U bent hier

zondag 14 april 2019

De komende 10 dagen wordt er vrijwel geen neerslag verwacht en omdat ook de afgelopen week al droog verliep, zullen de waterstanden de hele week langzaam blijven dalen. In dit bericht in de waterverwachting voor Rijn en Maas ook een korte terugblik op hoe 2019 tot nu toe verloopt en aan het eind van het bericht aandacht voor het zoutgehalte in het IJsselmeer.

Het droge weer houdt aan, dalende waterstanden

Een groot hoge drukgebied boven Scandinavië verstevigt zijn greep op het weer in de stroomgebieden van Rijn en Maas. Vorige week wisten enkele kleine neerslaggebiedjes nog door te dringen tot midden Europa, maar daar is deze week geen sprake meer van. En op een enkele bui na verloopt de week daarom droog. 

Als we nog een week verder kijken, dan houdt het droge weer in ieder geval ook dan nog aan, tot zeker het midden van die week. Volgens de weermodellen boet het hoge drukgebied pas na 24 april langzaam in in kracht en dan zouden ook neerslaggebieden vanaf de Atlantische Oceaan weer dichterbij kunnen komen. Maar dat is nog ver weg en daarom onzeker.

Het beetje regen dat afgelopen week viel, leverde net voldoende water op om de waterstanden in de rivieren ongeveer stabiel te houden. Maar inmiddels is het extra water op en dalen de standen weer. Die daling zal de hele week aanhouden.

Rijn daalt deze week; waterstanden naar niveau dat eens in de 10 jaar optreedt

De afgelopen week bleef de Rijnafvoer vrijwel stabiel omdat er nog wat extra water onderweg was van de regen die op maandag en dinsdag in het stroomgebied viel. Bij Lobith schommelde de waterstand rond de 8,75 m +NAP, wat overeen komt met een afvoer van ca 1750 m3/s. Dat is al duidelijk onder de normale afvoer voor deze tijd van het jaar, die ca 2300 m3/s bedraagt. 

De komende week tot 10 dagen blijft de afvoer dalen. Het gaat niet heel snel, omdat de afvoer al vrij laag is. Dagelijks daalt de afvoer met eerst ca 50 m3/s, later afnemend naar ca 25 m3/s. Volgend weekend daalt de afvoer dan onder de 1500 m3/s (bij een stand ca 8,3 m +NAP) en zeer waarschijnlijk zet de daling daarna nog enige tijd door, tot ca 1300 m3/s in het midden van de week daarna. Daar hoort dan een stand bij van rond de 8 m +NAP.

Een afvoer van 1300 m3/s is net iets meer dan de helft van de normale afvoer en dus laag voor de tijd van het jaar. Sinds 1900 zijn er circa 10 jaren geweest met een nog lagere afvoer rond deze tijd van het jaar; de laatste keer was dat nog maar kort geleden, in 2017. Toch hoeven we bij de Rijn niet te vrezen dat de afvoer in de weken daarna nog veel verder gaat dalen. Door het warme weer dat later in de week op gang gaat komen, zal de sneeuw in de Alpen beginnen te smelten en dat zal de komende weken een steeds grotere bijdrage gaan leveren aan de afvoer van de Rijn. 

In de figuur hieronder is het verloop van de Rijnafvoer tot nu afgebeeld met een rode lijn, in vergelijking met de gemiddelde afvoer (groene lijn) en de hoogste (bruin) en laagste afvoer (zwart). Ook is het jaar 2018 afgebeeld als een blauwe lijn.

Verloop Rijnafvoer 2019.jpg

Verloop Rijnafvoer in 2019 in vergelijking met gemiddelde, extremen en 2018
Verloop Rijnafvoer in 2019 in vergelijking met gemiddelde, extremen en 2018

De grafiek laat zien dat de Rijnafvoer deze winter meestal onder het gemiddelde lag, alleen tijdens enkele korte pieken. Hierin herkennen we het weerbeeld van de afgelopen winter in het stroomgebied, waarin lange droge perioden werden afgewisseld door kortere perioden met flink wat neerslag. Nu het alweer een maand aan de droge kant is, zakt de afvoer weg en de verwachting (rood gestippeld) is dat die daling doorzet tot de 10% percentiel-lijn. Dit is de lijn waaronder zich de 10% jaren bevinden met de laagste afvoer. De laagste avoer ooit rond deze tijd van het jaar dateert van 1921 en bedroeg ca 850 m3/s.

Maasafvoer daalt de hele week

In de Ardennen viel in het begin van de afgelopen week nog wat neerslag en daarom stabiliseerde de Maasafvoer, die al sinds hal maart daalde, even rond de 225 m3/s bij Maastricht. Inmiddels is het extra water van de regenval al weer langs gestroomd en is de afvoer weer onder de 200 m3/s gezakt. Die daling zet de hele komende week voort en aan het eind van de week verwacht ik een daggemiddelde afvoer van ca 150 m3/s. In de week daarna zet die daling nog verder door tot rond de 125 m3/s. 

Dit zijn ook de voor de Maas lage afvoeren voor deze tijd van het jaar. Gemiddeld genomen bedraagt de afvoer nu namelijk ca 275 m3/s. Toch is de huidige afvoer wat minder extreem dan bij de Rijn, omdat er bij de Maas veel meer jaren zijn met lage afvoeren. Sinds 1940 waren dat er al ca 20, wat betekent dat een zo lage afvoer gemiddeld eens in de 4 jaar voorkomt. Terwijl de Rijn nu een afvoer heeft die in deze tijd van het jaar maar eens in de 10 jaar voorkomt. 

Dit verschil is ook zichtbaar in de grafiek met het jaarverloop van de Maas tot nu toe. De lijn van 2019 bevindt zich nog ruim boven de lijn van de 10% jaren met de laagste afvoer. 

Verloop Maasafvoer 2019.jpg

Verloop Maasafvoer in 2019 in vergelijking met gemiddelde, extremen en 2018
Verloop Maasafvoer in 2019 in vergelijking met gemiddelde, extremen en 2018

Verder laat de grafiek zien dat de Maasafvoer de eerste 3 maanden van dit jaar wat vaker rond of boven het langjarig gemiddelde schommelde dan de Rijn. Het stroomgebied van de Maas ontving deze winter ook relatief wat meer regen dan het stroomgebied van de Rijn. Op de Alpen na dan, waar juist weer heel veel neerslag viel. 

Zoutgehalte IJsselmeer heeft laagste niveua bereikt

Als gevolg van de lage Rijnafvoeren in de zomer en het najaar van 2018 was het zoutgehalte van het IJsselmeer hoog opgelopen. Bij het meetpunt Andijk liep het gehalte zelfs op tot 200 mg/l, terwijl tussen de 80 en 100 normaal is. Voor het drinkwater dat uit het IJsselmeer wordt gewonnen geldt 150 mg/l als bovengrens voor de waterinname en de situatie voor de waterwinbedrijven was dus problematisch en alle buffers moesten aangesproken worden. 

Het hoge zoutgehalte was enerzijds het gevolg van zout zeewater dat bij het schutten van de sluizen in de Afsluitdijk, bij den Oever en Kornwerderzand, het IJsselmeer in was gestroomd. In een normale situatie spoelt dat zout met het spuien van het overtollige rivierwater, dat via de IJssel het IJsselmeer in stroomt, weer naar buiten. Maar omdat de Rijnafvoer vanaf juli t/m november erg laag was, ontving de IJssel ook heel weinig water en kon er al die tijd niet of nauwelijks gespuid worden en nam het zoutgehalte daarom langzaam toe. 

Een andere bron van zout was het Rijnwater zelf. Van nature heeft de Rijn geen hoog zoutgehalte, maar doordat de zoutindustrie in Frankrijk zout afvalwater loost, neemt het zoutgehalte bij lage afvoeren soms flink toe. In het najaar liep het zoutgehalte in de Rijn daardoor zelfs op tot boven de 150 mg/l en was dus ook het water waarmee het IJsselmeer gespuid had moeten worden al boven de drinkwaternorm uitgekomen.

Tenslotte speelde nog mee dat er in de warme zopmer van 2018 vanaf het grote wateroppervlak van het IJsselmeer ook veel water verdampte. Op warme dagen kan dat een halve centimeter zijn en over het hele zomerhaljaar bedroeg het wel 30 cm. Het IJsselmeer dampte dus langzaam in en omdat het water dat verdampt geen zout bevat, nam het zoutgehalte van het resterende water langzaam toe. 

Het was nog niet eerder gebeurd dat de problemen met het zout in het IJsselmeer zo groot waren als vorig jaar en onze nationale waterton, zoals het IJsselmeer wel genoemd werd, voldeed dus niet aan onze verwachtingen. Door de Nationale Droogtetafel, ingesteld door de minister van I&W, zijn daarom maatregelen bedacht om problemen in het vervolg zoveel mogelijk te voorkomen. Een van de maatregelen is om tijdens droogte minder frequent te schutten bij de sluizen en om bellenschermen aan te leggen die het indringende zoute zeewater moeten tegenhouden. Aan het soms hoge zoutgehalte in de Rijnwater wordt voorlopig niets gedaan en aan het besparen van water bij de waterinname vanuit het IJssdelmeer ook niet.

In de grafiek hieronder is het verloop van het zoutgehalte afgebeeld van het IJsselmeer (rode lijn) tesamen met de Rijnafvoer bij Lobith (blauwe lijn) vanaf medio november 2018. Het begin van de grafiek ligt nog in de periode met de zeer lage rivierafvoer en het toen tot 200 mg/l oplopende zoutgehalte. Als de rivierafvoer vanaf begin december toe gaat nemen, gebeurt er eerst nog heel weinig met het zoutgehalte. Ook al is het Rijnwater nu minder zout dan tijdens de periode met lage afvoeren, toch blijft het gehalte nog ruim een maand erg hoog. 

Andijk zoutgehalte.jpg

Zoutgehalte IJsselmeer (in mg/l Chloride) en de Rijnafvoer bij Lobith (in m3/s) vanaf november 2018 tot nu. Bron: waterinfo.nl
Zoutgehalte IJsselmeer (in mg/l Chloride) en de Rijnafvoer bij Lobith (in m3/s) vanaf november 2018 tot nu. Bron: waterinfo.nl

Dit heeft te maken met het feit dat het volume van het IJsselmeer erg groot is en er dus erg veel water nodig is om het een beetje te verdunnen. Daar kwam nog bij dat het meest zoute water in het IJsselmeer zich vooral op de bodem bevond en toen het soms flink ging waaien in december, wervelde dat ook nog eens op, waardoor het gehalte bij het meetpunt soms zelfs nog verder opliep.

Pas in januari begint het zoutgehalte duidelijk te dalen. Eind december passeert er een kleine hoogwatergolf en samen met beekwater uit Overijssel en Gelderland (dat veel zoeter is dan het Rijnwater) zorgt dit voor een duidelijke daling. Eind januari is er dan nogmaals een hoogwatergolf en de daling zet zich dan door.

Begin maart is het gehalte bij ca 110 mg/l uitgekomen en ondanks dat dan de grootste hoogwatergolf van deze winter passeert, neemt het gehalte nog maar weinig af. Dit wordt veroorzaakt doordat het Rijnwater zelf deze winter niet veel zoeter is geworden dan 90 tot 100 mg/l en veel zoeter dan dat kan het IJsselmeer dan ook niet worden.

De komende 10 tot 15 dagen zal de Rijnafvoer nog verder afnemen en dan zal ook het zoutgehalte van het rivierwater weer gaan toenemen; tot boven de 100 mg/l. Het aangevoerde rivierwater zal dan al weer zouter zijn dan het water in het IJsselmeer en het zoutgehalte van het meer zal dus (voorlopig) niet verder meer dalen.