Nog een droge week met dalende waterstanden, maar er lijkt verandering op komst
Hogedrukgebieden maken de dienst uit en voorlopig blijft het droog, zodat de waterstanden flink gaan dalen, naar erg lage waarden voor deze tijd van het jaar. Maar rond de maandwissel lijkt er toch een verandering op komst: het hogedrukgebied trekt zich terug en dat biedt ruimte voor regengebieden. Of die voldoende neerslag brengen om de waterstanden weer zover te laten stijgen dat ze buiten het bereik van laagwater komen, is echter nog niet met zekerheid te zeggen.
In de rubriek Water Inzicht een vooruitblik op de komende maanden. Zijn de huidige lage rivierafvoeren een voorbode voor nog veel lagere afvoeren later in de zomer?
Water van de week.
Hogedrukgebieden bepalen het weer, maar niet meer voor heel lang.
De afgelopen week trok een hogedrukgebied vanuit het zuidwesten over Frankrijk naar onze omgeving. Daar vooruit viel in Nederland nog aardig wat regen en mei is in het grootste deel van ons land dan ook geen droge maand geworden. Anders is dat in de stroomgebieden waar sinds begin mei veel minder neerslag viel en dat merken we aan de lage waterstanden in de rivieren.
Het hogedrukgebied blijf nog enkele dagen in onze omgeving liggen maar is toch niet heel standvastig en trekt zich aan het eind van de week terug in zuidwestelijke richting. Vanaf zaterdag 30 mei maakt dat de weg vrij voor lagedrukgebieden die over de noordelijke Atlantische Oceaan in oostelijke richting trekken.
De laatste dag van de maand zou een eerste regengebied, behorend bij dit lagedrukgebied, over onze omgeving en de stroomgebieden naar het oosten kunnen trekken. Deze neerslag zat al een aantal dagen in de uitdraai van het Europese weermodel. Aanvankelijk was dit nog wat weifelend, maar in de laatste runs van het model is het steeds duidelijker geworden dat er een weersomslag op handen is.
Volgens de laatste verwachting zouden er in de eerste 5 dagen van juni zo'n 30 tot 50 mm regen kunnen vallen in Nederland en in stroomgebieden van Rijn en Maas. Als dat uitkomt dan zou dat voldoende moeten zijn om de waterstanden vanaf circa 3 juni weer te laten stijgen. Uiteraard is dit nog met een slag om de arm want het is nog 10 dagen vooruit en op zo'n termijn kan het uiteindelijk ook nog anders uitpakken. Maar een voortzetting van het huidige zeer droge weer lijkt het niet te gaan worden.
Rijn daalt de komende dagen sterk, tot ca 7,3 m NAP; daarna waarschijnlijk weer stijgend.
Aan het begin van de week passeerde bij Lobith nog een heel klein golfje extra water en de stand steeg toen tot ca 8,2 m NAP en de afvoer bereikte net niet de 1.500 m3/s. Dat is ruim onder het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar, dat ca 2.250 m3/s, maar het zorgde voor enige otspanning na de zeer lage afvoeren aan het eind van april.
Vanaf maandag is de stand weer gaan dalen en inmiddels is de 7,8 m NAP bereikt bij een afvoer van ca 1.250 m3/s. Vanwege het droge en vooral ook warme weer daalt de stand de komende dagen snel verder, met ca 10 cm per dag. Op donderdag verwacht ik dat de 7,5 m wordt bereikt en de afvoer bedraagt dan nog ca 1.100 m3/s. Dat is nog niet de laagste afvoer van dit jaar die werd begin januari bereikt, toen de afvoer op 8/1 tot ca 1.050 m3/s daalde. Zeer waarschijnlijk gaan we daar later in de komende week nog onder komen, want ook na donderdag blijft de stand voorlopig dalen.
Het gaat dan wel wat minder snel, met eerst zo’n 7 en later 3 tot 5 cm per dag. Zaterdag 30/5 wordt dan de 7,35 m NAP bereikt en zondag of in de eerste dagen van juni verwacht ik dat de stand gedaald zal zijn tot ca 7,3 m NAP. De afvoer is dan gedaald tot tussen de 1.000 en 1.025 m3/s. In de rubriek water Inzicht ga ik erop in hoe bijzonder dat is.
Zoals ik hierboven al beschreef is de verwachting nu dat het vanaf 1 juni weer regen gaat vallen in het stroomgebied en het eerste water daarvan zou dan vanaf 3 juni bij Lobith aan kunnen komen. Als dat inderdaad uitkomt dan gaat de waterstand, die dan ca 7,3 m NAP bedraagt, vanaf dat moment weer langzaam stijgen. Hoe groot die stijging zal zijn en of we daarna opnieuw een langere droge periode aanbreekt is nu nog niet te zeggen.
Maar voorlopig hebben we te maken met zeer lage waterstanden en er zal heel wat regen moeten vallen om die standen weer naar een niveau te brengen dat normaal is voor deze tijd van het jaar normaal is. De kans op lage waterstanden later in de zomer blijft daarom voorlopig groot.
Maas daalt naar ca 75 m3/s, later nog wat lager.
In het stroomgebied van de Maas viel in het begin van de week nog wel wat regen en afvoer schommelde doen tussen de 125 en 150 m3/s. Toen het In de tweede helft van de week droog werd daalde de afvoer snel naar circa 100 m3/s om op dit moment. Met een geheel droge week voor de boeg zet deze daling zich voort en gemiddeld daalt de afvoer met zo’n 5 m3/s per dag. Aan het eind van de week verwacht ik een afvoer van ongeveer 75 m3/s; dat is dan gemiddeld over de dag want er zijn altijd uitschieters naar boven en beneden.
In het weekend en direct daarna daalt de afvoer nog wat verder maar vanaf en het begin van de week na het volgend weekend wordt er al meteen aardig wat regen verwacht in Ardennen en dan zou de afvoer weer kunnen gaan stijgen. Grote hoeveelheden regen worden niet meteen verwacht en de kans is voorlopig klein dat de voor deze tijd van het jaar gemiddelde afvoer van circa 175 m3/s weer wordt bereikt.
Water Inzicht
Is laagwater in het voorjaar een voorbode voor nog (veel) lagere waterstanden later in het jaar.
De maand april verliep droog in het stroomgebied en de Rijnafvoer daalde gestaag tot onder de 1200 m3/s aan het eind van die maand. De eerste weken van maart mei brachten wel weer wat neerslag zodat de afvoer ongeveer 300 m3/s steeg, maar inmiddels is de droogte teruggekeerd en het ziet er naar uit dat deze zeker tot het eind van de maand zal aanhouden. De Rijnafvoer is weer gaan dalen en ik verwacht dat rond het eind van de maand de afvoer net boven 1.000 m3/s zal uitgekomen.
Als we de meetreeks van de Rijn erop nakijken, dan waren er in de tweede helft van mei slechts 6 andere jaren met een ongeveer even lage of nog lagere afvoer: 1921, 1934, 1938, 1976, 2011 en vorig jaar. De laagste afvoer eind mei trad op in 1921, 1934 en 2011, toen deze nog ca. 100 m3/s lager was. Voorlopig ziet het er niet naar uit dat de afvoer dat niveau gaat bereiken, maar het is niet ondenkbaar dat het alsnog in juni gebeurt. Gewoonlijk komen de laagste afvoeren in de Rijn pas in de nazomer en in de herfst voor. Zo stamt de laagste afvoer uit de meetreeks van begin november 1947 (625 m3/s) en recent kwam 2022 nog tot een heel lage waarde; dat was op 18 augustus, toen de afvoer daalde tot 680 m3/s.
Als we de jaren bekijken die in het voorjaar een hele lage afvoer kenden, dan zou je verwachten dat de kans dan groter is dat deze ook in het najaar een lage waarde hebben, maar dat blijkt, op enkele uitzonderingen na, niet het geval te zijn. In de volgende grafiek heb ik dat geprobeerd te verduidelijken. Op het eerste gezicht lijkt het een warboel van lijnen; maar ik hoop dat het met wat toelichting duidelijker wordt.
Schermafbeelding 2026-05-24 om 14.54.09.png

In de grafiek zijn alle jaren weergegeven die gedurende de periode maart t/m oktober zakten tot een afvoer die minder dan 60% van het langjarig gemiddelde bedroeg. Dit is ongeveer 30% van alle jaren. Voor mei bijvoorbeeld bedraagt het langjarig gemiddelde 2.200 m3/s en in de grafiek zijn dan de jaren weergegeven die in mei tot onder de 1.320 m3/s zakten. Alle jaren die in de maanden maart t/m juni aan dit criterium voldeden heb ik rood gemarkeerd. Vervolgens heb ik alle jaren zwart gemarkeerd, die nog niet rood gemarkeerd waren, en dus later in de zomer en herfst lager uitkwamen dan 60% van de gemiddelde afvoer. Enkele jaren hebben een andere kleur, daar kom ik later op terug.
Wat opvalt in de grafiek is dat van de rood gemarkeerde jaren er maar enkele terug te vinden zijn bij de hele lage afvoeren in het najaar. Het gaat slechts om 4 jaren (1921, 1972, 1976 en 1991) die zowel in het voorjaar als het najaar een lage afvoer bereikten. In de andere jaren, dat zijn er 14, kwam het in het najaar niet tot zeer lage afvoeren. Veelal bleef de afvoer wel wat aan de lage kant, maar er viel toch steeds voldoende neerslag om de waterstand niet al te ver te dalen; zo werd de 1.000 m3/s, vrijwel niet meer onderschreden in deze jaren.
Een mooi voorbeeld is vorig jaar, dat als een paarse stippellijn is weergegeven. In het voorjaar daalde de afvoer tot een zeer lage afvoer van net iets onder de 1.050 m3/s en later in mei en juni volgde nogmaals een dipje tot dicht bij 1.000 m3/s, maar het hele najaar bleef 2025 toch ruim boven het bereik van de zeer lage afvoeren.
Aan de rechterkant van de grafiek zien we dat de jaren die in het najaar een zeer lage afvoer bereiken (dit zijn er 16), in het voorjaar meestal ontbreken. Deze jaren heb ik zwart gemarkeerd en op een paar jaar met een korte periode met lage afvoer na in maart, komen we deze jaren in de periode van april t/m juni niet meer tegen bij de lagere afvoeren. Blijkbaar viel er in die jaren in het voorjaar voldoende regen en waren de voorjaarsafvoeren niet zeer laag. Bij de meeste van deze jaren zien we pas vanaf juli of augustus een sterke daling die dan maandenlang aanhoudt om te eindigen met zeer lage afvoeren in oktober of november.
Een mooi voorbeeld hiervan is het recente jaar 2018, dat in de grafiek is weergegeven met een zwart streepjeslijn. 2018 kende in het voorjaar nog relatief hoge afvoeren en is daar niet in de grafiek te vinden, om pas vanaf begin juli aan een lange daling te beginnen en uiteindelijk eind oktober uit te komen op een zeer lage 735 m3/s. Andere jaren die een vergelijkbaar patroon laten zien zijn oa. 1947, 1949 en meer recent 2003 en 2022. De lage najaarsstanden gingen bij geen van deze jaren vooraf door lage voorjaarsstanden.
Het is een opvallend patroon en dit moet met de weerpatronen te maken hebben. Blijkbaar wordt droogte in het voorjaar meestal gevolgd door een zomer en najaar met voldoende neerslag om de waterstanden niet te ver te laten zakken. En andersom worden de jaren met zeer lage afvoeren in het najaar vrijwel altijd voorafgegaan door een voorjaar met wel voldoende neerslag en geen lage afvoeren. Je zou het ook kunnen uitleggen als dat langdurige droge perioden in het stroomgebied van de Rijn nooit langer duren dan zo’n 3 tot 4 maanden.
Er is wel een uitzondering en dat is het jaar 1921 toen de droogte van het voorjaar naadloos doorliep in de najaarsdroogte. Ook 1976 komt in de buurt, maar minder uitzonderlijk, omdat de meest extreem lage standen toen na augustus achter de rug waren. Het is de vraag welk pad 2026 zal gaan lopen, want resultaten uit het verleden zijn ook bij de waterstanden geen garantie voor de toekomst. Het huidige jaar is groen ingekleurd, tot aan eind mei; zover als we nu vooruit kunnen kijken.
Op grond van de statistieken is de grootste kans dat de droogte niet de hele zomer aanhoudt en de afvoeren in de komende maanden niet dalen naar zeer lage afvoeren. Het zou wel eens een herhaling kunnen worden van vorig jaar, toen de waterstand in mei op ongeveer hetzelfde moment een voor de tijd van het jaar laag niveau bereikte. Later in 2025 waren er ook in juli en augustus nog weken dat de afvoer flink daalde, maar er viel dan steeds weer juist op tijd voldoende regen om de afvoeren weer wat te laten stijgen.