Het blijft voorlopig droog en de waterstanden blijven dalen.
Het weer- en waterbericht voor de komende week is simpel, het blijft droog en daardoor blijven de waterstanden in Rijn en Maas dalen. Waarschijnlijk zet die daling ook in de week daarna nog door, zodat beide rivieren dalen naar voor de tijd van het jaar lage standen. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht een analyse van het optreden van lange perioden met een lage Maasafvoer. Twee weken terug besteedde ik aandacht aan de Rijn, nu is de Maas aan de beurt. De situatie lijkt daar veel op die van de Rijn, alleen komen maanden met een sterk afwijkende lage gemiddelde afvoer er veel vaker voor.
Water van de Week
Hogedrukgebieden weten niet van wijken
Een hogedrukgebied boven de Britse Eilanden bepaalt al de hele week ons weer en ook de komende week blijft dat zo. Vanuit het hogedrukgebied loopt een langgerekte rug van hoge druk in zuidoostelijke richting en de stroomgebieden liggen daar precies onder. Regen wordt daarom de hele week niet verwacht. In het komend weekend neemt het hogedrukgebied wat in kracht af en kan een lagedrukgebied ten zuiden van ons langstrekken. Voorlopig is de verwachting zo ver zuidelijk, dat het geen regen zal brengen in de stroomgebieden.
Het Britse hogedrukgebied verschuift na het komend weekend in noordoostelijke richting, naar Scandinavië, en later naar het oosten van Europa. Dat maakt de weg vrij voor lagedrukgebieden die vanaf dat Atlantische Oceaan in de richting van Noord-Europa trekken. Of dat rond 22 of 23/10 bij ons en in de stroomgebieden regen gaat brengen is echter nog onzeker, want het hogedrukgebied boven Oost-Europa houdt waarschijnlijk nog lang invloed op ons weer, zodat de regen op afstand blijft. Het zou goed kunnen dat het de komende 2 weken nog (vrijwel) droog blijft.
Rijn blijft voorlopig dalen, tot onder de 7,5 m NAP.
Het stroomgebied van de Rijn loopt langzaam leeg. In deze tijd van het jaar, nu de temperaturen niet meer zo hoog zijn, gaat dat niet zo heel erg snel. De afgelopen week daalde de stand dagelijks met zo'n 5 cm en de afvoer met ongeveer 50 m³/s. Sinds gisteren is de 1500 m³/s weer onderschreden en nadat het kleine hoogwatergolfje 2 weken geleden passeerde is de Rijnafvoer alweer 40% lager.
Voorlopig zet deze daling nog door en de kans is groot dat dit nog wel twee weken of langer aanhoudt. De komende twee tot 3 dagen gaat de daling even wat sneller en op dinsdag of woensdag verwacht ik dat de 8 m wordt onderschreden, de afvoer bedraagt dan ongeveer 1350 m³/s. De dagen daarna gaat de daling onverminderd verder, eerst met ca 7 tot 8 cm per dag, later afnemend tot 5 cm per dag. Op zondag 19/10 verwacht ik dat de 7,75 m NAP wordt onderschreden (afvoer 1.225 m³/s) en op woensdag 22 of donderdag 23/10 de 7,5 m NAP (afvoer 1.100 m³/s).
Tegen die tijd is er een kansje dat er weer regen gaat vallen in het stroomgebied, maar grote hoeveelheden lijken dat niet te gaan worden. Er is daarom een gerede kans dat de Rijn naar een waterstand van 7,3 m NAP. Daarmee zou, wat in de zomer niet lukte, de afvoer toch nog onder de 1.000 m³/s kunnen zakken. Op grond van de verwachte daalsnelheid zou dat ergens tussen 27 en 30/10 kunnen gebeuren, mits er tegen die tijd geen regen valt. Volgende week is hier meer over te zeggen.
Maas daalt langzaam verder naar een lage afvoer van ca 50 m³/s
De Maas afvoer is de afgelopen week langzaam verder gedaald en zakte vanaf 7 oktober weer onder de 100 m³/s. In deze tijd van het jaar verloopt ook bij de Maas de daling meestal niet meer zo snel en dagelijks gaat er niet meer dan 5 m³/s van de afvoer af. Op dit moment bedraagt de (daggemiddelde) afvoer nog ongeveer 80 m³/s en begin van de week zal de 75 m³/s worden onderschreden.
Omdat het voorlopig droog blijft in het stroomgebied verwacht ik dat de afvoer langzaam verder zal blijven dalen naar ca 50 m³/s net na het volgend weekend. Ook daarna blijft het nog droog en de kans is daardoor groot dat in de loop van de week daarna ook de 40 m³/s bereikt wordt. Of er zou vanaf 22/10 weer wat regen moeten gaan vallen, maar de kans daarop lijkt voorlopig klein.
Water Inzicht
Maas sluit in september een lange periode van lage afvoeren af, hoe bijzonder was dit.
Net als de Rijn had de Maas al vanaf het vroege voorjaar te maken met lage afvoeren. Al vanaf begin februari zakte de afvoer onder het langjarig gemiddelde en, op enkele korte onderbrekingen na, bleef de afvoer daaronder tot op de dag van vandaag. Wel gingen in september de scherpste randjes ervan af en met een maandafvoer van ca 80 m³/s bij Maastricht, was de afvoer nog maar ca 15% lager dan het langjarig gemiddelde. Als we deze periode vergelijken met andere lange perioden in de meetreeks dan was deze niet heel bijzonder.
In de tabel hieronder zijn alle maanden aangegeven met een minimaal 70% lagere dan gemiddelde afvoer. De rood gemarkeerde maanden hadden een gemiddelde afvoer die kleiner was dan 50% van het langjarig gemiddelde van die maand, oranje een afvoer tussen 50 en 60% en geel tussen 60 en 70%.Enkele opvallende jaren zijn in de figuur met het jaartal genoteerd.
Om wat gevoel te krijgen bij deze getallen: in januari bedraagt de langjarig gemiddelde afvoer van de Maas ca 550 m3/s en een gele markering betekent dan dat in die januari-maand de gemiddelde afvoer tussen 330 en 375 m3/s lag, bij een oranje markering tussen 300 en 330 m3/s en bij een rode kleiner is dan 300 m3/s. In juli is het langjarig gemiddelde veel lager, de langjarig gemiddelde afvoer vbedraagt dan ongeveer 100 m3/s, en dan betekent een gele markering een afvoer tussen 60 en 70 m3/s, een oranje tussen 50 en 60 m3/s en een rode minder dan 50 m3/s.
Lage maandafvoeren Maas.jpg

Als we op zoek gaan naar aaneengesloten reeksen van maanden met een gemiddelde afvoer van 70% of minder dan het langjarig gemiddelde, dan springt vooral 1976 eruit. Toen duurde de periode met lage afvoeren maar liefst 18 maanden, waarvan er 6 aangesloten maanden waren met een afvoer van slechts 20 tot 25% van het langjarig gemiddelde. Dit jaar duurde de periode 7 maanden en bedroeg de laagste afvoer in april nog altijd 43% van het langjarig gemiddelde. In de figuur hieronder zijn van alle maanden sinds 1911 de maanden met een lage tot extreem lage afvoer ingekleurd.
In de tabel hierna zijn alle perioden van 6 maanden en langer weergegeven; dit waren er 24. Als ik net als bij de Rijn uitgegaan was van 5 aaneengesloten maanden ipv 6, dan waren het er zelfs 34.
Tabel aansluitend <70% maandgemiddelde Maas.png

Bij de Maas komen langere droge perioden dus vaker voor; zo zijn er zelfs 9 die langer duurden dan 10 maanden, terwijl dat er bij de Rijn maar 2 waren. De meetreeks heb ik in 5 gelijke delen verdeeld van 23 jaar en daaruit blijkt dat de meeste aaneengesloten perioden met een lage afvoer in de periode 1934-1956 optraden. De laatste periode kende er 6, waarbij opvalt dat die op één na slechts 6 maanden duurden. Dit wordt veroorzaakt doordat maanden met een lage afvoer in de winter en herfst steeds minder vaak optreden; zoals te zien is in de laatste 4 kolommen.
Het winterhalfjaar is natter geworden en de kans dat een periode met lage afvoeren die in de zomer is begonnen voortduurt tijdens de herfst en de winter is daardoor kleiner geworden. Wat verder opvalt is dat in’80-er jaren van de vorige eeuw er helemaal geen langdurige droogte is opgetreden en ook de figuur hierboven laat zien dat er opvallend weinig maanden met een lage gemiddelde afvoer waren. In de grafieken hierna is voor zowel het winterhalfjaar (boven) als het zomerhalfjaar (onder) per periode van 10 jaar aangegeven hoeveel maanden er waren met een gemiddelde afvoer van 70% of minder van het langjarig gemiddelde. In grijs heb ik er de aantallen van de Rijn naast gezet.
Aantal Maas winter & Rijn in grijs.jpg

Aantal Maas zomer & Rijn in grijs.jpg

Het verloop in de winter laat een piek zien in de periode van 1946 t/m 1955 en van 1966 t/m 1975 om daarna gestaag af te nemen. In het midden van de vorige eeuw waren er veel relatief droge winters. Ook waren het vaak koude winters met sneeuw ipv regen, waardoor de Maas weinig water te verwerken kreeg. De Maasafvoer reageert ook sneller op droog weer en het aantal maanden met een afvoer <50% van het langjarig gemiddelde is er relatief groot, en veel groter dan bij de Rijn, die vanwege het grote stroomgebied niet snel naar een zeer lage afvoer zakt.
Wat verder opvalt is dat het aantalsverloop gedurende de meetreeks bij de Rijn gelijk opgaat met dat van de Maas, maar dan steeds ca 5 lager. In de winter ontvangen de Rijn en de Maas beide hun water vooral uit de Middelgebergten en de effecten van de warmere en nattere winters zijn voor beide rivieren daardoor vergelijkbaar. Bij de zomer zijn de verschillen tussen de Rijn en de Maas veel groter. De Maas heeft in veel perioden van 10 jaar vrij hoge aantallen maanden (vaak rond de 20 stuks) met een lage afvoer, terwijl de Rijn in de meeste perioden er veelal minder dan 10 heeft.
Bij de Maas springt de laatste periode van 10 jaar er nog meer uit dan bij de Rijn. Maar liefst 33 maanden hadden een afvoer lager dan 70% van het langjarig gemiddelde, dat is meer dan de helft van alle zomermaanden in deze 10 jaar. Ook waren er 12 maanden met minder dan 50%, wat ook meer is dan in enig andere periode van 10 jaar. De Maas ontving de afgelopen 10 jaar in de zomer dus duidelijk minder water dan vroeger. Je zou verwachten dat dit het gevolg is van minder neerslag, maar waarschijnlijk is de steeds grotere verdamping agv de hogere temperaturen een belangrijkere oorzaak.
In de zomer verdampt tegenwoordig veel meer water dan vroeger; water dat de Maas dan niet meer kan bereiken, waardoor zelfs bij gelijkblijvende neerslaghoeveelheden de afvoeren toch lager zullen zijn. Dit laatste blijkt ook uit de volgende grafiek, waarin ingezoomd is op de veranderingen in de laatste 25 jaar tov de hele meetreeks van de Maas en de Rijn. Van maand tot maand is hier van het totaal aantal maanden het percentage maanden sinds het jaar 2000 weergegeven met een lage gemiddelde afvoer (<70% van het langjarig gemiddelde).
Percentage laatste 25 jaar.jpg

Bij een gelijke verdeling zou het percentage bij de Maas ongeveer 22% zijn (25 jaar van 115 jaar), maar in de periode april t/m juli is dit percentage groter. Dit is de periode dat het neerslagtekort vanwege de hoge verdamping gewoonlijk het grootst is. In de overige maanden wijkt het percentage niet af, of is het kleiner; dit laatste zien we bij de winters, die de laatste 25 jaar natter zijn geworden. In de rechterfiguur zijn de gegevens voor de Rijn weergegeven. Hier worden de waterstanden al 125 jaar gemeten en de laatste 25 jaar beslaan daarom 20%.
De Rijn laat in grote lijnen een vergelijkbaar patroon zien, met vanaf april t/m augustus een duidelijk groter aantal maanden met een lage afvoer in de laatste 25 jaar. Alleen mei valt uit de toon en in juli is het aantal juist opvallend groot. Dit is het Alpen-effect. Het smelten van de sneeuw, dat vroeger de Rijn het meeste extra water opleverde in juni is naar voren geschoven, waardoor mei meer smeltwater te verwerken krijgt en juli minder. De kans op een juli-afvoer lager dan 70% van het langjarig gemiddelde is daardoor de afgelopen 25 jaar meer dan verdubbeld.
Dat wil niet meteen zeggen dat de Rijnafvoer dan ook meteen zeer laag is. De juli-afvoer bij de Rijn is doorgaans nog relatief hoog en het verlies van smeltwater betekent niet meteen extreem lage afvoeren. Die treden doorgaans pas op in september en oktober en in die maanden zien we dat de kans op lage afvoeren juist is afgenomen. Ondanks de duidelijke effecten van de klimaatverandering hoeven we daarom niet zo bang te zijn dat de Rijn in de toekomst naar afvoeren zakt die nog niet eerder zijn voorgekomen in de meetreeks.