U bent hier

zondag 31 maart 2019

Aan de droge periode die al ruim 2 weken duurt, komt deze week een eind. Er valt wat regen, maar grote hoeveelheden worden niet verwacht. De waterverwachting is daarom ook niet zo spannend: licht dalende tot stabiele waterstanden. Nu de winter achter ons ligt, besteed ik dit maal wat extra aandacht aan het grondwater. Is het niveau voldoende aangevuld om het zomerhalfjaar te kunnen overbruggen?

In de loop van deze week een beetje regen, maar te weinig voor stijging rivieren

De hele afgelopen week verliep droog en de rivierenafvoeren zijn inmiddels al weer flink gezakt. Het droge weer hebben we te danken gehad aan grote hoge drukgebieden boven West Europa die nu al twee weken de neerslaggebieden met een grote boog om ons heen lieten gaan. 

Aan dit weerbeeld komt nu een eind. Het hoge drukgebied splitst zich in tweeën: een deel trekt zich terug nabij de Azoren, het andere deel beweegt naar het noorden van Rusland. Een zone met lage druk maakt gebruik van deze situatie en wringt zich tussen de beide hoge drukgebieden en nestelt zich boven onze omgeving. Vanaf dinsdag blijft dit gebied dan een dag of 5 liggen en het zorgt voor koel weer met zo nu en dan regen. Waar de regen precies valt is nog onduidelijk, want dat hangt af van waar de kernen van het lage drukgebied precies komen te liggen en dat is nu nog lastig te voorspellen. 

De weermodellen gaan er nu vanuit dat er tot aan het volgend weekend in het laagland zo’n 2 cm regen valt en in de middelgebergten zoals Vogezen, Eifel en Sauerland tot 4 cm. De meeste regen valt op woensdag en donderdag en dat betekent dat de rivieren daarna iets zouden kunnen stijgen. Maar er valt onvoldoende neerslag voor een grotere stijging. 

Vanaf vrijdag lossen de lage drukgebieden dan langzaam op en beweegt het hoge drukgebied dat naar Rusland was geschoven weer terug in westelijke richting. De wind draait boven onze omgeving dan naar het oosten en dat betekent dat het weer voor langere tijd droog zal worden. We zijn dan inmiddels bij de periode na volgend weekend aangekomen, dus die verwachting is nog onzeker. Een langere natte periode lijkt er echter zeker niet aan te komen.

Rijn daalt de hele week nog langzaam; vanaf komend weekend stabiel of licht stijgend.

Sinds de hoogwatergolf op 20 maart passeerde, is de Rijn bij Lobith al weer 4 meter gezakt en als we naar de afvoer kijken, dan stroomt er nu 65% minder water ons land binnen dan de hoeveelheid die tijdens het hoogwater passeerde. Omdat het de laatste 2 weken van maart helemaal droog bleef in het stroomgebied kon de Rijn zo snel dalen. 

Inmiddels bevindt de afvoer zich rond de 1950 m3/s en dat is ruim onder de gemiddelde waarde (ca 2700 m3/s) voor deze tijd van het jaar. Dankzij de kleine hoogwatergolf kwam de gemiddelde afvoer van maart als geheel wel iets boven de normale waarde voor deze maand uit. Maart was daarmee ook de eerste maand sinds februari vorig jaar met een hoger dan gemiddelde afvoer. 

Of april dat ook gaat worden is onwaarschijnlijk, want de maand begint al met een ruim te lage afvoer en de komende week daalt de afvoer langzaam nog wat verder; eerst met een daalsnelheid van eerst ca 75 en later ca 50 m3/s per dag. In het volgend weekend verwacht ik dan een laagste waarde van iets boven de 1500 m3/s. Daar hoort dan een waterstand bij van ca 8,35 m +NAP bij Lobith. Omdat er vanaf woensdag wat regen gaat vallen in het stroomgebied verwacht ik dat de Rijn vanaf het weekend weer iets kan gaan stijgen. Voorlopig houdt ik het op een bescheiden stijging van niet meer dan 50 cm in de loop van de tweede week van april. Omdat het daarna ook weer langere tijd droog lijkt de worden, is de kans groot dat de stand daarna weer gaat dalen en langere tijd laag blijft.

Samengevat: deze week langzaam dalende waterstanden tot ca 8,35 m +NAP in het volgend weekend. Daarna een aantal dagen met licht stijgende waterstanden tot tussen de 8,5 en 9 m +NAP in het midden van de week na het volgend weekend. Op nog langere termijn zeer waarschijnlijk weer dalende waterstanden.

Maasafvoer daalt de eerste dagen nog een beetje, later in de week kans op enige stijging

De Maasafvoer is de afgelopen week gestaag verder gedaald tot een afvoer van ca 250 m3/s bij Maastricht; wat iets lager is dan de gemiddelde afvoer voor deze tijd van het jaar; die bedraagt ca 350 m3/s. Net als bij de Rijn is de Maas, sinds de hoogwatergolf op 16 april bij Maastricht passeerde, al weer ver gezakt. Hier bedraagt de afname in de afvoer zelfs 85%. 

Ondanks de wat lagere afvoer van de laatste dagen, gaat maart bij de Maas toch de boeken in als een maand met een hoge gemiddelde afvoer. Deze bedroeg ruim 500 m3/s, wat de helft meer is dan een gewone maartmaand. Het was de eerste maand sinds vorig jaar juni met een hoger dan gemiddelde afvoer. 

De komende dagen gaat de afvoer langzaam nog wat verder omlaag, naar ca 225 m3/s in het midden van de week. Vanaf dinsdag wordt er wel weer wat regen verwacht in de Ardennen en dat kan vanaf woensdag voor een lichte stijging zorgen. Voor zover de neerslagverwachting er nu uitziet is er de grootste kans op een stijging op donderdag en misschien later nog een keer op zaterdag. 

De stijging zal echter beperkt zijn, tot waarschijnlijk niet meer dan 100 m3/s bovenop de afvoer van dat moment. De weersverwachting is echter nog onzeker voor wat de plaats betreft waar de neerslag precies gaat vallen; het kan dus nog wat minder of meer zijn. Veel neerslag wordt echter niet verwacht en een grote stijging is daarom onwaarschijnlijk.

Hoe staat het met de grondwaterstanden in Nederland

April is in Nederland gemiddeld de droogste maand van het jaar. Verdeeld over het land valt er slechts 4 tot 4,5 cm, terwijl dat in de meeste andere maanden 6 tot 8 cm is. Omdat de verdamping in april ook al aardig op gang begint te komen is april de eerste maand van het kalenderjaar met een verdampingsoverschot. Deze periode met meer verdamping dan dat er neerslag valt, duurt gewoonlijk tot en met augustus. Maar in droge jaren zoals in 2018 kan het ook tot in november duren voordat de neerslag weer de overhand krijgt. Gemiddeld bedraagt het verdampingsoverschot (je kan het ook het neerslagtekort noemen) in de maanden tussen april en augustus 10 centimeter. Vorig jaar was dat veel hoger en liep het zelfs op tot 35 cm.

Doordat de droogte in 2018 zolang duurde waren er meteen aan het begin van de winter al zorgen of het grondwaterpeil wel weer op orde zou zijn voordat het nieuwe groeiseizoen zou beginnen. De vorige keer dat het ’s zomers zo lang droog was in Nederland, in 1976, duurde het op sommige plaatsen wel 3 jaar voordat het grondwaterniveau weer op peil was. Dit is met name een punt van zorg voor drinkwaterbedrijven - de helft van ons drinkwater is afkomstig uit het grondwater - en agrariërs op de zandgronden, die tijdens zomerse droogte beregenen vanuit het grondwater. En voor natuurgebieden is het vaak nog problematischer omdat die gebieden geen alternatief hebben en het grondwater, waar ze van afhankelijk zijn, door de  de vele beregening dan extra ver zakt, zodat vennen en hoogvenen langdurig droogvallen. 

Na de nog erg droog verlopen novembermaand sloeg het weer in december 2018 om en de 3 wintermaanden leverden ongeveer normale hoeveelheden neerslag op. Wel was opvallend dat de 2e helft van februari helemaal droog verliep en de grondwaterstanden, die inmiddels weer aardig gestegen waren, meteen weer zakten. Maar toen kwam maart en het weer sloeg opnieuw om en het werd gemiddeld over het land de op 5 na natste maand maart sinds 1900, met in de Bilt meer dan 100 mm neerslag. 

Maar als er veel regen in korte tijd valt, dan wordt ook een steeds groter deel via sloten en beken weer snel afgevoerd; voordat het in de bodem kan dringen. En omdat daarna de tweede helft van maart weer helemaal droog verliep, werd maar een deel van het regenwater vastgehouden en begonnen de grondwaterstanden toch weer snel te dalen. Voorlopig is dit nog geen groot probleem, want er bevindt zich nu nog voldoende vocht in de bovenste bodemlaag en dat is de zone waar veel planten hun water uit halen als ze binnenkort gaan groeien. Als de droogte echter aanhoudt, dan zijn met name de agrariërs weer aangewezen op het grondwater en dan is het de vraag of er wel voldoende is. De situatie wisselt echter van plek tot plek. Een toelichting op de situatie.

Eerst in het kort enige uitleg wat grondwater precies is en welke processen het grondwaterniveau beïnvloeden. De bodem bestaat uit gronddeeltjes met daartussen poriën, die al dan niet gevuld kunnen zijn met water. Er is altijd sprake van 2 zones: de bovenste bodemlaag waar niet alle poriën gevuld zijn met water, dit is de onverzadigde zone, en daaronder de zone waar de open ruimte tussen de gronddeeltjes wel geheel gevuld is. De bovengrens van deze verzadigde zone noemen we het grondwaterpeil. Als het regent zakt het gevallen water via de onverzadigde zone tot aan de verzadigde zone en vult deze aan. Als het langdurig veel regent stijgt het niveau van de verzadigde zone en zeggen we dat het grondwaterpeil stijgt. 

Bij langer droog weer zakt het niveau dan weer, want het grondwater stroomt ondergronds ook heel langzaam weg. Deze grondwaterstroming beweegt in de richting van lage delen in het landschap, zoals een beekdal of een rivierdal. Door sloten en greppels te graven in het land wordt de grondwaterstroom ook beïnvloedt en deze gegraven waterlopen zorgen er voor dat het grondwater langzaam uit een gebied wordt afgevoerd. Omgekeerd kan een sloot ook gebruikt worden om water aan te voeren, mits er een watergang in de buurt is, zoals een kanaal of rivier waarlangs het water naar de sloot gevoerd kan worden.

Niet al het regenwater bereikt het grondwater. Vooral in het groeiseizoen nemen de planten via hun wortels zoveel water op dat het meeste water in de onverzadigde zone al wordt onderschept. Alleen in heel natte maanden vindt dan aanvulling van het grondwater plaats. Dit is ook de reden dat het grondwaterpeil vanaf april overal gaat dalen. Pas als de plantengroei stopt, in oktober, dringt het regenwater weer tot het grondwater door en kan het peil weer stijgen. Dat het grondwater nu gaat dalen is dus een normaal verschijnsel. De vraag is alleen  staat het nu wel hoog genoeg om een langdurige daling, die ieder jaar optreedt, te kunnen overbruggen.

Het niveau waarop het grondwater in de bodem begint, verschilt in Nederland van plek tot plek: onder de Veluwe bijvoorbeeld ligt het wel 50 m diep of nog dieper en in een veenweidegebied in Zuid Holland of Friesland ligt het maar 50 cm diep of staat het grondwater soms zelfs tot aan het maaiveld. Ruwweg is Nederland wat het grondwater betreft in tweeën te delen. In het westen en het noorden (en langs de rivieren) waar de bodem uit klei of veen bestaat ligt het grondwaterniveau altijd dicht onder de oppervlakte (vaak minder dan 1 m). Dit is ook het deel van Nederland dat rond de zeespiegel ligt en dat maakt het daar mogelijk om water aan te voeren via kanalen, vaarten en sloten. Dat gebeurt dan ook in de zomer en middels deze aanvoer kan het grondwater kunstmatig op peil gehouden worden. Zelfs als het heel droog is, zakt het grondwaterniveau daar vaak nog niet meer dan enkele decimeters.

In de andere helft van Nederland, ruwweg het oosten en zuiden, bestaat de ondergrond vooral uit zand. Hier wisselt het grondwaterpeil veel sterker. Er zijn plaatsen, zoals de Veluwe en andere heuvelruggen, waar het tientallen meters diep staat en gebieden daarbuiten waar het veelal tussen de ca. 1 en 3 m diep staat. Dit deel van Nederland onderscheidt zich verder doordat het boven de zeespiegel ligt en daardoor is het ook, op enkele uitzonderingen na langs grote scheepvaartkanalen, niet mogelijk om hier water aan te voeren. Als het dan langdurig droog is, zakt het grondwater hier ver weg. Vooral als er ook door de landbouw veel water wordt gebruikt om te beregenen. Een daling van 1 tot 3 meter is dan mogelijk.

In een droog jaar zoals 2018 zagen we dus dat het grondwater overal daalde, maar het meest in de zandgronden. De enige manier waarop het grondwater hier aangevuld wordt, is via neerslag. Ruwweg bestaat de bodem voor 10% uit poriën, dus om het grondwater 2 meter te laten stijgen is ca 20 cm neerslag nodig. Doorgaans valt dat wel in de winter en dan kan het grondwaterniveau weer voldoende worden aangevuld. Toch gebeurt dat niet overal, want bijna overal in ons landschap zijn sloten en greppels aangelegd om het water af te voeren. In normale, natte, jaren zijn die hard nodig om het neerslagoverschot dat er doorgaans in de winter valt af te voeren en er voor te zorgen dat het grondwater in de winter niet te ver stijgt. 

Omdat deze winter al werd gevreesd voor te lage grondwaterstanden in de komende zomer werd boeren op de zandgronden gevraagd om sloten tijdelijk af te dammen en werden de stuwen in de beken op de zomerstand gezet om maar zoveel mogelijk water vast te houden. De ontwatering van het land is in Nederland echter zo goed dat ondanks deze maatregelenb toch nog veel water via sloten en greppels weg kon stromen, voordat het in de bodem kon dringen en door kon zakken naar het grondwater. Zo werd op veel plaatsen het grondwater toch niet voldoende aangevuld.

Als we nu naar de huidige situatie kijken dan zien we het volgende beeld. In west en noord Nederland is er zoals gewoonlijk niet zoveel aan de hand. Het grondwaterniveau was hier, na de droogte van 2018, al snel weer op orde en mocht het de komende maanden gaan zakken dan kan er nog lang water via sloten en kanalen worden aangevoerd. Gelukkig ligt er nog heel veel sneeuw in de Alpen, dus deze gebieden hoeven de eerste 3 tot 4 maanden niet te vrezen voor te weinig water. 

Op de hoge zandgronden is het beeld anders. Hier zien we een tweedeling; de kaart hieronder van Brabant geeft dat goed weer. Op de hoogste delen is het niveau vaak te laag. Bijvoorbeeld ten zuiden van Eindhoven, maar ook in de Peelregio. Het grondwater kan hier alleen maar door neerslag worden aangevuld, er is geen toestroom van opzij, en hier is de aanvoer van neerslagwater naar het grondwater nog onvoldoende geweest om het tekort van vorig jaar op te heffen. Als deze zomer ook droog verloopt zijn hier problemen te verwachten.

Schermafbeelding 2019-03-31 om 14.40.47.png

Grondwaterstanden in Brabant; groen is normaal, rood te laag, oranje aan de lage kant (bron provincie Brabant)
Grondwaterstanden in Brabant; groen is normaal, rood te laag, oranje aan de lage kant (bron provincie Brabant)

Ook op de Veluwe is dat het geval. De grafiek hieronder is van nabij Otterloo en duidelijk is te zien hoe het niveau wel is opgelopen, maar nog onder de normale waarde voor deze tijd van het jaar staat.

Op de minder hoge delen van de zandgronden in Brabant en Gelderland is de situatie vaak wel ongeveer normaal; op de kaart van Brabant zijn veel locaties er groen of oranje gemarkeerd. Maar als we twee meetpunten in Oost Brabant wat beter bekijken (zie hieronder), dan zien we dat het peil er de afgelopen 2 weken wel snel gezakt is. Waar het medio maart nog bovengemiddeld hoog was, is het nu vaak al weer onder normaal of zelfs te laag. Het gevallen water wordt dus snel weer afgevoerd. Eigenlijk is dat een normale situatie, want de agrariërs willen de komende weken het land op en dan is een te hoog grondwaterpeil onwenselijk. Dit jaar wijkt wat dat betreft niet af van andere jaren.

Schermafbeelding 2019-03-31 om 14.42.04.png

Meetpunt in het oosten van Brabant waar het grondwater kortgeleden nog aan de hoge kant stond, maar al weer snel is gezakt.
Meetpunt in het oosten van Brabant waar het grondwater kortgeleden nog aan de hoge kant stond, maar al weer snel is gezakt.

Schermafbeelding 2019-03-31 om 14.41.23.png

Meetpunt in het oosten van Brabant waar het grondwater kort geleden nog aan de hoge kant stond, maar al weer snel is gezakt.
Meetpunt in het oosten van Brabant waar het grondwater kortgeleden nog aan de hoge kant stond, maar nu al weer onder gemiddeld.

Maar het zakkende grondwater in deze tijd van het jaar gaat alleen goed als er in het zomerhalfjaar daarna genoeg regen valt. Vorige zomer heeft velen laten schrikken, want toen viel er maandenlang te weinig regen en zakte het grondwaterpeil later wel erg ver weg. Dat kostte toen een deel van de opbrengst aan gewas. Het is echter nog maar de vraag of dat dit jaar weer gaat gebeuren. De vorige zomer wisten de hoge drukgebieden niet van wijken en waren vooral de eerste zomermaanden zeer droog. De afgelopen decennia is er echter geen trend zichtbaar dat dit steeds vaker gebeurt; eerder zien we dat de zomers gaandeweg wat natter worden. 

En weinig neerslag in april hoeft ook geen voorbode te zijn van langdurige droogte in de rest van de zomer. April is namelijk gemiddeld genomen de droogste maand van het jaar en er is geen verband tussen droogte in april en droogte in de rest van de zomer. Het mooiste voorbeeld is april 2018, die maand was juist opvallend nat en werd gevolgd door een van de droogste zomers sinds 1900.