U bent hier

Deze week nog dalende waterstanden

Het hogedrukgebied dat al bijna 2 weken neerslaggebieden weg houdt uit de stroomgebieden, blijft ook deze week het weer  bepalen. Waarschijnlijk is het wel de laatste week en vanaf volgend weekend kan er een omslag komen naar meer wisselvallig weer. Tot die tijd dalen de waterstanden, maar omdat ze in het begin van januari vrij hoog waren, worden voorlopig geen al te lage waarden bereikt. In het waterbericht leest u hoe de waterstanden zich deze week ontwikkelen en alvast een vooruitblik op de week daarna.

In de rubriek Water Inzicht aandacht voor het Benedenrivierengebied waar het water van de Maas en het meeste water van Rijn samenkomt voordat het het land verlaat. 

water van de week

Nog minimaal een week invloed van hogedrukgebieden

Na een natte eerste week van januari sloeg het weer abrupt om naar een langdurig droog scenario. Een groot hogedrukgebied vestigde zich boven onze omgeving en regengebieden gaan sindsdien met een wijde boog over Scandinavië naar het oosten. In het midden van de afgelopen week werd een eerder hogedrukgebied afgewisseld door een nieuw exemplaar en dat zorgde donderdag kortdurend voor wat actiever weer met enkele buien, maar de neerslaghoeveelheden bleven in Nederland beperkt tot enkele millimeters.

Verder naar het oosten in Duitsland en Polen viel wel meer neerslag en ook in Oostenrijk en op de Balkan tot aan Griekenland toe zorgde de noordelijke stroming voor sneeuw. Tegen de noordrand van de Alpen viel lokaal meer dan 50 cm. Het stroomgebied van de Rijn bleef grotendeels buiten schot en op enkele centimeters tot lokaal een decimeter sneeuw na in de Middelgebergten in Duitsland en Zwitserland viel er geen regen van betekenis.

Het nieuwe hogedrukgebied heeft nu de touwtjes stevig in handen en tot en met donderdag blijven nieuwe neerslaggebieden weer op afstand. Daarna trekt het hogedrukgebied waarschijnlijk wat in westelijke richting, waardoor een volgend neerslaggebied wel dichterbij kan komen. Op donderdag kan de eerste neerslag vallen, maar dat zal te weinig zijn om de rivieren te laten stijgen.

Vanaf zaterdag nadert dan een nieuw neerslaggebied en in de dagen daarna kan er wel voldoende neerslag vallen voor een lichte stijging. De neerslaghoeveelheden die erbij worden berekend zijn voorlopig echter niet heel groot en in iedere volgende modelberekening nemen ze eerder af dan toe, dus ziet het er naar uit dat er tot aan het eind van de maand niet heel veel verandert in de rivierafvoeren.

Het is nu ook nog onzeker of het hogedrukgebied, nadat het naar het westen is getrokken, weg blijft uit onze omgeving. In dat geval is de kans groot dat volgende neerslagzones wel de stroomgebieden kunnen bereiken en het vanaf de maandwissel wel natter gaat worden. Volgende week is daar meer duidelijkheid over te geven.

Rijn daalt tot onder de 9 m, maar 8,5 m wordt waarschijnlijk niet bereikt

De Rijn is de hele week gedaald, eerst met zo'n 30 tot 40 cm per dag, maar nu nog maar ca 5 cm per dag. De stand bevindt zich nu nog net boven de 9 m +NAP en de afvoer bedraagt nog ca 2000 m3/s. De komende dagen zet de daling zich met zo'n 5 cm per dag voort en op dinsdag verwacht ik dat de 9 m wordt onderschreden. In het volgend weekend zal de stand rond de 8,7 m +NAP zijn uitgekomen en bedraagt de afvoer nog ongeveer 1750 m3/s.

Ook na het volgend weekend zet de daling zich dan nog even voort, maar waarschijnlijk gaat de regen van komend weekend voor voldoende water zorgen om de stand vanaf 1 of 2 februari weer wat te laten stijgen. Tegen die tijd verwacht ik dat de stand dan rond 8,6 m +NAP zal zijn uitgekomen en de afvoer nabij 1600 m3/s. Zoals het er nu naar uitziet zal de stijging in de dagen daarna maar beperkt zijn en van hoge afvoeren is ook dan voorlopig geen sprake.

Een afvoer onder de 2000 m3/s is laag voor de tijd van het jaar. Gemiddeld bedraagt de afvoer nu ca 2700 m3/s. In waterstanden betekent dat, dat de stand nu ca 1 m lager is dan gemiddeld in deze tijd van het jaar. Als rond  1 februari de laagste stand wordt bereikt is dat opgelopen tot 1,5 m. Uitzonderlijk is dat niet, want ook in de winter komen lage standen regelmatig voor.

De kans erop is echter wel gaandeweg kleiner geworden. Strenge winters gaan namelijk ook vaak gepaard met lage waterstanden en in veel koude winters van weleer kon de waterstand ver zakken. In het nieuwe klimaat van tegenwoordig is de kans op streng winterweer veel kleiner, maar hogedrukgebieden die langdurig het weer bepalen zijn er nog wel en die situatie zorgt nu dus voor de lagere waterstanden.

Maas daalt nog een beetje verder

De Maas is de afgelopen week gedaald tot onder de 300 m3/s en bevindt zich daarmee ook onder het langjarig gemiddelde dat in deze tijd van het jaar ca 550 m3/s bedraagt. Het droge weer houdt ook in de Ardennen en Noord Frankrijk nog bijna de hele week aan en daarom zal de afvoer langzaam verder dalen. In deze tijd van het jaar gaat dat meestal maar heel langzaam en dagelijks neemt de gemiddelde afvoer dan af met zo'n 5 m3 . 

In de tweede helft van de week zal de afvoer bij Maastricht dan gedaald zijn tot ongeveer 275 m3/s. In het weekend wordt weer de eerste neerslag verwacht en op grond van de hoeveelheden die het weermodel nu berekend, kan dat rond de eerste dagen van februari voor een lichte stijging zorgen. 

Een sterk wisselvallig weertype met veel neerslag lijkt voorlopig nog niet in aantocht, ook niet na het volgend weekend. Maar op deze termijn blijft het lastig om meer dan een week vooruit te kijken, dus wellicht dat het er volgende week toch wat anders uitziet.

water inzicht

Hoe het rivierwater via het Benedenrivierengebied naar zee stroomt

In mijn waterberichten schrijf ik meestal alleen over het water dat ons land binnen stroomt. De afvoeren die bij Lobith en Maastricht worden gemeten zeggen namelijk iets over hoe hoog de standen in de riviertrajecten die daarna komen, zullen oplopen. Voor iedere plaats langs de rivier is bekend hoe hoog de stand oploopt als een bepaalde afvoer bij een van deze meetstations wordt gemeten. 

Soms verloopt de stand nog wat onderweg, vooral bij hoogwater. Naarmate een hoogwatergolf sneller oploopt en korter duurt, wordt hij in benedenstroomse richting ook relatief wat lager. Zo kan het gebeuren dat de waterstand bij Deventer langs de IJssel of bij Tiel langs de Waal toch iedere keer wat anders is, bij toch dezelfde afvoer die bij Lobith het land instroomt. Het gaat dan echter om verschillen van hooguit enkele decimeters.

Verder richting de zee worden de schommelingen in de waterstanden steeds kleiner, als we de Waal verder vervolgen, dan is er stroomafwaarts van Gorcum nog maar weinig van te merken of de rivierafvoer hoog of laag is. Pas bij hoge rivierafvoeren, die gemiddeld maar enkele dagen per jaar voorkomen stijgt de waterstand daar als gevolg van de rivierafvoer. In dit gebied, dat we het Benedenrivierengebied noemen,  heeft de zee echter wel veel invloed op de waterstanden. 

Via de Nieuwe Waterweg, de enige permanent open verbinding, dringt de vloed vanaf de Noordzee tweemaal per dag het Benedenrivierengebied en zorgt daar voor hoog- en laagwater. De vloedgolf loopt ook de rivieren nog ene stukje op en in de Waal is dat merkbaar is tot nabij Zaltbommel, in de Lek tot bij Hagestein en in de Maas tot bij Lith. 

Ondanks dat er in de waterstanden in het Benedenrivierengebied weinig te merken is van de rivierafvoer stroomt al het rivierwater hier wel degelijk langs. Op dit moment stroomt ongeveer 80% van het Rijnwater via de waal en de Nederrijn-Lek naar het Benedenrivierengebied en dat betekent dat er iedere seconde ongeveer 1600 m3/s aankomt. De Maas voegt daar op dit moment nog zo'n 300 m3/s bij, dus samen bijna 2000.  

Twee weken geleden tijdens de hoogwatergolfjes in de beide rivieren liep dat volume zelfs op tot ruim 5000 m3/s, maar ook toen was er in dat gebied nog niet zoveel van te merken dat de afvoer hoger was. De harde wind in de eerste week van januari zorgde er voor hogere standen dan de rivierafvoer die er in de dagen daarna arriveerde. De reden dat de waterstand niet snel stijgt als de afvoeren toenemen is omdat de watergangen hier veel ruimer zijn dan de rivieren.

Zo is het Holland Diep (what's in a name) tot 15 m diep en ook drie keer zo breed als de Waal. En ook de noordelijke riviertakken van het Benedenrivierengebied (Oude Maas en Nieuwe Maas) die afwateren via de Nieuwe Waterweg, zijn dan wel niet zo breed, maar ook meer dan 10 tot 15 m diep. Alles opgeteld is de dwarsdoorsnede van alle watergangen samen hier vele malen groter dan van de waal, Maas en Nederrijn samen en daarom kan het Benedenrivierengebied het water doorgaans makkelijk verwerken.

In de figuur hieronder is het jaarverloop van de 3 rivieren weergegeven die water naar het Benedenrivierengebied. De grafiek loopt van 1 januari 2021 t/m afgelopen week, dus ook het recente hoogwatertje is aan het eind nog weergegeven. In het jaarverloop zijn verder de hoogwatergolf van februari zichtbaar en de zomergolf van juli afgelopen jaar. In beide gevallen liep de afvoer op tot 7500 m3/s.

Afvoer Benedenrivieren.jpg

Aanvoer van water via de Waal, Nederrijn-Lek en Maas naar het Benedenrivierengebied. Het gedeelte dat via de Haringvlietsluizen naar zee stroomt is met een zwarte lijn aangegeven.
Aanvoer van water via de Waal, Nederrijn-Lek en Maas naar het Benedenrivierengebied. Het gedeelte dat via de Haringvlietsluizen naar zee stroomt is met een zwarte lijn aangegeven.
​​​​​​

Het meeste water dat in het Benedenrivierengebied aan komt is Rijnwater. Het stroomt er heen via de Waal en de Nederrijn-Lek. Daarnaast voert ook de IJssel een klein deel van het Rijnwater af (ca 12 - 18%) maar dat stroomt via het IJsselmeer naar zee en is in deze figuur niet zichtbaar. 

Bij de Nederrijn-Lek valt op dat deze alleen tijdens de hogere debieten water afvoert. Pas vanaf een Bovenrijnafvoer van ca 2000 m3/s gaat de stuw bij Driel namelijk open en pas dan neemt de Nederrijn-Lek een deel van het Rijnwater voor zijn rekening. Daaronder stroomt er slechts 20 tot 30 m3/s door de stuw en ook dat water komt niet aan in het Benedenrivierengebied omdat het via het Amsterdam-Rijnkanaal naar IJmuiden wordt afgevoerd. 

Het grootste deel van het jaar is het daarom vooral de Waal die Rijnwater naar het Benedenrivierengebied voert. De Maas levert wel het hele jaar water, maar het aanbod is veel kleiner dan de waal. Vooal inde zomer zakt de Maas vaak terug tot onder de 100 en soms zelfs 50 m3/s. Dit jaar was daarop een uitzondering, want midden in de zomer trad in de Maas de uitzonderlijke hoogwatergolf op, die in de figuur duidlijk zichtbaar is.

Het water dat vanuit de 3 rivieren in het Benedenrivierengebied aankomt, kan daar via twee wegen naar zee stromen. Ten eerste de Nieuwe Waterweg die altijd open is en daarom alle dagen samen met het zeewater dat via vloed naar binnen is gestroomd het rivierwater meevoert. Een andere opening is de Haringvliet. Deze is afgesloten met een van de Deltawerken, maar er zijn 17 sluizen in aangebracht die open kunnen om rivierwater af te voeren. Het gaat dan alleen om overtollig water afvoeren, want als de vloed op komt en het peil op zee hoger is dan in het Haringvliet, gaan de sluizen enkele uren dicht, tot het weer eb wordt en het peil buitengaats weer lager is..

Dat is alleen nodig als de rivierafvoeren hoog zijn en de Nieuwe Waterweg het in zijn eentje niet aan kan. In de bovenstaande grafiek is met een zwarte lijn aangegeven hoeveel water via de Haringvlietdam naar buiten stroomt. Het is goed te zien dat vooral tijdens de hoge rivierafvoeren de dam veel water door moest voeren en ook tijdens kleinere piekjes neemt de afvoer even toen. 

Tijdens perioden met een lagere rivierafvoer neemt het deel dat via de Haringvliet naar zee stroomt sterk af en als de rivierafvoer onder de ca 1500 m3/s zakt staan de sluizen zelfs helemaal dicht. Sinds enkele jaren is in de dam wel de zogenaamde Kier in werking, maar die is nu nog niet operationeel. Er worden voorlopig alleen proeven mee gedaan om de uiteindelijke bediening goed onder controle te kunnen krijgen en in de dagelijkse afvoeren in de grafiek is daar nog weinig van te merken.

Schermafbeelding 2022-01-23 om 22.31.21.png

Percentage van het rivierwater dat via Nieuwe Waterweg en Haringvliet naar zee stroomt.
Percentage van het rivierwater dat via Nieuwe Waterweg en Haringvliet naar zee stroomt.

In de bovenstaande grafiek is van dag tot dag het percentage aangegeven dat via de Nieuwe Waterweg (in rood) en de Haringvliet (in blauw) naar zee stroomt. Tijdens perioden met een hoge afvoer loopt dat soms even op tot boven de 60%, maar meestal is het lager dan 50%. Gedurende perioden met een dalende rivierafvoer neemt het aandeel gestaag af tot ca 5% als de rivierafvoer rond de 1500 m3/s uit komt.

Als de afvoer dan nog verder daalt, tot 1200 m3/s of lager, dan gaan de sluizen zelfs helemaal dicht. Al het rivierwater wordt dan naar de noordelijke armen van het Benedenrivierengebied geleid om daar tegendruk te bieden tegen het zeewater, dat gedurende perioden met een lage rivierafvoer, voldoende tegendruk te blijven bieden om het zoute water niet te ver naar binnen te laten dringen.