Langere droge periode op komst en dalende waterstanden
In Nederland en de stroomgebieden is de afgelopen weken aardig wat regen gevallen en de waterstanden zijn weer wat opgekrabbeld. Heel veel is het echter niet en de opleving lijkt ook van korte duur te zijn, want vanaf halverwege komende week breekt weer een wat langere droge periode aan. In het waterbericht leest u wat dat betekent voor de waterstanden in de rivieren in de komende periode.
April was een zeer droge maand, hoe uitzonderlijk is dat en neemt de kans daarop toe. In Water Inzicht een analyse van de frequentie waarin heel droge en heel natte maanden in Nederland voorkomen.
Water van de Week
Overgang naar droger weer, mogelijk voor langere tijd.
De afgelopen weken stonden onder de invloed van lagedrukgebieden die in Nederland en de stroomgebieden regelmatig voor neerslag zorgen. De komende dagen verandert dit weerbeeld nog maar weinig en blijft er kans op buien terwijl we in vrij koele lucht verblijven. Vandaag is er de grootste kans op buien in Nederland, vanaf morgen ook in Duitsland en Frankrijk.
De meeste neerslag lijkt te gaan vallen in een zone die vanaf Noordwest-Frankrijk over Nederland naar Noord-Duitsland loopt. De stroomgebieden komen er daardoor wat bekaaid vanaf en de hoeveelheden die daar vallen zijn waarschijnlijk te klein om de waterstanden in de rivieren wat op te tillen.
Vanaf halverwege de komende week trekt het belangrijkste lagedrukgebied, dat nu bij Ierland ligt, zich wat terug op de Atlantische Oceaan en krijgt hoge druk meer invloed op ons weer. Er ontwikkelt zich dan een lange rug van hogedruk die vanaf de Azoren tot aan Scandinavië loopt en neerslaggebieden komen er dan niet aan te pas. Het weerpatroon lijkt veel op dat wat we ook in de maand april zagen toen het langdurig droog was.
Tot en met de pinksterdagen blijft het droog onder invloed van het hogedrukgebied en daarna wordt het wat onzekerder wat het gebeurt. De kans is groot dat het hogedrukgebied wel wat verschuift Maar dat de invloed toch groot blijft zodat het overwegend droog blijft In de stroomgebieden. Het zou ook kunnen dat het hogedrukgebied zich opsplitst en er boven onze omgeving weer invloed komt van lagedrukgebieden. Vanaf dinsdag 26 mei neemt de kans op buien dan weer toe, maar ook in die situatie worden voorlopig geen grote hoeveelheden regen verwacht.
We mogen ons daarom gaan voorbereiden op een wat langere overwegend droge periode met dalende waterstanden in de rivieren. Het komt goed uit dat na de droge aprilmaand de maand mei nu wel wat regen heeft gebracht. Maar of dat voldoende is om een lange droge periode het hoofd te bieden, moeten we nog even afwachten.
Rijn daalt komende week tot onder de 8 m NAP.
Nadat de waterstand van de Rijn bij Lobith in de zeer droge maand april gedaald was tot net boven de 7,6 m NAP, en de afvoer tot onder 1200 m3/s, is de stand de afgelopen 2 weken weer iets opgekrabbeld. Heel veel is het niet, want de afvoer steeg ongeveer 300 m3/s tot bijna 1.500 m3/s en de stand met ca 60 cm tot 8,2 m NAP.
Gewoonlijk dragen de Alpen in deze tijd van het jaar ook bij aan de extra afvoer omdat in mei het meeste smeltwater beschikbaar komt vanuit de Alpen boven de ca 1500 tot 2000 meter hoogte. Ondanks dat er na het winterhalfjaar aardig wat sneeuw in de Alpen lag, heeft dat de Rijn tot nu toe maar weinig smeltwater opgeleverd. Vanwege het droge en zonnige weer is een groot deel van de sneeuw dit jaar namelijk verdampt ipv dat het smeltwater is geworden.
Vorige week schreef ik nog over een paar mogelijk zeer natte dagen in de Alpen die de hoeveelheid smeltwater zouden hebben opgekrikt, maar enkele dagen later was dat weer uit de verwachting verdwenen. Ook de komende weken beloven wat dat betreft weinig goeds want de temperaturen gaan wel weer omhoog in de Alpen, maar tegelijkertijd blijft het erg droog en in die situaties levert het smelten doorgaans maar weinig extra water op. Het extra water van de afgelopen weken wat gaan ook vooral afkomstig uit de Duitse zijrivieren van de Rijn en dat aandeel zal de komende weken weer af gaan nemen als er een droge periode aan gaat breken.
De waterstand bij Lobith gaat vanaf vandaag langzaam dalen met zo'n 3 tot 5 cm per dag. Vanaf donderdag 21 mei verwacht ik dat de 8 m NAP weer wordt onderschreden. De afvoer zakt dan weer tot onder de 1.350 m3/s, ca 1.000 m3/s lager dan het langjarig gemiddelde. Ook in en na het komend weekend daalt de waterstand langzaam verder en halverwege de week na volgend weekend (dat is rond 27 mei) verwacht ik dat de stand bij ca 7,75 m NAP zal zijn uitgekomen en de afvoer is dan gedaald tot ca 1.250 m3/s.
Voorlopig ziet het er niet naar uit dat er eind mei een zodanige weersomslag komt dat de waterstand daarna wel weer gaat stijgen, maar we zullen tot volgende week moeten wachten om daar wat meer zekerheid over te krijgen.
Maas zet langere daling in tot onder 100 m3/s.
Regenval in de Ardennen aan het begin van de week liet de Maas voor het eerst sinds lange tijd weer even tot boven de 250 m3/s stijgen. Ook op woensdag en donderdag viel er nog aardig wat regen en leefde de afvoer nogmaals wat op. Gemiddeld over de dag kwam de afvoer uit op 150 tot 175 m3/s in de Maas bij Maastricht en dat is het dubbele van enkele weken terug. Sinds vrijdag zijn de neerslaghoeveelheden weer afgenomen en daalt de afvoer bij Maastricht ook weer langzaam.
Later vandaag en morgen kunnen er nogmaals buien vallen en dat levert mogelijk weer een kleine opleving op, maar vanaf dinsdag nemen de dagelijkse regenkansen af en zal de dalende lijn weer ingezet worden. Aan het eind van de week verwacht ik dat de afvoer bij Maastricht (dag-gemiddeld) weer onder de 125 m3/s zakt.
Omdat het komend weekend droog verloopt en ook in het begin van de week daarna nauwelijks tot geen regen wordt verwacht, blijft de afvoer voorlopig dalen, tot onder de 100 m3/s in de loop van de week na het weekend. Op langere termijn is de kans groot dat de afvoer verdere daalt tot rond de 75 m3/s aan het eind van de maand.
Water Inzicht
Hoe vaak komen zeer doge en zeer natte maanden toe en zijn er trends in te herkennen
In april viel in De Bilt slechts 2,4 mm regen en daarmee was het de op 4 na droogste maand sinds het begin van de metingen. De koppositie wordt ingenomen door april 2007 met slechts 0,3 mm. De andere zeer droge maanden waren februari 1986 (0,4 mm), maart vorig jaar (1,5 mm) en februari 1985 (1,9 mm). De volgende figuur laat het aantal maanden zien met minder dan 10 mm regen in De Bilt, verdeeld over de 12 perioden van 10 jaar sinds 1906. In totaal zijn dit er 26 en per 10 jaar verdeeld zijn het er gemiddeld iets meer dan 2, maar de laatste 50 jaar zijn het er gemiddeld 3, dus iets meer. Maanden met minder dan 5 mm vinden we ook vooral in de laatste 50 jaar. In de afgelopen decennia is het aantal wel wat hoger, maar er geen toenemende trend; wat ook verwacht mag worden in een klimaat dat langzaam natter wordt.
Schermafbeelding 2026-05-17 om 15.06.26.png

Vóór 1950 waren het er wel minder en waren er soms ook perioden van 10 jaar zonder een zo'n droog jaar. Uitzondering is de periode van 1926 t/m 1935, toen er kort na elkaar enkele wintermaanden waren met heel weinig neerslag. Als we het optreden van de droge maanden nog wat grondiger onder de loep nemen, dan volgt daaruit de volgende figuur. Hierin zijn voor de hele meetreeks van De Bilt de 15% droogste maanden ingekleurd.
Droge maanden tm april 2026.jpg

De meetreeks van De Bilt begint in 1906 en t/m vorig jaar zijn er dus 120 jaren verstreken. Bij de 15% droogste maanden gaat het dan in totaal om 216 maanden (15% van 12 x 120) en om voor een maand om daarbinnen te vallen, heb ik berekend dat er dan minder dan 47% van de gemiddelde hoeveelheid regen moest vallen. Om tot de 10% droogste te behoren was dat minder dan 37% en voor de 5% droogste minder dan 26%. Als we als voorbeeld april nemen, dan valt in die maand gemiddeld 42 mm neerslag. Om tot de droogste 15% te behoren moet er minder dan ca 20 mm regen vallen in die maand en om tot de droogste 5% minder dan 11 mm. April dit jaar bleef daar met 2,4 mm ruim onder en in de figuur is deze maand daarom donkerrood ingekleurd.
Als we dat voor alle maanden sinds januari 1906 doen, dan ontstaat het bovenstaande beeld. Recente droge jaren zoals maart 2025, het voorjaar van 2020 en de zomer van 2018 kleuren daarin ook donkerrood, maar ook vorig jaar augustus en december waren aan de droge kant. Als we dit vergelijken met eerder in de reeks, dan is er zo op het eerste gezicht geen duidelijke trend zichtbaar van meer of minder droge jaren in de laatste decennia. Zo zijn er sinds 2000 vrij veel droge april- en juni-maanden, maar vrijwel geen droge meimaanden en ook weer niet zoveel droge augustusmaanden als tussen 1970 en 1995.
In de grafiek hierna heb ik per periode van 10 jaar uiteengezet hoeveel maanden er waren die in de 3 categorieën vielen. Ook hieruit komt geen duidelijke trend naar voren. De meeste decennia ligt het aantal droge tot zeer droge maanden soort tussen de 15 en 20, een enkele keer (van 1976-1985) was het hoger, maar soms ook lager; bv van 1996 t/m 20025. In de afgelopen 10 jaar waren er maar liefst 9 zeer droge maanden en dat was het hoogste aantal sinds 1906, maar in de 2 decennia hiervoor was dit aantal weer niet verhoogd, dus het kan goed nog een toevalstreffer zijn.
droge maanden in het jaar.png

Nu is de verwachting dat vooral de zomermaanden droger worden en bovenstaande figuur betreft nog het hele jaar. Daarom heb ik de meetreeks verdeeld over het winter- en het zomerhalfjaar (zie volgende grafiek), maar ook dan zien we bij de zomermaanden geen duidelijke toename. Het gaat vrij sterk op en neer, maar de afgelopen decennia vallen niet speciaal op. Wel zien we over de laatste 10 jaar ook hier een hoog aantal zeer droge maanden (7 stuks), maar dat was in de periode 1976 t/m 1985 ook al eens zo hoog. In de grafiek hierna zijn ook de droge wintermaanden weergegeven. Ook daarin zijn de veranderingen niet heel groot maar er lijkt wel vanaf het midden van de vorige eeuw een langzame afname zichtbaar te zijn: van zo'n gemiddeld 10 stuks per 10 jaar naar nu nog ongeveer 7.
droge maanden in zomer en winter.png

Ook komen in de winter zeer droge maanden nu niet vaak meer voor. Maar al met al zijn de veranderingen beperkt en zijn ook in het huidig klimaat in het winterhalfjaar droge maanden nog steeds goed mogelijk. Zoals ook afgelopen winter bleek, toen in december slechts 30% van de normale hoeveelheid regen viel.
Een duidelijke trend naar meer droge maanden gedurende het jaar en dan vooral in de zomer blijkt dus niet uit de meetgegevens van de Bilt. Het is wel de verwachting dat droge zomermaanden vaker voor gaan komen, maar een duidelijke toename is nu nog niet te zien. Dat wil echter nog niet zeggen dat de impact van droge maanden niet is veranderd. Want door klimaatverandering (hoge temperaturen en meer zonneschijn) is de mate van verdamping tegenwoordig veel groter dan ca. 50 jaar geleden en de gevolgen van een droge periode zijn daardoor ook groter dan vroeger. Je zou het kunnen samenvatten met: ‘droge maanden zijn van alle tijden, maar als ze optreden, zijn de gevolgen ervan veel groter dan vroeger’.
Eenzelfde analyse heb ik uitgevoerd voor de natte maanden in het jaar. In de volgende figuur zijn de 15% natste maanden aangegeven voor de hele meetreeks. Een maand behoort tot de 15% natste als er meer dan 155% van de langjarig gemiddelde hoeveelheid neerslag viel, tot de 10% natste als er meer dan 171% viel en tot de 5% natste als meer dan 196% van de normale hoeveelheid viel.
Natte maanden tm april 2026.jpg

In veel maanden valt er in Nederland zo’n 80 mm neerslag, dus om dan tot de natste te behoren moet er ca 150 mm neerslag in die maand zijn gevallen. Maar voor de maand april met een langjarig gemiddelde van slechts 42 mm zou iets meer dan 80 mm al genoeg zijn. Dat lijkt daardoor makkelijker haalbaar, maar is voor april toch geenszins het geval, slechts 3 keer gebeurde dat in april, waaronder recent in 2024, toen bijna 100 mm viel; een enorme hoeveelheid voor deze gemiddeld droogste maand van het jaar.
natte maanden in het jaar.png

Als we het aantal natte en zeer natte maanden in een grafiek uitzetten (zie hierboven), dan zien we een duidelijke toename. De laatste 4 decennia lag het aantal steeds tussen de 21 en 24 terwijl dat aan het begin van de vorige eeuw nog tussen de 12 en 17 lag. Vooral na 1985 is het aantal toegenomen en wat daarbij opvalt is dat het aantal maanden tussen 10 en 15% (lichtblauw) ongeveer hetzelfde gebleven, wat betekent dat vooral de toename vooral is opgetreden bij de meest natte maanden. Dit bedraagt nu per decennium gemiddeld 10 bedraagt en de afgelopen 10 jaar waren het er zelfs 13, terwijl dat er in de vorige eeuw vaak maar 3 tot 6 waren.
Als we nagaan hoe de aantallen verdeeld zijn over het winters en het zomerhalfjaar dan zien we dat het vooral het winterhalfjaar is waarin de aantallen sterk zijn toegenomen. Van de 13 zeer natte maanden uit de afgelopen 10 jaar, vielen er ook 9 in de winter. Bij de zomer zien we geen grote veranderingen, maar dat betekent dat er ook geen afname is van natte zomermaanden. Ze komen tegenwoordig ongeveer evenveel voor als vroeger, gemiddeld zo'n 1 per jaar.
natte maanden in winter en zomer.png

In tegenstelling tot de droge maanden zien we bij de natte maanden dus wel een duidelijke verandering; die zich vooral afspeelt in de winter. Natte maanden nemen duidelijk toe, al blijven er hier ook verschillen en zijn er soms ook perioden dat er wat minder natte maanden zijn. Maar daar staat tegenover dat, zoals in de afgelopen 10 jaar er soms ook zeer veel natte maanden kunnen voorkomen kort na elkaar. Berucht is wat dat betreft het winterhalfjaar van 2023/24, toen 3 van de 6 wintermaanden extreem nat verliepen.
Niet toevallig was dit een jaar waarin er boven de Stille Oceaan een El Niño jaar optrad en het dat zijn vaak jaren met in Nederland een nat winterhalfjaar. Laat nu de komende winter zeer waarschijnlijk ook weer een jaar met sterke El Niño worden. De kans is groot dat ons land dan weer een aantal zeer natte maanden te wachten staat, wat het aantal zeer natte maanden over de laatste 10 jaar verder zou doen toenemen.