal en profiteert maar voor een klein deel van het opgestuwde peil; het meeste water profiteert de veel bredere Waal. Gemiddeld over het jaar ontving de Waal altijd ca 67% van het water, de Neder-Rijn 19% en de IJssel 14%.
De laatste jaren is de afvoer verdeling steeds verder verschoven en dat gaat vooral ten koste van de hoeveelheid water die door de Neder-Rijn stroomt en daar profiteren de IJssel en vooral de Waal van. Begin november passeerde er een klein hoogwatergolfje door de Rijn en aan de hand daarvan is goed uit te leggen hoe de waterverdeling functioneert. In de onderstaande grafiek is in lichtblauw de afvoer van de Boven-Rijn bij Lobith weergegeven; deze steeg vanaf 25 oktober van ca 1.200 naar iets meer dan 3.000 m3/s. In donkerblauw is de afvoer via de Neder-Rijn weergegeven en daar valt op dat die tot 27/10 nog maar ca 25 m3/s bedroeg; de stuw was toen nog gesloten.
Verhouding Lobith-Driel.jpg

Met de stippellijn is het percentage weergegeven dat de Neder-Rijn ontvangt van het Rijnwater; dat bedroeg slechts ca 2%. Als de stuw deels opengaat neemt de afvoer snel toe en het percentage stijgt naar ca 10%. In enkele stappen Wordt dus die hoe verder opengezet en vanaf 31/10 is hij maximaal open; het percentage bedraagt dan circa 16%. Als 3 dagen later doorheen voer weer gaat dalen gaat ook de stuw weer dicht en neemt het percentage weer langzaam af. De afname versnelt vanaf 9 november als de afvoer bij Lobith sneller gaat dalen.
Stapsgewijs gaat de stuw weer dicht om vanaf 14 november helemaal gesloten zijn en de afvoer in de Neder-Rijn is dan weer teruggezakt naar ongeveer 25 m3/s en het percentage naar 2%. Het openen en sluiten van de stuw door Rijkswaterstaat gebeurt volgens in zogenaamd stuurprogramma en dit is niet gebaseerd op de rivierafvoer, maar op de waterstanden bij Lobith. In de volgende figuur is de waterstand van Lobith als een aparte grafiek onder de afvoer van Driel weergegeven. Het laat zien hoe de stuw begint open te gaan als de waterstand bij Lobith 8,6 m NAP bereikt en helemaal open is als de waterstand daar de 10 m passeert.
Afvoer Driel en waterstand Lobith.jpg

Het sluiten gebeurt als die standen bij het dalen weer worden onderschreden. Het lijkt allemaal goed uitgedacht maar toch bevindt zich hier een addertje onder het gras en dat is de bodemdaling van de rivier. Sinds de beddingen van de Nederlandse rivieren met kribben en langsdammen zijn vastgelegd, snijdt de rivier zich langzaam in zijn eigen bodem in. Ieder jaar daalt de bodem van de rivier in het gebied waar de splitsingspunten liggen met zo’n 2 cm en sinds de aanleg van de kribben is de totale daling opgelopen tot meer dan 2,5 meter.
Het waterpeil van de rivier daalt mee met deze bodemdaling en het gevolg is dat de waterstand bij dezelfde rivierafvoer tegenwoordig een stuk lager is dan vroeger. Als we nu teruggaan naar de werking van de stuw dan is het interessant om te zien hoe de situatie is veranderd bij de waterstanden van 8,6 en 10,0 m NAP. Toen de stuw in 1970 werd aangelegd werd bij Lobith de waterstand van 8,6 m NAP bereikt bij een Rijnafvoer van ca 1.200 m3/s, maar omdat er vawege de bodemdaling tegenwoordig meer water in de bedding past wordt deze stand nu pas bij 1.800 m3/s bereikt.
De eerste figuur hierboven laat dat ook zien. Bij de 10 m NAP is de situatie vergelijkbaar: dit waterpeil werd vroeger bereikt bij een afvoer van ca 2.000 m3/s en tegenwoordig pas bij 2.750 m3/s. Het gevolg daarvan is dat de stuw tegenwoordig veel vaker helemaal gesloten is. In 1970, toen de stuw pas dicht ging als de afvoer onder de 1200 m3/s zakte, gebeurde dat gemiddeld op 45 dagen per jaar. Tegenwoordig is dat op circa 160 dagen per jaar en al die dagen stroomt er alleen een heel beperkte afvoer van ca 20 m3/s door de Neder-Rijn; om te voorkomen dat hij droogvalt.
In jaren met een langdurig lage afvoer neemt het aantal dagen dat de stuw gesloten is nog veel verder toe, zoals in 2018 en 2022 toen de stuw bijna 250 dagen gesloten was en dit jaar komt daar ook dichtbij in de buurt, met t/m november al 225 dagen. In de grafiek hieronder is het aantal dagen dat de stuw gesloten of deels gesloten is weergegeven. De grafiek begint in 1977, omdat voor die tijd het stuwbeheer nog te onregelmatig was. In de grafiek is ook het 12-jarig gemiddelde weergegeven en die laat een gestage stijging zien. Vooral in de laatste 15 jaar is de stijging extra snel gegaan en het einde lijkt nog niet in zicht.
Sluitingsregime Driel.png

Alleen vorig jaar was er een korte onderbreking, omdat het een heel nat jaar was, maar dat lijkt een uitzondering te zijn, want dit jaar zet de trend zich weer voort De lange perioden met weinig afvoeren hebben ook consequenties voor het meer stroomafwaartse deel van de Neder-Rijn, waar de rivier Lek heet. Bij Wijk bij Duurstede stroomt al het water dat de Neder-Rijn aanvoert namelijk via het Amsterdam-Rijnkanaal naar het noorden en dat betekent dat de Lek in de richting van Vianen en Utrecht gedurende die dagen helemaal geen water meer doorvoert.
Vanwege de steeds lange perioden met een lage afvoer, voert de Neder-Rijn gemiddeld over het jaar ook steeds minder water af. Toen de rivier nog niet gestuwd was, bedroeg de jaargemiddelde afvoer nog ca 425 m3/s, maar inmiddels is dat ongeveer gehalveerd en in jaren met een lage Rijnafvoer is het zelfs nog maar 25% van het oorspronkelijke volume. In percentages, voerde de Neder-Rijn voordat met het stuwen werd begonnen nog ca 19% van het Rijnwater af en nu is dat minder dan 10% en in heel droge jaren zelfs maar 7%.
Het water dat niet meer via de Neder-Rijn naar zee stroomt komt ten goede aan de andere twee Rijntakken. Dat was in 1970 ook de bedoeling van het stuwen, maar omdat het alleen bij lagere afvoeren plaats zou vinden, zou dat de Neder-Rijn niet meer dan ca 4% van de afvoer gaan kosten die deze rivier van de Rijn doorvoert. Inmiddels is dat bijna 10% en de andere twee rivieren profiteren hier nu dus van. De IJssel is daardoor de afgelopen jaren een steeds groter deel van het Rijnwater af gaan voeren. Toen met het stuwen werd begonnen nam het percentage meteen toe met ca 2% (van 14% naar 16% van de Rijnafvoer), maar doordat de stuw van Driel tegenwoordig steeds vaker dicht staat of deels geopend is, is dat percentage verder gestegen tot nu ca 17,5%.
De grote winnaar is echter de Waal, die er al bijna 6% op vooruit is gegaan en nu gemiddeld over het jaar 73% van de Rijnafvoer naar zee voert. In de grafiek hieronder is van ieder jaar voor ieder van de Rijntakken het percentage weergegeven dat daarlangs wordt afgevoerd. De trendlijn van de Waal neemt duidelijk toe, die van de IJssel een beetje en die van de Neder-Rijn daalt juist opvallend sterk.
Percentage Rijntakken.png

Dat de Waal nu zoveel extra water afvoert heeft tot gevolg dat de stroomsnelheid Hij heeft gemiddeld hoger is geworden en de rivier zich nog sneller in zijn bedding in snijdt dan voorheen. Het traject van de Neder-Rijn tussen de splitsing vanaf de Waal en de aftakking van de IJssel is echter minder water gaan afvoeren dan voorheen en omdat het verhang hier door het vakere stuwen ook nog eens is afgenomen, is de erosie van de bedding daar juist afgenomen.
Dit heeft tot gevolg dat de afvoer over de Waal en de Neder-Rijn nog verder scheeftrekt en waarschijnlijk is dit ook de oorzaak van de versnelling in het aantal dagen dat de stuw gesloten is. Het sneller insnijden van de Waal zorgt er ook nog eens voor dat met name in perioden met een lage rivierafvoer en juist minder water naar de IJssel gaat. Het jaargemiddelde neemt dan wel toe maar op de momenten dat de aanvoer daar het noorden het meest belangrijk is, Als het warm en droog is, dan neemt hij juist af. Het risico bestaat dan dat het tijdens warme zomerse periode niet meer mogelijk is om het IJsselmeer op peil te houden en Daarom is het hoog nodig dat er naar een oplossing wordt gezocht.
Het Rijk is enkele jaren geleden al een programma gestart, Ruimte voor de Rivier2.0, waarin naar oplossingen wordt gezocht en het voornemen is om de bodemdaling minimaal te stoppen. Maar omdat de afvoerverdeling al zover scheef is getrokken, zou het volgens mij beter zijn om meteen op zoek te gaan naar maatregelen die de rivierbodem laten terugveren. De mogelijke oplossingen zijn enerzijds om de rivier extra te voeden met zand; door jaarlijks circa 200.000 m3 op de rivierbodem te storten. Als een grote zandmotor, waarna de rivier het zand zelf verder verspreidt.
Een andere mogelijkheid is om het probleem bij de bron aan te pakken en dat is door een deel van de toegenomen energie weer uit het water weg te nemen. Dat kan door het stromende deel van de rivier te verbreden, bv door brede nevengeulen aan te leggen door de uiterwaarden waar dan ca 10 tot 20% van het water doorheen stroomt. De rivier heeft dan meerdere geulen en daarom wordt dit idee het meergeulenconcept genoemd, met tot gevolg dat de rivier in totaal minder snel gaat stromen. Dit laatste plan heeft uiteraard heel wat voeten in de aarde, want het zou een grote verbouwing van het rivierengebied betekenen, maar het zal de uiterwaarden er ook aantrekkelijker op maken met meer stromend water en meer ruimte voor riviernatuur.