U bent hier

zondag 25 november 2018

In dit waterbericht eerst aandacht voor de situatie in de Rijn en de Maas, waar binnen afzienbare tijd een einde lijkt te gaan komen aan de lange periode van lage afvoeren; nadat eerst misschien nog net een recordlaagste stand wordt bereikt bij Lobith. In het tweede gedeelte eerst aandacht voor de scheefstand van het IJsselmeer en daarna komt nogmaals de huidige droogte aan bod, want ook al is het gras nu een stuk groener dan in de afgelopen zomer, toch houdt de droogte in Nederland nog steeds aan en hebben de waterbeheerders er hun handen vol aan om de situatie te managen.

Einde laagwaterperiode lijkt in zicht

Vanaf halverwege de komende week zien de weerkaarten er heel anders uit dan we de afgelopen maanden gewend waren en dit zou wel eens de weersomslag kunnen betekenen waar we zo lang op hebben moeten wachten. 

De hele afgelopen week werd het weerpatroon nog gedomineerd door een hogedrukgebied dat zich uitstrekte over het noorden van de Atlantische Oceaan, met een uitloper naar Scandinavië. De wind kwam in onze contreien uit het oosten en voerde wel veel bewolking mee, maar nauwelijks neerslag. Vandaag schuift een klein lage drukgebiedje over Frankrijk naar het oosten, maar dat lost snel op en brengt vrijwel geen neerslag in de stroomgebieden.

Vanaf dinsdag zet dan de verandering in. De motor daarachter is een zeer groot en diep lagedrukgebied (met een kerndruk van 950 hpa) dat zich op de Atlantische Oceaan vormt, ten westen van Ierland. Dit lagedrukgebied begint de dagen daarna aan een serieuze aanval op het bolwerk van hoge druk in het noorden. Dat hogedrukgebied is tegen die tijd al opgeschoven naar Scandinavië en moet de dagen daarna uitwijken naar het oosten tot het volgend weekend boven Zuid Rusland is aangekomen. 

Dat is ver genoeg naar het zuidoosten en deze luchtdrukverdeling maakt de weg vrij voor regenzones die vanaf de Oceaan over Noordwest Europa gaan bewegen. Op woensdag wordt de eerste neerslagzone verwacht en daarna volgen er meer en lijkt er voor het eerst sinds maart dit jaar weer sprake te zijn van een westelijke circulatie die vochtige Oceaanlucht aan gaat voeren. 

Toch zijn er ook nu nog wel addertjes onder het gras. De hoge druk boven Rusland blijft wel heel krachtig en vormt later ook weer uitlopers tot boven de Alpen. En de lagedrukgebieden boven de Oceaan bewegen vooral van zuid naar noord en niet zoals in een echte westcirculatie van zuidwest naar noordoost of nog beter van west naar oost. Dit zou kunnen betekenen dat de regenzones toch niet zo ver het vasteland op kunnen trekken en dat de neerslaghoeveelheden in de stroomgebieden van Maas en Rijn beperkt blijven. Eind volgende week zal meer duidelijk zijn of de Westelijke circulatie echt door gaat zetten. 

Rijn nadert opnieuw de laagste afvoer van het jaar 

Na de kleine stijging van 2 weken terug daalde de Rijnafvoer de hele afgelopen week en is inmiddels bij Lobith weer net onder de 750 m3/s gezakt. De waterstand bedraagt daar nu 6,55 m +NAP. De komende 4 tot 5 dagen daalt de afvoer nog heel langzaam verder en het zal er om spannen of de tot nu toe laagste afvoer van dit jaar (730 m3/s op 30 oktober j.l.) zal worden onderschreden. Als het gebeurt, dan zal dat op donderdag of vrijdag a.s. zijn. 

Dit is geen record-laagste afvoer, die werd bereikt op 4 nov 1947 met 620 m3/s. Die waarde zullen we dit jaar niet halen, want daarvoor dalen de afvoeren nu te langzaam en vanaf eind deze week verwacht ik ook een stijging. Wel is er kans dat de laagste waterstand ooit bij Lobith wordt onderschreden, die werd eind oktober van dit jaar bereikt met een stand van 6,50 m +NAP bij Lobith.

In de grafiek hieronder is het afvoerverloop van 2018 weergegeven tezamen met de andere jaren sinds 1900 met een zeer lage afvoer. Te zien is hoe 2018 zich kan meten met de andere jaren met zeer lage afvoeren, die, net als dit jaar, vaak ook zeer lang duurden. Er waren wel korte oplevingen, maar telkens zakte de afvoer na enige tijd weer terug. 

lage afvoeren 2018.jpg

Verloop van de jaren met de laagste afvoeren sinds 1900
Verloop van de jaren met de laagste afvoeren sinds 1900

Ik heb het niet nagezocht maar ik verwacht dat de andere jaren met lage afvoeren ook een hardnekkig weerpatroon kenden, waarbij de luchtcirculatie vanaf de Oceaan maandenlang was geblokkeerd. In 1921, ’53 en ’59 liep dit zelfs door tot eind december. Het is een weerpatroon dat we de laatste decennia niet vaak hebben gezien, omdat de invloed van de Atlantische Oceaan agv de klimaatverandering eerder groter dan kleiner is geworden. Maar het weer is altijd weer in staat ons te verrassen.

Als woensdag aanstaande de eerste neerslaggebieden het stroomgebied van de Rijn bereiken, dan duurt het nog wel een dag of 3 tot 4 voordat het eerste water ook Lobith zal bereiken. Ik verwacht daarom pas vanaf het weekend een stijgende afvoer en waterstand. Voorlopig gaat het niet om grote hoeveelheden neerslag die worden verwacht, maar omdat de verdamping gering is en de vegetatie ook geen water meer invangt, heeft ook een wat kleinere hoeveelheid neerslag wel meer invloed op de afvoer dan een zelfde hoeveelheid regen in het zomerhalfjaar. 

Hoe ver de afvoer gaat stijgen is nu nog niet te zeggen en ook is nu nog niet duidelijk of het wisselvallige weer op lange termijn ook aanhoudt. De kansen op een langere natte periode zijn in ieder geval nu wel groter dan een terugkeer van het rustige hoge druk weer. Volgende week hierover meer.

Maasafvoer nog een week zeer laag

De afvoer van de Maas blijft ook deze week nog zeer laag met bij Maastricht een daggemiddelde afvoer van ca 30 – 35 m3/s. Nadat de kanalen die bij Maastricht beginnen daar ca 25 m3/s van af hebben genomen, blijft er voor de Maas zelf nog ca 10 m3/s over.

Woensdag valt dan de eerst regen, maar die hoeveelheden lijken nog vrij klein te blijven. Vanaf donderdag kan er meer regen vallen en in het weekend verwacht ik dan dat de afvoer dan weer gaat stijgen. Hoe ver is nog niet te zeggen, maar een afvoer van 200 m3/s zal de Maas al snel bereiken.

Tot nu toe kende de Maasafvoer bij Borgharen dit jaar bijna 150 dagen met een lage afvoer, dwz onder de 50 m3/s. In een gemiddeld jaar zijn dat er ca 70. Toch springt dit jaar er bij de Maas niet meteen uit, want er zijn sinds 1911, toen de metingen begonnen, nog ruim 20 jaren met een groter aantal dagen met een lage afvoer. Zoals bijvoorbeeld 1976 met 220 en recent 2011 met 227 dagen. 

Met nog maar 1 maand te gaan zal 2018 deze jaren niet meer inhalen. De oorzaak voor het beperkte aantal dagen dit jaar heeft te maken met het feit dat de droogte pas vanaf half juni begon. De winter was dit jaar vrij nat en het voorjaar ongeveer gemiddeld. Vooral de zomer en het najaar waren droog en daar reageerde de Maas wel snel op met lage afvoeren, maar een plaats in de top 10 zat er toen al niet meer in. 

Dat 2018 toch wel extreem was, blijkt pas als we naar de nog lagere afvoeren kijken. Op ca 115 dagen bleef de afvoer dit jaar namelijk onder de 20 m3/s en dat gebeurde in slechts 4 jaren vaker dan dit jaar. Hier vinden we 2018 dus wel vrijwel bovenaan in de ranglijst, al zijn ook daar 1976 met 169 dagen en 2011 met 157 dagen nog wel wat extremer. Het verschil in positie in beide ranglijsten laat zien dat de overgang van gemiddelde naar zeer lage afvoeren dit jaar snel verliep en dat de rivier daarna al die tijd laag bleef.

Harde wind veroorzaakt scheefstand IJsselmeer

In het midden van de afgelopen week stond er enkele dagen een harde oostenwind. Op grote wateroppervlakken zoals het IJsselmeer zorgt dat er voor dat het water een beetje scheef gaat staan. Tegen de kust van Noord Holland wordt het water dan opgestuwd en aan de oostkant bij Friesland en Overijssel daalt het waterpeil enkele decimeters. 

Stand IJsselmeer.jpg

Scheefstand IJsselmeer tijdens harde wind van de afgelopen week (bron waterinfo.nl)
Scheefstand IJsselmeer tijdens harde wind van de afgelopen week (bron waterinfo.nl)

In de grafiek hierboven heb ik de waterhoogte aan beide zijden van het IJsselmeer afgebeeld. Tijdens de hardste wind bedroeg het peilverschil bijna 50 cm. Aan de grafiek is ook goed het verloop van de windsnelheid te zien: hoe harder de wind, hoe groter het peilverschil. Voor een oostenwind is dit een relatief groot verschil, maar bij westenwind, die ook veel harder kan zijn, kan het peilverschil (dat dan andersom is) zelfs oplopen tot 1 meter of meer. Een oostenwind van kracht 8 komt namelijk al bijna nooit meer voor terwijl uit het westen soms zelfs windkracht 12 wordt bereikt, met daarbij een veel grotere scheefstand van het IJsselmeer. Het is daarom dat de waterkeringen en dijken aan de oostkant van het IJsselmeer ook meer te verduren hebben dan aan de westkant. 

Droogte en lage rivierafvoeren houden de waterbeheerders nog steeds bezig.

Ook al merken de meeste mensen er nu niet zovel meer van, toch is de droogte die deze zomer begon nog lang niet voorbij. Ook november is op weg een droge maand te worden met slechts 1,5 tot 2,5 cm regen tot nu toe, wat slechts een kwart van de normale hoeveelheid is. Sinds juni is het al droog tot zeer droog en het neerslagtekort loopt dus nog steeds verder op. Aan de oppervlakte is dat niet te merken, maar wel onder de grond, waar het grondwater nog steeds zeer laag staat. 

Op veel plaatsen is daar weinig aan te doen, maar in Drenthe, Overijssel en Limburg lukt het de waterschappen om via kanalen wat extra water aan te voeren naar de hogere zandgronden om langs die weg het grondwater aan te vullen. Zo voert waterschap Limburg permanent ca 3 m3/s Maaswater naar de Peelregio. Dit water wordt al in Maastricht afgetapt en stroomt dan via de Zuid Willemsvaart en de Noordervaart naar de Peel, waar het dan weer via kleinere kanalen en beken wordt geleid waarlangs het dan in de bodem kan infiltreren en het grondwater kan voeden. 

Per dag wordt zo ca 300.000 m3/s aangevoerd naar het oosten van Brabant en het noordwesten van Limburg. Dat lijkt heel wat, maar is toch niet veel meer dan een druppel op een gloeiende plaat. 300.000 m3 staat namelijk net zoveel als 1 mm regen op een gebied van slechts 300 km2, terwijl het gebied waar het water heen wordt gevoerd wel 1500 km2 groot is. In een maand tijd wordt daarom nog minder dan 10% van de hoeveelheid water aangevoerd die er normaal via de neerslag in een maand zou vallen. Maar 10% is altijd nog meer dan niets.

Aan de andere kant van het land is de zoutindringing vanuit zee nog steeds een issue. Door de lage rivierafvoer kan het zoute zeewater via de Nieuwe Waterweg makkelijk het Benedenrivierengebied indringen. Dat is al sinds eind juli het geval en veel innamepunten van zoetwater hebben daar dan ook al maandenlang mee te kampen. De laatste maanden is het echter minder een wat minder groot probleem omdat de watervraag van de landbouw nu veel kleiner is dan in de zomer.

Inname vanuit Spui.jpg

Innamepunt langs het spui (rode ster) en het gebied dat van hieruit bevoorraad wordt
Innamepunt langs het spui (rode ster) en het gebied dat van hieruit bevoorraad wordt

Een punt van zorg is de afgelopen weken wel de inname uit het Spui waar water ingelaten wordt naar de Bernisse en het Brielse Meer, waar vervolgens de industrie in de Rotterdamse Haven, Voorne-Putten en het Delfland hun zoete water vandaan halen. Het zijn watergebruikers die ook buiten het zomerhalfjaar water nodig hebben. In de kaart hierboven is het bevoorradingsgebied van de inname uit het Spui weergegeven. Vanwege de open verbinding met zee is de zoetwaterinname bij Bernisse wel vaker niet mogelijk, maar de afgelopen dagen was er sprake van een meer structurele overschrijding van de innamenorm; die bij 150 mg zout per liter ligt. 

De grafiek hieronder laat goed zien dat het zoutgehalte al lange tijd tegen de norm aan zit, maar dat sinds 2 dagen ook de voorste begrenzing van het zoute water vanuit de Nieuwe waterweg tijdens vloed tot aan het meetpunt Bernisse komt. Het innamevenster om zoetwater in te nemen wordt daardoor steeds korter. Het enige alternatief voor de inname van zoetwater ligt langs de Oude Maas bij Spijkenisse, maar dat punt ligt dichter bij zee en is al veel langer niet meer bruikbaar. 

Schermafbeelding 2018-11-25 om 15.43.29.png

Zoutgehalte bij innamepunt Bernisse langs het Spui (bron: waterinfo.nl)
Zoutgehalte bij innamepunt Bernisse langs het Spui (bron: waterinfo.nl)