U bent hier

Lange tijd droog en sterk dalende waterstanden

Na een drietal depressies die flink wat regen brachten en kleine hoogwatergolven in de rivieren, domineren de komende 10 dagen weer de hogedrukgebieden en blijft het langdurig droog. De waterstanden in Rijn en Maas gaan daardoor flink dalen tot waarden onder het langjarig gemiddelde. Een nieuwe stijging is voorlopig niet in het verschiet. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek water inzicht een overzicht van 125 jaar hoogwaterstanden in de Rijn en hoe de trends daarin in de loop der tijd aan verandering onderhevig zijn.

Water van de week

Hoge druk neemt het heft weer in handen.

Drie lagedrukgebieden (Éowin, Hermina en Ivo) vulden het neerslagtotaal van januari nog wat verder aan, zodat het bijna overal in Nederland een te natte maand werd. Niet zo nat als januari in de vorige twee jaren, maar voldoende om de grondwaterstanden op een hoog niveau te houden. Februari tapt voorlopig uit een heel ander vaatje en de eerste 10 mogelijk zelfs 14 dagen gaat er geen tot weinig regen vallen.

Ook in de stroomgebieden viel aardig wat neerslag, waarbij het stroomgebied van de Maas het meeste water te verwerken kreeg. Bij Maastricht steeg de afvoer tot ca. 1200 m3/s;  een waarde die in een jaar gemiddeld op 5 dagen wordt bereikt. Daarna bleef de afvoer nog gedurende 6 dagen boven de 1000 m3/s schommelen. De Rijn bereikte afgelopen nacht de hoogste waarde met een stand van 11,5 m (NAP), bij een afvoer van iets onder de 4.000 m3/s. Een afvoer die in een jaar gemiddeld op bijna 30 dagen wordt bereikt, wat laat zien dat de Rijn het met minder neerslag moest doen. De Rijn zakt nu ook weer snel.

Dat de lagedrukgebieden vanaf dat Atlantische Oceaan niet makkelijk naar het oosten doordringen, waardoor de Maas relatief meer water te verwerken krijgt, is een patroon dat we al de hele winter zien. Hat wordt veroorzaakt door hogedrukgebieden die boven het oosten van Europa steeds langs stand houden.

Sinds eind november zijn het vooral hogedrukgebieden die het weer in een groot deel van Europa bepalen. Als de kern van de hoge druk dan wat verder naar het oosten verschuift, lukt het de lagedrukgebieden wel om het westen van Europa te bereiken en daar regen (en hogerop sneeuw) te brengen. Maar al na een dag of 5 à 6 neemt de invloed van de hoge druk weer toe en verdwijnen de lagedrukgebieden weer uit het weerbeeld. Dit patroon is met een opvallende regelmaat al een keer of vijf opgetreden en duurt steeds zo’n 2 weken. Voorlopig houdt het ook nog aan.

Inmiddels heeft het hogedrukgebied zich namelijk sinds vrijdag weer tot over onze omgeving uitgebreid en is het overal droog geworden. De komende dagen schuift de kern wat naar het oosten, maar voordat het zover is weggetrokken dat de invloed bij ons kan verminderen, vormt zich boven de Britse eilanden alweer een nieuwe kern die daar een aantal dagen bleef liggen. Ook dit hogedrukgebied schuift naar het oosten, maar het houdt nog wel een uitloper over onze omgeving, waar vanaf het weekend boven de Britse eilanden waarschijnlijk weer een nieuwe kern in ontstaat. Deze trekt volgens de huidige verwachtingen naar Scandinavië. 

Het ziet er naar uit dat dit bastion van hoge druk wel tot half februari kan blijven liggen en al die tijd houdt het lagedruk gebieden en neerslag bij ons op afstand. Alleen in de perioden dat een hogedrukgebied het stokje overneemt van het ander kan mogelijk een beetje neerslag tot boven de stroomgebieden doordringen; maar dat gaat dan om niet meer dan enkele millimeters die geen invloed gaan hebben op de rivierafvoeren.

Volgens de laatste verwachtingen zal het pas vanaf 13 of 14 februari een lagedrukgebied lukken om vanuit het zuidwesten invloed te krijgen op het weer in onze omgeving. Maar dat is nog zo ver weg dat de kans groot is dat deze verwachting nog wel een paar keer bijgesteld zou moeten worden. Dat hoeft trouwens niet te betekenen dat het hogedrukgebied het nog langer uit gaat houden, want het zou ook kunnen dat het toch al iets eerder verzwakt en dan zullen lagedrukgebieden ook sneller dichterbij komen. 

Rijn zet snelle daling in; mogelijk tot 9 m NAP rond half februari.

Afgelopen nacht bereikte de Rijn bij Lobith zijn hoogste stand, iets onder de 11,5 m NAP, en inmiddels is de daling ingezet. De komende dagen gaat er van dag tot dag zo'n 25 tot 30 cm van de stand af en aan het eind van de week op vrijdag of zaterdag wordt waarschijnlijk de 10 m NAP alweer onderschreden. De afvoer die tijdens de piek ongeveer 3960 m3/s bedroeg, zal dan weer tot ongeveer 2700 m3/s zijn gezakt.

In het weekend en de dagen daarna zet de daling zich voort, eerst nog met ongeveer 25 cm per dag maar na het weekend afnemend tot zo'n 10 à 15 cm per dag. Omdat er tot 10 februari nauwelijks neerslag wordt verwacht, zal de daling zich waarschijnlijk voortzetten tot mogelijk 13 of 14 februari met tegen die tijd in stand liet tot onder de 9 m is gezakt en de afvoer zal dan weer tot onder de 2000 m3/s zijn gedaald.

Op dit moment is er nog weinig te zeggen over wat er daarna gebeurt maar mocht er inderdaad vanaf 13 of 14 februari weer regen gaan vallen in het stroomgebied dan zal de stand pas weer gaan stijgen vanaf 15 februari; maar dat is nu nog zover vooruit, dat hier nog met weinig zekerheid iets over is te zeggen.

Maas daalt snel. In de loop van de week weer onder de 400 m3/s.

Na een week met flink wat regen in de Ardennen en een afvoer die 6 dagen lang boven de 1.000 m3/s bleef is het vanaf 31 januari droog geworden in het stroomgebied. Al in de loop van die dag daalde de afvoer bij Maastricht weer tot onder de 1000 m3/s. Sindsdien is de afvoer dagelijks met zo'n 150 tot 200 m3/s gedaald en inmiddels is de 750 m3/s alweer bereikt. De daling zet zich voorlopig voort, al zal het gaandeweg wel wat langzamer gaan.

Op 4 of 5 februari verwacht ik dat de 500 m3/s wordt onderschreden en later in de week de 400. Na het komend weekend komt de afvoer dan waarschijnlijk in de buurt van de 300 m3/s en omdat het ook in het stroomgebied van de Maas tot na 10 februari droog blijft is de kans groot dat rond 12 februari of nog iets later de 300 en misschien de 250 m3/s wordt bereikt. Als het hogedrukgebied het inderdaad zo lang volhoudt als nu verwacht dan hoeven we pas vanaf 14 of 15 februari voor het eerst weer op neerslag en een stijgende afvoer te rekenen; maar dat is nog zo ver vooruit dat er nog weinig zekerheid over is.

Water Inzicht

Wat vertellen de trendlijnen van de hoogste Rijnafvoeren ons?

Vorige week was het 30 jaar geleden dat in de Rijn extreme waterstanden werden opgetekend. Het was het op één na hoogste hoogwater sinds het begin van de metingen; alleen in 1926 was de waterstand nog hoger geweest. De dijken hielden het op een aantal trajecten in de Betuwe maar net en de bewoners van een groot deel van het Rivierenland moesten evacueren omdat hun veiligheid niet gegarandeerd kon worden.

Er waren aan het eind van de vorige eeuw vaker grote hoogwaters en ook in 1988 en 1993 steeg de afvoer tot boven de 10.000 m3/s en er waren ook meerdere hoogwaters van boven de 9.000 m3/s. Toen aan het eind van die eeuw de balans werd opgemaakt over 100 jaar hoogwaterstanden was er daarom ook een duidelijke trend zichtbaar naar steeds hogere hoogwater afvoeren. De volgende grafiek van de hoogwaterafvoeren van 1901 t/m 2000 laat die opgaande trend (zwarte lijn) duidelijk zien.

Scherm­afbeelding 2025-02-02 om 15.05.19.png

Hoogste jaarafvoeren van de Rijn over 100 jaar over de periode 1901 t/m 2000. Ook is de trendlijn over deze 100 jaar weergegeven en het 12- en 30-jarig gemiddelde.
Hoogste jaarafvoeren van de Rijn over 100 jaar over de periode 1901 t/m 2000. Ook is de trendlijn over deze 100 jaar weergegeven en het 12- en 30-jarig gemiddelde.

Ook de meerjarige gemiddelden (in de grafiek zijn die van 12 en 30 jaar afgebeeld) lieten eind vorige eeuw een duidelijke opgaande lijn zien en beide waren hoger dan ze ooit eerder in de meetreeks waren geweest.  Mede op grond van deze duidelijke trends was het duidelijk dat het nodig was om de hoogwaterbescherming in Nederland een flinke impuls te geven.

Allereerst werd er veel achterstallig onderhoud verricht, want veel dijken waren lang niet op orde en de reden dat ze bijna doorbraken was niet omdat de afvoer zo extreem hoog was, maar vooral omdat bijna 1000 km rivierdijk in die tijd niet aan de norm voldeed. In een paar jaar tijd werd het zgn Deltaprogramma Grote Rivieren uitgerold, om de dijken overal weer aan de norm te laten voldoen en op veel plaatsen betekende dat een hogere en vooral veel sterkere dijk.

Vanwege de stijgende waterstanden en de oplopende trends beseften we ons dat de Rijn in de toekomst nog wel eens meer water zou kunnen gaan afvoeren dan waar we tot dan toe rekening mee hielden en daarom werd het programma Ruimte voor de Rivier ontwikkeld om de rivieren meer ruimte te geven. Dankzij die ruimte past er nu ca 10% meer water in het winterbed van de rivieren en hoefden de dijken, op veel plaatsen, niet nog een keer opgehoogd te worden.

Inmiddels is ook het programma Ruimte voor de Rivier alweer zo'n 10 jaar achter de rug en als er nu een hoog water zou komen zoals in 1995 zou dat waarschijnlijk geen enkel probleem zijn. Als alles werkt zoals we berekend hebben, past er zelfs 25% méér water in de rivieren, dan in 1995. Deze extra waterveiligheidsmaatregelen betekenen echter niet dat de vrees voor hogere waterstanden er door is weggenomen en ondertussen zijn we op veel plaatsen de dijken verder gaan versterken.

Daarbij wordt vaak de klimaatverandering als aanleiding genoemd, maar dat is niet helemaal terecht. De waterstanden in de Rijn vertellen ons namelijk een ander verhaal. Als we nu, net als in het jaar 2000, terugkijken op 100 jaar rivierafvoeren (dat is dan de periode vanaf 1925 tot nu) dan zien we dat de trendlijn over die periode weer helemaal terug is gezakt naar een vlakke lijn.

Scherm­afbeelding 2025-02-02 om 15.05.36.png

Hoogste jaarafvoeren van de Rijn over de afgelopen 100 jaar, over de periode 1926 t/m 2025. Ook is de trendlijn over deze 100 jaar weergegeven en het 12- en 30-jarig gemiddelde.
Hoogste jaarafvoeren van de Rijn over de afgelopen 100 jaar, over de periode 1926 t/m 2025. Ook is de trendlijn over deze 100 jaar weergegeven en het 12- en 30-jarig gemiddelde.

De reden hiervoor is dat er na het jaar 2000 vrijwel geen heel hoge rivierafvoeren meer zijn geweest. In 2003 was er nog éénmaal een hoogwater boven de 9000 m3/s en in 2011 van iets meer dan 8000 m3/s, maar daar bleef het bij wat de zeer hoge afvoeren betreft. Dit laten ook de 12- en 30-jarig gemiddelden goed zien, die weer naar een niveau van voor het eind van de vorige eeuw zijn gezakt. De trendlijn is ook gezakt naar een vlakke lijn en van een stijging is geen sprake meer.  Als we ons nu voor de hoogwaterbescherming op 100 jaar rivierenafvoeren zouden baseren, zou de rivier zelf geen aanleiding geven voor nog een schepje erbovenop. 

Nu hebben we inmiddels een langere meetreeks beschikbaar dan 100 jaar maar ook als we naar de meetreeks kijken over 125 jaar (zie volgende grafiek) dan blijkt de trendlijn inmiddels toch flink ingezakt te zijn en nog maar heel weinig op te lopen. Het gaat er steeds meer naar uitzien dat de vele hoogwaters aan we het eind van de vorige eeuw niet zozeer het gevolg waren van klimaatverandering maar meer een periodieke opleving zoals die er ook eerder in de meetreeks wel eens is geweest.

Scherm­afbeelding 2025-02-02 om 15.05.52.png

Hoogste jaarafvoeren van de Rijn over de hele meeetreeks van 125 jaar (1901 t/m 2025). Ook is de trendlijn over deze 125 jaar weergegeven en het 12- en 30-jarig gemiddelde.
Hoogste jaarafvoeren van de Rijn over de hele meeetreeks van 125 jaar (1901 t/m 2025). Ook is de trendlijn over deze 125 jaar weergegeven en het 12- en 30-jarig gemiddelde.

Dit wil overigens niet zeggen dat klimaatverandering geen invloed heeft op de Rijnafvoeren want het is wel degelijk natter geworden in de winter en dat zien we bijvoorbeeld ook terug in de gemiddelde afvoer van de Rijn die vooral in de maanden januari en nog meer in februari is gestegen. Bij de hoogste afvoeren zien we die toename echter niet terug, maar het zou goed kunnen dat juist het ontbreken van hoge afvoeren toch ook met klimaatverandering te maken heeft.

Want inmiddels is het dankzij de klimaatverandering zo'n 2 tot 2,5 graad warmer in de winter en dat betekent dat er veel minder vaak sneeuw valt én ligt in het stroomgebied.  Het is juist het smeltwater vanuit de Middelgebergten in Duitsland, Zwitserland en Frankrijk dat in de winter tijdens neerslagrijke perioden voor een extra hoeveelheid water kan zorgen; wat nu dus ontbreekt.

Met het minder worden van het aandeel smeltwater moet een hoogwater tegenwoordig helemaal uit regenwater worden opgebouwd. De kans dat er dan zoveel regen valt dat het tot een extreme afvoer leidt zoals in 1995 is daardoor, ondanks de klimaatverandering, kleiner geworden dan de kans die er in het verleden was op veel water toen regen en smeltwater nog samen optrokken.