U bent hier

Nog een week met voldoende regen voor stijgende waterstanden (vooral van de Rijn)

Ook de komende week houdt het wisselvallige weer aan met flink wat regen in de stroomgebieden. In eerste instantie krijgt vooral de Rijn er mee te maken  en hier kan de waterstand nog wat verder stijgen. De Maas moet nog tot aanstaande vrijdag wachten. Op langere termijn is de kans groot dat hoge druk vanaf de Atlantische Oceaan zich weer over het continent uitbreidt, waardoor een wat langere droge periode aanbreekt. Of dit een kort intermezzo is in de nattere periode die we nu beleven is nog niet duidelijk. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek Water Inzicht een terugblik op de maand mei, die net als de vorige voorjaarsmaanden erg droog verliep met zeer lage waterstanden tot gevolg.

Water van de week

Wisselvallig met vooral in Duitsland en de Alpen buien

De weersomslag is een feit en de laatste week van mei viel er voldoende regen om de droogte in Nederland even naar de achtergrond te verdrijven. Bijna overal in het land viel zo’n 25 tot 40 mm en daarmee staat mei 2025 niet meer in het lijstje van zeer droge meimaanden. Juni gaat daar waarschijnlijk ook niet in terecht komen, want de komende week wordt opnieuw zon 20 tot 30 mm regen verwacht. Ook In de stroomgebieden gaat aardig wat regen vallen, omdat het voorlopig lagedrukgebieden zijn die het weer in onze omgeving bepalen.

Gisteren ontstonden boven het zuidoosten van Nederland stevige onweersbuien en op sommige plaatsen viel erg veel regen. In de buurt van Roermond zelfs meer dan 80 mm en dat zijn hoeveelheden die maar het zeer zelden ergens vallen. Het is een typisch weersverschijnsel dat bij de zomer hoort. In de winter valt zelden meer dan 25 of 30 mm op één dag. Net over de grens in Duitsland viel op sommige plaatsen ook zeer veel regen maar omdat het om lokale buien gaat heeft dit op de afvoer van de Rijn niet heel veel invloed.

De buien ontstonden op de grens tussen warme en koelere lucht en deze grens is vandaag verder naar het zuiden getrokken en ligt nu boven midden Duitsland waar opnieuw stevige buien kunnen ontstaan. Morgen trekt de grens tussen de luchtsoorten verder naar het Alpengebied en ook daar worden dan zware buien verwacht. Alles bij elkaar levert dit aardig wat water op waar de Rijn van gaat profiteren. In het stroomgebied van de Maas bleef de buiigheid beperkt en ook de komende dagen wordt niet veel regen verwacht. De Maas hoeft daarom niet op veel extra water te rekenen.

Van dinsdag tot en met donderdag bevindt de grens tussen koele en warme lucht zich steeds in de nabijheid van de Alpen en dagelijks kunnen daar dan buien ontstaan. Buiten de Alpen blijft het in de stroomgebieden van Rijn en Maas op die dagen vrijwel droog. Dat verandert als vanaf donderdag nieuwe regengebieden vanaf de oceaan het continent optrekken. Vooral vrijdag en zaterdag kunnen natte dagen worden in Nederland en aangrenzende delen van België en Duitsland.

Vanaf zondag ziet het er nu naar uit dat hoge druk vanaf de Azoren zich tot over West-Europa uitbreidt en dat zou het begin kunnen zijn van een wat langere droge periode. Heel zeker is dat nog niet want de weermodellen hebben het aanbreken van deze droge periode al een paar keer moeten uitstellen en misschien zitten ze er nu weer naast. Ook lijkt het hogedrukgebied zich vooral over centraal Europa te gaan uitbreiden en is het nog de vraag in hoeverre onze omgeving daar ook van gaat profiteren. Als het op wat grotere afstand blijft, dan zouden regengebieden vanaf de oceaan in de dagen na volgend weekend misschien toch nog tot de stroomgebieden door kunnen dringen. Volgende week hierover meer duidelijkheid.

Rijn stijgt naar 8,75 m, mogelijk 9 m NAP

De regen die in het stroomgebied is gevallen heeft de Rijn de afgelopen week bijna 70 cm laten stijgen tot iets boven de 8 m (NAP). De afvoer steeg van ca 1.050 naar 1.350 m3/s. Vanaf vrijdag is daar weer iets van af gegaan maar deze daling is van korte duur want vanuit het stroomgebied is alweer wat extra water onderweg en de komende week belooft daar nog het een en ander bij te komen. De zware buien die gisteren in het midden van Duitsland zijn gevallen leverde wat extra water op dat vanaf vandaag al bij Lobith arriveert.  De waterstand stijgt daardoor verder naar ca 8,25 m (NAP) en de afvoer kan tot ca 1.500 m3/s stijgen op dinsdag.

Vanaf dinsdag stroomt er water binnen dat afgelopen vrijdag al in Zwitserland als regen is gevallen. Samen met nog wat water van buien in Duitsland stijgt de stand dan verder naar ca 8,5 m (NAP) op woensdag donderdag bij een afvoer van ca 1.600 m3/s. Omdat de eerste helft van de komende week in Duitsland niet veel regen valt, gaat de stand vanaf woensdag weer ca 20 m omlaag tot rond 8,3 m NAP op zaterdag 6/6.

Zeer waarschijnlijk gaat de stand daarna opnieuw stijgen als het water arriveert dat van maandag tot en met donderdag In de vorm van zware buien in de Alpen gaat vallen. De stand stijgt dan weer tot 8,5 m en 8,75 m NAP net na het volgend weekend. Tegen de tijd dat dit water bij Lobith aankomt, wordt in het deel van Duitsland grenzend aan Nederland ook regen verwacht en als dat inderdaad samen gaat vallen dan zou de stand bij Lobith nog wat verder kunnen stijgen tot rond de 9 m (NAP) en een afvoer van ca 2.000 m3/s rond woensdag 11 juni.

Uiteraard is dit nog met een slag om de arm want een deel van de neerslag gaat pas over ongeveer een week vallen en dat kan natuurlijk nog anders uitpakken dan nu wordt verwacht. Ook nog onzeker is wat er na dat weekend gaat gebeuren en of het inderdaad tot een wat langer aanhoudend hogedrukgebied komt. Als dat gebeurt dan zou de waterstand vanaf 12 juni weer gedurende wat langere tijd kunnen gaan dalen. Als het goed is, is de stand tegen die tijd echter voldoende gestegen om een wat langere daling het hoofd te kunnen bieden zonder al te grote ongemakken in het waterbeheer.

Maasafvoer blijft voorlopig laag, vanaf volgend weekend korte tijd wat hoger

De Maasafvoer begon de afgelopen week erg laag met bij Maastricht een afvoer van slechts 60 m3/s, maar het nattere weer leverde vanaf maandag al wel een lichte stijging op naar ca 75 m3/s. Op woensdag viel er voor het eerst sinds lange tijd wel flink wat regen en dit leverde die dag een piekje op van bijna 350 m3/s  en een daggemiddelde afvoer van ongeveer 140 m3/s. Het ging om in korte opleving want de dagen daarna daalde de afvoer weer naar ca 75 m3/s op dit moment.

De zware buien die gisteren In de Eifel vielen gingen net aan de Ardennen voorbij en ook de buien die vandaag in Duitsland vallen bleven net buiten het stroomgebied van de Maas. De Maas hoeft daarom voorlopig niet op extra water te rekenen en omdat de eerste dagen van de week ook bijna geen regen wordt verwacht, daalt de afvoer waarschijnlijk de hele week naar ca 60 m3/s. Pas op vrijdag en vooral zaterdag kan er weer aardig wat regen vallen en als dat uitkomt, levert dat genoeg op om de afvoer op zaterdag en zondag 8/6 weer te laten stijgen tot boven de 100 m3/s.

Ook dit wordt waarschijnlijk een beperkte opleving want vanaf zondag breekt waarschijnlijk een wat langere droge periode aan als het Azoren-hogedrukgebied zich naar onze omgeving uitbreidt. De kans is dan groot dat In de loop van die week de afvoer dan weer daalt tot onder de 75 m3/s en aan het eind van die week later naar 60 m3/s.

Water Inzicht

Mei was de derde maand op rij met een zeer lage afvoer in Rijn en Maas

Al sinds begin februari bevindt de Rijnafvoer zich onder het langjarig gemiddelde en sinds half maart is de afvoer zelfs gezakt tot de 10% laagste jaar afvoeren die zijn opgetreden. Toen de droogte ook in mei aanhield, kwam de afvoer rond 20 mei zelfs dicht bij de laagste afvoer die ooit rond die tijd was gemeten, maar dankzij de weersomslag van de afgelopen week ligt het niveau daar nu weer ca 400 m3/s boven.

Ook in mei was de Rijnafvoer dus aan de lage kant en met een gemiddelde van ca 1.260 m3/s kwam deze meimaand uit op de 6e plaats in de meetreeks sinds 1901 en de Rijn voerde slechts 55% af van het langjarig gemiddelde. Bovenaan in de reeks staat het jaar 1921 met een gemiddelde afvoer van slechts 985 m3/s, maar ook 2011 mag er wezen, met een gemiddelde afvoer van 1.027 m3/s. Dat jaar leek wat het weerpatroon betreft veel op het huidige jaar met een erg lange droge periode die ook in februari begon. In 2011 hield de droogte plotseling op in juni en volgde er zelfs een vrij natte zomer. Of dit jaar die lijn ook volgt is nu nog niet te zeggen, maar juni is alvast een stuk natter begonnen, dus tot zover klopt het.

Andere jaren met een lage mei-afvoer liggen al ver achter ons en zijn 1934, 1938 en 1976. In de meeste jaren met een lage mei-afvoer had juni ook een lage afvoer, maar extreme juni-maanden (een plek in de top 10) na een extreme mei-maand zijn er maar 4 in de meetreeks en extreme juli-maanden maar 3. Anders dan bij de Maas (die ik hierna beschrijf) is de Rijnafvoer dus wel in staat om zich na een droog voorjaar nog enigszins te herstellen.

Omdat de Rijn in maart en april dit jaar ook al met lage afvoeren te maken had kwam de gemiddelde voorjaarsafvoer ook erg laag uit. Hier staat 2025 met een afvoer van 1.366 m3/s op de derde plaats, met alleen 1921, 1976 en 2011 erboven. Van deze 3 jaren bleef de afvoer in 1921 en 1976 ook gedurende de zomer nog erg laag maar 2011 wist zich, zoals ik hierboven al schreef, wel tot ruim boven de extreem lage waarden uit te tillen.

In de grafiek hierna is voor alle voorjaren uit de meetreeks van de Rijn de gemiddelde afvoer weergegeven. Helemaal rechts staat het huidige jaar dat duidelijk een uitschieter is naar beneden. Wat opvalt is dat vorig jaar juist een uitschieter was naar boven. De andere jaren met een lage voorjaarsafvoer vinden we verspreid over de reeks en er is geen sprake van een toename in de laatste jaren. Jaren met een hoge en een lage voorjaarsafvoer wisselen elkaar af en de trendlijn door de hele meetreeks (zwarte stippellijn) is opvallend vlak, wat betekent dat er geen tendens is naar vaker lage of hoge afvoeren in het voorjaar.

Scherm­afbeelding 2025-06-01 om 11.58.18.png

Voorjaarsafvoeren van de Rijn bij Lobith van alle jaren sinds 1901, met daarbij de trendlijn over deze periode en het 30-jarig voortschrijdend gemiddelde
Voorjaarsafvoeren van de Rijn bij Lobith van alle jaren sinds 1901, met daarbij de trendlijn over deze periode en het 30-jarig voortschrijdend gemiddelde

Aan de hand van het 30-jarig gemiddelde (de rode lijn) zijn wel langjarige schommelingen te herkennen. Zo was de gemiddelde afvoer in de periode tot en met de 70-er jaren vrij laag om daarna in de 80-er jaren flink te gaan stijgen. Rond 2005 werd een tot nu toe hoogste waarden bereikt en het 30-jarig gemiddelde was toen ca 20% hoger dan aan het begin van de stijging. In de laatst 20 jaar is het gemiddelde weer een flink stuk gedaald en de laatste jaren wat gestabiliseerd. Dit jaar zorgt weer voor een verdere daling in het 30-jarig gemiddelde.

Het is de vraag wat er de komende tijd gaat gebeuren. De laatste ca 15 jaar waren er relatief wat meer jaren met een lage afvoer en er was ook maar een uitschieter naar boven en zelfs die was nog niet heel hoog. Als dit patroon aanhoudt, dan gaat ook het 30-jarig gemiddelde op termijn verder dalen. Maar zoals we eerder in de meetreeks kunnen zien zijn er vaker langere perioden geweest met veel lage afvoeren. Het is daarom nog steeds goed mogelijk dat we ook nu met zo’n periode te maken hebben en dat het gemiddelde over enkele jaren weer gaat stijgen. Voordat we zekerheid hebben of klimaatverandering de voorjaarsafvoeren laat dalen moeten we dus nog een aantal jaren geduld hebben.

De Maas

De Maasafvoer in mei bedroeg gemiddeld 97m3/s. Met slechts 47% van het langjarig gemiddelde wat is de afvoer in mei zeer laag. Maar het is nog geen record want in 1976 bedroeg de gemiddelde afvoer slechts 60 m3/s en ook het recente jaar 2011 was met 66 m3/s nog veel uitzonderlijker dan dit jaar. In de ranglijst van alle mei-maanden sinds 1911 komt 2025 op de 10e plaats, net zo hoog als de maand april.

Als we naar de 3 voorjaarsmaanden samen kijken dan bedroeg de gemiddelde afvoer 150 m3/s, en daarmee komt dit voorjaar op de zevende plaats. Ook hier waren 1976 met 100 m3/s in 2011 met 120 m3/s nog veel uitzonderlijker. Dat de afvoer dit voorjaar ondanks de langdurige droogte toch niet nog veel lager is geëindigd heeft er waarschijnlijk mee te maken dat de winter vrij nat was en er in de bodem van het stroomgebied nog veel water lag opgeslagen.

Als we alvast vooruitkijken naar de maand juni en de andere zomermaanden dan zien we in de meetreeks dat op een meimaand met lage afvoeren vaak ook in juni de afvoer aan de lage kant bleef. Zo volgde er op de 10 jaren met een lage mei-afvoer in 8 jaren ook een zeer lage juni-afvoer. En bij de 10 voorjaarsmaanden met de laagste afvoer was in 7 jaren de zomerafvoer gemiddeld zeer laag tot extreem laag. Op zich is het logisch dat de kans op een lage zomerafvoer na een voorjaar met lage afvoeren groter is.

Het stroomgebied kunnen we namelijk zien als een enorme buffer die zich vooral in de winter vult en dan in het voorjaar en de zomer weer langzaam leegloopt. Als het voorjaar dan zeer droog verloopt, is die buffer bij aanvang van de zomer al zo goed als leeg en heeft de Maas geen reserves meer voor de drogere weken die er later in de zomer komen. De enige uitzondering waarbij de zomer ongeveer gemiddeld eindigde was 2014. Toen verliep de zomer na een vrij droog voorjaar ronduit nat en kon de buffer in de Ardennen zich zelfs in de zomer weer voldoende vullen.

Scherm­afbeelding 2025-06-01 om 10.11.47.png

Voorjaarsafvoeren van de Maas bij Monsin (net over de grens in België) van alle jaren sinds 1911, met daarbij de trendlijn over deze periode en het 30-jarig voortschrijdend gemiddelde
Voorjaarsafvoeren van de Maas bij Monsin (net over de grens in België) van alle jaren sinds 1911, met daarbij de trendlijn over deze periode en het 30-jarig voortschrijdend gemiddelde

In de grafiek hierboven is voor alle voorjaren uit de meetreeks van de Maas de gemiddelde afvoer weergegeven. Net als bij de Rijn is de trendlijn vrijwel vlak, wat er op wijst dat er geen grote veranderingen zijn opgetreden in de afvoeren in het voorjaar. In de meetreeks herkennen we ook weer de langjarige schommelingen, met een periode van tientallen jaren tot de 70-er jaren, met een vrij lage gemiddelde afvoer. Waarna in de 80-er jaren de afvoer flink gaat stijgen om rond 2005 een hoogste waarde te bereiken, bijna 25% hoger. Omdat het bij de Maas om een regenrivier gaat moet dit samenhangen met het vaker optreden van natte maanden.

In de laatste 15 jaar is het gemiddelde weer flink gedaald en de laatste jaren wat gestabiliseerd, vanwege een grote aantal voorjaren met een lage gemiddelde afvoer. Wat de toekomst gaat brengen is nog niet te zeggen. Mogelijk zet de dalende trend zich voort, maar het kan ook zijn dat de huidige periode van lage afvoeren, net als eerder in de meetreeks, weer wordt gevolgd door een aantal nattere voorjaren. Vorig jaar was zo’n voorbeeld van een natter voorjaar, maar dat was eenmalig, want dit jaar lijkt de opdrogende trend toch weer aan het langste eind te trekken.