U bent hier

Licht winters, sneeuwdek in de middelgebergten, voorlopig dalende waterstanden

De wekenlange zeer natte periode leek deze week even achter de rug, maar de komende week gaat er weer dagelijks neerslag vallen. Maandag passeert een actief regengebied dat vooral in Nederland veel neerslag brengt. Omdat het ook kouder gaat worden, valt in de stroomgebieden op veel plaatsen sneeuw. Voorlopig blijft het liggen maar op de langere termijn, als de dooi weer invalt, kan dit mogelijk een bijdrage leveren aan een nieuwe hoogwatergolf. In het water bericht leest u de details.

In de rubriek Water Inzicht sta ik stil bij het Benedenrivierengebied waar zich een opvallend hoogwater voordeed, veroorzaakt door een bijzondere combinatie van hoge rivierafvoeren een storm op zee.

Water van de Week

Voorlopig domineren de lagedrukgebieden en opnieuw veel neerslag

De afgelopen 4 tot 5 weken was het een komen en gaan van lagedrukgebieden die vanaf De Atlantische Oceaan het continent optrokken en daarbij veel neerslag aanvoerden. Inmiddels is er wel een eind gekomen aan de krachtige westelijke circulatie die deze lagedrukgebieden meevoerde, maar er liggen nog steeds tal van lagedrukgebieden boven Europa. Ze tollen wat rond en omdat het ondertussen koud geworden is op het continent valt de neerslag dei met deze gebieden samenhangt vaak In de vorm van sneeuw.

Morgen, maandag, trekt een klein lagedrukgebiedje precies over het Nederland in zuidoostelijke richting. Het brengt zeer veel neerslag, met in het midden van Nederland mogelijk meer dan 30 mm regen. Het lagedrukgebied zuigt vanuit het oosten koude lucht aan waardoor aan de noordkant van dit weersysteem de neerslag tijdelijk als sneeuw kan gaan vallen. In het noorden en oosten van Nederland kan het dan even wit worden.

Ook in de stroomgebieden gaat neerslag vallen, die in de middelgebergten boven 200 tot 300 m hoogte al snel sneeuw zal zijn. Vooral in het Sauerland kan 20 tot 25 cm verse sneeuw vallen. In de Ardennen kan ook een vers laagje sneeuw vallen maar daar blijft het bij zo'n 10 tot 15 cm. Dinsdag en woensdag worden wat drogere dagen maar op donderdag nadert een nieuw lagedrukgebied, nu van over Frankrijk, en kan er opnieuw veel neerslag vallen in de stroomgebieden.

Het is nog onzeker hoe ver de zachte lucht, die samenhangt met dit lagedrukgebied, tot de stroomgebieden door kan dringen. In de Ardennen, Eiffel en de Vogezen lijkt ten minste een deel van de neerslag als regen te gaan vallen maar boven de 300 m zal het ook daar waarschijnlijk sneeuw zijn. Het sneeuwdek op de hoogste delen van de Ardennen kan dat aangroeien tot 30 cm, in het Sauerland en andere Duitse middelgebergten al tot meer dan 50 cm.

Tot en met het weekend passeren er steeds weer buien of kleine neerslaggebieden en omdat het koud blijft groeit het sneeuwdek in de middelgebergten verder aan. Na het volgend weekend kan er in de Ardennen zo'n 40 tot 50 cm liggen, in het Sauerland zo'n 50 tot 70 cm en verder naar het zuiden in het Zwarte Woud en de Vogezen groeit het sneeuwdek aan tot meer dan 1 m.

Ook in de Alpen kan veel sneeuw vallen, met aan de noordzijde van de Alpen meer dan 1 m verse sneeuw. De afgelopen dagen was er ook al vrij veel sneeuw gevallen en het sneeuwdek zal daarom aangroeien tot voor de tijd van het jaar grote dikte, die dan al groter zal zijn dan het dek dat vorig jaar pas in de loop van februari werd bereikt. Dit is goed nieuws voor de Rijn want deze sneeuw zal waarschijnlijk blijven liggen tot en met april mei volgend jaar en dan de Rijn in het voorjaar en het begin van de zomer van extra water voorzien.

Pas na het volgend weekend ziet het er naar uit dat het complex van lagedrukgebieden gaandeweg naar het oosten verschuift en we weer terecht komen in een ander weertype. Dat zou opnieuw een westelijke circulatie kunnen zijn met nieuwe neerslaggebieden vanaf de oceaan en ook een overgang naar zachter weer.  Maar er is ook een, zei het kleinere kans, dat hogedrukgebieden wat meer invloed op ons weer gaan uitoefenen.

Rijn daalt even tot onder 12 m NAP, later in de week waarschijnlijk weer stijgend.

Op woensdag 22 november passeerde de eerste hoogwatergolf van dit winterseizoen. Bij lobith steeg de waterstand tot 13,15 m boven NAP; de afvoer bedroeg 5700 m³/s. Het was de hoogste afvoer sinds 2021, toen de Rijn tot 14,5 m steeg bij Lobith, met een afvoer van bijna 7400 m³/s. Een hoogwatergolf zoals we afgelopen week meemaakten, komt gemiddeld ieder jaar wel een keer voor en in de reeks van alle hoogwatergolven sinds 1900 staat deze golf op ongeveer de 135e plaats.

De grootste hoogwatergolf uit de meetreeks was die van 1926 toen de afvoer nog ruim twee keer zo groot was. De dijken in het rivierengebied zijn tegenwoordig sterk genoeg om zo’n golf te weerstaan, ze zijn namelijk gebouwd op een afvoer die zelfs bijna 3 keer zo groot is als wat afgelopen week passeerde.

De afgelopen week viel er veel minder regen in het stroomgebied dan de week ervoor en daarom is de Rijn sinds donderdag weer gaan dalen. Die daling zet zich nog door en in de loop van de komende nacht daalt de Rijn tot onder de 12 m. Vanwege de vele neerslag die morgen gaat vallen zal de daling vanaf dinsdag al minder snel gaan. Het is nog onduidelijk hoe de stand zich ontwikkelt, omdat dit afhangt van de hoeveelheid neerslag die als sneeuw valt en dus niet meteen voor de Rijn beschikbaar komt.

Ook bij de neerslag die later in de week valt zal dat het geval zijn en het is daarom onduidelijk hoeveel water de Rijn deze week mag verwachten. Ik ga er nu vanuit dat vooral het regengebied van donderdag wel voldoende regen zal brengen om de rivier vanaf het komend weekend opnieuw wat te laten stijgen. Tegen die tijd zal de stand gedaald zijn tot tussen de 11,5 en de 11,75 m NAP, om in het weekend dan te gaan stijgen naar een stand rond de 12,5 m net na het komend weekend.

In de week daarna verwacht ik eerst weer een lichte daling tot rond de 12 m aan het eind van de week, dat is dan rond 12 december. Deze verwachting is echter onzeker, omdat op dit moment nog niet duidelijk is welk deel van de neerslag als regen gaat vallen en welk deel als sneeuw.

Op wat langere termijn ziet het er naar uit is de kans het grootst dat zich weer een westelijke luchtstroming instelt die regen en zachtere lucht gaat aanvoeren. Als dat uitkomt dan is er opnieuw kans op een hoogwater en mogelijk wordt de stand dan hoger dan het hoogwater van de afgelopen week. Met de neerslag zal dan namelijk ook het sneeuwdek gaan smelten dat zich de middengebergte tegen die tijd heeft opgebouwd.

Het is nu nog veel te vroeg om een inschatting te geven wat dat betekent; maar de combinatie van smeltende sneeuw en veel regen is wel de basis voor veel hoogwatergolven uit het verleden. Volgende week is hierover misschien wat meer te vertellen.

Maasafvoer blijft hoog voor de tijd van het jaar, tussen 600 en 1000 m³/s.

Ondanks dat er niet zoveel regen is gevallen bleef de Maasafvoer deze week nog aan de hoge kant. Vooral vanuit Frankrijk was veel water onderweg en omdat de looptijd van dit water lang is, houdt de hoge afvoer in Nederland lang aan. De Maasafvoer daalde deze week daarom maar langzaam daalde van ongeveer 800 m³/s naar 650 m³/s op dit moment.

Het lagedrukgebied dat maandag over Nederland trekt zuigt aan de zuidkant juist zachte lucht aan en daarom valt de neerslag die bij dit lagedrukgebied hoort in België en Noord-Frankrijk in de vorm van regen. Er kan zo'n 15 tot 20 mm regen vallen en dat is voldoende om de Maas opnieuw te laten stijgen tot tussen de 800 en 900 m³/s. Dinsdag een woensdag vallen er buien, maar de meeste neerslag valt dan als sneeuw en de Maas zal dan niet verder stijgen.

Donderdag bereikt een nieuw neerslaggebied het stroomgebied van de Maas en in de lagere regionen zal dit opnieuw regen brengen, maar hogerop in de Ardennen, ongeveer boven de 300 m, zal dit waarschijnlijk sneeuw zijn. De Maasafvoer kan dan opnieuw wat stijgen en mogelijk wordt op vrijdag de 1000 m³/s bereikt. Een en ander is wel afhankelijk van het deel van de neerslag dat als sneeuw gaat vallen.

In het weekend wordt wat minder neerslag verwacht en het meeste zal dan als sneeuw vallen, zeker wat hogerop in de heuvels. Ik verwacht niet dat de Maas dan veel extra water hoeft te verwachten en waarschijnlijk zal de afvoer in het komend weekend en net daarna weer iets dalen, tot rond 800 m³/s.

In de loop van de week na het volgend weekend blijft het spannend wat er gaat gebeuren. Er ligt dan een aardig sneeuwdek in de Ardennen, van zo'n 30 tot 40 cm, en mocht zich dan inderdaad een zachte westelijke circulatie instellen met flink wat regen, dan kan dat voor een combinatie zorgen van smeltwater en regenwater. De afvoer kan dan opnieuw stijgen en een nieuwe hoogwatergolf is mogelijk. Op dit moment is daar echter nog weinig met zekerheid over te zeggen. Volgende week daarover meer.

Water in zicht

Samenvallen hoge rivierafvoeren en noordwesterstorm zorgt voor ehoge waterstanden in Benedenrivierengebied.

De hoogwatergolf die woensdag bij Lobith Nederland binnenstroomde, bereikte donderdag het westen van het land. Via de waal stroomde ongeveer 4000 m³/s ter hoogte van Gorinchem het benedenrivierengebied binnen en via de Nederrijn en lek stroomde tegelijkertijd ongeveer 1000 m³/s bij Krimpen het gebied binnen. En ook de Maas voerde nog eens 1000 m³/s aan zodat er in totaal ongeveer 6000 m³/s in het benedenrivierengebied aankwam.

Gewoonlijk stroomt ongeveer de helft van deze hoeveelheid water via de Nieuwe Waterweg naar zee en de andere helft via het Haringvliet. De sluizen in de Haringvliet worden daarvoor opengezet zodat het Rijnwater tijdens laag water op zee naar buiten kan stromen. Als het vloed is kan het water niet naar zee stromen en stuwt het een uur of zes op in het haringvliet om vervolgens bij de volgende laagwaterperiode wel naar buiten te kunnen stromen.

Afgelopen donderdag deed zich echter een bijzondere situatie voor omdat er een noordwesterstorm opstak. Dit zorgde langs de kust voor extra hoogwater zodat het onmogelijk was om het rivierwater naar zee uit te laten stromen. De Haringvlietsluizen kunnen dan niet of hoogstens gedurende korte tijd open om het water te spuien.

De Nieuwe Waterweg heeft wel een open verbinding met zee, maar tijdens stormvloed kan het rivierwater daar al helemaal niet naar buiten, omdat er dan juist extra veel zeewater naar binnen stroomt. Tijdens de periode van maximale instroom stroomt er dan meer dan 10.000 m³/s vanuit de zee het Benedenrivierengebied in en ook dit water moest in het Benedenrivierengebied geborgen worden.

De combinatie van een hoge rivierafvoer die naar zee gespuid kan worden en de instroom van zeer veel zeewater leverde extra hoge waterstanden op in het Benedenrivierengebied. In die figuur hieronder heb ik alle meetstations per riviertak naast elkaar gezet en aangegeven hoe veel peilopzet er plaatsvond en of dat water door de stormopzet vanuit zee werd opgestuwd of door de aanvoer van het rivierwater. Deze waarden zijn ook op de kaart daaronder weergegeven, met daarbij het percentage dat de zee er aan bijdroeg.

Opzet tijdens storm en hoogwarter.jpg

Opzet tijdens hoogwater gedurende het samenvallen van de noordwesterstorm en de hoge rivierafvoeren
Opzet tijdens hoogwater gedurende het samenvallen van de noordwesterstorm en de hoge rivierafvoeren

Opzet en % vanuit zee.jpg

Opzet tijdens hoogwater en het percentage daarvan dat werd veroorzaakt door de storm. De blauwe pijlen geven de locatie van de instroom naar de Noordwaard weer.
Opzet tijdens hoogwater en het percentage daarvan dat werd veroorzaakt door de storm. De blauwe pijlen geven de locatie van de instroom naar de Noordwaard weer.

Als we in het westen beginnen bij Hoek van Holland langs de Nieuwe Waterweg en vervolgens de Nieuwe Maas op gaan, zien we dat de peilopzet daar ruim 1 m bedroeg en dat deze geheel werd veroorzaakt door de opzet vanuit zee. In oostelijke richting op de Lek zien we dat de bijdrage vanuit de rivier langzaam toeneemt: van 5% helemaal in het westen bij Krimpen naar meer dan 80% bij Hagestein ter hoogte van Utrecht.

In de Oude Maas en Waal neemt de bijdrage vanuit de rivier van west naar oost eerst maar langzaam tot ca 20% bij Dordrecht, om daarna snel op te lopen. Bij Vuren, net voorbij Gorinchem, is de invloed vanuit zee al bijna niet meer merkbaar. Ter hoogte van Zaltbommel zijn we echt in het rivierengebied aangekomen en wordt de opzet geheel veroorzaakt door de rivier. Een peilopzet van 3 m lijkt veel, maar is niet bijzonder voor een hoogwater op de rivier. Bij Lobith bedroeg de peilopzet nu ook ongeveer 4m tov een gemiddelde waterstand.

In het Haringvliet zien we dat de peilopzet voor de helft wordt veroorzaakt door de invloed vanuit zee en door de andere helft vanuit de bijdrage vanuit de rivieren. De opzet vanuit zee dringt hier niet via de Haringvlietsluizen naar binnen, die zijn immers gesloten, maar de invloed vanuit zee kan wel via de Nieuwe Waterweg en dan verder via de Oude Maas, het Spui en de Dordtse kil ook doordringen tot in het Haringvliet en Hollands diep. Het is daarom dat de peilopzet van ongeveer 1 m hier voor 50 cm werd veroorzaakt door de zee en voor 50 cm door het rivierwater dat in dit grote bekken werd geparkeerd voordat het weer naar de Noordzee kon uitstromen.

Een bijzondere locatie in dit overgangsgebied tussen de zee en de rivieren is de plaats waar de Waal uitstroomt in het Benedenrivierengebied, bij Werkendam, net voorbij Gorinchem. De Waal verdeelt zich hier over de Beneden Merwede, die richting Dordrecht loopt, en de nieuwe Merwede die richting het Haringvliet loopt. In het kader van het project Ruimte voor de Rivier is hier een jaar of 8 geleden een extra verbinding gemaakt (met de puntjes-peil aangegeven) waarlangs in tijden van hoogwater een deel van het rivierwater over een drietal drempels via de Biesbosch kan worden afgevoerd.

Afgelopen donderdag was de waterstand bij Werkendam zo hoog gestegen dat de overloop tussen de Biesbosch en de Nieuwe Merwede overstroomde en het water vanuit de rivier de Noordwaard in kon stromen. Het hoge peil werd hier voor ruim de helft door de opzet vanuit zee veroorzaakt en door een iets kleiner deel door de hoge aanvoer vanuit rivier. Officieel is het een Ruimte voor de Rivier maatregel maar in dit geval was het vooral ook een Ruimte voor de Zee maatregel, want als de zee niet zo veel water via de nieuwe Waterweg naar binnen had gestuwd, dan was de stand bij Werkendam nooit zo ver opgelopen als nu het geval was.