U bent hier

Weer gaat veranderen, maar invloed op waterstanden nog beperkt

De afgelopen weken is er maar weinig neerslag in de stroomgebieden gevallen. De komende week komt daar langzaamaan wat verandering in, maar omdat de neerslag in de heuvels en bergen als sneeuw gaat vallen levert dat voor de rivieren weinig extra water op. De waterstanden stijgen wel iets, maar blijven daarom voorlopig nog laag. In dit waterbericht leest u een wat dat betekend voor de waterstanden.

In het gedeelte Water Inzicht een analyse van de datum waarop gedurende het jaar in de Rijn en de Maas de hoogste en laagste stand optreden. In de hoogste stand is opvallend weinig veranderd in de afgelopen eeuw, maar de laagste is wel langzaam aan het verschuiven en Rijn en Maas gedragen zich daarbij verschillend.

Water van de Week

Lagedrukgebieden breiden hun invloed uit tot over de stroomgebieden

Al de hele maand november wordt het weer in Europa bepaald door grote hogedrukgebieden die veelal boven het continent lagen. Soms schoven ze wat naar het westen en soms wat naar het noorden, zoals momenteel, maar het resultaat was steeds dat lagedrukgebieden en regenzones vanaf de Atlantische Oceaan op afstand werden gehouden. In Noord Europa viel wel regen en ook het noorden van Nederland pikte daar nog wat van mee, maar verder naar het zuiden bleef het meestal droog.

In grote delen van Duitsland is deze maand nog maar weinig regen gevallen en dat heeft ervoor gezorgd dat de Rijn al de hele maand langzaam is gedaald. Ook in de Ardennen en Noord Frankrijk viel maar weinig neerslag en de Maasafvoer is daarom ook erg laag. Met december op de kalender gaat er wel wat veranderen. Het hogedrukgebied splitst op in een kern boven Rusland en een andere boven de Atlantische Oceaan en in de ruimte daartussen dringen de komende week lagedrukgebieden vanaf de noordelijke Atlantische Oceaan door tot boven de Britse Eilanden en later ook het Europese continent. 

Op maandag passeert al een eerste regenzone over Nederland en België en die trekt dinsdag verder richting het zuiden van Duitsland en de Alpen. Er kan ongeveer 1 cm neerslag vallen, in Zuid Duitsland en de Alpen mogelijk 2 cm. Na dit neerslaggebied blijft het enkele dagen droog, maar vanaf vrijdag en in het weekend wordt een nieuwe neerslagzone verwacht die over de stroomgebieden trekt. Ook dan kan er 1 tot 2 cm neerslag vallen. 

Omdat het inmiddels ook kouder geworden is, zal de sneeuwgrens in de atroomgebieden op ca 300 m komen te liggen en dat betekent dat de neerslag in de Middelgebergten in Duitsland en Frankrijk en in de Alpen grotendeels als sneeuw zal vallen. Ook in de Ardennen is kans op de eerste sneeuw van het winterseizoen. Wanneer de neerslag als sneeuw valt, dan levert dat in eerste instantie maar weinig water op voor de rivieren en blijft de stijging beperkt.

Na het volgend weekend is het nog onduidelijk hoe het weer zich verder gaat ontwikkelen. Het lagedrukgebied dat deze week het weer bepaalt, kan nog het beste omschreven worden als een 'lonely wolve'. Een eenling en daarom niet van het kenmerkende type dat past in een strakke westelijke luchtstroming, waarin het ene systeem snel opgevolgd wordt door een ander .

De weermodellen zijn daarom ook nog niet zo duidelijk; of dit eerste lagedrukgebied de voorbode is van een overgang naar een weertype met westelijke winden waarin ook meer neerslaggebieden worden meegevoerd. Het zou namelijk ook kunnen dat de eerdergenoemde hogedrukgebieden de gelederen weer sluiten waardoor het droge weer terugkeert. Volgende week is hier misschien al wat meer duidelijkheid over. 

Rijn daalt de hele week nog, maar waarschijnlijk niet tot onder de 1000 m3/s

In Duitsland is de hele maand november nog maar weinig regen gevallen; op de meeste plaatsen zelfs maar 15 tot 25% van de normale hoeveelheid. Veel zijrivieren van de Rijn zijn nu net zo laag als aan het eind van de zomer toen het ook langdurig droog was. Al het extra water dat in de maand oktober is gevallen is inmiddels al weer afgevoerd.

Omdat er deze week weer wat neerslag wordt verwacht, zal de stand waarschijnlijk nog net iets boven de laagste waterstand van eind september blijven; toen werd 7,08 m +NAP bereikt; nu blijven we daar ca 20 cm boven. Op dit moment bedraagt de stand bij Lobith 7,45 m +NAP en de komende dagen daalt deze nog met zo'n 3 tot 5 cm, tot ca 7,3 m +NAP op vrijdag. De afvoer bedraagt nu nog 1100 m3/s en zal dan tot net iets boven de 1000 m3/s zijn gezakt. Dat is slechts de helft van de normale hoeveelheid in deze tijd van het jaar.

Vanaf vrijdag kan de stand weer wat gaan stijgen als bij Lobith het water arriveert van de neerslag die op maandag en dinsdag in Duitsland gaat vallen. Veel gaat er echter niet vallen en een deel valt ook als sneeuw, dus daarom verwacht ik dat de stand in het komende weekend tussen de 7,3 en 7,5 uit zal komen. Na het weekend kan dat nog iets verder stijgen als ook het water aan komt dat tijdens de neerslag van vrijdage en het komend weekend gaat vallen. Veel meer dan een stand van 8 meter lijkt er echter voorlopig nog niet in te zitten. 

Op nog wat langere termijn, vanaf 10 december,  is de ontwikkeling van de waterstand afhankelijk van of de westelijke luchtstroming inderdaad op gang gaat komen, of dat de hogedrukgebieden terug keren naar het centrale deel van Europa. In het eerste geval kan de waterstand verder uit het dal gaan klimmen, maar als de hogedruk aan het langste eind trekt, dan kunnen de waterstanden nog wat langere tijd rond of onder de 7,5 m +NAP blijven schommelen.

Maas kan iets gaan stijgen

De Maasafvoer bij Maastricht schommelde deze week tussen de 65 en 75 m3/s. Dat is er laag voor de tijd van het jaar, want normaal bedraagt de afvoer nu ca 300 m3/s. Deze lage afvoer houdt nog aan tot dinsdag, maar daarna is een lichte stijging mogelijk vanwege de neerslag die morgen en overmorgen in de Ardennen gaat vallen. Er wordt maar ongeveer 1 cm neerslag verwacht, maar dat zou wel zo'n 50 m3/s extra op kunnen leveren. 

Woensdag en donderdag wordt geen neerslag verwacht en dan zal de afvoer weer wat dalen, maar op vrijdag en in het weekend is de kans groot dat nieuwe neerslaggebieden het stroomgebied kunnen bereiken. Een deel van deze neerslag zal als sneeuw vallen, maar omdat een deel als neerslag valt is dan weer een kleine stijging mogelijk. Ook dan zal het gaan om niet meer dan enkele tientallen m3/s.

Van een stijging naar de normale afvoeren voor deze tijd van het jaar is voorlopig nog geen sprake. Daarvoor is een meer langdurige aanvoer van regengebieden nodig. Mogelijk dat dat vanaf 10 december gaat gebeuren, maar het blijft nog even afwachten omdat er ook een aanzienlijke kans is dat de hogedrukgebieden weer terugkeren en in dat geval houdt juist het lage peil nog wat langer aan.

Water inzicht

Wanneer bereiken Rijn en Maas jaarlijks hun laagste en hoogste stand

In het normale jaarverloop van de waterstanden wordt in de rivieren altijd in de winter de hoogste stand bereikt en in de zomer de laagste. Uiteraard is het water afkomstig van de neerslag, maar het is niet zo dat het in de winter meer regent dan in de zomer. Het is zelfs andersom; in de zomer valt er gemiddeld meer neerslag dan in de winter. Dat de rivieren in de winter toch hun hoogste stand bereiken heeft dan ook vooral te maken met een ander weersverschijnsel en dat is de verdamping.

De verdamping varieert wel sterk tussen de seizoenen en is in de zomer veel groter dan in de winter. Daardoor komt een groot deel van de neerslag die in de zomer valt niet tot afstromen omdat het door planten wordt opgenomen, of het verdwijnt weer in de lucht. Naast de geringere verdamping is er nog een ander effect dat in de winter zorgt voor hoge afvoeren en dat is de accumulatie van sneeuw. Als er sneeuw valt wordt het neerslagwater als het ware enige tijd opgeslagen om dan later, als het warmer wordt en gaat regenen, pas tot afstroom te komen. Dit zorgt dan in de winter voor een grotere kans op extra veel water in een korte tijd met soms hoogwatergolven tot gevolg.

De datum waarop de hoogste waarde wordt bereikt

Ik heb voor zowel de Rijn als de Maas voor de hele meetreeks (vanaf resp. 1901 en 1911) de data op een rij gezet dat de laagste en hoogste afvoer van het jaar wordt bereikt. In de grafieken hieronder zijn die data van ieder jaar met blauwe stippen weergegeven.

Data hoogste afvoer Rijn en Maas.jpg

Datum waarin in de Rijn (links) en de Maas (rechts) van jaar tot jaar de hoogste stand werd bereikt. De blauwe stippen zijn de data van ieder jaar, de lijn geeft het gemiddelde van de 30 voorgaande jaren aan.
Datum waarin in de Rijn (links) en de Maas (rechts) van jaar tot jaar de hoogste stand werd bereikt. De blauwe stippen zijn de data van ieder jaar, de lijn geeft het gemiddelde van de 30 voorgaande jaren aan.

Als we naar de datum van de hoogste afvoer kijken (zie hierboven) dan valt op dat er van jaar tot jaar een grote variatie is; bij de Rijn nog wat meer dan bij de Maas. In de meeste jaren valt de datum met de hoogste afvoer in de periode tussen 1 december en 1 april, maar soms vallen ze ook buiten die periode. Bij de Rijn is dat soms ook in de zomer, bij de Maas is dat maar een keer gebeurd.

Om de jaren goed uit elkaar te kunnen houden, is de analyse uitgevoerd op de winterhalfjaren, dwz dat de periode loopt van 1 augustus t/m 31 juli. Anders zou een hoogwatergolf die rond de jaarwisseling valt (en dat zijn er veel) bij twee jaren mee tellen. 

Om in de wirwar van stippen enige lijn te kunnen ontdekken is ook het langjarig gemiddelde weergegeven, in dit geval van 30 jaar. De gekleurde lijn begint daarom pas na 30 jaar en geeft het gemiddelde aan van de 30 voorgaande jaren. Bij de Rijn begint de lijn bij 1930 en op dit punt laat de lijn zien dat, gemiddeld over de periode van 1901 t/m 1930, de hoogste afvoer werd bereikt rond eind februari. Als we het 30-jarig gemiddelde volgen van vroeger naar nu, dan zien we dat bij de Rijn de datum aanvankelijk wat naar eerder in het jaar schuift, daarna weer wat naar een later tijdstip en tegenwoordig rond eind januari ligt. 

Bij de Maas zien we een ongeveer vergelijkbaar verloop. De Maas begint 10 jaar later, dus daarom is het begin wat anders, maar verder valt op dat het verloop veel lijkt op dat van de Rijn. Eerst verschuift de datum wat naar een later moment in de winter om de laatste tijd weer naar eerder te verschuiven.

De overeenkomst tussen beide rivieren wordt veroorzaakt doordat de herkomst van de meeste hoogwaters in het zelfde type landschap ligt. In beide stroomgebieden zijn dat de Middelgebergten, zeg maar het gebied tussen de 200 en 1000 m hoogte, waar 's winters veel regen valt al dan niet aangevuld met smeltende sneeuw. De Alpen, de andere belangrijke bron van de Rijn, draagt in de winter niet bij omdat alle neerslag daar als sneeuw valt en pas veel later tot afstroom komt; wat dan zelden de hoogste stand oplevert. Rijn en Maas zijn in de winter daarom goed vergelijkbaar.

Opvallend is verder dat het tijdstip waarop Rijn en Maas gemiddeld hun hoogste stand bereiken bij beide tegenwoordig bijna hetzelfde is; in de laatste week van januari. Dat is niet altijd zo geweest, want lange tijd was de Rijn later dan de Maas. Tot 1990 (dat is de periode 60-90) trad de hoogste stand in de Rijn gemiddeld een kleine maand later op dan in de Maas, maar de laatste 30 jaar is dat naar elkaar toe gekropen.

Mogelijk dat hier ook de sneeuw een rol in speelt. De Middelgebergten in Duitsland zijn gemiddeld iets hoger, maar vooral ook wat kouder dan de Ardennen (het belangrijkste Middelgebergte in het stroomgebied van de Maas). Voorheen was de kans op accumulatie van sneeuw in de Duitse gebergten wat groter dan in de Ardennen en daardoor traden de hogere hoogwaters vanuit deze gebieden wat later op dan bij de Maas. Nu het klimaat flink warmer is geworden treedt accumulatie van sneeuw ook in Duitsland steeds minder op en gaan beide stroomgebieden dus steeds meer op elkaar lijken, met tot gevolg dat ook de gemiddelde dag waarop de hoogste stand wordt bereikt naar elkaar toe schuift.

De datum waarop de laagste waarde wordt bereikt

 

Data laagste afvoer Rijn en Maas.jpg

Datum waarin in de Rijn (links) en de Maas (rechts) van jaar tot jaar de laagste stand werd bereikt. De blauwe stippen zijn de data van ieder jaar, de lijn geeft het gemiddelde van de 30 voorgaande jaren aan.
Datum waarin in de Rijn (links) en de Maas (rechts) van jaar tot jaar de laagste stand werd bereikt. De blauwe stippen zijn de data van ieder jaar, de lijn geeft het gemiddelde van de 30 voorgaande jaren aan.

Bij de datum waarop de laagste stand wordt bereikt (zie hierboven) zijn er ook opvallende veranderingen. Hier schuiven de beide rivieren ook naar elkaar toe, maar is de trend bij beide wel andersom. De datum waarop de Rijn zijn laagste stand bereikt is (afgaande op het 30-jarig gemiddelde) in de loop van de meetreeks verschoven van half november naar inmiddels begin oktober. Tegelijkertijd is dat moment bij de Maas verschoven van half augustus naar begin september. Rond het midden van de vorige eeuw lagen beide nog ca 3 maanden uit elkaar, maar nu is het verschil nog maar een paar weken.

Net als bij de datum met de hoogste afvoer is de variatie van jaar tot jaar bij de Rijn veel groter dan bij de Maas. Bij de Rijn kan iedere maand van het jaar wel de laagste waarde opleveren, terwijl dat bij de Maas altijd tussen augustus en november plaats vindt.

Omdat de Rijn (zeker in het verleden) relatief vaak zijn laagste afvoer pas in de loop van de winter bereikte, is de verticale as van deze grafiek ook iets opgeschoven en begint deze onderaan bij 1 april. Als na een droge zomer namelijk een droge winter volgt, dan kan de Rijn nog lang blijven dalen en soms pas in februari of zelfs maart een laagste stand bereiken voordat de afvoer weer gaat stijgen. Deze laagste waarde in de winter heb ik (bij de Rijn) daarom toegekend aan het voorgaande jaar en de jaren bij de Rijn lopen dus in deze analyse van 1 april t/m 31 maart. Bij de Maas treedt een zo lang doorgaande daling nooit op en kan het jaar gewoon op de jaarwisseling gebroken worden.

Lage winterstanden in de Rijn traden vooral vroeger vrij vaak op en hingen toen samen met streng winterweer. Nu koude winters veel minder vaak optreden wordt laagwater in de Rijn in de winter ook steeds zeldzamer en is de kans klein dat de laagste waarde nog in het winterseizoen optreedt. Dit is een van de redenen dat het moment van laagste afvoer naar eerder in het seizoen is verschoven. Ook het feit dat de sneeuwval in de Alpen in het najaar tegenwoordig pas later begint en de Alpen dus in het najaar meer water zijn gaan leveren dan vroeger, draagt er aan bij dat de laagste waarde in Rijn naar voren is geschoven. 

De kleine verschuiving bij de Maas naar een later in het seizoen optredende laagste stand heeft er vooral mee te maken dat de afvoer van de Maas in het najaar relatief het sterkst afgenomen is; meer nog dan in de zomer. De Rijn heeft daar in een deel van het stroomgebied ook mee te maken en dat is nog een derde reden bij deze rivier dat de kans op een laagste afvoer in het najaar daar steeds groter is geworden. 

Ruwweg zien we dat de beide rivieren vooral de latste decennia meer op elkaar zijn gaan lijken. Ik vermoed dat dat wordt veroorzaakt doordat sneeuw een minder belangrijke rol is gaan spelen in met name het stroomgebied van de Rijn. Daardoor vallen hoge afvoeren in de beide rivieren in de winter vaker in ongeveer dezelfde periode. Ook treedt een tot in de winter doorlopend laagwater in de Rijn steeds minder vaak op, waardoor beide rivieren steeds vaker in het late najaar hun laagste waarde bereiken.