U bent hier

Komende 10 dagen vrijwel droog en sterk dalende waterstanden

Na de natte februarimaand schakelt maart over op een veel droger weertype. Nu viel het met de nattigheid in de stroomgebieden nog wel mee de afgelopen weken en daarom zakken de waterstanden al snel onder de langjarige gemiddelden. In het waterbericht leest u de ontwikkelingen voor de komende periode in meer detail.

In de rubriek water inzicht een terugblik op de natte februarimaand, die vooral in Nederland erg nat was. Dit past in een trend, want februari is de maand waarin de neerslaghoeveelheden in de afgelopen decennia het meest zijn toegenomen. Dat komt goed uit, want in het voorjaar is de trend juist sterk opdrogend. Nu nog zien dat we het water ook vast kunnen houden.

water van de week

Hogedrukgebieden domineren de hele week

In de loop van de afgelopen week kwamen we al meer onder invloed te liggen van hogedrukgebieden. De straalstroom verschoof ook weer naar een meer noordelijke koers en de regenzones die ons land op donderdag nog wisten te bereiken waren al zwakker dan eerder in de week.

Die trend zet zich de komende dagen voort. Een as van hogedruk strekt zich uit van Portugal tot over Scandinavië en deze houdt regengebieden op afstand. Dinsdag doet het hogedrukgebied even een klein stapje terug en nadert er een kleine regenzone, maar in de stroomgebieden zal daar al niets van te merken zijn.

Het hogedrukgebied herstelt zich vervolgens weer en zorgt de rest van de week en ook in het begin van de week daarna voor rustig en droog weer in onze omgeving. Zwakke fronten met bewolking en een klein beetje regen kunnen ons misschien zo nu en dan nog wel bereiken, maar dat zal geen invloed hebben op de standen in de rivieren.

Pas vanaf 10 maart lijkt het hogedrukgebied zich wat terug te trekken naar het zuiden en dan kunnen regengebieden misschien weer dichterbij komen. Maar dat is nog ver weg, dus blijft het nog even afwachten of dat ook zo uit gaat komen.

Rijn daalt snel tot onder 10 m+NAP en later ook tot onder 9 m

In Nederland viel rond het vorig weekend voor winterse begrippen erg veel neerslag. In een brede band die vanaf Utrecht over Gelderland en Overijssel naar Drenthe liep, viel van 19 t/m 22 februari 75 tot 100 mm neerslag. Dat is in 5 dagen tijd de hele maandsom die normaal in heel februari valt. Twee weekenden eerder was er ook al veel regen gevallen in Midden Nederland en de totaalsom voor februari is daarom ook erg hoog geworden. In de rubriek water inzicht ga ik daar verder op in. 

De forse regenval hing samen met de straalstroom die gedurende die dagen over Nederland en Noord-Duitsland lag en daardoor werd met grote snelheid het ene na het andere regengebied aangevoerd. Opvallend was dat de neerslagzones een paar honderd kilometer verder naar het zuiden al snel uitdoofden. Vaak trekken deze neerslaggebieden namelijk wel verder de stroomgebieden in en vooral tegen de flanken van de Ardennen en de Duitse Middelgebergten kan dan ook veel regen (en hogerop sneeuw) vallen, maar nu was dat dus niet het geval. Niet dat het er droog bleef, maar de hoeveelheden neerslag waren kleiner dan verwacht. 

In de figuur hieronder is aan de linkerkant de neerslagkaart voor het oosten van Nederland en het westen van Noord-Duitsland afgebeeld voor de week van 16 t/m 22 februari. De neerslagband liep vanaf Drenthe nog verder door tot aan Zuid-Denemarken toe. Iets zuidelijker in Duitsland hebben de Middelgebergten die daar liggen nog wel veel water ontvangen en dat zorgde onder andere voor de hoge afvoer in de Overijsselse Vecht. Ook in het Sauerland (onderaan op de kaart) viel nog veel regen, wat voor een hoge afvoer van de Ruhr zorgde.

Neerslag 7 dgn feb.jpg

Links: neerslaghoeveelheden in de week van 16 t/m 22 februari (bron: Kachelmannwetter.com). Rechts: de neerslagafwijkingen voor de maand februari (bron: Wetteronline.de)
Links: neerslaghoeveelheden in de week van 16 t/m 22 februari (bron: Kachelmannwetter.com). Rechts: de neerslagafwijkingen voor de maand februari (bron: Wetteronline.de)

Verder naar het zuiden viel het met de neerslaghoeveelheden echter mee. De rechterkaart in de figuur hierboven laat dat goed zien. Deze is voor de hele maand februari, maar het laat zien dat de gebieden waar deze maand meer neerslag viel dan normaal vooral in het noorden liggen. In het zuiden van Duitsland maar ook het oosten van Frankrijk, waar de Maas ontspringt, was het deze maand juist aan de droge kant. De neerslagzones hebben dit gebied wel bereikt, maar brachten er geen grotere hoeveelheden dan in een normale februarimaand.

De neerslag die in het stroomgebied viel zorgde bij de Rijn nog wel voor een kleine hoogwatergolf. De waterstand bij Lobith steeg in de afgelopen week iets meer dan 1,5 m van 9,9 m naar een piekje van 11,56 m +NAP en de afvoer bedroeg iets circa 4.025 m3/s. Daarmee was de piek nog net iets lager dan de vorige piek die na de regenval van 2 weken geleden was ontstaan. Toen kwam de stand tot 11,58 m en de afvoer op 4.075 m3/. In mijn vorige bericht verwachtte ik dat de laatste golf hoger zou worden, maar de gevallen neerslaghoeveelheden in het stroomgebied bleken uiteindelijk toch wat kleiner dan eerder verwacht.

Na de passage van de piek in de Rijn bij Lobith is de waterstand nu al weer bijna 50 cm gezakt. Vanaf de tweede helft van de week is het ook overal droog geworden en omdat er ook vrijwel geen smeltwater van sneeuw beschikbaar is vanuit de Middelgebergten daalt de Rijn nu snel. De hele week blijft het droog, dus die daling gaat voorlopig nog wel even door. 

De eerste dagen verloopt de daling met ca 25 tot 30 cm per dag en ik verwacht dat de 10 m bij Lobith (afvoer 2.750 m3/s) al op 2 maart wordt onderschreden. Vanaf dat moment zakt de waterstand al weer onder het langjarig gemiddelde en het kan even duren voordat de stand daar weer bovenuit stijgt. Vanaf 2 maart verloopt de daling nog met ongeveer 20 tot later 15 cm per dag en omdat er ook in de eerste week van maart geen neerslag wordt verwacht wordt waarschijnlijk ook de 9 m later onderschreden. 

Dat zal dan rond 8 of 9 maart zijn. De afvoer zal tegen die tijd weer tot onder de 2.000 m3/s zijn gezakt. Het is niet zo waarschijnlijk dat de daling de hele maand maart aan zal houden. Als het hogedrukgebied zich rond 10 maart meer naar het zuiden verplaatst, is de kans groot dat lagedrukgebieden met neerslagzones de stroomgebieden weer zullen weten te bereiken. Volgende weke is daar meer duidelijkheid over te geven.

IJssel steeg de afgelopen weken soms veel meer dan de Rijn

Bewoners van het IJsseldal vroegen zich de afgelopen misschien af wat er met hun rivier aan de hand was, want terwijl de waterstand bij Lobith nog niet of nauwelijks steeg, ging de IJssel ineens wel sterk omhoog. Van alle drie de Rijntakken heeft de IJssel het grootste 'eigen' stroomgebied. Nadat de IJssel bij Arnhem een deel van het Rijnwater heeft ontvangen, stromen er onderweg naar het IJsselmeer nog tientallen beken in de IJssel uit, die water uit een groot deel van Gelderland en delen van Overijssel aanvoeren. Maar ook een deel van Duitsland watert nog via beken op de IJssel af.

Het gaat om beken zoals de Geldersche IJssel, Baakse Beek, Berkel, Schipbeek en ook het Twentekanaal watert af op de IJssel. Als er, zoals afgelopen week, veel regen is gevallen in Oost Nederland, dat levert dat veel extra water op die naar de IJssel wordt afgevoerd. In de figuur hieronder is zowel de afvoergrafiek van Olst als die van Lobith afgedrukt. Deze laatste heb ik zo bewerkt dat als er geen extra afvoer naar de IJssel was gestroomd de afvoer bij Olst ongeveer de lijn van Lobith had gevolgd.  

Afvoer IJssel tov Bovenrijn.jpg

Afvoerverloop van Olst langs de IJssel en het verloop van de Bovenrijn bij Lobith. Het verschil tussen beide lijnen geeft de afvoer weer die de IJssel onderweg nog extra heeft ontvangen.
Afvoerverloop van Olst langs de IJssel en het verloop van de Bovenrijn bij Lobith. Het verschil tussen beide lijnen geeft de afvoer weer die de IJssel onderweg nog extra heeft ontvangen.

In het verloop bij Olst zijn twee perioden te onderscheiden dat de afvoer flink hoger was dan alleen op grond van het water uit de Bovenrijn verwacht mocht worden. Dit was na de extreme regenval van 7 februari toen de IJssel ruim 150 m3/s water afvoerde uit het eigen stroomgebied. Terwijl de eigen aanvoer in de dagen daarna afnam, nam de Rijnafvoer juist toe en naarmate deze laatste steeds groter werd, ging de IJssel vanaf 10 februari opnieuw stijgen. Toen de piek op 12/2 passeerde was de aanvoer uit de zijbeken al niet zo heel groot meer.

Vanaf 18 februari werd het opnieuw nat in het stroomgebied en ging de IJssel weer zijn eigen weg. Terwijl de Rijnafvoer nog daalde, steeg de IJssel al weer. 20 en 21 februari waren zeer natte dagen in het eigen stroomgebied en dat zorgde voor een nog vele grotere stijging van de IJssel. Op het hoogtepunt voerde de IJssel bijna 200 m3/s extra af bovenop het water uit de Rijn. Zelfs toen de piek van Rijnwater passeerde op 26/2 was de extra afvoer nog ruim 100 m3/s hoger dan op grond van de Rijnafvoer alleen.

Maas daalt deze week snel naar ca 250 m3/s, daarna stabiel

De maas beleefde deze weke ook een kleine piek. Bij Maastricht steeg de afvoer tot ongeveer 775 m3/s. De 1.000 tot misschien wel 1.200 m3/s waar ik in mijn verwachting vanuit was gegaan werd dus ruimschoots niet gehaald. Ook in de Ardennen viel achteraf minder regen dan verwacht en iedere centimeter dat er daar minder valt scheelt in de winter al snel zo'n 100 tot 150 m3/s. 

Na de piek op dinsdag liep de afvoer al snel weer terug en inmiddels bedraagt de afvoer bij Maastricht nog ongeveer 500 m3/s. De daling zet vanwege het droge weer voorlopig nog wel even door en de komende dagen zakt de afvoer iedere dag met ongeveer 50 m3, later afnemend naar ca 25 m3. Op 5 maart zal de afvoer dan rond de 250 m3/s uit zijn gekomen. Daarna zal de daling nog langzamer gaan verlopen.

Zo na de winter is er altijd nog veel water in het stroomgebied aanwezig en tijdens ene droge periode loopt dat langzaam weg. Ik verwacht daarom dat de Maas in de week na het volgende weekend wat langere tijd uit zal komen op een afvoer tussen de 200 en 250 m3/s. Pas vanaf 10 maart wordt er voor het eerst weer regenval verwacht. Een nieuwe stijging is daarom voorlopig niet in zicht.

Water inzicht

Natte maand februari past in de trend

Februari is dit jaar zeer nat verlopen. In De Bilt viel bijna 150 mm neerslag en dat is een van de natste februarimaanden sinds het begin van de meetreeks. In Drenthe en op de Veluwe viel plaatselijk zelfs bijna 200 mm en dat is erg veel voor een wintermaand in Nederland. Natte uitschieters komen doorgaans vooral in de zomer voor en zijn dan vaak lokaal van aard omdat het dan om zware buien gaat die meestal geen groot bereik hebben.

Een natte februarimaand is de laatste jaren gene bijzonderheid. In de grafiek hieronder is het verloop van het 30-jarig gemiddelde weergegeven van de neerslag in de Bilt. Om trends in het klimaat waar te nemen wordt altijd naar het 30jarig gemiddelde gekeken, waarin dan de neerslaghoeveelheden van het betreffende jaar en de 29 jaren daarvoor worden opgeteld en door 30 gedeeld.

Het 30-jarig gemiddelde van 1993 t/m 2022 heeft inmiddels bijna de 70 mm bereikt en zoals in de grafiek goed te zien is heeft de hoge waarde van dit jaar voor een flinke sprong omhoog gezorgd. februari is daarmee inmiddels relatief natter dan januari, waarin ca 72 mm gemiddeld valt, maar die maand is ook 3 dagen langer. December is met 84 mm gemiddeld nog wel absoluut en relatief natter dan februari.

Schermafbeelding 2022-02-27 om 15.45.40.png

Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in februari in De Bilt.
Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in februari in De Bilt.

Wat verder opvalt is dat van de wintermaanden alleen februari duidelijk natter aan het worden is. December en januari laten vrijwel geen trend omhoog zien en zijn sinds de jaren '90 maar een paar millimeter natter geworden.

Februari viel vroeger vooral op omdat het een relatief droge wintermaand was Rond 1960-70 bedroeg het 30-jarig gemiddelde voor de wintermaanden al een magere 50 mm, maar in de jaren '80 en begin '90 daalde dat zelfs naar 45 mm. Het was in die tijd gemiddeld de droogste maand van het jaar. Vanaf het midden van de jaren '90 zien we in de grafiek dat de trend duidelijk omhoog loopt. \

Jaar na jaar wordt het gemiddeld iets natter en inmiddels is februari van droge maand opgeklommen tot een relatief natte maand. Nu past het in het opwarmende klimaat dat er meer neerslag valt en gemiddeld over het hele jaar wordt het in Nederland ook steeds natter.  Ook de meeste maanden (zelfs de zomermaanden) zijn natter geworden in de afgelopen decennia. Geen enkele andere maand is in de afgelopen 30 jaar echter zoveel natter geworden als februari.

Een natte februari-maand is positief voor het aanvullen van het grondwater. De vegetatie gebruikt in deze maand nog geen water en de verdamping is ook nog gering, dus zakt bijna al het water in de bodem. In gebieden zoals de Veluwe en de Drentse Hondsrug waar (vrijwel) geen sloten of beken zijn die het water afvoeren is er de afgelopen maand dus heel veel water naar het grondwater gestroomd. Het neerslagoverschot van de afgelopen winter bedraagt voor de Veluwe tot nu toe 45 cm (zoveel meer regen is er gevallen dan verdampt) en dat is ruim 10 cm meer dan gemiddeld.

In andere gebieden van Nederland die niet zover buiten hun omgeving uitsteken, staat het grondwaterpeil relatief veel hoger en als er dan veel regen valt stijgt het op de lagere plaatsen in het landschap naar het maaiveld. Dit zijn de gebieden waar vanouds beken liggen of sloten zijn gegraven waarmee het water kan worden afgevoerd. Dat is de afgelopen weken ook op grote schaal gebeurd en alle watergangen en gemalen werden volop ingezet om het water af te voeren. 

Het is de vraag of we daar later in het jaar geen spijt van krijgen. Als we naar de komende maanden kijken (zie figuren hieronder) dan is de trend van deze maanden namelijk dalend. Maart is in de afgelopen decennia eerst langzaam steeds natter geworden, maar na een hoogtepunt over de periode 1979-2008 is de trend nu al ruim tien jaar dalend. Maart lijkt daarmee april achterna te gaan dat nooit een periode van een opgaande trend heeft gekend en sinds de jaren '90 een steeds drogere maand is geworden.

Daarnaast zijn maart en april vooral de laatste decennia ook flink warmer geworden waardoor de verdamping ook groter geworden is. Terwijl april vroeger nog een overgangsmaand was waarbij er ongeveer evenveel neerslag viel als er verdampte, is het tegenwoordig een maand met gemiddeld een flink neerslagtekort. Het punt waarop het gemiddeld gedurende het jaar het winterse neerslagoverschot overgaat in het zomerse neerslagtekort is de laatste decennia dan ook flink naar voren geschoven en ligt inmiddels al in maart, waar het vroeger in de tweede helft van april lag.

Schermafbeelding 2022-02-27 om 16.15.12.png

Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in maart en april in De Bilt.
Verloop van het 30-jarig gemiddelde van de neerslag in maart en april in De Bilt.

Veel neerslag in februari zou daarom ook als een buitenkans gezien kunnen worden, zeker op de hogere zandgronden, om zoveel mogelijk water vast te houden. Het lastige is alleen dat we niet weten hoe maart en april wat neeerslag betreft gaan verlopen. Want stel dat april nu eens een natte maand wordt dan zijn er misschien opnieuw overstromingen van beekdalen en dan gaat dat mogelijk ten kostte van de agrarische gewassen die in de lagere delen dan net zijn ingezaaid. Pas als beekdalen en andere gebieden met een hoge grondwaterstand zo zijn ingericht dat  landbouwgewassen er geen risico op schade hebben, zal het mogelijk zijn om het regenwater dat in de nawinter valt echt vast te houden.