U bent hier

zondag 20 januari 2019

Het is rustig en droog in de stroomgebieden van Rijn en Maas en de waterstanden dalen. De water-verwachting voor de rivieren is daarom deze week niet zo spannend en de kans is groot dat dat wel even zo blijft. Verder in dit bericht kort aandacht voor de nog steeds te lage grondwaterstanden en een wat uitgebreidere analyse van de Kier die deze week (even) open ging en invloed had op het water in het Haringvliet . 

Droog in de stroomgebieden; waterstanden dalen de hele week

Na een kort natter intermezzo met enkele neerslagzones die over de Benelux naar het oosten trokken is het nu weer droog geworden in Noordwest Europa. Zoals al zo vaak de afgelopen maanden wordt ons weer wederom bepaald door hoge drukgebieden. Deze liggen in een brede band vanaf de Atlantische Oceaan, over onze omgeving naar het oosten tot aan de Oekraïne toe. 

Dinsdag lukt het een echter lage drukgebiedje om een wig te drijven in deze gordel van hoge druk en dit weersysteem beweegt dan vanaf IJsland via onze omgeving naar het Middellandse Zeegebied. Er kan dan een dun laagje sneeuw vallen in Nederland en ten zuiden van ons. Daarna herstelt de band van hoge druk zich weer voor enkele dagen en rond volgend weekend lijkt dit patroon zich te herhalen met weer een zogenaamd duikend lage drukgebiedje dat door de gordel van hoge druk heen breekt. Ook dan zal er zeer waarschijnlijk niet heel veel neerslag vallen.

De komende week wordt daarom in de stroomgebieden maar weinig neerslag verwacht en als er wat valt, dan zal het sneeuw zijn; maar ook dan niet meer dan een centimeter of 5. De afvoer van de Rijn en de Maas zal de hele week dalen en de uiterwaarden, die hier en daar een beetje onder waren gelopen tijdens het kleine hoogwatergolfje van afgelopen week, zullen weer spoedig droog vallen.

Ook op langere termijn lijkt het koude en overwegend droge weer aan te houden en tot begin februari zijn de verwachte neerslaghoeveelheden klein. De waterstanden zullen daarom voorlopig niet gaan stijgen en de kans op een hoogwatergolf de komende 3 weken is dan ook heel klein. 

Rijn steeg afgelopen week tot 3760 m3/s en een stand van 11,43 m; komende week weer snel dalend

De regen van vorig weekend leverde een kleine hoogwatergolf op, die vrijdagochtend Lobith passeerde. Inmiddels is het piekje via de Waal en Nederrijn al in het Benedenrivierengebied aangekomen, waar het nu naar zeer wordt afgevoerd. In de IJssel is het water wat langer onderweg en is hoogste punt nu bij Zwolle aangekomen. Via het IJsselmeer wordt het water daar de komende dagen naar de Waddenzee afgevoerd. 

In deze watergolf was ook wat smeltwater van sneeuw terug te vinden, dat vooral afkomstig was uit de Middelgebergten, zoals Eifel, Zwarte Woud en Vogezen. Het dunne sneeuwdek dat daar aanwezig was, is nu weer grotendeels verdwenen. Met de sneeuwval in de Alpen had deze watergolf niets te maken. De sneeuw die daar viel, ligt er nog, netjes opgeslagen boven de 1000 m hoogte, te wachten tot het in april en mei gaat smelten. Tegen die tijd gaat de Rijn daar nog van profiteren want er ligt genoeg.

Het hoogwatergolfje was net iets hoger dan de golf van eind december en de waterstand kwam nu 35 cm hoger uit. Net voldoende om de lagere delen van de uiterwaarden van de Waal, Rijn en IJssel te laten overstromen. Na vrijdag is de afvoer bovenstrooms weer snel gaan dalen en inmiddels is de stand bij Lobith al weer 80 cm lager, tot 10,65 m +NAP op dit moment. De komende week zet die daling door, eerst nog met ca 50 per dag en daarna met afnemende snelheid tot 10 à 15 cm per dag aan het eind van de week. Dinsdag aanstaande wordt de 10 meter bij Lobith dan weer onderschreden en volgend weekend de 9 meter; bij dan een afvoer van ca 2000 m3/s.  De kans is groot dat in het midden van de week daarna ook de 8,5 m weer wordt bereikt, met daarbij een afvoer van iets boven de 1500 m3/s. De normale afvoer in deze tijd van het jaar bedraagt ca 3.000 m3/s

Maaspiekje al weer afgevoerd naar zee, afvoer daalt de hele week 

In de Maas trad door de regenval en sneeuwsmelt van vorig weekend ook een klein piekje op. Het hoogste punt van de piek bereikte Maastricht al op dinsdag bij een afvoer van iets boven de 600 m3/s. Dit kan nauwelijks een piek genoemd worden, want de gemiddelde afvoer voor deze tijd van het jaar bedraagt al ca 500 m3/s. De piek is daarna in een dag of 3 afgevoerd naar het benedenrivierengebied en nu al weer grotendeels afgevoerd naar de Noordzee. 

Bij een afvoer van 600 m3/s overstronen de uiterwaarden langs de Maas nog niet; dat gebeurt pas bij ca 1000 m3/s en dan nog alleen de laagste delen. Alleen langs de Grensmaas staan de oeverzones bij 600 m3/s al wel ruimschoots onder water, maar die zones zijn daar ook speciaal voor verlaagd om meer water af te kunnen voeren tijdens hoogwater en om de natuur die gedijt onder natte omstandigheden meer kansen te bieden. 

De Maasafvoer bij Maastricht bedraagt nu nog ongeveer 350 m3/s en zal de hele komende week langzaam verder dalen;  dagelijks met zo’n 25 m3/s en aan het eind van de week wordt de 250 m3/s dan weer onderschreden. Na volgend weekend is de kans groot dat de afvoer verder daalt tot 200 m3/s of nog iets lager.

Grondwaterstanden zandgronden in januari maar weinig aangevuld 

Voor Nederland betekent het overwegend droge weer dat ons de komende weken te wachten staat dat januari als een te droge maand de boeken in zal gaan met zo’n 4 tot 5 cm neerslag die gemiddeld over het land is gevallen. Dat is ruim onder de normale hoeveelheid voor januari,  die 8 cm bedraagt. 

De tekorten in het grondwater die de afgelopen zomer waren ontstaan en die in december nog maar een klein beetje waren ingelopen, zullen er daarom niet minder om worden. Met nog maar 2 maanden voor de boeg dat er gewoonlijk nog aanvulling van het grondwater plaats zou kunnen vinden, wordt de kans groot dat dat niet gaat lukken en dat we deze zomer op de zandgronden van Nederland nog steeds rekening zullen moeten houden met (veel) te lage grondwaterstanden. De kaart hieronder van Brabant laat ook zien dat op veel plaatsen (rood of oranje bolletje) de grondwaterstand nog te laag is. Alleen in de grotere beekdalen, zoals dat van de Aa en de Dommel en dicht bij de Maas is de waterstand nu ongeveer normaal, maar daarbuiten vaak nog te laag.

Schermafbeelding 2019-01-20 om 14.50.04.png

Situatie grondwater in Brabant
Situatie grondwater in Brabant

De Kier ging deze week even op een kier

Na een lange aanlooptijd was het afgelopen week zo ver dat de sluizen in de Haringvlietdam op een Kier gingen. Nu staan de Haringvlietsluizen wel vaker open, maar dat is alleen om rivierwater naar zee af te voeren. Dat gebeurt als het eb is op zee en het waterpeil in het Haringvliet hoger staat dan op de Noordzee. De Kier betekent nu dat de sluizen ook open staan als het vloed is op zee en er stroomt dan dus zout zeewater het Haringvliet in. Zo ontstaat weer een min of meer natuurlijke overgangszone tussen zoet en zout en daar profiteren vooral vissen van die tussen de zee en de rivier migreren.

Sinds de afsluiting in 1970 was het Haringvliet gevuld met zoet water en werd er ook water uit onttrokken voor drinkwater en aanvoer naar de landbouw. De afgelopen jaren zijn de innamepunten voor zoetwater die in de eerste 10 kilometer van het Haringvliet lagen, allen naar het oosten verplaatst en daarom is er nu geen bezwaar meer om het zoute water binnen te laten komen. Afspraak is wel dat het zout niet verder zal komen dan de eerste 10 km het Haringvliet in, omdat de innamepunten dan alsnog in de problemen zouden komen. 

Dit nieuwe beheer vereist heel wat stuurmanskunst van de sluisbeheerder (Rijkswaterstaat) en omdat hij daar helemaal geen ervaring mee heeft (de sluis stond 50 jaar lang maar een kant op open), zal hij dat de komende tijd eerst onder de knie moeten krijgen. De komende tijd, mogelijk zelfs de eerste paar jaar, zal er vooral geoefend worden om het sluisbeheer zo in te regelen dat de kans op een te ver doordringen van het zoute water zo klein mogelijk is. Deze fase wordt het lerend implementeren genoemd en dit proces is de afgelopen week dus gestart.

Op dinsdagochtend 15 januari was het zover dat de Kier een beetje open ging. In een filmpje op youtube legt RWS uit hoe dat in zijn werk ging. Voorlopig ging het om één sluisdeur (er zijn er 17) die tijdens vloed één meter werd geheven. Er is dus heel voorzichtig begonnen, maar ondanks dat was het al wel meteen merkbaar in het westelijk deel van het Haringvliet. Niet aan de grootte van het getij trouwens, wat vaak wordt gedacht; die zal door het een beetje openen van de sluizen niet veranderen en dat gebeurde ook niet. 

Het openzetten van de sluis was wel merkbaar aan het zoutgehalte in het water van het Haringvliet. Rijkswaterstaat heeft een groot aantal meetpontons in het Haringvliet gelegd en die meten continu het zoutgehalte. In de figuur hieronder is aangegeven waar de meetpunten liggen. In totaal zijn het er 6, die alle op 3 verschillende dieptes meten. Het Haringvliet is namelijk tot 15 m diep en zout water heeft de eigenschap dat het zwaarder is dan zoet water en daarom naar de bodem zakt. Als er alleen aan het oppervlak gemeten zou worden, zou je weinig merken van het zout dat binnendringt. 

kaart met meetpunten.jpg

Kaart Haringvliet met ligging meetpunten zoutgehalte (bron RWS)
Kaart Haringvliet met ligging meetpunten zoutgehalte (bron RWS)

In de grafieken hieronder is van meetpunt 1, 2, 3 en 4 (zie kaart voor de ligging) weergegeven hoe het zoutgehalte op de drie dieptes veranderde ten tijde dat de kier open was. Het gaat om steeds 3 grafiekjes, de dieptes staan links boven. Het zoutgehalte wordt gemeten in milligram per liter. Let er op dat de waarden per grafiek sterk uiteenlopen en dat de schaal van de verticale as daarom ook sterk verschilt. 

Stellendam binnen verloop op 3 dieptes.jpg

Verloop zoutgehalte op 3 dieptes bij meetpunt 1
Verloop zoutgehalte op 3 dieptes bij meetpunt 1

In het eerste meetpunt achter de dam is in op 15 januari net na de opening nog maar weinig te zien. Het zoutgehalte stijgt nauwelijks, zelfs niet op 11 m diepte, waar het zout het eerst merkbaar zou moeten zijn. Pas in de nacht van 16 op 17 januari zien we wel een duidelijke toename. De oorzaak voor de late aankomst van het zoute water ligt waarschijnlijk in het feit dat de vloed op 15 januari niet zo hoog kwam en er daarom maar weinig water kon instromen. De grafiek van het waterpeil buitengaats (zie hieronder) met daarin de eb- en vloedbeweging laat dat ook zien.

Stellendam buiten stand.jpg

Waterstand buitengaats Haringvliet
Waterstand buitengaats Haringvliet

Maar op 16 januari ’s avonds is de vloed wel voldoende sterk om een flinke hoeveelheid zout water naar binnen te laten stromen. Het zoute water zakt meteen naar de diepte en op 13 m diep verzilt het sterk, op 6 m diepte is minder van de influx van zout te merken en op 2 m diepte was er alleen een korte flux. 

Op 18 januari neemt het zoutgehalte ineens ook weer sterk af. De Rijnafvoer is dan zo hoog geworden dat al het zoute water weer mee naar buiten wordt gevoerd. Inmiddels is de Kier ook alweer gesloten en daarom zien we na 18 januari het zout niet weer terugkeren. 

Toch is niet al het zout weg. Eén meetpunt verder naar het oosten, bij meetpunt 2, zien we dat er op 13 m diepte nog steeds zoutwater aanwezig is. Dit is een wat dieper gedeelte van het Haringvliet en in dat putje is wat zout water achtergebleven. Hogerop op die plek is het zout al op 17 januari weer weggespoeld en aan de oppervlakte is daar maar heel even een lichte verhoging te merken geweest. 

Hvliet west verloop op 3 dieptes.jpg

Zoutgehalte bij meetpunt 2
Zoutgehalte bij meetpunt 2

Bij meetpunt 3, nog wat verder naar het oosten, lijkt de situatie op meetpunt 2. Ook hier is het diepste deel nog steeds zout, maar we zien wel hoe iedere keer tijdens eb, als de sluis wel open staat, het zoete water langs stroomt en een deel van het zout daar wegvoert. Als de sluis dan weer sluit, stroomt er weer zout water van uit de omgeving naar dit punt ene hoogt het gehalte weer wat op; maar steeds wat minder hoog; een teken dat het wel wordt afgevoerd.

Kier 3 verloop op 3 dieptes.jpg

Zoutgehalte bij meetpunt 3
Zoutgehalte bij meetpunt 3

Bij meetpunt 4, het laatste meetpunt in de monding, is het zout vrijwel niet gekomen. Er zijn alleen wat schommelingen rondom zeer lage zoutwaarden.

Samengevat zien we dat er een flinke hoeveelheid zoutwater naar binnen is gestroomd op 16 en 17 januari en dat dit zout snel naar de bodem is gezakt. Aan de oppervlakte was er maar heel weinig van te merken. Een groot deel van het zout dat op de bodem terecht kwam, is kort daarna door de vrij grote uitstroom van zoet rivierwater (ca 2500 m3/s komt er via de Rijn en de Maas aan, waarvan ongeveer 25% via het Haringvliet naar zee stroomt) nu alweer naar zee gestroomd. Alleen in een diep deel van het Haringvliet, ter hoogte van meetpunt 2 en 3, bevindt zich nu nog een restje dat er langer over doet voordat het weer is wegegspoeld. 

Als we dan nog wat verder naar het oosten gaan, bij meetpunt 5, dan zien we toch wat opvallends (zie figuur hieronder). Dit is het meetpunt bij het innamepunt voor zoetwater van Middelharnis en hier zou het zoute water helemaal niet mogen komen. Er is hier echter wel een duidelijke piek te zien, niet heel erg zout, maar duidelijk meer dan bij punt 4.

Als we goed kijken dan zien we echter dat deze piek al op 9 en 10 januari optrad, dus ruim voor de opening van de Kier. Het ging hier dan ook niet om zout water dat via de Kier was ingestroomd, die was toen namelijk nog niet open, maar om zout dat langs een andere weg bij Middelharnis is terecht gekomen.

Tegenover Middelharnis ligt namelijk het Spui (zie kaart hierboven) en die rivierarm staat via de Oude Maas in verbinding met de Nieuwe waterweg en dus met zee. Via die weg is op 8 januari tijdens een periode met harde wind een flux zout zeewater tot helemaal in het Haringvliet gestroomd. Ook al ligt dit innamepunt van zoetwatere buiten het bereik van de Kier, dat betekent nog niet dat het helemaal geen risico loopt op verzilting.

Middelharns piek aw verzilting.png

Zoutpiek bij Middelharnis agv verzilting via het Spui en niet via de Kier
Zoutpiek bij Middelharnis agv verzilting via het Spui en niet via de Kier