U bent hier

korte opleving waterstanden

Regen heeft de stroomgebieden weten te bereiken en de afvoeren zijn al wat gestegen. De komende dagen zet die stijging door, maar veel hoger dan de langjarig gemiddelde waarde voor deze tijd van het jaar zullen Rijn en Maas niet stijgen. Ook ziet het er naar uit, dat het na deze week weer langere tijd droog blijft, zodat de waterstanden weer gaan dalen. Vanaf november neemt de kans op hoogwater langzaam toe, maar voorlopig is daar geen sprake. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek Water Inzicht ga ik in op de gevolgen van de nattere winters voor de rivieren. De verwachting is dat de kans op hoge afvoeren daardoor toenemet, maar is dat ook al zichtbaar in de meetreeksen van de Rijn?

water van de week

Hogedruk en lagedruk verdelen Europa

Lagedrukgebieden vanaf de Atlantische Oceaan komen dit najaar tot nu steeds niet verder dan de Britse Eilanden. De bijbehorende regengebieden bereiken dan nog wel de stroomgebieden en de rivieren ontvangen dan wat extra water, maar er is nog geen sprake van een doorzettende westelijke circulatie waarbij lagedrukgebieden ten noorden van ons langs trekken en de regengebieden elkaar in snel tempo opvolgen.

Ook op dit moment ligt er een lagedrukgebied bij de Britse Eilanden en ook nu weer zet dit weersysteem niet door naar het oosten. Boven Noordoost-Europa ligt ondertussen een groot hogedrukgebied en dat houdt de weg afgesloten voor de lagedrukgebieden. Vanaf vrijdag trekt het lagedrukgebied zich terug op de Oceaan en tot dan kunnen regenzones nog wel tot in de stroomgebieden doordringen, maar grote hoeveelheden worden niet meer verwacht.

Eerder deze week hadden regengebieden vanuit een ander lagedrukgebied al voldoende regen gebracht om de rivieren wat te laten stijgen. Voor de Maas was het de eerste stijging in lange tijd, de Rijn was dit najaar al eerder een paar keer wat gestegen, maar ondertussen ook al weer gezakt tot een laag niveau voor de tijd van het jaar. 

De regenval van de komende dagen komt bovenop de stijging van de afgelopen dagen en daarmee komt voor beide rivieren een einde aan de te lage standen voor de tijd van het jaar. Lang gaat dat echter niet duren, want vanaf vrijdag ziet het er naar uit dat het Oost-Europese hogedrukgebied zich naar het westen uitbreidt. Regenzones blijven dan vanaf vrijdag in ieder geval tot het eind van de maand buiten onze regio, met flink dalende waterstanden tot gevolg. Een overgang naar een nieuwe natte periode is voorlopig niet in zicht.

Rijn stijgt naar iets boven de 9 m (NAP) op 24/11, daarna dalend

Vanaf 15 november waren de eerste wat intensievere regenzones tot het stroomgebied van de Rijn doorgedrongen en het eerste water hiervan bereikte Lobith vanaf 18/11. De waterstand was toen gezakt tot iets boven de 7,7 m, wat bijna 1,5 m te laag is voor de tijd van het jaar. De afvoer bedroeg ongeveer 1.200 m3/s, terwijl rond deze tijd van het jaar 2.000 het langjarig gemiddelde is. 

Ondertussen is de stand bij Lobith dankzij de regen van de afgelopen dagen al gestegen tot 8,5 m (NAP) en de komende dagen komt daar nog zo'n 60 tot 70 cm bij. Er is vooral op 18 november in het zuiden van Duitsland en Oost Frankrijk veel regen gevallen en dat water is nu onderweg naar Lobith. Samen met het water van regen die de komende dagen meer noordelijk in het stroomgebied nog gaat vallen, is dan een stand tot boven de 9 m mogelijk. 

De hoogste stand verwacht ik op de 24e tussen 9,1 en 9,2 m (NAP), de afvoer daarbij bedraagt ca 2.100 m3/s. De dagen daarna daalt de stand weer langzaam. Eerst gaat dat nog niet zo snel omdat tot en met de 25e nog regen valt in het stroomgebied. Geen grote hoeveelheden en daarom vertraagt het vooral de daling. Omdat deze regen nog moet vallen, kan er uiteraard ook nog wat meer vallen en dan zou de stand tot de 26e nog wat verder kunnen stijgen, maar de 9,5 m wordt waarschijnlijk niet bereikt.

Afgaande op de neerslag die nu verwacht wordt, ziet het er naar uit dat de stand vanaf de 25e weer gaat dalen, eerst met zo'n 5 tot 10 cm per dag. Ronde de 30e verwacht ik dat de stand weer tot ca 8,75 m (NAP) is gedaald, bij een afvoer van ca 1.750 m3/s. Daarna zet dan een wat snellere daling in, van ca 15 cm per dag, en als het inderdaad tot de eerste dagen van december droog blijft, dan zou de stand rond 5/12 weer tot ca 8 m kunnen zijn gedaald.

Maar dat is nog ver weg en wellicht dat het hogedrukgebied toch andere plannen heeft en regengebieden al weer wat eerder de stroomgebieden zullen bereiken. Volgende week daarover meer.

Maas is wel wat gestegen, maar blijft te laag voor tijd van het jaar

Dankzij de regenval van medio afgelopen week kreeg ook de Maas wat extra water te verwerken. Bij eerdere regenperioden sinds september viel de Maas steeds buiten de boot, maar nu waren er een paar dagen met 1 tot 2 cm regenval.

De afvoer steeg vanaf donderdag naar ca 125 m3/s bij Maastricht en schommelt sindsdien rond dat niveau. Dat is nog steeds slechts 50% van het langjarig gemiddelde maar al veel meer dan de 30 tot 50 m3/s van een week geleden. 

De komende 4 tot 5 dagen wordt ook nog wat regen verwacht, maar zoals het er nu naar uitziet is dat hoogstens genoeg om ongeveer het huidige niveau aan te houden van tussen 125 en 150 m3/s. Woensdag valt waarschijnlijk de meeste regen en de dag daarna kan de afvoer dan misschien stijgen tot 200 m3/s. 

Vanaf vrijdag wordt het echter weer een wat langere periode droog en dan zal de afvoer weer gaan dalen. Aan het eind van de maand en begin december kan de afvoer dan weer tot onder de 100 m3/s zijn gezakt.

water inzicht

Wat betekent de toegenomen winterneerslag voor de Rijnafvoer

De winter is de periode dat verreweg de meeste hoogwaters optreden en binnen de winter zijn het weer vooral de maanden december t/m februari waarin de waterstand het vaaksst hoog oploopt. Aangezien de winters vanwege klimaatverandering steeds natter worden, ligt het voor de hand dat ook hoogwaters vaker op zullen treden, met hogere afvoeren dan we vanuit het verleden gewend zijn.

Als we naar de neerslagmetingen kijken, dan worden de winters in West-Europa al enkele decennia steeds natter. In Nederland is dat ook goed te merken en bijvoorbeeld in De Bilt valt tegenwoordig in de 3 wintermaanden zo'n 225 mm regen, terwijl dat in het midden van de vorige eeuw nog 175 mm was. Nu is de Bilt een vrij natte plek in Nederland, maar ook elders zijn de hoeveelheden met zo'n 30 tot 40 mm toegenomen.

Deze toename vindt plaats in alle 3 de wintermaanden, waarbij vooral februari het sterkst vernat. Februari was altijd een relatief droge maand, met medio vorige eeuw slechts 45 mm, maar nu is deze maand ongeveer even nat als de andere wintermaanden. 

Ook in Duitsland is het in de winter natter geworden en daarmee ook in een groot deel van het stroomgebied van de Rijn. Zo valt in Baden Würtenberg, een belangrijk deelstroomgebied van de Rijn, inmiddels gemiddeld ca 235 mm regen, terwijl dat medio vorige eeuw ongeveer 190 mm was. 

In de wintermaanden is er vrijwel geen verdamping en als er meer regen valt, kan het niet anders of dat extra water stroomt af naar de Rijn. Als we van jaar tot jaar sinds 1901voor de Rijn de gemiddelde winterafvoer berekenen, dan blijkt de trend ook positief te zijn (zie grafiek hieronder). Over de hele meetreeks is de afvoer met ongeveer 10% toegenomen.

Schermafbeelding 2022-11-20 om 12.53.36.png

Gemiddelde winterafvoer (december t/m februari) van alle jaren uit de meetreeks van de Rijn vanaf 1901 t/m 2022 en de trendlijn.
Gemiddelde winterafvoer (december t/m februari) van alle jaren uit de meetreeks van de Rijn vanaf 1901 t/m 2022 en de trendlijn.

De toename in winterneerslag past in de verwachting van de klimaatverandering, waarbij er vooral voor de wintermaanden meer neerslag wordt verwacht. Dat hangt dan vooral samen met het vaker optreden van de (zuid)westelijke luchtstromingen, waarmee vochtige lucht vanaf de Atlantische Oceaan tot over de stroomgebieden wordt getransporteerd. 

De verwachting is dat vanwege de toename in neerslag ook de kans op hoogwater toeneemt. Vooral in de 90-er jaren van de vorige eeuw zijn er veel hoogwaters geweest en die worden ook vaak ik verband gebracht met de veranderingen die ons vanwege de klimaatverandering te wachten staan.

Ondanks dat het duidelijk natter geworden is in het stroomgebied, blijkt echter van een toename van hoge afvoeren (nog) geen sprake te zijn. In de volgende grafiek heb ik per afvoerstap van 500 m3/s in beeld gebracht in hoeverre de frequentie daarvan is veranderd. Hierbij heb ik 1990 als grens genomen omdat vanaf die periode de gevolgen van de klimaatverandering duidelijk zichtbaar is in de temperatuur en neerslag gegevens. 

Bij een afvoer vanaf ca 4.500 m3/s is het zomerbed gevuld en gaan de lagere delen van de uiterwaarden overstromen, vanaf een afvoer van 7.000 m3/s zijn de uiterwaarden geheel overstroomd. Dit komt overeen met een waterstand bij Lobith van 14,25 m (NAP) en hoger. 

Schermafbeelding 2022-11-21 om 07.32.25.png

Frequentie van optreden van afvoeren tijdens de wintermaanden in de periode tot 1990 en vanaf 1990. De afvoeren zijn verdeeld in stappen van 500 m3/s vanaf <1000 tot >7000 m3/s .
Frequentie van optreden van afvoeren tijdens de wintermaanden in de periode tot 1990 en vanaf 1990. De afvoeren zijn verdeeld in stappen van 500 m3/s vanaf <1000 tot >7000 m3/s .

Uit de meetgegevens van Lobith blijkt dat het extra water dat de Rijn afvoert alleen terug te zien is in het minder vaak optreden van lage afvoeren en vaker optreden van gemiddelde tot licht gestegen afvoeren. Hoge afvoeren komen zelfs iets minder vaak voor, of, bij de allerhoogste, ongeveer even vaak.

Zo kwam een afvoer onder de 1000 m3/s voor 1990 op 5 dagen per winter voor, tegenwoordig nog maar op 1 dag en een afvoer tussen 1000 en 1500 m3/s vroeger ca 18 dagen en nu nog maar 14. Het kleinere aantal dagen met een lage afvoer wordt gecompenseerd door een groter aantal dagen met een afvoer tussen 2000 en 4.000 m3/s. Dit is een afvoer rond het gemiddelde in de wintermaanden  

Wat opvalt is dat er bij de hogere afvoereen in de periode sinds 1990 vrijwel geen veranderingen zijn opgetreden ten opzichte van de periode voor 1990. Ondanks dat de Rijn meer water aanvoert is het aantal dagen met een hoge afvoer dus niet toegenomen. Afvoeren tussen 5.500 en 6.500 m3/s komen zelfs iets minder vaak voor, maar de laatste 2 klassen komen weer ongeveer even vaak voor.

Uit deze analyse blijkt dat de Rijn tegenwoordig in de wintermaanden meer water afvoert dan in het verleden; de trendlijn van de gemiddelde afvoer in de wintermaanden (de eerste grafiek) is duidelijk positief. Dit extra water zien we vooral terug in het minder vaak optreden van lage en zeer lage afvoeren (onder de 1.500 m3/s) en het vaker optreden van gemiddelde afvoeren en licht verhoogde afvoeren (tussen 2000 en 4000 m3/s).

Opvallend is dat hogere afvoeren niet vaker voorkomen, hier zien we zelfs een lichte afname bij de hoge afvoeren, maar de allerhoogste afvoeren komen weer ongeveer even vaak voor.  Tegen de verwachting in heeft de extra winterafvoer dus (nog) niet geleid tot het vaker optreden van hoge afvoeren, maar alleen tot het minder vaak optreden van lage afvoeren.

Volgende week zal ik een zelfde analyse uitvoeren op de Maasafvoeren.