Het blijft voorlopig droog en de waterstanden blijven dalen
Hogedrukgebieden blijven het weer bepalen en houden neerslaggebieden voorlopig op grote afstand. De verwachting voor de waterstanden van Rijn en Maas is daarom vrij simpel: die blijven nog zeker 10 tot 14 dagen dalen. Omdat de daling in het winterhalfjaar nooit heel snel gaat, hoeven we voorlopig niet op heel lage standen te rekenen. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek Water Inzicht het vervolg op de terugblik over de afgelopen periode van 25 jaar; nu voor de lage afvoeren in de Rijn. Vorige week zagen we hoe er, tegen de verwachting in, relatief weinig grote hoogwaters zijn geweest sinds het begin van deze eeuw. Zou dat dan betekenen dat er vaker sprake is geweest van extreem laagwater, zoals we recent in 2018 en 2022 nog hebben meegemaakt?
Water van de Week
Nog lange tijd droog in de stroomgebieden.
Het hogedrukgebied dat wekenlang ten zuiden van ons lag en regen op afstand wist te houden, is naar het noorden geschoven en ligt nu boven Scandinavië. De belangrijkste verandering die dit in het weer teweegbrengt is het draaien van de wind van een zuidelijke naar een oostelijke richting. Tot en met de Kerstdagen blijft het Hogedrukgebied daar liggen en voert de opkomende oostenwind steeds koelere lucht aan. Het is droge lucht en neerslag wordt niet verwacht.
Tijdens de laatste dagen van het jaar schuift het hogedrukgebied verder naar het westen en ontwikkelt zich een kern boven het zeegebied tussen IJsland en Schotland. Dit wind boven onze omgeving draait dan door naar het noorden en mogelijk noordwesten. De temperatuur stijgt dan weer enkele graden en ook wordt de aangevoerde lucht vochtiger zodat zich winterse buien kunnen ontwikkelen. Pas vanaf nieuwjaarsdag wordt de eerste neerslag verwacht en waarschijnlijk is dat in Nederland nog gewoon regen maar in de Middengebergten van Duitsland en België kan dat ook een laagje sneeuw opleveren.
Ook na de jaarwisseling blijft het hogedrukgebied nog wel enige tijd het weer bepalen en blijft de stroming noordwestelijk. Veel neerslag wordt ook dan niet verwacht, maar omdat het vrij koud blijft kan het sneeuwdek in de Ardennen, Eiffel en Sauerland verder aangroeien tot 15 à 25 cm. De neerslaggebieden dringen niet heel ver zuidelijk door en in Zuid Duitsland en de Alpen valt daardoor maar weinig neerslag. Voor de rivieren betekent dit dat ze de komende twee weken niet of nauwelijks op extra water hoeven te rekenen.
Rijn daalt de hele week tot onder de 8 m NAP, later tot onder 7,75 m NAP.
De Rijn is de afgelopen week ongeveer 1 m gedaald, van 9,6 m naar 8,6 m NAP. Die daling zet zich in de komende twee weken voort, maar wel neemt de daalsnelheid langzaam wat af. De eerste dagen daalt de stand nog met ruim 10 cm per dag, vanaf vrijdag afnemend tot tussen de 5 en 10 cm per dag. In het volgend weekend verwacht ik dan een stand net onder de 8 m NAP. De afvoer die de afgelopen week afnam met ca 600 m3/s naar 1.700 m3/s, daalt in de komende week nog eens met 400 m3/s naar ca 1.300 m3/s.
Omdat het langdurig droog blijft zet de daling ook in de week daarna door, zei het nog wat langzamer; met zo'n 3 tot 5 cm per dag. In het weekend van 3 en 4 januari verwacht ik dan een stand van ca 7,6 m NAP en een afvoer van 1.150 m3/s.
Het is nog te ver weg om nu al met enige zekerheid iets te kunnen zeggen over de periode daarna maar omdat het hogedrukgebied erg standvastig lijkt te zijn, is er een kans dat de daling ook in de eerste helft van januari nog doorzet en misschien dat we dan de 7,5 m NAP wel onderschrijden. Maar het is ook mogelijk dat met de noordwestelijke stroming die vanaf het nieuwe jaar inzet er toch wat regen naar het midden van Duitsland wordt aangevoerd, waardoor de waterstanden vanaf ca 5 januari niet verder dalen. Een grotere stijging hoeven we echter ook niet te verwachten.
Maasafvoer daalt langzaam verder naar ca 100 m3/s.
Ook in het stroomgebied van de Maas was het de hele week droog en de afvoer daalde gestaag met zo'n 15 tot 20 m3 per dag van ca 275 m3/s aan het begin van de week naar ca. 160 m3/s op dit moment. De komende twee weken wordt het een herhaling van zetten en de Maasafvoer blijft langzaam dalen. Wel neemt de daalsnelheid op termijn sterk af: deze week naar ongeveer 10 m3/s en de week daarna nog wat minder. Ronde het volgend weekend verwacht ik een afvoer tussen de 100 en 125 m3/s en in de week daarna zet de daling door tot onder de 100 m3/s.
Vanaf het nieuwe jaar liggen de Ardennen in de baan van de noordwestelijke stroming en kan er wel weer wat neerslag gaan vallen. Omdat het voorlopig vrij koud is, zal dat voornamelijk sneeuw zijn. In de lagere delen van België valt dan echter ook wel wat regen en dat is waarschijnlijk voldoende om de Maas niet veel verder dan 100 m3/s te laten dalen. Een grotere stijging hoeven we echter ook in de Maas voorlopig niet te verwachten want ook op langere termijn wordt weinig neerslag verwacht.
Water Inzicht
De laatste 25 jaar waren er enkele opvallende laagwaterperioden maar niet meer dan je zou mogen verwachten.
Vorige week liet ik zien dat er de afgelopen 25 jaar relatief weinig grote hoogwaters zijn geweest. Na de vele hoogwaters aan het eind van de vorige eeuw (o.a. in 1993 en 1995) was de verwachting dat die trend zich zou voortzetten, maar dat is dus (nog) niet uitgekomen. Dat lag niet aan het ontbreken van hoogwaters, die waren er ongeveer net zoveel als gemiddeld, alleen groeiden ze dus niet uit tot grote hoogwaters.
Vandaag neem ik de lage afvoeren onder de loep. Laagwater levert geen gevaarlijke situaties op, zoals extreem hoogwater, maar levert wel economische schade omdat de binnenvaart niet meer vol beladen kan varen en de aanvoer van zoetwater voor drinkwater en landbouw komt in de knel. Ook is er verlies aan de natuur omdat veel wateren in de uiterwaarden bij lage afvoeren droogvallen.
We spreken van laagwater als de afvoer bij Lobith tot onder de 1.000 m3/s zakt. Gemiddeld over de meetreeks komt dat ca 20 dagen per jaar voor, maar soms duurt een laagwaterperiode wel 50 tot 100 dagen en er zijn ook jaren dat de 1.000 m3/s niet eens wordt bereikt. Hoe langer een laagwaterperiode duurt hoe groter de problemen en ook is de kans dan groot dat de afvoer verder daalt tot in uitzonderlijke gevallen minder de 700 m3/s. Vooral in die situaties neemt de overlast voor de gebruikers van het water snel toe.
Om de afgelopen periode van 25 jaar te kunnen vergelijken met de rest van de meetreeks ben ik op zoek gegaan naar de laagwaterperioden in de meetreeks, waarbij de afvoer 10 of meer dagen achtereen onder de 1.000 m3/s bleef. Dit zijn er 52, wat betekent dat ze gemiddeld eens in ca 2,5 jaar voorkomen. In de tabel hierna zijn al deze 52 laagwaterperiode onder elkaar gezet. De langste periode was in 1949 en duurde 4,5 maand van half juli t/m eind november. Op de tweede plaats vinden we 1959 toen de laagwaterperiode ook meer dan 100 dagen duurde.
Schermafbeelding 2025-12-21 om 12.32.22.png

In de laatste 25 jaar zijn er 9 laagwaterperioden geweest (deze zijn grijs gemarkeerd in de tabel); wat betekent dat ze ook gemiddeld eens in de 2,5 jaar zijn opgetreden. Laagwaterperioden kwamen de afgelopen 25 jaar dus niet vaker voor dan in het verleden en ook waren ze niet extremer dan eerder in de meetreeks. 2018 is het jaar dat hoog genoteerd is met een 5e plek en 2022 staat op de 11e plaats. Dit waren jaren met extreem laagwater, maar niet extremer dan eerder in de meetreeks.
Wat wel opvalt is dat er in de bovenste helft van de tabel verder geen jaren staan uit het recente verleden. Toen in 2018 een lange laagwaterperiode aanbrak, was dat voor het eerste sinds 1972. We waren het niet meer gewend dat een lage Rijnafvoer zo lang kon aanhouden.
In 2022 daalde de afvoer tot een zeer lage 677 m3/s. Dat was zeer uitzonderlijk, maar geen unicum, want in 4 jaren eerder in de meetreeks was de afvoer al eens verder gedaald (zie de eerste tabel). Wat wel opviel in 2022 was dat de lage afvoer al in augustus optrad, terwijl het bij de andere jaren pas in het najaar gebeurde; in een periode van het jaar dat de watervraag niet groot meer is.
De volgende tabel geeft het gemiddeld aantal dagen dat een afvoer van tussen 700 t/m 1500 m3/s per jaar wordt onderschreden. Hieruit blijkt dat het aantal dagen met lage afvoeren in de afgelopen 25 jaar niet opvallend hoog was, het waren er zelfs minder dan in de rest van de reeks.
Schermafbeelding 2025-12-21 om 12.12.57.png

Zo kwamen afvoeren onder de 1.000 m3/s ca 25% minder vaak voor dan in de periode tussen 1901 en 2000 en zeer lage afvoeren van minder dan 800 m3/s kwamen zelfs 45% minder vaak voor. Bij de wat minder lage afvoeren zien we wel een lichte toename van 5 tot 6 dagen gemiddeld per jaar. Als laatste is in de tabel de jaargemiddelde afvoer van de Rijn weergegeven, deze bedraagt 2.200 m3/s en wat opvalt is dat die de afgelopen 25 jaar vaker is onderschreden. De afvoer was dus relatief vaak lager dan het gemiddelde, maar blijkbaar leidde dat niet tot het vaker optreden van heel lage afvoeren.
In de laatste grafiek heb ik de afgelopen periode van 25 jaar vergeleken met de voorgaande 4 perioden van 25 jaar.
Schermafbeelding 2025-12-21 om 12.07.35.png

Bij de afvoeren onder de 1.100 m3/s zien we dat de afgelopen periode steeds het op een na laagste aantal dagen had. Alleen de voorgaande periode tussen 1976 en 2000 was nog wat lager. Dit was ook de periode die, zoals ik hierboven al beschreef, helemaal geen langere hoogwatergolven kende. Er is dus wel sprake van een toename in het optreden van laagwater, maar die is er voorlopig alleen maar ten opzichte van de vorige 25 jaar en niet ten opzichte van de hele meetreeks.
Pas boven de 1200 m3/s is de afgelopen periode niet meer de op een na laagste, maar groeit het aantal dagen langzaam boven de andere perioden uit. Alleen de periode van 1926 tot en met 1950 blijft hier koploper met een nog groter aantal. Tegen de verwachting in zien we bij de lage afvoeren onder de 1.200 m3/s dus geen toename, maar juist een afname van zeer lage afvoeren; terwijl lager dan gemiddelde afvoeren, tussen 1200 en 1500 m3/s, wel vaker optreden.
De situatie bij laagwater lijkt wel wat op die van de hoogwaters, die wel gewoon ieder jaar optreden, maar minder vaak uitgroeien tot een extreme situatie. Terwijl we verwachten dat de extremen door klimaatverandering toenemen zien we bij de Rijn de afgelopen 25 jaar juist een omgekeerde beweging. Niet dat de klimaatverandering geen invloed heeft, op een andere schaal zien we daar zeker de gevolgen van, zoals het feit dat lage afvoeren vaker in de zomer optreden en minder vaak in het najaar. Maar de veranderingen in het klimaat leiden bij de Rijn voorlopig dus niet tot meer extremen aan de boven- en onderkant van het afvoerspectrum.