U bent hier

Op een paar buien na blijft het droog, waterstanden dalen verder

Nederland en de stroomgebieden van Rijn en Maas hebben opnieuw te maken met een langere periode waarin hogedrukgebieden het weer bepalen en het langdurig droog is. Deze week staan er wel enkele intermezzo’s met onweersbuien op het programma, maar dat lijkt maar weinig extra water op te gaan leveren. Voorlopig daarom verder dalende waterstanden en de kans op zeer lage afvoeren later in de zomer neemt hierdoor ook verder toe. In het waterbericht leest u de details.

In de rubriek water inzicht het vervolg op de analyse van vorige week; hoe de waterstanden in de Rijntakken in de loop van de laatste 15-20 jaar steeds verder zijn gezakt bij dezelfde hoeveelheid water.  

water van de week

Hogedrukgebieden blijven heer en meester en regen weet ons niet te bereiken

Hogedrukgebieden maken voorlopig de dienst uit maar op de dagen dat een nieuw hogedrukgebied het overneemt van zijn voorganger, kan wel wat onstabiele lucht ons bereiken en is er kans op enkele regenbuien. Dat is vandaag het geval nu het hogedrukgebied dat de afgelopen week voor droog weer zorgde In de stroomgebieden, naar het oosten is weggetrokken. Op de Atlantische Oceaan zijn enkele lagedrukgebieden ontstaan en deze trekken nu ten noorden van ons langs. Ze liggen vrij ver weg naar het noorden en hun invloed is daardoor gering.

Een koufront behorend bij een van deze lagedrukgebieden trekt vandaag over Nederland en zorgt voor een flinke afkoeling, maar de buiigheid blijft beperkt. Boven Duitsland zal de neerslagzone echter activeren en daar kan lokaal wel een stevige bui vallen. Ook op maandag is er zuidelijker in Duitsland kans op buien en die kunnen voldoende water brengen voor een heel klein beetje extra afvoer voor de Rijn. Het stroomgebied van de Maas hoeft hier niet op te rekenen.

Na vandaag neemt de invloed van de hoge druk ten zuiden van ons weer wat toe, maar op donderdag zou een nieuwe buienzone van west naar oost over kunnen trekken. Dan lijkt er in Nederland wat meer kans op een paar buien met flink wat neerslag en ook het stroomgebied van de Maas maakt daar kans op. In een groot deel van Duitsland blijft het dan droog, maar de Alpen maken wel weer kans op wat regen. Na donderdag dient zich dan weer een nieuwe uitloper aan van het Azoren-hogedrukgebied en het ziet er naar uit dat deze het weer bij ons tot en met het komend weekend gaat beïnvloeden.

Van vrijdag t/m maandag 30 juni blijft het daarom weer droog in de stroomgebieden, maar vanaf dinsdag 1 juli neemt de invloed van dit hogedrukgebied waarschijnlijk weer af en kan opnieuw onstabiele lucht dichterbij komen. Ook dan is dat maar tijdelijk want vanaf donderdag 3 juli neemt een nieuw hogedrukgebied het alweer over. Tegen die tijd wordt deze verwachting uiteraard steeds minder zeker, maar het weerpatroon is wel duidelijk. Het zijn vooral de hogedrukgebieden die het weer bij ons en in de stroomgebieden bepalen.

Wat daar wel bij opvalt is dat ze nooit een heel lang leven beschoren zijn en in de tussenperioden tussen de hogedrukgebieden in kan dan wat regen vallen. Dat zijn echter steeds lokale buien en er zullen daarom ook veel plaatsen zijn waar het langdurig droog blijft. Voor de stroomgebieden betekent dit dat er wel wat regen valt en dat kan de rivieren een beetje water opleveren, maar de hoeveelheden zijn voorlopig veel te klein voor een stijging tot buiten het bereik van de lage waterstanden. Het maximale dat erin lijkt te zitten is dat extreem lage waterstanden (voorlopig) nog niet in beeld zijn.

Rijn daalt de hele week, eerst vrij snel, later wat langzamer

De neerslag die In de eerste week van juni was gevallen zorgden voor een aardige stijging van Rijn naar een waterstand van circa 9 m NAP en een afvoer van ca 2.000 m3/s op 12 juni. Daarmee kwam de Rijn voor het eerst sinds maart even in de buurt van het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar. Maar inmiddels is het alweer meer dan een week droog in het stroomgebied en de waterstand bijna 1 meter lager en de afvoer ruim 600 m3/s lager. Die daling was vorige week al voorzien, maar het ging nog iets sneller dan ik had verwacht, vooral omdat ik de invloed van de extra hoeveelheid water, die vanuit Zuid-Duitsland nog onderweg was, had overschat.

De komende dagen gaat wel wat regen vallen, als zich later vandaag en ook op donderdag buien ontwikkelen boven het stroomgebied. De hoeveelheden water die de Rijn daarvan gaat ontvangen zijn echter klein en daarom voorzie ik een doorgaande daling In de komende 10 tot 14 dagen. De eerste dagen verloopt die daling nog vrij snel met gemiddeld ongeveer 10 cm per dag, tot op vrijdag de waterstand rond 7,6 m NAP zo zijn uitgekomen. De afvoer is dan tot ca. 1.150 m3/s gedaald.

Daarna vertraagt de daling van de waterstand tot circa 5 cm per dag en na het volgend weekend waarschijnlijk nog wat minder. Op 1 juli verwacht ik dan een waterstand tussen 7,4 en 7,45 m NAP bij een afvoer tussen 1.050 en 1.100 m3/s. Omdat tegen die tijd nog steeds geen grotere hoeveelheden regen worden verwacht is de kans groot dat de waterstand ook in de eerste helft van juli verder zal dalen. Heel snel zal dat niet gaan, maar de kans is groot dat ergens in die periode de afvoer tot onder de 1.000 m3/s gaat dalen.

Dat is niet extreem laag, de afvoer is namelijk ook wel eens tot onder de 700 m3/s gezakt, maar het is wel bijzonder dat het al zo vroeg in de zomer gebeurt, want in andere jaren wordt een zo lage afvoer meestal pas in september of oktober bereikt. Voor het waterbeheer in Nederland is dit lastig, want in juli en augustus is de watervraag nog veel groter dan in de nazomer. Er breken dus spannende tijden aan voor de waterbeheerders. We hebben echter nog even de tijd want het zal nog wel 2 wekend duren voordat de 1.000 m3/s wordt bereikt en misschien dat er voor die tijd toch nog wat regen valt. We moeten dan vooral op de Alpen letten, want daar ontwikkelen zich in de zomer vaak forse buien die de Rijn veel extra water kunnen opleveren.

Maasafvoer daalt verder tot onder de 50 m3/s

De Maas ontving begin juni wel wat extra water, maar het stroomgebied heeft een veel minder grote buffer en meestal zakt de afvoer na een korte natte periode weer snel terug. Ook nu is de afvoer na een korte opleving tot ca 100 m3/s alweer gedaald tot circa 50 m3/s. De buien die vannacht en morgen vallen lijken geheel aan de Maas voorbij te gaan, maar donderdag kan er wel wat regen vallen. Geen grote hoeveelheden, maar het levert misschien even een opleving op van enkele tientallen m3/s.

Daarna blijft het weer voor langere tijd droog en de buien die rond de maandwissel kunnen vallen, lijken voor de Maas ook niet veel te gaan betekenen. De kans is daarom groot dat de afvoer de komende 10 tot 14 dagen erg laag blijft en niet of nauwelijks boven de 50 m3/s uit zal stijgen. Een opleving lijkt er ook op langere termijn niet in te zitten, dus is de kans groot dat het daggemiddelde in de eerste helft van juli daalt naar ca 40 m3/s.

Water in zicht

Welke trends laten de waterstanden zien bij de lagere Rijnafvoeren

Vorige week heb ik de ontwikkelingen In de waterstanden beschreven van de Rijn en de IJssel bij de gemiddelde en hogere afvoeren. Door de daling van de rivierbodem, die zich heeft ingezet toen rond 1900 kribben zijn aangelegd, zijn de waterstanden in de loop der tijd gestaag gedaald. Uit de analyse bleek dat niet alleen de daling van de rivierbodem maar ook het verlagen van de kribben en de aanleg van de langsdammen voor een aanzienlijke extra daling heeft geleid. In de analyse vandaag richt ik mij op de lage en zeer lage afvoeren (onder ca 2.000 m3/s) om na te gaan of daar dezelfde ontwikkelingen zichtbaar zijn.

Lobith tot 2500 met lijnen.jpg

Veranderingen in de waterstanden in de Rijn bij Lobith in de loop van de afgelopen 20 jaar; bij de Rijnafvoeren onder 2.500 m3s. Toelichting in de tekst.
Veranderingen in de waterstanden in de Rijn bij Lobith in de loop van de afgelopen 20 jaar; bij de Rijnafvoeren onder 2.500 m3s. Toelichting in de tekst.

De eerste grafiek is van Lobith; met op de horizontale as de afvoer in de Bovenrijn en op de vertikale as de waterstand. Het verloop tussen de 4 lijnen laat zien dat de waterstand bij dezelfde afvoer in de afgelopen 15 tot 20 jaar met zo’n 20 tot 25 cm gezakt. Alleen bij de laagste afvoeren onder de ca 1.200 m3/s is het wat minder. Dit is waarschijnlijk het gevolg van de stuw bij Driel. Die ligt ver stroomafwaarts van Lobith, maar bij de lagere afvoeren reikt het stuweffect tot bij Lobith en daarom zakken de waterstanden daar bij de lagere afvoeren minder snel uit als bij de wat hogere afvoeren.  

Verder valt op dat de daling vrij gelijkmatig verloopt met gemiddeld 7 cm per periode van 5 jaar. In het allerlaagste bereik, onder 1000 m3/s, is de daling in de laatste periode wat kleiner (de lichtblauwe meetpunten liggen hier boven de oranje punten), of zelfs stilgevallen. Maar dit gaat slechts om 2 metingen en bij de hogere afvoeren is er wel sprake van nog steeds een flinke daling, dus ziet het er niet naar uit dat de bodemdaling hier is gestopt. 

Nijmegen tot 2500 met lijnen.jpg

Veranderingen in de waterstanden in de Waal bij Nijmegen in de loop van de afgelopen 20 jaar; bij de Rijnafvoeren onder 2.500 m3s. Toelichting in de tekst.
Veranderingen in de waterstanden in de Waal bij Nijmegen in de loop van de afgelopen 20 jaar; bij de Rijnafvoeren onder 2.500 m3s. Toelichting in de tekst.

Bij Nijmegen (tweede grafiek) is de daling wat groter en bedraagt boven de 1.000 m3/s zo’n 25 tot 30 cm. Hier zagen we bij het hogere bereik dat de daling van vanaf 2.500 tot 4.000 m3/s steeds verdere opliep tot maar liefst 60 cm in de periode vanaf 2005. Dit had volgens mij te maken met het effect van de kribverlaging, die vanaf een afvoer van ca 1.700 m3/s (als de kribben overstromen) een steeds groter effect heeft. Dit effect was ook te zien aan het feit dat de daling bij de laatste 2 perioden (sinds de verlaging) groter was geworden.

Dodewaard tot 2500 met lijnen.jpg

Veranderingen in de waterstanden in de Waal bij Dodewaard in de loop van de afgelopen 20 jaar; bij de Rijnafvoeren onder 2.500 m3s. Toelichting in de tekst.
Veranderingen in de waterstanden in de Waal bij Dodewaard in de loop van de afgelopen 20 jaar; bij de Rijnafvoeren onder 2.500 m3s. Toelichting in de tekst.

Bij de lagere afvoeren zien we dit niet terug en is de daling onder de ca 1.700 m3/s in iedere periode ongeveer even groot. Alleen valt op dat de daling in de laatste periode bij de laagste afvoeren duidelijk kleiner is dan in de eerdere perioden. We zagen dit ook al bij Lobith en ik heb er geen duidelijke verklaring voor. Bij Dodewaard lijkt de situatie veel op die van Nijmegen. Op beide locaties is het effect van de kribverlagingen ongeveer even groot en is er ook een effect van de bodemdaling. Verder valt hier op dat de daling in de laatste periode in het hele afvoerbereik wat kleiner is dan in de vorige periode. Mogelijk betekent dit dat de bodemdaling er wat vertraagt.

Tiel tot 2500 met lijnen.jpg

Veranderingen in de waterstanden in de Waal bij Tiel in de loop van de afgelopen 20 jaar; bij de Rijnafvoeren onder 2.500 m3s. Toelichting in de tekst.
Veranderingen in de waterstanden in de Waal bij Tiel in de loop van de afgelopen 20 jaar; bij de Rijnafvoeren onder 2.500 m3s. Toelichting in de tekst.

In Tiel (volgende grafiek) is er duidelijk wat anders aan de hand. Hier is de daling sowieso al wat kleiner dan verder stroomopwaarts, maar is de daling in de laatste 5 jaar vrijwel nihil en onder 1.500 m3/s is er zelfs sprake van een stijging. Dat is opvallend, want in dit traject zijn zo’n 10 jaar geleden zogenaamde langsdammen aangelegd (zie foto) die de kribben vervangen. Achter deze dam ligt een geul die altijd water trekt, waardoor de doorstroming van het water eigenlijk groter is geworden.

Je zou dan bij alle waterstanden een verlaging verwachten, maar dat is toch niet het geval, want onder de ca 2.000 m3/s is de stand gelijk en onder de 1.500 m3/s is er zelfs sprake van een stijging. Ik vermoed dat dit het gevolg is van het afsluiten van een van de geulen met een dam zodat deze pas bij wat hogere afvoeren gaat stromen en de tweede geul is gedeeltelijk afgesloten. Door de afsluiting stroomt bij de lagere afvoeren nu meer water door het winterbed dan voor de aanleg van de langsdammen en dat verklaart de stijging van de waterstanden.

20160321_veldbezoek_langsdammen (31).jpg

Foto langsdam ter hoogte van Tiel. De kribben zijn hier afgebroken en vervangen door een langsdam met oevergeul.
Foto langsdam ter hoogte van Tiel. De kribben zijn hier afgebroken en vervangen door een langsdam met oevergeul.

Het afsluiten was ooit bedoeld als proef tijdens de pilotperiode, om de effecten te kunnen inschatten, maar lijkt nu permanent te zijn geworden. Hierdoor functioneren deze geulen voor de ecologie ook niet zoals ze bedoeld waren. De doelstelling om leefgebied voor stroomminnende vis te ontwikkelen wordt nu namelijk niet gehaald. De geulen stromen namelijk een deel van het jaar niet of nauwelijks en de kwaliteit van het leefgebied voor vissen laat daardoor te wensen over.

De verhoging van de waterstand in de Waal bij Tiel is naast een gevolg van de afsluiting van de geul achter de langsdam, mogelijk ook deels veroorzaakt door een verandering in de bodemligging op dit traject. Uit metingen aan de bodemhoogte van het zomerbed door Rijkswaterstaat blijkt dat de bodem in dit traject wat omhoog is gekomen en dit vertaalt zich dan in een stijging van de waterstanden, die vooral bij de lagere afvoeren merkbaar is. Voor deze stijging van de bodem  waren de langsdammen ook bedoeld en daarvoor doen ze dus wel goed werk.

Deventer tot 2500 met vlakken.jpg

Veranderingen in de waterstanden in de IJssel bij Deventer in de loop van de afgelopen 20 jaar; bij de Rijnafvoeren onder 2.500 m3s. Toelichting in de tekst.
Veranderingen in de waterstanden in de IJssel bij Deventer in de loop van de afgelopen 20 jaar; bij de Rijnafvoeren onder 2.500 m3s. Toelichting in de tekst.

De laatste grafiek tenslotte is die van Deventer. Vorige week liet ik daar al zien dat de waterstanden hier binnen een periode veel meer fluctueren dan in de Waal doordat de IJssel soms veel water te verwerken krijgt uit de zijbeken die erin uitmonden. In het lagere bereik is dat niet anders en zijn er binnen iedere periode fluctuaties van 40 tot 60 cm. Ik de grafiek zijn de waarnemingen uit de eerste (donkerblauw) en de laatste periode (lichtblauw) omlijnd. Het blijkt dat in het bereik tussen ca. 1.000 en 2.000 m3/s de waterstanden in de recente periode gemiddeld genomen tot ca 20 cm lager waren.

Er zijn hier 10 jaar geleden wel Ruimte voor de Rivier maatregelen uitgevoerd, maar die hebben geen effect op de lagere waterstanden omdat ze pas bij hogere afoeren in werking treden. De daling die in de grafiek zichtbaar is, heeft dus dus mogelijk met de bodemligging van de rivier te maken. Omdat het bij de wat hogere afvoeren niet optreedt, vermoed ik dat dat toch niet de oorzaak is.

Een andere mogelijke oorzaak is dat de IJssel bij lagere Rijnafvoeren in de laatste tijd minder water is gaan ontvangen uit de Rijn. Als dat het geval is, zou je echter verwachten dat dit effect bij de lagere afvoeren extremer wordt. In het bereik tussen 900 en 1100 m3/s zien we echter veel waarnemingen in de meest recente periode die niet opvallend laag zijn. Dit lijkt dus ook niet de reden te zijn. Omdat het om maar enkele waarnemingen gaat die het donkerblauwe vlak optillen en het lichtblauwe vlak lager maken, zou het ook nog toeval kunnen zijn; dat er in de laatste 5 jaar net wat vaker sprake was van een lage beekafvoer en 15 jaar geleden van een hoge beekafvoer ten tijde van de metingen. Om het zeker te weten zijn meer metingen nodig.