Rustig weer maakt plaats voor regen en later mogelijk ook veel wind
Het droge weer van de afgelopen 10 dagen duurt nog een paar dagen, maar lagedrukgebieden zijn in aantocht en halverwege de week slaat het weer om naar een scenario met meer (mogelijk veel) regen. De rivieren die de afgelopen week sterk zijn gedaald gaan vanaf komend weekend daarom weer in de lift. Of dat tot nieuwe hoogwatergolven leidt is nu nog niet te zeggen. In het waterbericht leest u de details.
In de rubriek water Inzicht een terugblik op de herkomst van het vele water dat de Rijn in 2024 naar Nederland afvoerde.
water van de week
Krachtig hogedrukgebied maakt langzaam plaats voor ander weer
Al de hele winter wisselen perioden met lagedrukgebieden en veel neerslag af met perioden van hoge druk. Deze hogedrukgebieden vallen op doordat ze heel krachtig zijn, de luchtdruk in Nederland liep soms op tot boven 1.040 Hpa, en ook standvastig. De kern van het hogedrukgebied lag meestal boven Centraal Europa, maar steeds was er een uitloper in noordwestelijke richting die tot over Nederland liep.
Het zorgde voor heel rustig weer en op veel plaatsen mist. Omdat de zon er niet aan te pas kwam koelde het ook flink af. De luchtlaag met mist en koude is niet veel dikker dan 300 m en daarboven schijnt de zon en liep de temperatuur op tot soms 10 graden. Een bijzondere situatie dat op 300 m afstand de zon schijnt, maar dat de kracht van de straling in deze tijd van het jaar onvoldoende is om een luchtlaag van slechts enkele honderden meters op te ruimen.
Ook in de stroomgebieden heerste het hogedrukgebied en was het vaak mistig, maar wat hogerop in de Middelgebergten en de Alpen was het juist zonnig omdat de toppen boven de laaghangende bewolking uitstaken. Het laagje sneeuw dat in deze gebieden aanwezig was is door de intensieve zonneschijn al weer deels verdwenen en zal als het straks zachter wordt weinig extra smeltwater meer opleveren.
Vanaf het midden van de week is het hogedrukgebied zover naar het oosten opgeschoven dat lagedrukgebieden vanaf de Oceaan invloed krijgen op het weer in de stroomgebieden. De eerste regen staat voor woensdag op het programma, maar donderdag dringen de fronten pas echt verder oostelijk door als een lagedrukgebied ten noorden van Nederland naar het oosten trekt. Er kan dan zo'n 10 mm regen vallen; wat voldoende is voor wat extra aanvoer naar de rivieren. Hierbij lijkt de Maas voorlopig meer extra water te gaan ontvangen dan de Rijn.
De dagen daarna verschijnen er steeds weer nieuwe lagedrukgebieden op de Atlantische Ocean en deze trekken vooral noordelijk van ons langs. Er zijn opvallende exemplaren bij met een soms zeer lage luchtdruk. Zo trekt er in het weekend een lagedrukgebied over de Noordzee met een kerndruk van ca 955 Hpa en voor medio volgende week wordt er een verwacht met een druk van 935 Hpa.
Dergelijke lagedrukgebieden gaan gepaard met vaak zware stormen, maar de verwachting is voorlopig dat ze op vrij grote afstand blijven. Op deze termijn kan de situatie echter nog veranderen en het is niet uit te sluiten dat gebieden met veel wind vanaf het weekend ook tot onze omgeving weten door te dringen.
Regengebieden die bij deze diepe depressies horen, zullen al wel tot onze omgeving reiken en nadat donderdag de eerste regengebieden zijn overgetrokken zal er bijna dagelijks regen kunnen vallen. Grote hoeveelheden worden voorlopig niet verwacht, maar ook dat kan in de loop der tijd veranderen.
Rijn daalt nog de hele week naar ca 9,5 m, later stabiel of licht stijgend
Nog maar een week geleden bereikte de Rijn haar hoogste punt van de winter (tot nu toe) met een stand van 13,53 m NAP. Vanwege het droge weer is de aanvoer naar de rivier daarna snel afgenomen en de waterstand bij Lobith is nu al weer ruim 3 meter gedaald. De afvoer halveerde daarbij van ca 6.200 m3/s naar iets meer dan 3.000 m3/s.
Voorlopig zet de daling nog even door, want de eerste neerslag wordt pas woensdag verwacht en het extra water dat dat oplevert zal niet voor komende zaterdag ons land bereiken. Tegen die tijd is de stand gedaald tot ca 9,5 m NAP en de afvoer tot ca 2.400 m3/s. Dat is al weer iets onder het langjarig gemiddelde voor deze tijd van het jaar.
Veel regen wordt voorlopig niet verwacht en omdat er ook nauwelijks smeltwater vanuit de Middelgebergten zal komen, gaat de afvoer niet meteen weer stijgen. Ik verwacht rond het komende weekend een stabiele waterstand van ca 9,5 m NAP. Dit zou tot rond 28 januari kunnen aanhouden. Daarna staat de Rijn waarschijnlijk wel weer enige stijging te wachten als het water arriveert van neerslag die komende zondag en de dagen daarna kan gaan vallen.
Een nieuwe hoogwatergolf hoeven we voor het eind van de maand niet te verwachten, daarvoor is de waterstand te ver gedaald en moet het eerst weer een wat langere tijd nat zijn in het stroomgebied. Het hangt af van hoe lang de regenrijke periode aan houdt in de laatste week van de maand. Als er inderdaad een wat sterkere westelijke circulatie op gang gaat komen met veel regengebieden die elkaar opvolgen, dan is een nieuw hoogwater later in februari goed mogelijk. Volgende week is hier meer over te zeggen.
Maas daalt nog even, later in de week weer wat stijgend
De Maasafvoer is ook weer snel gedaald tot een afvoer van ca 550 m3/s en het hoogwater (met een afvoer van 2.000 m3/s) lijkt alweer lang geleden. Veel uiterwaarden van de rivier waren tijdens het hoogwater overstroomd, maar dit water is nu weer teruggestroomd naar de rivier of weggezakt in de bodem.
Vanwege het vele water dat de Maas tijdens de piek onderweg in haar uiterwaarden kon wegzetten, zakte de hoogwatergolf in stroomafwaartse richting sterk in. Begonnen met 2.000 m3/s bij Maastricht, omvatte de piek bij Venlo nog maar 1.750 m3/s en bij Megen (langs de Benedenmaas) zelfs nog maar 1.650 m3/s.
Een afname van 250 m3/s en daar komt het water uit de zijbeken dan nog bij, want die voerden allen samen ook nog eens ca 150 m3/s aan. Onderweg raakte de Maas dus ca 400 m3/s kwijt en terwijl de golf bovenstrooms een kans van voorkomen had van ongeveer eens in de 5 ot 6 jaar, was dat benedenstrooms nog maar eens in de ca 3 jaar.
De komende dagen zet de daling van de afvoer bij Maastricht nog langzaam door en op dinsdag of woensdag verwacht ik dat de afvoer rond de 500 m3/s zal zijn uitgekomen. Vanaf donderdag kan dan het eerste extra water weer bij Maastricht arriveren van de regen die op woensdag en donderdag gaat vallen.
Tot en met vrijdag kan zo'n 20 tot 25 mm regen vallen en samen met wat smeltwater is dat voldoende voor weer een lichte stijging naar ca 750 m3/s op vrijdag of zaterdag. Na een lichte daling volgt op zondag waarschijnlijk opnieuw regen. Hoeveel er dan valt is nu nog niet te zeggen, omdat dit ook afhangt van hoe groot de invloed is van het lagedrukgebied is dat dan over de Noordzee trekt. Voorlopig lijkt het op voldoende afstand te blijven voor al te veel regen, maar op deze termijn kan dat nog veranderen. Een stijging tot 1.000 m3/s net na het volgend weekend is daarom mogelijk, maar volgende week is hier meer over te zeggen.
water inzicht
Het hele stroomgebied droeg evenredig bij aan de hoge Rijnafvoer
Dankzij het neerslagrijke jaar voerde de Rijn in 2024 extra veel water af. Gemiddeld stroomde er ruim 2.800 m3/s bij Lobith de grens over, wat 27% meer is dan het langjarig gemiddelde. Aan de hand van de afvoergegevens van de grootste zijrivieren van de Rijn heb ik het jaarverloop onderverdeeld naar de herkomst van het water.
In de eerste figuur zijn de grotere zijrivieren, Neckar, Main en Moezel, weergegeven en de bijdrage van kleinere zijrivieren uit het Zwarte Wouden en de Duitse Middelgebergten. De basis wordt gevormd door het water dat bij Basel vanuit Zwitserland naar Duitsland stroomt. In de tweede figuur heb ik de Rijnafvoer onderverdeeld naar het land van herkomst.
Zijrivieren 2024.png

Herkomst 2024.png

Wat in 2024 opviel was hget grote aantal pieken in het afvoerverloop. Ter vergelijking heb ik hieronder ook het verloop van 2022 weergegeven. Dat jaar was droger en er waren veel minder perioden met veel neerslag, waardoor er ook veel minder oplevingen waren. De pieken in 2024 ontstonden vooral in het Duitse en Franse deel van het stroomgebied, terwijl de Alpenlanden het grootste deel van het jaar een meer stabiel verloop laten zien met slechts kleine oplevingen.
In het begin van het jaar leverden alle grote zijrivieren een belangrijke bijdrage aan de pieken, in het tweede deel van het jaar was het vooral de Moezel die vaak in korte tijd sterk steeg. Eénmaal kwam er vanuit de Alpenlanden een forse piek, dat was begin juni, toen daar extreem veel regen viel aan de noordzijde van de Alpen. Ook in Zuid Duitsland viel toen veel regen en dat leverde samen ook een kleine hoogwatergolf op in Nederland.
Herkomst 2022.png

In de winter van 2023/24 was er erg veel sneeuw gevallen in de Alpen en naast de vele regen in mei en jun leverde dit veel smeltwater op. Dit water werd aanvankelijk voor een groot deel opgeslagen in de Zwitserse meren zoals de Bodensee en die liepen in de maanden daarna maar langzaam leeg. Dit levert in juni en juli een flinke bult op in het afvoerverloop vanuit de Alpen, en terwijl de aanvoer vanuit Duitsland en Frankrijk langzaam afnam, bleef het aandeel uit de Alpenlanden nog lang aan de hoge kant.
Dit laat ook de volgende figuur zien waarin het percentage water uit de Alpenlanden is weergegeven ten opzichte van het aandeel uit de rest van het stroomgebied. Als gevolg van veel smeltwater en zware regenval nam dat in juni toe tot ca 70% en het aandeel bleef nog lang hoog toen het in de meren opgeslagen water de Rijn van water voorzag. Vanaf september zijn er steeds korte perioden dat het aandeel uit Zwitserland even wat lager is. Dit gebeurt als er in de rest van het stroomgebied een natte periode is en het aandeel uit Zwitserland enige tijd relatief wat lager is.
Schermafbeelding 2025-01-19 om 14.37.56.png

Het aandeel water uit Frankrijk en Duitsland was dan wel relatief laag, maar in absolute zin was het nog steeds vrij hoog. Vanwege het natte voorjaar bleef de afvoer van veel zijrivieren van de Rijn het hele jaar vrij hoog. Zo bleef de Moezelafvoer het hele jaar boven de 100 m3/s terwijl deze belangrijke zijrivier in het droge jaar 2022 tot minimaal 25 m3/s daalde. Ook veel kleinere zijbeken van de Rijn, zoals de Lahn, Sieg en Ruhr zakten niet heel ver weg, ook niet toen het in augustus wat langer droog was.
De figuur van 2022 laat dit ook goed zien. In juli en augustus was het toen langere tijd erg droog en de afvoer vanuit de Duitse zijrivieren nam toen af tot zeer lage waarden. Ook in de Alpen was het toen droog en dankzij het in de meren opgeslagen water zakte de afvoer daarvandaan maar langzaam. Dankzij een opleving van de regenval in de Alpen in de tweede helft van augustus steeg de afvoer toen weer in de nazomer, waarmee werd voorkomen dat de Rijnafvoer nog veel verder zou dalen.
Naarmate het aandeel uit de Alpenlanden in juli en augustus 2024 afnam zien we ook de afvoer bij Lobith gestaag afnemen naar een laagste afvoer rond begin september. Dit zien we ieder jaar dat in het najaar de Rijnafvoer het laagst is op het moment dat de Alpen minder water gaan leveren. Ergens in het najaar moet de rest van het stroomgebied het stokje dan weer overnemen van de Alpen. Het hangt van het moment af dat de regenval in het najaar inzet, tot hoe ver de Rijnafvoer kan dalen.
Dit jaar viel de omslag vrij vroeg, want al in september viel er voldoende regen om de Duitse zijrivieren weer een grotere bijdrage te laten leveren. De laagste afvoer bij Lobith was met 1.250 m3/s dit jaar dan ook vrij hoog. In andere jaren viel het moment dat het weer natter werd in het stroomgebied soms veel later zoals in 2018 toen het tot in november duurde voordat er weer voldoende regen viel en de afvoer in die maand tot onder de 750 m3/s zakte.