Tot het einde van het jaar dalende waterstanden
Het jaar 2025 sluit in stijl af met opnieuw een standvastig hogedrukgebied. De afgelopen week zorgde dat al voor droog weer en voorlopig blijft dat zo. De waterstanden gaan dan ook lange tijd dalen en die daling houdt waarschijnlijk aan tot het einde van het jaar. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht een eerste terugblik op de afgelopen periode van 25 jaar (2001-2025) die bijna ten einde is. Wat vooral opvalt in deze periode is het kleine aantal grote hoogwatergolven in de Rijn. Terwijl het er in de 25 jaar daarvoor juist relatief veel waren.
Water van de Week.
Standvastig weerpatroon met hoge druk ten zuidoosten en lage druk ten noordwesten.
Het weerpatroon ligt al enkele weken vrijwel vast met een gordel van hoge druk die vanaf Spanje via centraal Europa naar het oosten loopt en lagedrukgebieden boven het noorden van de Atlantische oceaan, met daar tussenin, over de stroomgebieden, een zuidwestelijke luchtstroming. Het zijn krachtige lagedrukgebieden, maar toch is hun invloed op het weer boven het Europese continent gering.
Rond het vorige weekend zagen we hoe het hogedrukgebied even plaats maakte voor enkele neerslaggebieden, maar Inmiddels heeft het hogedrukgebied zijn eerdere positie weer ingenomen en houdt het neerslaggebieden, die vanaf de Oceaan naderen, op grote afstand. Dit weerbeeld houden we nog de hele komende week, al verschuift het hogedrukgebied wel langzaam iets naar het oosten.
Lagedrukgebieden kunnen rond het komend weekend even iets dichterbij komen en trekken dan ten noorden van ons naar Scandinavië, maar dat levert hoogstens een klein beetje neerslag op. Direct daarna, dat is vanaf 21 december, herstelt de hoge druk zich en ontstaat er zeer waarschijnlijk opnieuw een uitgestrekte gordel van hoge druk. Mogelijk dat die wat noordelijker komt te liggen zodat de wind naar een oostelijke richting gaat. Voor de neerslaghoeveelheden maakt dat weinig uit, want het blijft dan droog, maar het kan wel wat kouder worden.
Rijn daalt de hele week tot onder de 9 m NAP, later verder dalend naar 8,5 m.
De regen die vorig weekend over het stroomgebied trok bracht grotere hoeveelheden neerslag dan eerder was voorzien. Niet alleen in Zuid-Duitsland maar ook in Midden Duitsland viel een aardige hoeveelheid regen en dat zorgde ervoor dat ook de Moezel en enkele kleinere zijrivieren in Midden Duitsland meer stegen dan ik vorig weekend in mijn waterbericht had beschreven.
De waterstand steeg daardoor bij Lobith circa 50 cm meer dan ik had verwacht en de hoogste stand kwam op zaterdagochtend iets boven de 9,9 m NAP uit. De afvoer steeg in deze week van ca 1.900 m3/s naar iets meer dan 2.700 m3/s. Daarmee kwam de afvoer enkele dagen boven het langjarig gemiddelde, dat ca 2.350 m3/s bedraagt in deze tijd van het jaar.
De afgelopen week is al grotendeels droog verlopen en alle zijrivieren van de Rijn zijn flink gaan dalen. Die daling zet zich de komende dagen door tot in Lobith en de eerste dagen daalt de waterstand daar met zo'n 15 tot 20 cm per dag, aan het eind van de week afnemend naar ca 10 cm per dag. Dit betekent dat maandag 15/12 de 9,5 m NAP weer wordt onderschreden en op woensdag 17/12 de 9 m NAP. De afvoer is dan weer tot onder de 2.000 m3/s gezakt.
Zonder veel neerslag in het stroomgebied zet de daling zich ook daarna door, maar nog wat langzamer. Op maandag 22 of dinsdag 23/12 verwacht ik dat de stand de 8,5 m NAP bereikt en de afvoer bedraagt dan ca 1.600 m3/s. Ook rond de Kerstdagen blijft de stand dalen, dan rond een stand van ca 8,25 m NAP. De kans is zelfs groot dat de daling tot het eind van het jaar voortduurt, want neerslag wordt voorlopig niet verwacht.
Rond de jaarwisseling kan de stand gedaald zijn tot iets boven de 8 m NAP en de afvoer tot circa 1.400 m3/s. Het is nu nog onduidelijk of hogedrukgebieden ook in januari het weer blijven domineren of dat tegen die tijd de Atlantische Oceaan het heft in handen neemt en lagedrukgebieden wel tot de stroomgebieden door kunnen dringen. Volgende week is daar misschien al wat meer over te zeggen.
Maas daalt deze week tot ca 200 m3/s; later nog wat lager.
Ook de Maas kreeg in het begin van de week met een klein golfje water te maken. Dit was vorige week al wel verwacht, maar ook hier viel iets meer regen. De afvoer steeg tot net iets boven de 400 m3/s, wat overigens heel normaal is voor deze tijd van het jaar. Het is zelfs ongeveer de hoeveelheid die gemiddeld medio december door de Maas wordt afgevoerd. Op dinsdag werd de hoogste stand bereikt en daarna is de afvoer gestaag gaan dalen met zo'n 25 m3/s per dag.
Inmiddels is de afvoer weer tot onder de 300 m3/s gezakt en omdat er voorlopig ook geen regen meer wordt verwacht in het stroomgebied, zet die daling zich voorlopig nog wel even door. De daling vertraagt wel langzaam en op woensdag verwacht ik dat de 250 m3/s wordt onderschreden en net na het volgend weekend 200 m3/s. Vanaf aanstaande vrijdag tot en met zondag 21/12 kan er wel wat regen vallen in het stroomgebied, maar de verwachte hoeveelheden zijn erg klein.
Het ziet er daarom uit dat de afvoer ook na het volgend weekend langzaam blijft dalen en dat rond de kerstdagen de afvoer tussen de 175 en 200 m3/s zal schommelen. Mocht er toch wat meer regen vallen in het komend weekend dan nu wordt verwacht, dan kan de afvoer nog zo’n 25 tot 50 m3/s hoger uitvallen. Veel regen wordt er zeker niet verwacht en een echte stijging van de afvoer is er al helemaal niet in het vooruitzicht.
Na het komend weekend herstelt de hoge druk zich en wordt het weer voor langere tijd droog en ook de Maas zal daarom in de week tussen Kerstmis en Nieuw jaar waarschijnlijk blijven dalen. De afvoer bevindt zich dan ergens tussen de 150 en 200 m3/s.
Water Inzicht
De laatste 25 jaar waren er opvallend weinig grote hoogwaters
Het einde van 2025 nadert en daarmee is het 125 jaar geleden dat in Lobith werd begonnen met de meetreeks van de Rijn. Dat maakt het mogelijk om de hele reeks in 5 gelijke delen van 25 jaar te verdelen, die we onderling kunnen vergelijken. In dit bericht een eerste bestudering van deze reeks met een analyse van het aantal hoogwatergolven dat er in de afgelopen periode is geweest.
Hoogwaters (met een afvoer boven de 5.000 m3/s) zijn er in de afgelopen 25 jaar bijna ieder jaar wel geweest, maar wat meteen opvalt is dat er relatief weinig grote hoogwaters zijn geweest. Zo is het al bijna 15 jaar geleden dat de afvoer tot boven 8.000 m3/s steeg (op 12 januari 2011 kwam de afvoer tot 8.315 m3/s) en zelfs 23 jaar geleden sinds een hoogwater de laatste keer boven 9.000 m3/s uitkwam. Dat was op 6 januari 2003 toen de afvoer tot 9.375 m3/s steeg. Sinds 1901 kwamen hoogwaters boven de 9.000 m3/s gemiddeld eens in de 7,5 jaar voor en niet eerder in de meetreeks was het interval tussen twee van dergelijke hoogwaters zo lang als we nu meemaken.
Hoogwaters boven de 8.000 m3/s komen gemiddeld eens in de 4,5 jaar voor en die waren er in de afgelopen 25 jaar ook maar 3, terwijl dit er op grond van het gemiddelde wel 6 hadden kunnen zijn. Een disclaimer is hier overigens nog wel op zijn plaats, want hoogwaters zijn altijd al zeldzame gebeurtenissen geweest en een periode van 25 jaar is misschien nog te kort om nu al grote conclusies te trekken. Want stel dat er de komende 5 jaar ineens 3 hoogwaters van boven de 8.000 m3/s optreden, dan ziet de statistiek er alweer heel anders uit. Maar je zou al wel kunnen zeggen dat het een beetje op begint te vallen dat de Rijn zo weinig grotere hoogwaters heeft de laatste tijd, terwijl we vanwege klimaatverandering er juist meer zouden verwachten.
Het geringe aantal grote hoogwaters wordt niet veroorzaakt doordat er in totaal weinig hoogwaters zijn geweest. Als we namelijk naar de wat minder grote hoogwaters op zoek gaan in de meetreeks, dan zijn die er wel in voldoende mate geweest. Zo waren er in de afgelopen 25 jaar 43 hoogwaters die tot boven de 5.000 m3/s kwamen, waarvan er 21 doorstegen tot boven de 6.000 m3/s. Dat is bijna precies zoveel als het langjarig gemiddelde over de hele meetreeks, want dat bedraagt respectievelijk 42 hoogwaters van >5.000 m3/s en 22 van meer dan 6.000 m3/s gedurende een periode van 25 jaar.
Hoogwaters waren er dus voldoende, maar zodra ze de 6.000 m3/s bereikten, stegen ze in de afgelopen 25 jaar dus minder vaak door dan in het verleden. In de grafiek hierna is de kans op het optreden van een hoge tot zeer hoge afvoer voor de hele meetreeks (in blauw) vergeleken met die voor de laatste 25 jaar (in oranje).
Zoals ik hierboven al beschreef, kwamen de afvoeren van >5.000 tot 6.000 m3/s nog wel ongeveer zo vaak voor als je zou mogen verwachten, maar vanaf 6.500 m3/s neemt het verschil toe en boven de 8.000 m3/s neemt de kans snel verder af. Dat er geen hoogwaters van boven de 10.000 m3/s zijn geweest, is overigens niet zo vreemd. Daarvan zijn er in de totale meetreeks maar weinig geweest en de de kans is dan zo klein, dat die al snel buiten een periode van 25 jaar kan vallen.
Schermafbeelding 2025-12-13 om 19.56.27.png

In de volgende grafiek zijn de 5 perioden van 25 jaar die er sinds 1901 zijn geweest naast elkaar gezet. Als we de afgelopen 25 jaar vergelijken met de voorgaande 4 perioden van 5 jaar dan valt op dat er altijd al grote verschillen zijn geweest in het aantal hoogwaters in de verschillende perioden en er zijn ook geen duidelijke trends zichtbaar. Zo kwamen hoogwaters met een afvoer van boven de 8.000 m3/s ook tussen 1901-1925 en tussen 1951-1975 weinig voor en waren het er in de voorgaande periode, van 1976-2000, juist erg veel.
In de periode 1951-1975 waren er overigens wel veel hoogwaters die tot tussen de 7000 en 8000 m3/s uitstegen; wat in de laatste periode van 2001-2025 ook weinig voorkwam. In vergelijking met de andere perioden bleven de afgelopen 25 jaar bij de grotere hoogwaters dus echt achter; alleen de periode van 1901-1925 had er nog wat minder.
Schermafbeelding 2025-12-13 om 19.57.25.png

Bij de lagere hoogwaters, onder de 6.500 m3/s, is de afgelopen periode van 25 jaar wel goed vertegenwoordigd. In totaal gebeurde dat 29 keer en dat is meer dan in de meeste andere perioden.
Samengevat zien we dat er de afgelopen 25 jaar relatief weinig grote hoogwaters zijn geweest. Dat lag niet aan het ontbreken van hoogwaters want het totaal aantal hoogwaters was niet kleiner dan in de andere perioden eerder in de meetreeks. Het ontbreken van de grote hoogwaters werd dan ook gecompenseerd door het vaker optreden van gemiddelde hoogwaters. In de vorige periode van 25 jaar (van 1976-2000) was het beeld anders en waren er juist wel veel grote hoogwaters. De verwachting van rond die tijd, dat die toename zich zou doorzetten, is dus (voorlopig) nog niet uitgekomen.